Archive for Uncategorized

Londen

Dinsdag 6 november 2018

Veertig jaar oud worden is best een beetje speciaal. En voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn vriendin Linda ook best een speciaal cadeau. Dat mag ik nu, een kleine maand later, uit gaan pakken. We vliegen met drie vrienden naar Londen en gaan daar vanavond de Champions League-wedstrijd Tottenham Hotspur – PSV bezoeken in het legendarische Wembley Stadium. En morgen hebben we met z’n tweetjes nog een hele dag om door Londen te struinen.

’s Ochtends brengen we eerst de kinderen naar mijn ouders in Reusel, daarna nemen we met Celina, Werner en Ruud in Eindhoven de trein naar Schiphol. Celina heeft daar afgesproken met ene Henk, die ze kent uit een PSV-app. Hij zit toevallig in hetzelfde hotel als wij, heeft ervaring met Uber-taxi’s (wij niet) en wil, om de kosten te drukken, er wel eentje met ons delen in Londen. Henk is een vijftiger met een duidelijk Amsterdams accent, maar is toch echt PSV-supporter. Al veertig jaar zelfs, vertelt hij met enige trots. Iets voor één uur zijn we op London Luton Airport, één van de maar liefst zes vliegvelden in de regio Londen. Het is vanaf daar wel nog vijftig kilometer naar het centrum van de stad. Henk heeft via Uber (een app waarmee je in contact kunt komen met privéchauffeurs die de rit aanbieden die jij zoekt) een taxi met plaats voor zes passagiers geregeld.

Na een rit door de, zeker met dit grijze weer, wat troosteloze buitenwijken van Londen worden we op Princes Square afgezet bij het Palace Court Hotel. De naam van het hotel en het adres klinken aanzienlijk chiquer dan het onderkomen daadwerkelijk is. We hebben een vijfpersoons kamer, maar dat is eigenlijk meer een tweepersoonskamer waar ze een extra bed in hebben gepropt, plus nog eens twee bedden op een vide die zo dicht tegen het plafond zit, dat je er niet rechtop kunt staan. En het toilet is zo krap, dat de deur de toiletpot raakt als je ‘m open of dicht doet. Maar we hoeven hier alleen een nachtje te slapen, het geeft dus niet. Kort na het inchecken gaan we naar het vlakbij gelegen metrostation Bayswater. Van Ruud krijgen we twee Oyster-passen, vergelijkbaar met OV-chipkaarten. Als je hier tien pond op zet, kun je een dag lang onbeperkt met de metro reizen in Londen.

20181106_153911

We gaan eerst naar het Cumberland Hotel, waar medewerkers van PSV in de Ocean Room zitten om de vouchers om te wisselen voor de wedstrijdkaartjes voor vanavond. Daarna nemen we de metro naar Covent Garden. Vanaf het spoor kun je op twee manieren naar boven: met de lift, of met de trap. Bij de trap staat op de muur aangegeven dat er 193 treden te beklimmen zijn, het equivalent van vijftien verdiepingen. We nemen de trap. Opmerkelijk is dat achteraf niemand weet wie van ons hiervoor gekozen heeft, laat staan waarom. Bovengronds staat een grote groep PSV-supporters op straat alvast feest te vieren. Een bal wordt hoog door de lucht overgegooid door de menigte. Na een tijdje krijgt een politieagent de bal te pakken, waarna hij er met een grote grijns op zijn gezicht snel mee vandoor gaat. Hij wordt getrakteerd op een fluitconcert, gevolgd door een in koor gezongen “Vriend van de joden, hij is een vriend van de joden” (voor de voetballeken: “de joden” zijn in dit geval natuurlijk PSV’s aartsrivaal Ajax). We waren naar Covent Garden gegaan om ons te voegen bij onze vrienden Koen en Kris, maar die blijken net op het punt te staan om zelf te vertrekken (het was leuk geweest als we dat 193 treden eerder al hadden geweten).

20181107_154637

We nemen meteen de metro richting Wembley Stadium. Dit is heilige grond voor zowel voetbal- als muziekliefhebbers. Voetballegende Pelé noemde het “de kathedraal van het voetbal”. Er werden een WK- en een EK-finale en verschillende Europa Cup-finales gespeeld en het is al sinds mensenheugenis het thuis van de Engelse nationale ploeg en de finale om de FA Cup. Verder vond hier in 1985 het door bijna twee miljard mensen op TV bekeken Live Aid-evenement plaats. Daarnaast werden er concerten gegeven door onder meer Madonna, Queen, The Rolling Stones, Guns N’ Roses, David Bowie, Johnny Cash, The Who, Pink Floyd, Elton John, U2 en Eagles. Helaas is het originele Wembley in 2003 gesloopt en daarna vervangen door een volledig nieuw stadion, dat met 90.000 plaatsen het op één na grootste van Europa is, na het Camp Nou in Barcelona. In 1996 heb ik tijdens een schoolreis met de middelbare school het oude Wembley bezocht en daar een rondleiding gekregen. Ik herinner me dat toen verteld werd, dat de iconische twee torens een de voorzijde van het stadion een beschermde status hadden. Wat er ook met het stadion zou gebeuren, de torens zouden altijd blijven staan. Slechts zeven jaar later lagen ze dus al tegen de vlakte. Overigens is Wembley normaal gesproken niet het stadion van Tottenham Hotspur. De club speelt er tijdelijk, omdat het eigen stadion, White Hart Lane, vorig jaar gesloopt is en het nieuwe Tottenham Hotspur Stadium volgend jaar pas klaar is. PSV is daardoor nu de tweede Nederlandse club die op Wembley mag spelen (en de eerste in het nieuwe Wembley). De vorige was Ajax, toen het in 1971 de Europa Cup I-finale speelde tegen Panathinaikos.

