Had je gedroomd

Ik loop door de gangen van het Grafisch Lyceum in Eindhoven. Het is een normale dag, niets aan de hand. Totdat ik me plotseling besef dat ik hier inmiddels wel erg lang zit. Wanneer ben ik aan deze opleiding begonnen? In 1996? Ik krijg het heel benauwd. Wordt het niet eens tijd dat ik m’n diploma ga halen? In loop een lokaal in, ga aan een tafeltje zitten en krijg een vel papier onder m’n neus. Ik moet een proefwerk gaan maken en ik voel dat dit een cruciale test gaat worden. Dan realiseer ik me dat ik al zeker een jaar of vijftien geen lesboek meer opengeslagen heb en dat ik dus onmogelijk dat proefwerk goed zal kunnen maken.

Ik loop een vliegtuigtrap af. Als ik met mijn voeten op vaste grond sta, kijk ik om me heen. Ik ben op een vliegveld, ik weet niet waar precies, maar het lijkt ergens in Midden- of Zuid-Amerika te zijn. Het wemelt er van de mannen in uniform. Hoe ben ik ineens hier beland? Ik kan me niet herinneren dat ik in dat vliegtuig gestapt ben. Of dat ik onlangs nog een koffer ingepakt heb. Dan merk ik dat ik niets op zak heb. Geen portemonnee, geen telefoon, geen paspoort.

Ik sta als gitarist van een band op het podium van een groot openluchtfestival. We staan op het punt om te gaan beginnen met ons optreden, ik moet alleen nog even mijn gitaar stemmen. Terwijl tienduizenden mensen me aankijken, lukt het me niet om mijn instrument gestemd te krijgen. Ik blijf maar aan de stemknoppen draaien, maar wat ik ook doe, er komen alleen valse noten uit dat ding. De rest van de band raakt geïrriteerd, het publiek begint te morren. Er komt een podiummanager naar me toe. Ik kan ophouden met stemmen. Onze speeltijd zit er al op.

Dit zijn drie dromen die ik vaak gehad heb. Over een periode van enkele maanden of jaren kwamen ze regelmatig terug. Ik ging op den duur zelfs maatregelen nemen om ze te voorkomen. Ik heb meer dan eens mijn Grafisch Lyceum-diploma opgezocht, om er eens heel goed naar te kijken. Ik liet mijn portemonnee, telefoon en paspoort niet in mijn rugzak zitten als ik uit een vliegtuig stapte, ik propte ze in mijn broekzakken. En ik nam sowieso al steevast een reservegitaar mee naar optredens. Uiteraard hielp dat allemaal niks.

Maar na enige tijd verdwenen deze dromen vanzelf toch weer. Het lijkt erop dat ze elk bij een bepaalde fase in mijn leven hoorden. Sinds kort heb ik een nieuwe.

Ik ben auto aan het rijden. Ik zit op een weg met veel bochten en veel verkeer, ik moet m’n hoofd er dus goed bijhouden. Dat lukt niet. Ik voel mijn ogen dichtvallen. Mijn blik vertroebelt en ik kan alleen nog door spleetjes kijken. Desondanks minder ik geen vaart, mijn voet blijft stug het gaspedaal indrukken. Ik hou m’n hart vast en op goed geluk stuur ik door scherpe bochten en slalom ik tussen andere auto’s door. Wonder boven wonder gaat dat prima en zonder brokken. Probleemloos bereik ik mijn locatie.

Ik hecht weinig waarde aan dromen. Ik kan me ’s ochtends vaker niet dan wel herinneren wat ik gedroomd heb. En voorspellende dromen heb ik ook niet. Of misschien wel, maar dan ben ik ze dus ’s ochtends alweer vergeten. Maar de bovenstaande dromen zijn zo vaak teruggekomen, dat ik me toch een beetje af begon te vragen of mijn onderbewustzijn me er niet iets mee probeerde te vertellen.

Vanochtend kon ik me weer eens een droom van de afgelopen nacht herinneren. Onze tweeling werd geboren. Niet op de traditionele manier, de eerste stak gewoon dwars door de buik haar hoofd naar buiten. Een zuster kwam vertellen dat dit bij tweelingen wel vaker voorkomt. Even later lagen de meisjes in een bedje. Ze zagen er uit als de hamsters uit de Albert Heijn-reclames, maar dan met Linda’s gezicht. Ik pakte een bal en ging een potje voetballen op een grasveldje bij een tankstation.

Misschien probeerde mijn onderbewustzijn me nu te zeggen dat ik mijn dromen ook weer niet te serieus moet nemen…

===

Mijn nieuwe boek ‘Liedjesboek’ is hier te bestellen, of rechtstreeks bij mij.

Leave a comment »

Namen wegstrepen

Linda is inmiddels ruim dertig weken zwanger. Tweelingen worden gemiddeld zo’n drie weken te vroeg geboren, dus is de kans groot dat onze kinderen zich over minder dan twee maanden aan zullen dienen.

Ik zal niemand die kinderen heeft, of ze binnenkort krijgt, uit hoeven te leggen dat er tijdens de zwangerschap nogal wat voorbereidingen moeten worden getroffen. Ze erkennen voor de burgerlijke stand, kraamzorg regelen, geboortekaartjes ontwerpen (als DTP-er ben ik het aan mijn stand verplicht om dat zelf te doen), afspraken maken over de opvang, de babykamer inrichten en veel spullen aanschaffen. Voor twee mensjes die samen amper drie kilo wegen, hebben onze aanstaande kinderen al een hoop rommel. Mijn CD’s en gitaren moesten voor de babykamer verhuizen naar de zolder en de woonkamer hebben ze ook al voor een aanzienlijk deel in beslag genomen.

Van alle voorbereidingen die we hebben moeten treffen, vond ik het bedenken van de namen het leukst. Dat je van al die duizenden namen die er zijn de mooiste twee uit mag kiezen en die vervolgens mag geven aan twee van de belangrijkste mensen uit je leven, dat is best bijzonder. Maar ook moeilijk.

Ik noem het nu trouwens wel namen bedenken, maar eigenlijk is het vooral namen wegstrepen.

Namen van vrienden en familieleden vielen sowieso af, gevoelsmatig waren die eigenlijk al bezet. Namen van mensen die we niet leuk vonden, werden ook al heel snel geschrapt. Maar die schrapt bijna iedereen, denk ik. Er zijn in 2015 in Nederland immers nog maar twee Jorans en één Volkert geboren.

Ongebruikelijke of al te exotische namen kwamen ook niet in aanmerking. We wilden onze kinderen niet opzadelen met levenslang de vraag hoe die naam eigenlijk gespeld of uitgesproken moet worden. Daarentegen wilden we ook geen namen die heel vaak worden gegeven. Anders zit je kind straks misschien in de klas met drie naamgenoten en ga je voor je onderwijzer door het leven als Emma 3, Die Kleinste Julia of Die Sophie Die Helemaal Links Zit.

Als je een kind krijgt dat niet je eerste is, of als het er twee tegelijk zijn, dan is er een extra hindernis. De namen moeten qua stijl bij elkaar passen, maar qua klank weer niet teveel. Het gaat immers om je kinderen en niet om twee stripfiguren uit de Donald Duck. En ook niet onbelangrijk: je moet bedenken of het werkt in combinatie met de achternaam en met je eigen namen. We hebben bijvoorbeeld Elin heel eventjes overwogen, totdat ik me bedacht dat ik dat ook wel eens naar Linda roep.

En uiteraard vielen ook alle namen af die we simpelweg niet mooi genoeg vonden. Daar moet ik nog even bij vermelden dat ik zelden iemand heb ontmoet die slechter is in knopen doorhakken dan Linda. Ze kan haar hoofd al breken over universele vraagstukken als “Groene ijsthee of Dubbelfrisss?”, “Twee of drie Oreo’s?” en “Een jas aandoen of is dit vest warm genoeg?”. Kom dan maar eens aan met “Hoe moeten onze twee kinderen hun hele leven gaan heten?”.

Uiteindelijk hielden we twee lijstjes over. Een redelijk korte van mij, een nog wat kortere van haar. Dat we uiteindelijk toch nog wat overlapping hadden mag een klein wonder genoemd worden.

Bij de twintig wekenecho vroeg de echoscopiste of we de geslachten van onze kinderen al wilden weten. Uiteraard wilden we dat. Stel je voor dat we niet twee maar vier namen hadden moeten bedenken…

===

Nu te bestellen: Liedjesboek, 384 pagina’s over mijn favoriete nummers. En al mijn reisverslagen zijn sinds kort hier te lezen.

Comments (2) »

Incompleet

Op 31 juli 2012 overleed Tony Sly van No Use For A Name. Het was best even schrikken toen ik het nieuws vernam. Hij was pas 41 jaar oud en ik luisterde al mijn halve leven best vaak naar zijn muziek. Ik hoorde zijn band voor het eerst op de compilatie ‘Survival of the Fattest’ in 1996. Sindsdien ben ik fan.

Ik had me er allang bij neergelegd dat ik mijn favoriete punkrockband nooit meer live zou zien, toen een paar weken geleden de allerlaatste namen bekend gemaakt werden voor het Belgische punkfestival Groezrock. Daar zat een hele mooie verrassing bij. De overgebleven leden van No Use For A Name hadden in 2015 in San Francisco al eens met een aantal gastzangers een eerbetoon gebracht aan hun frontman, nu gingen ze dat eenmalig in Europa doen.

Een uur of elf ’s avonds in het Vlaamse Meerhout-Gestel. Groezrock 2016 is na twee dagen bijna ten einde. No Use For A Name & Friends, zoals vandaag de officiële naam luidt, is de op één na laatste act op het hoofdpodium. Bassist Matt Riddle kondigt het volgende nummer aan. “Hey Fiona, this one’s for you”.

‘For Fiona’ kwam uit in 2005. Tony Sly schreef het kort na de geboorte van zijn eerste dochter. Over de geweldige impact die haar komst op hem had (“Nothing is the same/Everything is a better change”). En over hoe hij er altijd voor haar zou zijn. Zeven jaar later werd hij dood aangetroffen in zijn bed.

Terwijl gastzanger Joey Cape van Lagwagon een mooie, bezielde vertolking weggeeft van één van de allermooiste liedjes van zijn overleden vriend, zoomt een cameraman in op een blond meisje van een jaar of twaalf, dat aan de zijkant van het podium tussen haar moeder en zusje staat. Zij is het onderwerp van dit nummer. Ik moet even een flinke brok wegslikken.

Eerder op de dag kocht ik op de festivalmarkt de dubbel-LP ‘All the Best Songs’ van No Use For A Name. Even later liep ik langs de stand van platenlabel Fat Wreck Chords. De drie overgebleven leden van de band waren daar toevallig net gaan zitten om te praten met fans en om het één en ander te signeren. Ik liep er naartoe en haalde mijn zojuist gekochte plaat tevoorschijn. Gitarist Dave Nassie bedankte me voor de aanschaf en zette zijn handtekening op de achterkant van de hoes, rechtsonder in de hoek. Drummer Rory Koff’s krabbel kwam linksonder. Die van bassist Matt Riddle linksboven. De hoek rechtsboven bleef leeg.

=====

Ter info: na een jaar of twee schrijven is mijn ‘Liedjesboek’ nu echt bijna klaar. Hiervoor koos ik mijn vijf favoriete nummers uit elk jaar vanaf 1954 (totaal meer dan 300 nummers van ruim 260 verschillende uitvoerenden) en schreef over elk een stukje. Info over hoe en waar verkrijgbaar volgt t.z.t..

foto (4)

Leave a comment »

Reisverslag Rome 2016

Dag 1: 7 januari 2016 – Van Eindhoven naar Rome
Drie maanden geleden werd ik 37. Het cadeau dat ik van Linda kreeg was een lang weekend Rome en dat gaan we nu eindelijk incasseren.
Sinds ik ruim tien jaar geleden begon met reizen heb ik al aardig wat van de wereld mogen zien, maar omdat de wat verdere reizen me meer aantrokken, is Europa er een beetje bij ingeschoten. Veel van de steden op ons eigen werelddeel die je écht eens gezien moet hebben heb ik nog niet bezocht. En van die steden stond Rome toch wel bovenaan op mijn verlanglijstje.
Op donderdagmiddag 7 januari worden Linda en ik om twee uur ’s middags thuis opgehaald door haar moeder en naar Eindhoven Airport gebracht. Even laten zijn we daar, waar we meteen vernemen dat onze vlucht naar Ciampino Airport, Rome’s tweede luchthaven, drie kwartier vertraging op heeft gelopen.
Het toestel van Ryanair waarmee we uiteindelijk iets na vijf uur vertrekken, brengt ons in een dikke anderhalf uur naar Ciampino, een voorstadje van de Italiaanse hoofdstad. Omdat we binnen de EU zijn gebleven en alleen handbagage bij ons hebben, kunnen we na het uitstappen ongehinderd naar buiten lopen. Daar gaan we naar de halte voor pendelbussen naar het centrum van Rome, we betalen vier euro per persoon en stappen in een bus. Ik ben nu voor het eerst in meer dan vijftien jaar weer in Italië, de vorige keer was in de zomer van 2000, toen ik anderhalve week in een hotel aan het strand van Rimini zat.
Na zo’n drie kwartier rijden door het inmiddels donkere, bijna drie miljoen inwoners tellende Rome worden we afgezet bij het centraal station, Roma Termini. We zijn nu bijna op onze bestemming. Ons hotel Acropoli is erg goedkoop, maar heeft desondanks een vrijwel perfecte locatie: op amper twee minuten lopen van het station, ongeveer net zo dichtbij de historische basiliek van Santa Maria Maggiore en op minder dan een kwartier lopen van wellicht Rome’s meest beroemde bezienswaardigheid, het Colosseum. Van een goedkoop hotel op zo’n locatie kun je weinig verwachten en dat blijkt ook wel. Onze kamer is klein en troosteloos, er is geen TV, er zitten vieze vlekken op de muur en op de vloerbedekking, de dekens zijn van hetzelfde stofje gemaakt als de scheef hangende gordijnen en de handdoeken lijken uit een tafelkleed geknipt te zijn. Maar na jaren backpacken en slapen in goedkope hostels in Azië en Latijns Amerika ligt onze lat niet zo hoog. Als we onze bagage ergens veilig achter kunnen laten en een redelijk bed en idem douche hebben, dan vinden we het eigenlijk al wel goed.
Het is inmiddels alweer acht uur, dus gaan we nadat we onze bagage in de kamer gelegd hebben meteen wat eten. We hoeven niet te zoeken naar een restaurantje, er zit er één pal tegenover ons hotel dat er wel gezellig uitziet en dat redelijke prijzen heeft. Althans, voor het eten. We zullen de komende dagen merken dat de eenvoudigere pasta’s en pizza’s in het centrum van Rome doorgaans niet meer dan een euro of zeven hoeven te kosten, maar dat het drinken schrikbarend duur is. Voor een glas frisdrank ben je doorgaans minstens vier euro kwijt, voor een biertje vaak zelfs vijf of zes euro.
Na het eten gaan we nog even op zoek naar een buurtsuper, omdat we de tandpasta vergeten zijn en nog wel wat willen drinken straks op de kamer. Terwijl op veel plaatsen de kerstdecoraties nog niet eens opgeruimd zijn voelt het alsof het al lente is. Zelfs zo laat op de avond kun je nog moeiteloos zonder jas de straat op.
Rome2016 (5)
Op slechts een paar blokken van ons hotel komen we bij de Santa Maria Maggiore, één van de slechts vier kerken op aarde die zich een pauselijke basiliek mag noemen. Voor het gebouw staat een hek, waarbij drie militairen met imposante machinegeweren de wacht houden. We zullen de komende dagen merken dat dit momenteel bij bijna alle toeristische bezienswaardigheden in Rome het beeld is. Het gebouw ziet er bijzonder sfeervol uit, nu de rijkelijk gedecoreerde muren en het plafond van het balkon verlicht zijn.
Om kwart voor tien zoeken we onze kamer op.