20181106_183505

Met het moderne, fel verlichte Wembley al in zicht gaan we eerst wat eten bij een McDonald’s, die goed vol zit met supporters van zowel PSV als Tottenham Hotspur. Daarna willen we nog wel even wat drinken. We komen bij een bar, maar die is al vol. De portier verwijst ons naar de buren. Aan de bar van een Braziliaans restaurant staat supporters van beide clubs rustig een biertje te drinken en nemen wij er ook een paar. Daarna is het tijd om naar het stadion te gaan. Uitsupporters worden meestal weggestopt in een hoekje hoog in het stadion, maar we zitten nu in vak C, op de eerste ring, achter één van de doelen. Het vak zit al goed vol, maar we zijn op tijd om nog best goede plekken te bemachtigen. Uiteindelijk zit het vak met vijfduizend PSV-supporters helemaal vol en de sfeer is uitstekend. Er wordt ruim voor de wedstrijd al bijna onophoudelijk gezongen.

20181106_210315

De wedstrijd in poule B van de Champions League begint voor PSV perfect. Al na één minuut kopt Luuk de Jong een corner van Gaston Pereiro binnen: 0-1. PSV weet daarna met hard werken, wat kunst en vliegwerk en een fantastisch keepende Jeroen Zoet nog lang op voorsprong te blijven tegen de duidelijk betere thuisploeg. Maar laat in de wedstrijd slaat Harry Kane namens de Engelsen twee keer toe, in de 78e en 89e minuut, waarna PSV met lege handen achterblijft. PSV heeft er echter hard voor gestreden en wordt door het uitpubliek na de wedstrijd getrakteerd op een ovationeel applaus. Opvallend is dat het erg tamme thuispubliek vandaag amper te horen was. Eigenlijk alleen bij de twee goals van Tottenham. Elke keer als de Londense supporters even een klein beetje geluid voortbrachten, werd dat door het PSV-publiek beloond met een cynisch applausje, dat zegt eigenlijk wel genoeg. Het Wembley Stadium was vandaag ook maar voor de helft gevuld, met “slechts” 46.000 toeschouwers.

20181106_210433

Na de wedstrijd lopen we langs een groepje stewards die blijkbaar wel zin hebben in een opstootje en een beetje provoceren. Achteraf blijkt sowieso dat de stewards van Wembley geen schoonheidsprijs hebben verdiend vandaag. Tientallen PSV-supporters die tussen het Tottenham-publiek zaten zijn zonder pardon het stadion uitgezet. Onder hen ook de bekende misdaadverslaggever John van den Heuvel, de vader van PSV-keeper Jeroen Zoet en een jongetje van tien. Buiten het stadion kopen we een paar half-en-half-wedstrijdsjaals, als souvenirs. Vóór de wedstrijd vroegen de straatventers nog tien pond per stuk, nu kunnen we er vijf krijgen voor twintig pond. Daarna nemen we de metro terug naar het hotel.

Woensdag 7 november 2018

’s Ochtends om half acht gaan Celina, Werner en Ruud op weg naar het vliegveld om terug naar huis te gaan. Linda en ik hadden aanvankelijk dezelfde vlucht geboekt, maar hebben later toch gekozen voor een extra dagje Londen. Als je er dan toch bent, is het eigenlijk zonde om niet even de stad in te gaan. Bij ons hotel zit het ontbijtbuffet bij de prijs inbegrepen, dus maken we daar eerst maar even gebruik van. In de sfeerloze kelder staan enkele tafeltjes en stoelen en een lange tafel met sneetjes brood, gekookte eieren, wat beleg, melk, jus d’orange en koffie. Na het ontbijt gaan we weer naar metrostation Bayswater. Wegens stakingen blijven twee Londense metrolijnen vandaag gesloten en wellicht daardoor is het nu heel erg druk in de metro. We staan als sardientjes in een blik, sommigen mensen die in willen stappen zien daar zelfs vanaf, omdat het amper nog kan.

20181107_103050

We stappen uit bij de de klokkentoren van het Palace Of Westminster, beter bekend als de Big Ben (één van de favoriete wist-u-datjes van menig betweter: Big Ben is de naam van de grootste klok, niet van de toren zelf). De toren staat nu echter dusdanig in de steigers, dat er helemaal niets van de zien is. Voor restauratiewerkzaamheden is de Big Ben in 2017 voorlopig voor het laatst geluid, waarschijnlijk zal hij over een jaar of drie pas weer te horen zijn. We lopen verder, naar het Parliament Square. Hierop staat twaalf standbeelden, van onder meer Abraham Lincoln, Nelson Mandela, Mahatma Gandhi en Winston Churchill (op een door hemzelf uitgekozen plek). Rondom het plein staan enkele van de typisch Britse rode telefooncellen.