Dag 2: 8 januari 2016 – Rome
Om acht uur lopen we naar het krappe ontbijtzaaltje op de begane grond. Het ontbijt dat we daar krijgen is behoorlijk karig: een paar kleine, keiharde broodjes, voorverpakte stukjes toast, kuipjes misselijkmakend zoete jam, kuipjes hazelnootpasta en een stukje boter.
Om half negen gaan we op pad. We gaan om te beginnen maar eens in de Santa Maria Maggiore kijken. De reeds in de vijfde eeuw door paus Sixtus III gestichte basiliek, die nog altijd in het bezit van het Vaticaan is, mag je gratis bezoeken, maar we moeten wel bij de ingang door een metaaldetectorpoortje. In het jaar 431 werd tijdens de Concilie van Efeze Maria officieel erkend als de moeder van Christus, als bevestiging daarvan werden twee kerken gebouwd, waarvan de rijkelijk versierde Santa Maria Maggiore er dus één is (de andere staat in het Turkse Efeze). Alhoewel veel elementen van het bijzonder fraaie huidige gebouw later toegevoegd zijn, dateren het schip en de mozaïeken wel degelijk uit de vijfde eeuw en zijn de marmeren zuilen zelfs nog ouder, die komen wellicht uit een eerdere kerk die in de vierde eeuw op dezelfde plek stond. In de crypte van de kerk liggen onder meer kerkvader Hiëronymus van Stridon, de legendarische architect en beeldhouder Gian Lorenzo Bernini, paus Clemens VIII en een zus van Napoleon Bonaparte begraven.
Vanaf de basiliek hoeven we maar een minuutje of tien te lopen naar de volgende bestemming en dan kan ik na Chichen Itza, Petra en de Piramides van Giza weer een Wereldwonder afstrepen op mijn lijstje, als het machtige Colosseum voor ons opdoemt. Dit enorme stadion dat ooit plaats bod aan tot wel 80.000 toeschouwers staat al bijna tweeduizend jaar op deze plek. De bouw ervan begon in 72 en werd acht jaar later voltooid. Het gebouw, dat eigenlijk Amphiteatrum Flavium heet, is bijna vijftig meter hoog en heeft een omtrek van 527 meter. Als je vandaag de dag echt mooie foto’s van het Colosseum wil nemen, moet je je fotocamera wel een beetje selectief richten. Een deel van het gebouw staat in de steigers voor restauratiewerkzaamheden, verschillende delen zijn duidelijk zichtbaar herbouwd in recentere tijden en de hekken en afschermingen die er staan om de bezoekers in juiste banen te leiden zijn niet bepaald een verfraaiing. Dat neemt niet weg dat dit een bijzonder imposant monument is en niet eens alleen vanwege de afmetingen.
We hebben vooraf online kaartjes gekocht, dat is een beetje duurder dan het ter plaatse te doen, maar dan kun je wel de eventuele wachtrij voor de kassa omzeilen. Nu blijkt dat we dit eigenlijk niet hadden hoeven doen, bij de kassa staat maar een handjevol mensen. Alhoewel het Colosseum tegenwoordig een gezellige toeristische bestemming is, heeft het een meer dan gruwelijke geschiedenis. Van de eerste tot de zesde eeuw vonden hier, ter vermaak van de welgestelde Romeinen, gigantische aantallen mensen en wilde dieren op gruwelijke wijze de dood. Volgens historici werden binnen deze muren honderdduizenden mensen, misschien zelfs een half miljoen, afgeslacht in gladiatorengevechten, levend gevoerd aan de wilde dieren of op een andere mensonterende manier om het leven gebracht. Daarnaast kwamen hier ongeveer een miljoen dieren om het leven. Het terrein waarop al deze ellende plaatsvond, het is ongeveer net zo groot als een voetbalveld, ligt tegenwoordig open, waardoor de ruïnes te zien zijn van de gangen die er onderdoor liepen en die fungeerden als een soort “backstage”.
Rome2016 (20).JPGHet Forum Romanum en het Colosseum bevinden zich vlakbij elkaar en zijn daarom met één kaartje te bezoeken. Voor mensen die op zoek zijn de overblijfselen van het oude Rome is dit het absolute epicentrum, de plek die eeuwenlang het centrum van de stad was. Hier in een dal tussen de heuvels Capitool en Palatijn waren in de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk veel van de belangrijkste gebouwen van de stad te vinden. Van de glorieuze uitstraling die dit centrum ongetwijfeld had is niet veel meer over, maar de verzameling gebouwen en brokstukken spreekt desondanks nog bijzonder tot de verbeelding. Van de gebouwen en triomfbogen zijn er een aantal nog redelijk intact, terwijl anderen zijn vervallen tot een hoopje losse, overwoekerde stenen waar niet veel meer in te zien is. Dit historische stukje Rome, waarin ooit legendarische figuren als Caesar, Nero en Augustus rondliepen, lag eeuwenlang verborgen onder de grond nadat het verlaten was en in de loop der tijd bedolven werd onder aarde en vuil.
Rome2016 (43).JPG
We komen even verderop langs het Monument van Victor Emanuel II, dat in 1911 voltooid werd, vijftig jaar na het ontstaan van Italië. Het monument is een eerbetoon aan de in 1878 overleden eerste koning van het toenmalige koninkrijk. Onderdeel van het imposante witte gebouw is het Altaar van het Vaderland, waarbij een ongeïdentificeerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog begraven ligt. We klimmen naar het dak van het gebouw, wat gratis kan, waarna we een aardig uitzicht hebben over een deel van Rome. Het is mogelijk om met een lift nog hoger te komen, maar dat is een redelijk duur geintje.
Na het oversteken van de drukke weg voor het monument komen we even verderop bij een eettentje waar we gaan lunchen. Qua eten is Italië voor mij echt het beloofde land. Zelfs eenvoudige broodjes smaken hier gewoon een stuk beter dan doorgaans in Nederland. Toch best opmerkelijk dat je hier helemaal niet zoveel dikke mensen ziet. Nadeel is wel dat het geen goedkope lunch is. De prijs van onze broodjes valt nog mee, maar het flesje cola dat we er elk bijnemen is weer peperduur en de vrij forse fooi (één euro vijftig per persoon voor het brengen van een broodje en een flesje vind ik nogal makkelijk verdiend) wordt hier automatisch in rekening gebracht.
Het is nu nog maar een klein stukje lopen naar het Pantheon. Dit gratis te bezoeken gebouw met een gevel met zestien imposante zuilen en een enorme koepel werd in het jaar 125 voltooid als tempel en in de zevende eeuw geschonken aan Bonifatius IV, die er een kerk van maakte. Daardoor werd het Pantheon als één van de weinige Romeinse tempels niet afgebroken door de christenen. Omdat het altijd in gebruik gebleven is, is dit bovendien één van de best bewaard gebleven gebouwen uit het oude Rome. Binnen de muren liggen onder meer de beroemde kunstenaar Rafaël en de eerder genoemde koning Victor Emmanuel II begraven. Erg opvallend aan het gebouw is dat er een ronde opening met een diameter van bijna negen meter in het midden van de koepel zit (de grootste koepel ter wereld van ongewapend beton) en dat je dus in het midden niet droog staat als het regent. Tegenover het plein ligt het Piazza della Rotonda, waarop een meer dan drieduizend jaar oude Egyptische obelisk staat, één van de acht die verdeeld over Rome te vinden zijn.