20181107_104824

We komen langs Downing Street. Op nummer 10 bevindt zich al sinds 1732 de ambtswoning van de Britse minister-president. Downing Street was lange tijd gewoon toegankelijk voor het publiek, maar sinds 1989 is de straat afgesloten met flinke hekken en veel bewaking. En niet geheel zonder reden: in 1991 vuurde de IRA drie mortierraketten af op 10 Downing Street. We komen bij Trafalgar Square, één van de bekendste pleinen van Londen. Hier springt vooral Nelson’s Column in het oog, een vijftig meter hoge zuil waarop een standbeeld staat van Horatio Nelson, een admiraal die leefde van 1758 tot 1805. Even verderop ligt één van de andere wereldberoemde pleinen van Londen, Piccadilly Circus. Hier brengen we ook een kort bezoekje aan. Centraal op het plein staat een fontein van de Griekse god Anteros, maar wellicht herkenbaarder nog zijn de grote lichtreclames op het gebouw ten noordwesten van het plein.

20181107_113010

We nemen de metro naar de Tower of London, die we alleen van buitenaf bekijken. Het oudste gedeelte van dit kasteel aan de rivier de Thames stamt uit de elfde eeuw. Het uiteindelijke gebouwencomplex is door de eeuwen heen onder meer gebruikt als fort, paleis, gevangenis, executieplaats en arsenaal. Er ligt dus heel veel geschiedenis. En vandaag de dag worden de Britse kroonjuwelen nog hier bewaard. Vlakbij ligt de misschien wel beroemdste brug ter wereld, de Tower Bridge, met z’n twee 65 meter hoge torens. Deze brug dateert uit het einde van de negentiende eeuw en is dus nog niet eens zo heel oud, maar het is wel één van de voornaamste bezienswaardigheden van de stad.

20181107_123306

We gaan lunchen bij een Subway en nemen dan de metro naar Covent Garden. In het centrum van deze wijk zijn enkele oude markthallen te vinden, waarin tegenwoordig winkeltjes, bars en restaurantjes zitten. Het is er erg gezellig en in één van de hallen kopen we wat souvenirtjes voor onszelf en de kinderen. Ondanks dat het pas begin november is, zijn de kerstdecoraties al volop aanwezig. We gaan wat drinken in de pub Punch & Judy, die stamt uit 1787 en een balkon heeft vanwaar je een mooi uitzicht hebt over een plein waarop een straatartiest een groepje voorbijgangers probeert te vermaken (je moet auditie doen om hier dat werk te mogen doen, er staan dus zeker geen beunhazen). Een biertje is wel vrij prijzig, we betalen bijna zeven pond voor een halve liter. Maar zoals in Engeland gebruikelijk krijg je dan wel een tot de rand toe gevuld glas.

20181107_142347

Vervolgens nemen we de metro naar Baker Street. Baker Street is om meerdere redenen bekend. In 1835 werd hier ’s wereld eerste wassenbeeldenmuseum van Madame Tussauds geopend. Van 1967 tot 1968 hadden The Beatles hier een kledingzaak, de Apple Boutique. In 1971 vond in deze straat een spectaculaire bankoverval plaats, die in 2008 verfilmd werd als ‘The Bank Job’. De Schotse singer-songwriter Gerry Rafferty verbleef hier in de jaren zeventig enige tijd in het appartement van een vriend en schreef naar aanleiding daarvan het prachtige liedje ‘Baker Street’, dat in 1978 een wereldwijde hit werd. En in de verhalen van Sir Arthur Conan Doyle woonde de legendarische fictieve detective Sherlock Holmes op 221B Baker Street (destijds gingen de huisnummers hier nog niet tot 221). Bij de ingang van het metrostation Baker Street staat daarom een standbeeld van Holmes. Hier op een steenworp vandaan staat Hotel Somerset, aan Dorset Square, waar we vannacht zullen slapen. Voor de zeventig euro die we hier betalen, is de kamer wel erg pover.