Rome2016 (122).JPG
Vanaf hier is het niet ver lopen naar de Piazza Navona, ongetwijfeld één van de mooiste pleinen van de stad. Het dankt z’n langwerpige vorm aan het feit dat hier in de eerste eeuw na Christus een atletiekstadion stond, waarvan de atletiekbaan onbebouwd bleef en uiteindelijk een plein werd. In de zestiende eeuw kreeg het z’n huidige uiterlijk, na de bouw van de kerk Sant’Agnese in Agone en enkele fonteinen. De grootste fontein, de Fontana dei Quattro Fiumi, werd gemaakt door de legendarische beeldhouwer Bernini en bevat vier beelden die symbool staan voor de rivieren de Donau, de Ganges, de Nijl en de Rio de la Plata. De andere twee fonteinen zijn ontworpen door Giacomo della Porta.
Rome2016 (145).JPG
We lopen naar de Tiber, de rivier die door Rome stroomt. Bij de Porte Umberto I kunnen we aan onze linkerkant de Sint Pieter al zien, die we morgen gaan bezoeken. De straat bevindt zich hier een heel stuk hoger dan het water, met een trap kun je afdalen naar een pad langs de rivier. We doen dat, maar dit blijkt al snel geen aanrader: we komen langs een plaquette met een foto van een jongeman die hier blijkbaar is overleden en even verderop ligt een flinke hoop gebruikte injectienaalden. Bovendien stinkt het hier behoorlijk. We gaan dus maar snel weer naar boven.
Vervolgens lopen we naar de beroemde achttiende eeuwse Spaanse Trappen. Onderaan, op de Piazza di Spagna, staat de Fontana della Barcaccia, een in 1627 door Bernini gemaakte fontein in de vorm van een half gezonken boot, die vorig jaar volop in het nieuws was omdat Feyenoord-hooligans ‘m tijdens rellen beschadigden. Helaas zijn de Spaanse Trappen vandaag niet te zien; wegens werkzaamheden gaan ze schuil onder stukken zeil en achter afzettingen. De kerk Trinita dei Monti bovenaan kun je nog bereiken via de 135 treden van de smalle strookjes trap die aan de linker- en rechterkant open zijn gelaten. De Spaanse Trappen zijn te zien in films als ‘Roman Holiday’, ‘The Roman Spring of Mrs. Stone’, ‘Besieged’, ‘The Talented Mr. Ripley’ en ‘The Man From UNCLE’ en komen voor in liedjes van onder meer Bob Dylan, Marc Cohn, Toto en John Tesh, maar wat deze tredes dan zo speciaal maakt, kunnen we vandaag dus helaas niet zien.
Bovenaan, bij de Trinita dei Monti, gaan we linksaf. Terwijl we in de richting van El Mincio lopen, hebben we een prachtig uitzicht over vrijwel het hele centrum van Rome. De talloze eeuwenoude koepels en torens zorgen voor een prachtige skyline. En alhoewel het de hele dag droog is geweest, schijnen er felle zonnestralen tussen de wolken door die de indruk geven dat het zojuist droog is geworden na een flinke regenbui.
Rome2016 (184).JPG
Na een korte wandeling kijken we uit over het Piazza del Popolo. We gaan hier naar beneden en lopen even later over plein. Het historische plein wordt, geïnspireerd door het Sint Pieterplein, geflankeerd door twee halve cirkels. Dit is voor Rome een historische plek. Eén van de voornaamste wegen naar Rome kwam hier de stad binnen. En eeuwenlang, tot in de negentiende eeuw, vonden hier publieke executies plaats. Ook is hier een duizenden jaren oude Egyptische obelisk te vinden, die al in 10 voor Christus naar Rome gebracht werd en sinds de zestiende eeuw op dit plein staat.
We lopen de drukke winkelstraat Via del Corso in en gaan nu naar de Trevifontein. Eigenlijk pas voor het eerst vandaag komen we nu bij een toeristische attractie waarbij het echt behoorlijk druk is. De trappen die als een soort tribune om de fontein heen staan zijn gevuld met toeristen. Ook wemelt het hier weer van de verkopers die selfiesticks aan de man proberen te brengen, sowieso blijkt dat momenteel verreweg de meest favoriete koopwaar hier. Dat hier veel foto’s gemaakt worden is volstrekt logisch, de grote, tegen de statige gevel van het Palazzo Poli gebouwde fontein spreekt tot de verbeelding en is erg fotogeniek. De recentelijk gerestaureerde 26 meter hoge en 22 meter brede fontein werd ontworpen door Bernini maar pas vijftig jaar later daadwerkelijk gebouwd. In het barokke werk staat de zeegod Neptunus op een schelpvormige strijdwagen met paarden centraal, geflankeerd door enkele jonge zeegoden. Veel toeristen gooien hier muntjes in het heldere blauwe water. Aan het einde van elk jaar wordt al dit kleingeld uit de fontein gevist, dat schijnt circa een miljoen euro per jaar op te leveren. Het verhaal gaat dat wie hier met de rechterhand een muntje over de linkerschouder gooit zeker ooit terug zal komen in Rome. Grappig is dat veel mensen zich laten fotograferen terwijl ze een muntje achterover in het water gooien en daarna nog een paar keer alsof doen. Je wil natuurlijk wel optimaal op de foto staan, maar niet je halve portemonnee weggooien.
Rome2016 (213).JPGWe hebben na zoveel slenteren en zoveel bijzonders te hebben gezien nu wel honger gekregen en zoeken een restaurantje op. Na gisteren pizza te hebben gegeten moeten we nu natuurlijk aan de pasta. We zijn immers in Italië. In een rustig restaurantje niet ver van de Trevifontein probeer ik voor het eerst pasta al’arrabbiata (met tomaat, knoflook en pepers). Ik heb er meteen weer een favoriet gerecht bij, denk ik.
Als we klaar zijn met eten gaan we de straat weer op. Inmiddels is het donker, wel is de temperatuur nog steeds heel aangenaam. We gaan nog een keertje bij de Trevifontein kijken en gaan dan weer richting ons hotel. Onderweg passeren we het sfeervol verlichte Monument van Victor Emanuel II. Ongeveer daarnaast bevinden zich de ruïnes van het Forum Augustus, die vanaf de openbare weg te bekijken zijn. We zijn hier overdag al langs gekomen, maar toen hadden we de eerlijk gezegd nog niet zoveel oog voor deze resten van het ommuurde forum van keizer Augustus, de lange zuilengangen en de tempel van Mars Altor. Verlicht in het donker zien ze er echter indrukwekkend en mysterieus uit. Even later komen we ook weer langs het Colloseum.
Rome2016 (235).JPG
Vlakbij ons hotel, heel dicht bij de Santa Maria Maggiore, vinden we een reguliere supermarkt. Dat is wel prettig, we willen na ruim elf uur rondslenteren nu wel naar onze kamer maar het is te vroeg om al te gaan slapen, dus willen we wel wat drankjes en snacks halen. De talloze mini-supermarktjes hier zijn echter schrikbarend duur, €2,50 voor een blikje frisdrank is heel normaal, in deze grotere supermarkt gelden gelukkig wel normale prijzen. Om acht uur zijn we weer in onze kamer.

Dag 3: 9 januari 2016 – Vaticaanstad en Rome
Het ontbijt dat voor ons klaarstaat in de ontbijtruimte van het hotel is precies hetzelfde als gisteren. Ik neem nu alleen een kop koffie, ik haal straks wel wat te eten op het station. Het is dus maar een minuut of twee lopen naar het centrale station. Na daar alsnog m’n ontbijt te hebben gescoord (in Italië blijken zelfs de voorverpakte sandwiches beter te smaken dan in Nederland) zoeken we het metrostation op. Op zich is alles wat we willen zien in Rome makkelijk te voet te bereiken, maar om wat tijd te winnen nemen we nu voor één keertje de metro. We betalen €1,50 per persoon voor een ritje en stappen dan vlakbij de Vaticaanse Musea uit.
Het duurt niet lang voordat we zo’n beetje belaagd worden door mensen die ons een rondleiding door die musea aan willen smeren. We hebben al besloten dat we gewoon op eigen houtje rond gaan kijken, dus gaan we daar niet op in.
Bij de imposante muur die een deel van Vaticaanstad omringt treffen we een vrij flinke rij mensen. De entreeprijs voor de Vaticaanse Musea is €16, maar er lopen ook verschillende mensen rond met identiteitskaarten om de nek, die ons over proberen te halen om gebruik te maken van de optie om voor €33 direct naar binnen te gaan. Sommige mensen doen dit, wij vinden we het erg veel geld en bijten wel even door de zure appel heen. Uiteindelijk staan we een klein uurtje in de rij.
Alhoewel dit de Vaticaanse Musea genoemd worden, in meervoud dus, zijn de 54 zalen ervan met elkaar verbonden en hoef je maar één keer entree te betalen om ze allemaal te bezoeken.
Bij het betreden van de musea kan ik inmiddels nummer dertig invullen op mijn lijstje met bezochte landen. Met een oppervlakte van 44 hectare en ruim 800 inwoners (waarvan het merendeel een dubbele nationaliteit heeft) is Vaticaanstad het kleinste onafhankelijke landje ter wereld, maar een echt land desalniettemin. Het wordt volledig omringd door Rome en past bijna 100.000 keer in Nederland.
In de musea is een waanzinnige hoeveelheid kunst te vinden die in de loop der eeuwen door pausen gekocht is, die speciaal voor het Vaticaan vervaardigd is of die, zoals ze dat dan netjes zeggen, “veroverd” is. Onder de schilderijen, muurschilderingen, wandtapijten, beelden, vazen en andere waardevolle kunstwerken bevinden zich creaties van onder meer Leonardo da Vinci, Rafael en Michelangelo. Je moet een route van maar liefst zeven kilometer lopen om alles te kunnen zien, wat dus bijna niet te doen is in één dag, zeker niet omdat het hier eigenlijk bijna altijd druk is. Maar uiteraard kun je er ook zelf je eigen hoogtepunten uitpikken.
Rome2016 (294).JPGHet absolute hoogtepunt van de route is de vijftiende-eeuwse Sixtijnse Kapel. Dit is de ruimte waarin de kardinalen na het overlijden of aftreden van een paus samenkomen om de volgende paus aan te wijzen. De muren en plafonds zijn rijkelijk versierd, onder meer door Michelangelo, en je hoeft geen grote kunstkenner te zijn om verschillende delen van de schilderingen te herkennen. De afbeelding van God die Adam leven schenkt door met Zijn wijsvinger die van de eerste mens aan te raken is waarschijnlijk op elk denkbaar soort gebruiksvoorwerp al wel eens afgedrukt. Het is jammer dat je hier, in tegenstelling tot in de rest van de musea, geen foto’s mag maken. Verder is het hier verboden om te praten. Dat weerhoudt de beveiligers er echter niet van om luidkeels naar mensen te roepen waar ze wel en niet mogen lopen en om zo nu en dan hard “Silence!” te snauwen als het geroezemoes weer wat te hevig wordt.
Iets voor de middag lopen we weer naar buiten. Ons plan om vroeg te komen en de drukte voor te zijn blijkt toch niet zo heel slim te zijn geweest, er staat inmiddels helemaal geen rij meer. We lopen naar het Sint Pieterplein. Dit wereldberoemde plein stamt uit de zeventiende eeuw en werd ontworpen door Bernini. Het is 240 bij 340 meter en wordt omringd door 284 zuilen en 88 pilaren in vier rijen die samen twee halve cirkels volgen, die symbool staan voor de “moederlijke armen van de kerk”. Midden op het plein staat een veertig meter hoge obelisk die in het jaar 37 in opdracht van keizer Caligula vanuit Egypte naar Rome gehaald werd. Terwijl we op dit zeventiende-eeuwse plein aansluiten in de rij om de Sint-Pieter te gaan betreden, horen we de luide knal van het Kanon van Gianicolo op de heuvel Juniculum, dat dagelijks om twaalf uur afgeschoten wordt. Je hoeft geen entree te betalen om de Sint-Pieter in te gaan, wel moet je precies zoals op een vliegveld door een detectorpoortje lopen en je bagage door een scanner laten gaan.
De Sint-Pietersbasiliek is een erg imposant gebouw, zoals je ook mag verwachten. Het was tot 1989 de grootste kerk op aarde, het telt 395 beelden, 44 altaren en 135 mozaïeken en biedt met een oppervlakte van meer dan 15.000 m2 ruimte aan 60.000 mensen. De huidige Sint-Pieter werd in 1626 voltooid en was de vervanger van de oude Sint-Pieter uit 324. Deze werd gebouwd op de plek waar voorheen het Circus van Nero stond. In dit stadion werden veel vroege christenen geëxecuteerd, waaronder ook de apostel en eerste paus Petrus. Zijn graftombe bevindt zich tegenwoordig precies onder het hoofdaltaar van de basiliek. Verder zijn maar liefst 148 pausen, waaronder ook Johannes Paulus II, begraven in de crypte onder het gebouw. Deze is tegenwoordig tegen betaling te bezoeken. Ook de enorme koepel boven het altaar kan bezocht worden. Vanaf het dank kan dan uitgekeken worden over heel Vaticaanstad en een deel van Rome. Linda gaat wel naar boven, ik heb het niet zo op grote hoogtes en blijf beneden. Een kleine drie kwartier kijk ik vanaf de trappen voor de Sint-Pieter uit over het historische plein.
Rome2016 (340).JPGWe lopen via het Sint-Pietersplein, waarop de kerstboom en kerststal nog staan, Rome weer in. Bij een cafetaria aan de Tiber lunchen we. Wederom is eten vrij normaal geprijsd, maar is het drinken erg duur. We lopen door naar de Campo de’ Fiori, een erg schilderachtig en pittoresk plein waarop het markt is. Dit plein was in 1943 het decor van de gelijknamige klassieke speelfilm. Verder was dit in de jaren vijftig een zestig een verzamelpunt voor kunstenaars en schrijvers.
We steken weer een brug over de Tiber over en lopen de wijk Trastevere in. Deze prachtige, sfeervolle wijk wordt gekarakteriseerd door smalle, kronkelende straatjes met middeleeuwse huizen, talloze café’s en veel bloemen aan de muren. Trastevere is niet één van de grote trekpleisters van Rome en zal door veel toeristen overgeslagen worden, maar is toch een echte aanrader. Als je in Rome bent en de tijd hebt, dan moet je hier ook echt even naartoe. In het hart van de wijk ligt een plein, waar de Basiliek van Santa Maria in Trastevere staat. Deze staat op een plek waar zich waarschijnlijk al in de derde eeuw een christelijke kerk bevond, het fundament van de huidige kerk dateert uit de vierde eeuw, terwijl het merendeel van het gebouw stamt uit de twaalfde eeuw. Veel van de mozaïeken komen uit de dertiende eeuw. Volgens een inscriptie in de troon is dit de eerste kerk die gewijd werd aan de Maagd Maria, maar die claim wordt betwist. Het is hoe dan ook één van de oudste kerken in Rome.
Rome2016 (418).JPGHet is eigenlijk jammer dat het veel te vroeg is om al te gaan dineren, want in Trastevere wemelt het van de leuke restaurantjes en die zijn over het algemeen een aanzienlijk stuk goedkoper dan die in het centrum van de stad. Ook vinden we hier een erg leuk tweedehands boekenwinkeltje dat helemaal volgestouwd is met goedkope boeken, waarvan er ook veel Engelstalig zijn. Hier lopen we uiteraard niet zomaar voorbij.
We lopen nog wat verder, na drie dagen heel erg veel slenteren hebben we inmiddels allebei behoorlijk pijnlijke voeten gekregen. Onderweg passeren we het voormalige Circus Maximus. Ooit was dit een gigantisch stadion dat gebruikt werd voor de paardenrennen, op het hoogtepunt was hier plaats voor meer dan 150.000 toeschouwers. Na de zesde eeuw raakte het stadion in verval en werden de renbanen volgebouwd. Die gebouwen werden in de twintigste eeuw verwijderd door dictator Mussolini. Tegenwoordig is hier nog een heel klein gedeelte van de oude tribune te zien en verder weinig meer dan een langwerpige vlakte. Wel zijn hier ook in recentere jaren nog honderdduizenden mensen bijeen gekomen: in 2005 werd hier voor 200.000 bezoekers het Italiaanse gedeelte van het Live 8-evenement gehouden, in 2006 werd het Italiaanse voetbalelftal na het gewonnen WK hier gehuldigd voor naar schatting wel een miljoen mensen. Het is de bedoeling dat het Circus Maximus in de toekomst wat verder gerestaureerd zal worden om weer wat herkenbaarder te worden.
We komen wederom langs het inmiddels vertrouwde Colloseum, waar we even op een muurtje gaan zitten om wat te rusten en nog even wat rond te kijken. Daarna lopen we via dezelfde route als gisterenavond weer richting ons hotel. In de buurt daarvan zijn ook behoorlijk veel restaurants te vinden. We kiezen er eentje uit die er leuk uitziet en waar het eten erg goed en redelijk geprijsd is, al zijn de drankjes uiteraard wel weer behoorlijk duur. Na het eten gaan we nog even naar de supermarkt en op onze laatste avond in Rome moeten we uiteraard nog even een ijsje halen. Bij een ijssalon heel dicht bij ons hotel kopen we er elk één. Als we daarna in het vrijwel lege zaakje aan een tafeltje gaan zitten, krijgen we te horen dat dit niet de bedoeling is. Als we ons ijsje daar op hadden willen eten, dan hadden we blijkbaar meer moeten betalen.
Om zeven uur zijn we weer in ons hotel. Alhoewel er nergens een verwarming aan staat is het best warm in de kamer. Ik zie nergens airconditioning, dus vraag ik me af hoe het hier moet zijn op een hete zomerdag.