20181107_160653

We nemen na het inchecken de metro naar St. John’s Wood. Vanaf hier is het nog een klein stukje lopen naar Abbey Road. Hier ligt het wereldberoemde zebrapad waarop The Beatles in 1969 de hoesfoto voor hun naar deze straat genoemde album maakten. Het is ongetwijfeld één van de meest iconische platenhoezen uit de popgeschiedenis. In de 49 jaar die verstreken zijn sinds het verschijnen van dat album, staan er voortdurend toeristen bij dat zebrapad om die foto te reproduceren. Wat best lastig is, omdat het toch gewoon een drukke weg is. En de toeristen willen natuurlijk geen auto’s op de foto, maar omdat je nou eenmaal bij een zebrapad staat, stoppen de auto’s steeds wel voor je. Linda poseert even op het zebrapad. Daarna lopen we lang de Abbey Road Studio’s. De gevel ervan ziet er eigenlijk teleurstellend gewoontjes uit. Best een gek idee dat toch een aardig deel van mijn muziekcollectie hier opgenomen is. Veel van mijn favoriete artiesten hebben hier gewerkt: The Alan Parsons Project, Elliott Smith, Foo Fighters, Green Day, Madness, The Shadows, Midlake, Red Hot Chili Peppers, Al Stewart, The Zombies… De band die uiteraard het meest nadrukkelijk geassocieerd wordt met deze studio’s, The Beatles, heeft hier zelfs het overgrote merendeel van z’n discografie opgenomen. De studio (die nog volop in gebruik is) kan niet bezocht worden, wel zit ernaast een souvenirshop. Ze hebben er allerlei prullen met het Abbey Road Studios-logo, van chocoladerepen (met de opdruk “I walked the crossing and then I ate some chocolate”) tot gummen en van onderzetters tot notitieblokjes, maar ook CD’s en LP’s van The Beatles en Pink Floyd. We lopen terug naar het metrostation, in dat station ontdekten we een klein koffiezaakje dat tevens een Beatles-souvenirshop is. Daar kopen we twee Beatles-T-shirts voor Sam en Anne.

20181107_170906

We nemen de metro naar Oxford Street, een grote en gezellige winkelstraat. Ik ga naar de HMV, een grote platenzaak, Linda gaat naar de Disney-winkel aan de overkant van de straat, om te kijken of ze al wat sinterklaascadeau’s kan vinden. Ik loop de HMV weer uit met negen cd’s, dit bezoekje is dus wel een succes te noemen. Overigens speelde ook deze winkel een belangrijke rol in de Beatles-geschiedenis. Hier gaf Beatles-manager Brian Epstein in 1962 een demo van de band aan een kennis uit de muziekindustrie, die genoeg onder de indruk was om contact op te nemen met George Martin, die niet lang daarna de vaste producer van The Beatles zou worden. Overigens bevindt deze HMV (His Master’s Voice) zich op de locatie waar in 1921 de allereerste vestiging werd geopend van deze keten, die in de jaren negentig nog 320 vestigingen telde. Daar zijn er nu nog 128 van over. We gaan pizza eten bij de Spaghetti House, in Woodstock Street, een zijstraatje van Oxford Street. Op de rekening staat 12,5 procent fooi voor het gemak al bij de prijs inbegrepen. We nemen de metro terug naar Baker Street, kopen wat drankjes bij een buurtsuper en zoeken alvast naar de bushalte die we morgen moeten nemen. Die blijkt echt pal tegenover ons hotel te staan.

20181107_195832

Donderdag 8 november 2018

Na een korte en onrustige nacht gaat om half drie de wekker. Maar dat is niet eens nodig, we zijn toch al wakker. Nadat we ons op hebben gefrist en de laatste spullen in hebben gepakt (veel hebben we sowieso niet bij ons, elk alleen een rugzak) steken we de straat over. Daar staan al meer mensen. Er staat ook een medewerker van Stansted Airport, die alvast de passagierslijst van de bus doorneemt. Om 3.15 uur stappen we in een touringcar (kosten: tien euro per persoon) die ons naar het vliegveld brengt voor de terugreis.

Terwijl we ons door de donkere buitenwijken van Londen begeven, zoek ik op mijn iPod nog maar even ‘Baker Street’ van Gerry Rafferty op.

Advertenties

Leave a comment »

Oss

Ik denk dat iedereen die gisteren het nieuws hoorde of las zich wel even in hen heeft verplaatst.

In de leidster van een kinderdagverblijf die de pech heeft dat haar stint met vijf kinderen erin op hol slaat. Met vervolgens de nog grotere pech dat dit pal voor een spoorwegovergang gebeurt. En de extreme pech dat er net een trein aankomt.

In de treinmachinist die z’n duizenden kilo’s metaal op volle vaart op een kar met kleine kinderen af ziet denderen en niets meer kan doen. En die misschien hun laatste, bange blikken nog ziet voordat hij uit een reflex wegkijkt.

In de ouders die achterblijven in een huis met jasjes die nooit meer gedragen zullen worden, bedjes die nooit meer beslapen zullen worden, beertjes die nooit meer geknuffeld zullen worden, speelgoed dat voortaan opgeborgen blijft. Ouders die nog wel eens terug zullen denken aan hoe het ze ooit irriteerde dat de vloer bezaaid lag met dat speelgoed. Ouders die alles op zouden offeren om dat weer terug te krijgen.

Het drama dat zich gisteren voltrok in Oss raakte een zenuw bij mij, als vader van jonge kinderen die ook naar een kinderdagverblijf gaan. Meer nog dan al het andere nare nieuws dat we vrijwel dagelijks tot ons krijgen. Ik wilde het niet, maar het was moeilijk om het niet op mezelf te projecteren.

Vandaag kwamen op Twitter nog altijd de te verwachte reacties in grote getalen voorbij. Verdriet, onbegrip, steunbetuigingen. Hier en daar een eikel die het de leidster verweet dat ze niet “gewoon” haar stuur om had gegooid. En ouders die schreven dat ze gisterenavond zomaar even hadden staan kijken terwijl hun eigen kinderen sliepen. En dat ze hun kinderen nog meer knuffels en kusjes hadden gegeven dan normaal. Dat vond ik mooi. Een deel van al die knuffels en kusjes die de omgekomen kinderen eigenlijk nog tegoed hadden, kwamen zo indirect toch nog goed terecht.

Ik herkende de emoties. Ik zat gisteren op mijn werk best in m’n maag met het nieuws en wilde eigenlijk niets liever dan meteen naar huis rijden, de kinderen ophalen van het kinderdagverblijf en ze knuffelen zo lang als dat van ze mocht.

Dat laatste is exact wat ik gisterenavond meer dan eens heb gedaan. Omdat het kon.

Leave a comment »

De helft

20180912_173148(1)

Vrolijk loopt Anne met me mee naar de auto. Een stukje rijden vindt ze altijd leuk, evenals boodschappen doen. Haar tweelingzusje doorgaans ook. Maar als we bijna bij de auto zijn, stopt Anne. Ze kijkt naar ons huis. Ze roept “Sam?” en begint te huilen. Ik til haar op, loop terug en ga weer met haar naar binnen. In de woonkamer zet ik haar neer. Ze stopt met huilen. Maar als ik aanstalten maak om dan maar alleen naar de winkel te gaan, wil ze toch weer mee. En dat herhaalt zich enkele keren. Uiteindelijk zet ze door. Bij poging vier kijkt ze nog even vertwijfeld achterom naar de voordeur, maar loopt ze toch dapper naar de auto.

Onze dochters zijn altijd samen. Toen ze een paar maanden oud waren, is Sam twee of drie keer zonder haar zusje naar een kinderfysiotherapeut geweest in verband met de scheefgroei van haar hoofd, dat waren volgens mij de enige keren in hun tweejarige leventjes dat ze even niet op z’n minst in hetzelfde gebouw waren. Anne weet niet beter dan dat Sam altijd bij haar is, en andersom. Maar nu heb ik op de vraag of ze met papa mee willen gaan naar de Albert Heijn twee verschillende antwoorden gekregen.

Het voelt voor mij ook wel een beetje gek, van huis zijn met maar de helft van onze tweeling. Mijn jongste dochter heeft er inmiddels vrede mee. Ze zit vrolijk in het kinderzitje van het winkelwagentje, met een zak broodjes en een peperkoek in haar handen. En ik vind het eigenlijk wel wat hebben, heel eventjes alle aandacht kunnen richten op één kind. Ze hoeft papa nu niet met haar zus te delen en thuis heeft Sam eventjes mama (en al het speelgoed) voor zichzelf.

Veel plezier heeft Sam daar niet van. Bij thuiskomst krijg ik te horen dat ze toch wel erg verdrietig was. Maar nu Anne weer thuis is, is het goed.

De volgende ochtend hoor ik om zes uur gehuil. Ik ga kijken in de kinderkamer. Sam is half wakker en is haar tutje kwijt. Ik schijn met mijn telefoon in haar bed, vind het tutje en geef het aan haar. Met haar ogen nog dicht vraagt ze “Anne ook tutje?”. Ik schijn even op Anne. Ze ligt nog te pitten, met haar tut in de mond. “Anne heeft haar tut nog, schatje”, zeg ik. Sam draait zich om en gaat weer slapen.

Het lijkt me heerlijk om de helft te zijn van een tweeling…

Leave a comment »

1982

1982

Mijn vroegste herinneringen dateren van toen ik vier jaar oud was. Het zijn korte flarden die ik 35 jaar geleden in mijn hoofd op heb geslagen en die vrij helder zijn blijven hangen.

De peuterspeelzaal. Tegen de muur staat een grote rechthoekige houten kist, waarin het speelgoed bewaard wordt. Sommige kinderen zijn al opgehaald door hun ouders, mijn beste vriend Jeroen en ik nog niet. We gaan naar de kist en smijten al het speelgoed eruit. We gaan erin zitten en besluiten dat dit de pakjesboot van Sinterklaas is. Ik voel me nu een stuk dapperder dan een paar weken eerder. Toen was ik in huilen uitgebarsten bij een bezoek van Sinterklaas en Zwarte Piet aan de peuterspeelzaal. Ik snapte dat ook niet zo goed. De levensgrote kartonnen Zwarte Piet die al weken in het klaslokaal stond vond ik helemaal niet zo eng.

De kleuterschool. In de pauze gaan we regelmatig voetballen. Ik snap het spel nog niet echt. Waarom moeten we nou met de bal naar hún goal? We hebben toch zelf ook een goal, waarom proberen we de bal niet gewoon dáár in te schoppen? En een goal “maken”, hoe gaan we dat dan doen? Waar halen we een hamer, spijkers, twee palen en een lat vandaan? Afijn, als we weer naar binnen moeten, vraag ik aan een klasgenootje hoeveel het geworden is. Mijn vader is voetballiefhebber en wil altijd uitslagen weten. Deze zal hij dan vast ook interessant vinden. Terug in het klaslokaal scheur ik een hoekje af van een vel papier en schrijf daar de uitslag op, zodat ik ‘m niet zal vergeten. Daar maak ik een gewoonte van. Na een tijdje wordt de klas vermanend toegesproken door de juffrouw, die nu toch eens wil weten wie steeds een hoekje afscheurt van die grote, dure vellen gekleurd knutselpapier.