Dag 4: 10 januari 2016 – Van Rome naar Eindhoven
Diep in de nacht zijn we allebei wakker geworden door mensen die erg veel herrie aan het maken waren op de gang. ’s Ochtends gaan we naar de ontbijtruimte, waar Linda ontbijt neemt en ik alleen en kop koffie. Ik ga zo meteen wel weer een sandwich halen op het station. We checken alvast uit en vragen of we onze bagage wel nog ergens kwijt kunnen. Dat kan, maar vervolgens worden we simpelweg naar de ontbijtzaal verwezen. Daar mogen we onze weekendtas en rugzak neerzetten. We halen er dus toch maar even alle waardevolle spullen uit.
We lopen naar het station en gaan even uitzoeken waar we kaartjes kunnen krijgen voor de pendelbus naar het vliegveld. Dat lijkt ons toch wat veiliger, omdat die bus veel minder vaak blijkt te rijden dan we aanvankelijk dachten. We zoeken een tijdje, vragen het bij een informatiestand waar ze bepaald niet hulpvaardig blijken te zijn en komen dan uiteindelijk bij een café aan de achterkant van het station, waar het verkooppunt blijkt te zijn. Van een bijzonder chagrijnige mevrouw krijgen we te horen dat je alleen een kaartje voor de eerstvolgende bus kunt kopen en die moeten we nog niet hebben.
We hebben nog een beetje tijd en willen dus nog wel even een klein stukje Rome meepikken. Een behoorlijk macaber stukje, eigenlijk. Niet ver van het station is de Kapucijnderscrypte te vinden, een verzameling kapelletjes onder een kerk, die gedecoreerd zijn met de botten van 3700 monniken. Volgens ons gidsje van Rome bestaat de entree hier uit een vrije gift, maar aangekomen bij de ingang blijken ze tegenwoordig €8,50 per persoon te vragen. Dat vinden we teveel voor het krappe half uurtje dat we nog hebben. We besluiten maar weer terug te lopen naar het hotel om onze spullen op te pikken en daarna de bus te gaan halen.
Op de terugweg komen we nog over het zestiende-eeuwse plein Piazza Barberini. In het midden daarvan staat de Fontana del Tritone, een fontein gebeeldhouwd door, wie anders, Bernini. Luguber feitje over dit plein: tot in de achttiende eeuw werden lichamen van onbekende overledenen hier tentoongesteld, in de hoop dat iemand ze zou herkennen.
We komen in een verder troosteloze straat ook nog langs de San Carlo alle Quattro Fontane, een kerk die genoemd is naar de vier zeer fraaie zestiende-eeuwse fonteinen die het kruispunt van de Via de Quirinale en de Via delle Quattro Fontane omcirkelen. Even later stuiten we op de achterkant van de Santa Maria Maggiore. We halen bij ons hotel de bagage op en lopen weer naar het station. We kopen een kaartje voor de eerstvolgende pendelbus. We hebben geluk: die vertrekt over vijf minuten en is nog niet vol. Om tien voor tien zijn we weg.
Rome2016 (472).JPGOp het kleine vliegveld checken we in, waarna we nog even een broodje eten. Tegenover ons staat een vrouw met een klein kind. Ze heeft twee kleine flesjes wijn gekocht. Ze gooit de eerste in drie teugen achterover en stopt de tweede in haar zak. Het is elf uur ’s ochtends. Wellicht dat ze vliegangst heeft?
In de enige vertrekhal gaat het qua drukte met nogal extreme golven. Het ene moment zijn er twee keer zoveel mensen als stoeltjes, even later is er weer plaats genoeg. Iets na één uur stijgen we op, weer terug naar Nederland. Daar is het na een paar dagen in een T-shirt en een katoenen vest rond te hebben gelopen toch weer best koud…