De slaapkamer van mijn neef Tim. Deze herinnering kan ik een exacte datum geven: vrijdag 5 augustus 1983. Mijn broer Roel en ik logeren hier, omdat bij mijn moeder de weeën zijn begonnen. Zoals in die tijd vrij gebruikelijk weten mijn ouders nog niet of ze een meisje of voor de derde keer een jongen krijgen. Ze hebben me al verteld welke namen ze bedacht hebben. De jongensnaam, Ben, vind ik leuk, maar met de meisjesnaam, Elske, ben ik het helemaal niet eens. Mijn ouders hebben mijn protesten echter in de wind geslagen. Een eventueel zusje gaat Elske heten, punt uit. En dat is waarom ik vurig hoop op nog een broertje. Mijn tante Annelies komt de slaapkamer binnen, met het nieuws dat Ben is geboren. Roel en ik beginnen vrolijk op het bed te springen. Een jongen, geen Elske. Net goed!

Nogmaals de peuterspeelzaal. Boos kijk ik naar mijn bakje gemengd fruit. Ik heb een appel meegekregen van thuis. Maar al het meegenomen fruit hebben we in moeten leveren, dat is vervolgens op een hoop gegooid, in stukjes gesneden en verdeeld. Ik vind het maar niks. Wat doen die andere kinderen met míjn appel?

Ik werd vier jaar oud in 1982. Uit dat jaar stammen mijn vroegste herinneringen.

Een tijdje geleden was ik aan het bladeren door een boek met feitjes uit de Top 40. Er viel me iets op. Van mijn geboortejaar 1978 tot 1981 zijn heus wel nummers gemaakt die ik leuk vind. Maar 1982 is anders. In dat jaar stonden liedjes in de Top 40 waar ik nu écht een beetje weemoedig van word. Die me hetzelfde gevoel geven als bladeren door mijn oude fotoalbums. ‘I Won’t Let You Down’ van PhD. ‘Maid of Orleans’ van OMD. ‘De Bom’ van Doe Maar. ‘Words’ van FR David. ‘I’ll Find My Way Home’ van Jon & Vangelis. ‘Golden Brown’ van The Stranglers. Voor mij hebben die liedjes iets magisch. Thuis stond overdag altijd de radio aan en blijkbaar hebben die nummers heel vroeg al indruk op me gemaakt. Ze zijn nu de soundtrack van mijn vroegste herinneringen.

Mijn dochters zijn nu bijna twee. Wellicht gaan over een jaar of twee ook hun vroegste herinneringen beginnen. Ik vind het best spannend om daar een rol in te gaan spelen. Ik ga in elk geval m’n best doen om te zorgen dat er dan veel goede muziek te horen is in huis.

Comments (1) »

Jesse-Owens-Allee

20180705_135659.jpg

Berlijn, donderdag 5 juli 2018, iets na twaalf uur ’s middags. Linda en ik hebben net onze kaartjes voor het concert van Pearl Jam in de Waldbühne opgehaald en hebben nog wat uurtjes te doden voordat we in de rij gaan staan voor een goed plekje. We besluiten om naar het vlakbij gelegen Olympiastadion te lopen, in de hoop dat we daar even binnen kunnen kijken. We worden niet teleurgesteld, we kunnen een rondleiding nemen met gids.

Het Olympiastadion is tegenwoordig één van de meest voorname voetbalstadions van Europa. Er werd in gespeeld tijdens de WK’s van 1974 en 2006. Twaalf jaar geleden vond hier bovendien de finale plaats, tussen Frankrijk en Italië, de wedstrijd waarin Zinédine Zidane een rode kaart kreeg voor een kopstoot op de borst van Marco Materazzi. En in 2015 vond in dit stadion de Champions League-finale plaats, tussen Barcelona en Juventus.

Maar veel belangrijker nog is dat hier de Olympische Zomerspelen van 1936 gehouden werden. Deze editie is een zwart hoofdstuk in de geschiedenis van de Spelen, omdat de in 1934 aan de macht gekomen Duitse leider Adolf Hitler het evenement naar zich toetrok en stevig misbruikte voor propagandadoeleinden. Joden en niet-blanken werden ontmoedigd om deel te nemen, omdat het toch wel de bedoeling was dat de wereld te zien kreeg dat de Ariërs, de zogenaamde Übermenschen, superieur waren.

De grote held van deze Spelen werd Jesse Owens. Hij won goud op de honderd meter, de tweehonderd meter, de vier keer honderd meter estafette en bij het verspringen. En Jesse Owens was geen grote, brede Duitser met een blonde kuif en staalblauwe ogen. Hij was een zwarte Amerikaan. Hitler liet het uiterlijk niet blijken, hij wilde als een wolf in schaapskleren toch nog een beetje de schijn ophouden, maar hij zal dit ongetwijfeld verschrikkelijk hebben gevonden. Zijn propagandaminister Joseph Goebbels schreef in elk geval in zijn dagboek dat “de blanke mensheid zich zou moeten schamen”. Om daar “o, was de Olympiade eindelijk maar voorbij!” aan toe te voegen.

Tijdens onze rondleiding brengt onze gids ons ook naar het VIP-terras van het stadion. Hier zitten tegenwoordig de bestuursleden van Hertha BSC, de voetbalclub die sinds 1963 z’n wedstrijden in dit stadion afwerkt. Maar 82 jaar geleden was dit de plek vanwaar Der Führer “zijn” Spelen gadesloeg. De aanwezigheid van dit balkon leverde een moreel dilemma op toen het Olympiastadion begin deze eeuw grondig verbouwd werd. Want wat doe je met wat ooit het ereplekje was van één van de meest gehate figuren uit de geschiedenis? Vernietig je dat, om de herinnering een beetje uit te wissen? Of behoud je het, om z’n historische waarde?

Hitler’s balkon mocht blijven. Maar de omheining is nu zo geplaatst, dat niemand nog op de plek van de dictator kan zitten. Anno 2018 is het een leeg en nutteloos uitsteeksel van het ereterras van het Olympiastadion. Ik vind het wel passend zo.

Wat later lopen we weer terug naar de Waldbühne. Als we het stadion achter ons laten, zie ik een straatnaambordje. De straat waaraan het epicentrum van de Olympische Spelen van 1936 staat, heet vandaag de dag de Jesse-Owens-Allee. Vernoemd naar die Afro-Amerikaan, een kleinzoon van een voormalige slaaf uit Alabama, die de grote held was op wat eigenlijk het feestje van de nazi’s had moeten worden. Hitler had het eens moeten weten… En wat zou Goebbels hier over hebben geschreven in zijn dagboek?

Je schiet er weinig mee op. Je brengt er geen enkele van de circa 65 miljoen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog mee terug. Maar ik vond die straatnaam een mooie schop na richting de nazi’s. Ik weet zeker dat ze zelfs in al die WK- en Champions League-wedstrijden in het Olympiastadion nooit een mooiere trap gezien hebben.

Leave a comment »

Sjors

33944640_1697536523665531_3535435315051233280_o

28 Mei 2018, iets na negen uur ’s ochtends. Ik sta met Linda en onze dochters op Eindhoven Airport in de rij om in te checken voor een vlucht naar Malaga. Mijn telefoon trilt in mijn zak. Ik lees het binnengekomen bericht van mijn moeder.
“We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”.

Ik heb niet echt iets met honden. Ik hoef ze niet om me heen te hebben. Sjors was wel een uitzondering. Hij was een Yorkshire Terrier die volgens de kenners een beetje mislukt was, maar die er eigenlijk veel leuker uitzag dan de zogenaamd wél goed gelukte “Yorkies”. Hij was net wat stoerder. Nét wat minder zo’n truttig schoothondje.

Mijn moeder kreeg Sjors op 6 oktober 2004 cadeau voor haar vijftigste verjaardag. Ik woonde toen nog thuis. Ik vond het behoorlijk wennen, zo’n hyperactieve pup over de vloer die extreem veel aandacht nodig had en soms nog poepte in de woonkamer.

Toch wist Sjors me wel een beetje in te pakken. Als mijn ouders op vakantie waren, dan zat ik vaak met hem opgescheept. En het was wel duidelijk dat het een intelligent beestje was. Kwamen mijn vader en moeder na twee weken weer thuis, dan voelde hij dat al aan voordat ze hun auto goed en wel geparkeerd hadden. Dan stuiterde hij door het huis. Regelden ze voor hem een afspraak bij de hondenkapper, dan vond hij het briefje met het tijdstip en adres in de handtas van mijn moeder en scheurde hij het in tientallen stukjes. Terwijl hij normaal eigenlijk nooit iets kapot maakte.

Op latere leeftijd werd Sjors wat meer een meubelstuk. Wel aanwezig, maar steeds een beetje luier. Als ik bij mijn ouders op bezoek kwam, wilde hij steevast een paar minuutjes geaaid worden. Als ik dat naar tevredenheid had gedaan, sjokte hij weer naar de bank toe, om neer te ploffen naast mijn vader of moeder. Voor de wandeltochtjes die mijn vader vier of vijf keer per dag met hem maakte, werd hij steeds een beetje minder enthousiast.

Mijn dochters vonden Sjors een beetje eng. Wat ik best begrijp. Een beest dat ongeveer net zo groot is als jij, behoorlijk harig, met flinke tanden, dat is best een dingetje. Vooral als het zo’n beetje de enige hond is waar je ooit mee geconfronteerd wordt. Maar Sjors gedroeg zich om Sam en Anne heen altijd als een echte gentleman. Hij was nieuwsgierig, maar hield voldoende afstand en leek aan te voelen dat die kleine mensjes hem een beetje eng vonden. Dus liep hij met een boogje om ze heen.