Leave a comment »

126

Vrijdagavond 18 december 2015. Over een uurtje mogen we spelen in het Patronaat in Haarlem, nu lopen we met z’n allen naar de overkant van de straat om wat te gaan eten. Voor de ingang van de popzaal zie ik een ongeveer honderd meter lange rij mensen staan. Het zal voor niemand als een verrassing komen dat dit bij optredens van mijn bands nooit een gebruikelijk beeld geweest is. Je zou zoiets eerder verwachten bij, ik noem maar wat, Ronnie Flex en Lil’ Kleine. Die twee staan hier vanavond dan ook in een stijf uitverkochte grote zaal, wij mogen intussen in het voorprogramma van de lokale crossover-helden Brutal Obscenity ons ding doen in de redelijk gevulde kleine zaal.

Even later zitten we backstage. Er is een gang met vier kleedkamers. De twee ruimtes aan de linkerkant zijn voor de rappers die afgelopen zomer drie weken op één stonden in de Top 40 met ‘Drank en Drugs’, plus hun aanzienlijke entourage. In de twee kamers aan de rechterkant zitten wij met de andere bands die in de kleine zaal spelen. Het is niet zo moeilijk om te zien wie waar hoort. Links hebben ze petjes, gouden kettingen, norse blikken en vrouwen met bontjassen en met rokjes die korter zijn dan hun hakken. Rechts hebben we inhammen, grijze haren, bierbuiken en T-shirts van punk- en metalbands die op hun hoogtepunt waren toen Ronnie Flex en Lil’ Kleine nog geboren moesten waren.

Een medewerkster van het Patronaat baant zich op snelwandeltempo een weg tussen de mensen, flightcases, tassen en versterkers die de gang vullen. Zeggen dat ze een beetje een overspannen indruk maakt is als zeggen dat Lionel Messi best een aardig potje kan ballen. Ze heeft zojuist onze drummer toegesnauwd dat er backstage geen plaats meer is voor zijn spullen en dat hij ze maar ergens anders neer moet zetten. Nu snelt ze naar Lil’ Kleine en gaat slaafs door de knieën om een glas op te ruimen dat hij of één van zijn makkers kapot heeft laten vallen. Verschil moet er zijn.

Toch mogen we niet klagen. Mijn bands hebben vaak genoegen moeten nemen met een paar consumptiebonnen, een vergoeding waar nauwelijks de benzine van betaald kon worden en een bezemkast waarin we onze spullen kwijt konden. Naar onze maatstaven krijgen we vanavond goed betaald, er staan mandjes met snoep en zakjes chips klaar en de koelkast is goed gevuld met bier en fris. Er is zelfs, en dat is voor mij echt een zeldzaamheid, vooraf gevraagd wat onze wensen zijn voor op het podium. Ik heb doorgegeven dat ik geen rookmachines wil en dat ik op mijn monitorspeaker graag mijn eigen gitaar heel hard wil kunnen horen. Dat ik uiteindelijk in de rook sta en alles hoor behalve mezelf mag de pret niet drukken.

Enige tijd na ons optreden loop ik onze overvolle kleedkamer uit. Aan de andere kant van de gang is een hoop rumoer en flitsen de camera’s volop. Enkele tientallen opgewonden jongedames gaan ongetwijfeld zo meteen hun net gemaakte selfies met Lil’ Kleine op Instagram of Twitter zetten. Een meisje achter me is daar al mee bezig.
“Oh my god! Hij is zo fucking knap!” roept ze tijdens het typen.

Mijn wekker ging vanochtend om half zeven, ik heb een volledige dag gewerkt en ben daarna linea recta van Veghel naar Haarlem gereden. Chillen met bitches, drank en drugs laat ik nu graag aan anderen over. Beladen met twee gitaarkoffers, een versterkertop en een rugzak wurm ik me iets na elf uur stuntelend door de achterdeur van het Patronaat naar buiten. Een stuk of twintig mensen kijken verwachtingsvol om, bekijken me even en draaien vrijwel direct daarna teleurgesteld het hoofd weer weg, ik ben nou eenmaal niet de fucking knappe bekende rapper waar ze op stonden te wachten.

Mijn ambities zijn altijd bescheiden en realistisch geweest. Toen ik voor het eerst een gitaar om mijn nek hing was mijn intentie niet om ooit de wereld te veroveren. Ik had eigenlijk maar twee doelen: een keertje optreden voor publiek en een plaat of CD uitbrengen. Alles wat eventueel daarna nog kwam was een bonus.

Mijn optreden met Once I Cry in de Patronaat was mijn 126e en over een paar maanden gaan we een EP opnemen, wat dan mijn zevende plaat of CD zal worden. Dat zijn wat mij betreft een hele hoop bonussen.

Terwijl ik op het parkeerplaatsje achter het Patronaat in de auto stap om weer naar Eindhoven te rijden sluit ik niet uit dat ik een minstens zo’n goed gevoel over heb gehouden aan deze avond als Ronnie Flex en Lil’ Kleine.

PatronaatFoto: Theo Wapenaar

Leave a comment »

Vertrouwen in de mensheid

Het is niet zo moeilijk om je vertrouwen in de mensheid een beetje te verliezen.

129 Mensen gingen afgelopen vrijdag in Parijs een avondje uit en zullen nooit meer thuiskomen. Ze werden geëxecuteerd, volstrekt willekeurig en koelbloedig. Maximaal gestraft voor niets meer dan het feit dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren. Achteloos opgeofferd voor een statement dat iemand anders meende te moeten maken. Tientallen jaren van hun levens werden gestolen voor een zaak waar ze niets mee te maken hadden.

Nadat de (digitale) wereld in de dagen daarna rood, wit en blauw kleurde van de steunbetuigingen aan het Franse volk verschenen er hier en daar ook andere geluiden op de sociale media. Waar waren de Libanese vlaggetjes toen slechts één dag eerder 43 mensen opgeblazen werden in een voorstad van Beiroet? Waar waren de Russische vlaggetjes toen dertien dagen eerder 224 Russen die vanuit het Egyptische Sharm-el-Sheikh naar huis vlogen uit de lucht waren geknald? Waar waren de Turkse vlaggetjes toen ruim een maand geleden 102 Turken het slachtoffer werden van bomaanslagen in Ankara? Is een Frans leven dan meer waard dan een Libanees, Russisch of Turks leven? Is iets minder erg als het verder van je bed gebeurt?

Ik haat elke vorm van discriminatie. En voor mij is ieder mens even belangrijk, ongeacht ras of religie. Althans, dat hou ik mezelf altijd voor. Ik moet echter bekennen dat ik na de aanslagen in Parijs ’s nachts uit bed gegaan ben om in de woonkamer naar eindeloze herhalingen van het journaal te kijken. Terwijl ik die aanslagen in Libanon, Egypte en Turkije eigenlijk al weer min of meer vergeten was zodra de nieuwslezer door was gegaan naar het volgende onderwerp. Ik kan en wil dat niet goedpraten, maar blijkbaar zit dat toch in mijn menselijke aard.

Soms is het best moeilijk om je vertrouwen in de mensheid niet een beetje te verliezen.

Vanavond stapte ik uit de auto. Ik moest een paar boodschappen hebben en zou maar een paar minuutjes de Albert Heijn in hoeven gaan. Ik liep naar de parkeerautomaat en keek in mijn portemonnee. Ik zag dat ik geen kleinere muntjes had dan een euro en wist dat er geen wisselgeld uit het automaat komt. Ik overwoog mijn opties. Snel even naar de servicebalie lopen om geld te wisselen? Geen parkeerbonnetje halen en een boete riskeren? Of toch maar die euro in dat automaat gooien, terwijl tien cent eigenlijk voldoende zou zijn geweest? Een beetje met tegenzin koos ik voor het laatste.

Ik kwam bij de parkeerautomaat, haalde de euro uit mijn portemonnee en zag toen iets uit de gleuf steken waar het geld in moest. Iemand had blijkbaar de moeite genomen om een parkeerbonnetje dat nog een half uur geldig was uit zijn auto te halen, ermee naar het parkeerautomaat te lopen en het daar achter te laten voor de eerstvolgende wildvreemde die eventjes moest parkeren. Het stelde eigenlijk niets voor. Maar het maakte mijn dag toch een beetje goed.