Ik weet nog dat ik een beetje baalde toen mijn moeder veertien jaar geleden Sjors kreeg. Zo’n poepend stuiterballetje in huis. Hoe lang zouden we daar mee opgescheept zitten? Een jaar of tien, vijftien? Ik vond dat een vermoeiend vooruitzicht.

Ik ben dus niet zo iemand die een huisdier ziet als een echt gezinslid. Maar toch vond ik het best een beetje pittig. “We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”. En dat was het dan. Tot nooit meer ziens.

Enkele weken later zat ik weer bij mijn ouders thuis, in mijn vaste stoel. Het was toch wel heel gek dat er voor het eerst in veertien jaar geen hondje rondliep dat even geaaid wilde worden.

Leave a comment »

Met een laken en een lampenkap

EK1988

Zaterdag 25 Juni 1988 is een dag die nog vrij helder in mijn geheugen zit. Ondanks dat ik toen pas negen jaar oud was. Ondanks dat het volgende week al dertig jaar geleden is.

Met het gezin gingen we die dag eerst naar de bouwmarkt in Bladel en daarna naar de supermarkt in Reusel. Ik herinner me nog dat er een vrolijk soort spanning in de lucht hing. Mijn ouders kwamen bekenden tegen, zoals dat gaat als je in een dorp woont en boodschappen doet. De gesprekken gingen alleen maar over de finale van het EK die het Nederlands Elftal die dag zou gaan spelen tegen de Sovjet-Unie. Zou na de verloren WK-finales van 1974 en 1978 driemaal toch scheepsrecht zijn?

De wedstrijd keken we thuis. Vader, moeder, ik en mijn twee jongere broers. Om half vier was het zover. Commentator Theo Reitsma zei iets over Vasili Rats, die in de poulewedstrijd nog namens de Sovjet-Unie tegen Nederland had gescoord. Ik zei dat ze hem dan maar verrot moesten schoppen. Dat leverde me een berisping op van mijn moeder.

Nederland kwam op 1-0 via een kopgoal van Ruud Gullit. Optimistisch gingen we de rust in. In de studio van NOS werd met publiek erbij het één en ander geanalyseerd. Het leek wel een uur te duren. Mijn moeder moest ons enthousiasme een beetje temperen, om bij een eventuele nederlaag niet met ál te teleurgestelde kinderen te zitten. Dat bleek niet nodig. Keeper Hans van Breukelen veroorzaakte een penalty, maar stopte die ook. Met één van de mooiste goals die ooit gemaakt is op een eindtoernooi bepaalde Marco van Basten de eindstand op 2-0 (Reitsma: “Wat een goal! Wat een schitterend doelpunt zeg. Ja, niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt in die hoek daar. Niet te geloven… Wat een weergaloos doelpunt!”).

Ik moest vervolgens ergens naartoe met mijn enthousiasme. We woonden in de Kievitstraat in Reusel, een straat die rondom een speeltuin ligt. Daar waren overdag altijd wel wat kinderen te vinden. Daar ging ik naartoe en trof ik leeftijdsgenoten die ook de finale hadden gezien. We moesten de overwinning vieren. We spraken af dat we snel even naar huis zouden gaan, alles mee zouden nemen wat oranje was en dat we binnen vijf minuten weer af zouden spreken bij de glijbaan.

Even later gingen we joelend op pad door de buurt. Met zes, zeven jongens en een bolderkar. Met oranje shirts, oranje slingers, oranje sjaals, een oranje laken en een oranje lampenkap. Iedereen die we tegenkwamen was vrolijk. Elke reactie was positief. Een man die zijn auto stond te wassen, ging snel even naar binnen om confetti te halen. In ons enthousiasme staken we zelfs de Groeneweg over. Dat mocht ik eigenlijk niet zonder toestemming. Maar ja. Je leeft maar één keer.

En het Nederlands Elftal won tot op de dag van vandaag maar één eindtoernooi. Het EK van 1988.

Die dag is mij bijgebleven als één van mijn mooiste jeugdherinneringen. De opstellingen, uitslagen en doelpuntenmakers van het Nederlands Elftal tijdens dat EK dreun ik nog steeds moeiteloos op. Voor alle spelers van dat team heb ik nog steeds een zwak. Net als voor de hits van die tijd. ‘Perfect’ van Fairground Attraction. ‘Stop Loving You’ van Toto. ‘Beds Are Burning’ van Midnight Oil. En uiteraard ook ‘Wij Houden van Oranje’ van André Hazes.

Sindsdien heeft het Nederlands Elftal dus nooit meer een EK of WK gewonnen. Soms kwamen we heel dichtbij, soms iets minder dichtbij, soms deden we niet eens mee. Maar uiteindelijk draaide het elke keer toch weer uit op een teleurstelling.

Een teleurstelling, omdat je als voetballiefhebber je land graag een hoofdprijs wil zien winnen. En voor mij ook omdat ik elke keer hoopte om een heel klein beetje weer het gevoel te krijgen van die dag waarop we met een laken en een lampenkap de Groeneweg overstaken.

Leave a comment »