Het is niet zo moeilijk om iemand’s vertrouwen in de mensheid een klein beetje te herstellen.

IMG_20151117_190246

Leave a comment »

Recensie: Johan Derksen en de Pioniers van de Nederpop @ Kattendans, Bergeijk, 8-10-2015

1902-johan_web

Johan Derksen slentert nonchalant het podium op. In zijn rechterhand heeft hij een microfoon, zijn linkerhand zit in zijn zak. Hij is hier om te doen waar hij bij het grote publiek bekend mee is geworden: tekst en uitleg geven, wat bij hem steevast gepaard gaat met ongenuanceerde meningen en het nodige gemopper. De nationale brombeer is er de man niet naar om dingen mooier te maken dan ze zijn. Ook nu niet. Derksen’s vaderlandse muzikale helden uit de jaren zestig komen niet meer aan de bak, er is voor hen geen circuit meer, zo klaagt de markante tv-persoonlijkheid tot zijn publiek. Daarom heeft hij er zelf maar een aantal “uit de bejaardentehuizen geplukt”, in de hoop dat ze gezamenlijk wél nog wat zaaltjes kunnen vullen. Dat is vanavond niet helemaal gelukt. Een halve eeuw geleden had de verzameling Nederlandse poppioniers die Derksen mee heeft genomen wellicht sporthallen kunnen vullen, vandaag blijkt zelfs theater De Kattendans in Bergeijk met 300 zitplaatsen een beetje te groot. Enkele tientallen stoelen zijn leeg gebleven. En van de mensen die er zitten is hooguit een dozijn te jong om de jaren zestig bewust mee te hebben gemaakt.

Jan de Hont is de eerste prominente gast die voor de “oudere jongeren” met begeleidingsband The Clarks een kort setje mag spelen met vier van de bekendste nummers uit zijn gloriejaren. De Hont was één van de eerste gitaarhelden van Nederland. Hij was lid van ZZ en De Maskers, begeleidde Neerlands Hoop en Boudewijn de Groot en speelde als sessiemuzikant op de hits van onder meer The Cats. Vandaag de dag is hij 73 en heeft hij de uitstraling van een vriendelijke opa. Het heeft iets aandoenlijks om hem te horen vertellen over ‘La Comparsa’, het meer dan een eeuw oude Cubaanse liedje dat begin jaren zestig dankzij De Hont een nederpopklassieker werd. Hij leerde het kennen in de jaren vijftig en vindt het nog steeds het mooiste liedje dat ooit gemaakt is, zo vertelt hij. Vervolgens laat hij het uit zijn antieke Vox-versterker schallen, net zo mooi als het klonk in zijn glorietijd als muzikant.

Veel mensen zullen het niet (meer) weten, maar de meest succesvolle Nederlandse band ooit, Golden Earring, had al verschillende grote hits gescoord voordat zanger Barry Hay in 1968 bij de groep kwam. Als The Golden Earrings haalden ze met zanger Frans Krassenburg met bijna elke single die ze uitbrachten de Nederlandse top tien. Krassenburg is in Bergeijk de volgende gast die pakweg een kwartiertje mag vullen met zijn inmiddels een halve eeuw oude muzikale hoogtepunten. De 71-jarige zanger is nog prima bij stem, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat het moeilijk is om voor te stellen dat Golden Earring met Krassenburg net zo groot zou zijn geworden als met Barry Hay. Daarvoor mist de Hagenees toch de uitstraling van zijn opvolger.

Tussen de korte sets van de Nederlandse poplegendes door, die door Derksen ingeleid worden met de nodige anekdotes, mogen The Clarks de gaten vullen. Het vijftal, waarvan de drie gitaristen en de bassist elk hun mannetje staan als zanger, speelt om het tijdsbeeld te schetsen klassiekers van onder meer Little Richard, The Everly Brothers, The Beatles en The Rolling Stones en van Nederlandse bands uit de jaren zestig waarvan vandaag geen leden aanwezig zijn, zoals Earth & Fire, Sandy Coast, The Hunters (een uitstekende uitvoering van ‘Russian Spy and I’, één van de allerbeste Nederlandse popliedjes ooit gemaakt), Shocking Blue, Q65, Cuby + Blizzards en The Outsiders.

Johan Donker Kaat, beter bekend als Johnny Kendall, is niet één van de bekendste artiesten die vandaag in de Kattendans staan, maar wel de beste entertainer van het stel. De mondige Amsterdammer scoorde in 1964 en 1965 een paar kleinere hitjes met zijn begeleidingsband The Heralds, daarna was zijn carrière een aaneenschakeling van gemiste kansen. Hij staat vandaag echter op het podium met de bravoure van een echte ster en het enthousiasme van een jonge hond. Bovendien is zijn stem op nummers als ‘St. James Infirmary’ en ‘See See Rider’ nog behoorlijk krachtig.

Een vreemde eend in de bijt is Joëlle Vierling. Ze is vanavond de enige vrouw op het podium, ze heeft geen hits op haar naam staan en is met haar 25 lentes jong genoeg om de kleindochter te kunnen zijn van bijna alle mannen die we vandaag voorbij zien komen. Ze mag het prachtige ‘True Love That’s A Wonder’ van Sandy Coast en een Earth & Fire-medley zingen. Alhoewel op Vierling’s vocale kwaliteiten niets aan te merken valt, voegt ze eigenlijk niets toe aan het programma.

Theo van Es, inmiddels een ietwat gezette en kalende 69-jarige, weet wél nog moeiteloos indruk te maken. De zanger van The Shoes met zijn karakteristieke, nasale, “zwarte” geluid is nog uitstekend bij stem en stopt zijn ziel en zaligheid in het kwartetje hits dat hij mag zingen. Daarbij zit, uiteraard, ook het geweldige ‘Na Na Na’ uit 1967.

De laatste gast is de 72-jarige Rudy van den Berg, bij het grote publiek bekend als Rudy Bennett. De Hagenees scoorde in de jaren zestig solo en met zijn band The Motions veertien top-veertighits. Met zijn dikke witte haar, grote bril, smalle postuur en rode schoenen ziet hij er een beetje uit als een tot leven gekomen stripfiguur. Hij zingt onder meer de grootste hit van The Motions, ‘Wasted Words’, een hele matige versie van één van mijn favoriete liedjes aller tijden, Tim Hardin’s ‘How Can We Hang On To A Dream’, en het lekkere ‘Long Hot Summer’, dat hij in 1975 uitbracht met Galaxy-Lin.

Zodra de show erop zit en het doek is gevallen gaan Linda en ik direct richting uitgang. Het is donderdagavond, het is al laat en we moeten morgen heel vroeg weer uit bed. The Clarks moeten een sprintje hebben getrokken, want ze staan in de bar van de Kattendans alweer vrolijk een cover van Them’s ‘Gloria’ te spelen.

We trekken de deur naar buiten open en kijken dan recht in de gezichten van Johan Derksen en Rudy Bennett, die blijkbaar dringend behoefte hadden aan nicotine.

We lopen door naar de auto. Achter me hoor ik iemand enthousiast “Hee, Johan!” roepen. De man die van mopperen en betweterig doen een carrière heeft gemaakt wordt opvallend genoeg bijna overal waar hij komt onthaald als een soort knuffelbeer. En vanavond heeft hij dat ook wel een beetje verdiend. Hij heeft een aantal generatiegenoten het podium geboden waar ze nog altijd op thuishoren.

Leave a comment »