Archive for Uncategorized

Sjors

33944640_1697536523665531_3535435315051233280_o

28 Mei 2018, iets na negen uur ’s ochtends. Ik sta met Linda en onze dochters op Eindhoven Airport in de rij om in te checken voor een vlucht naar Malaga. Mijn telefoon trilt in mijn zak. Ik lees het binnengekomen bericht van mijn moeder.
“We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”.

Ik heb niet echt iets met honden. Ik hoef ze niet om me heen te hebben. Sjors was wel een uitzondering. Hij was een Yorkshire Terrier die volgens de kenners een beetje mislukt was, maar die er eigenlijk veel leuker uitzag dan de zogenaamd wél goed gelukte “Yorkies”. Hij was net wat stoerder. Nét wat minder zo’n truttig schoothondje.

Mijn moeder kreeg Sjors op 6 oktober 2004 cadeau voor haar vijftigste verjaardag. Ik woonde toen nog thuis. Ik vond het behoorlijk wennen, zo’n hyperactieve pup over de vloer die extreem veel aandacht nodig had en soms nog poepte in de woonkamer.

Toch wist Sjors me wel een beetje in te pakken. Als mijn ouders op vakantie waren, dan zat ik vaak met hem opgescheept. En het was wel duidelijk dat het een intelligent beestje was. Kwamen mijn vader en moeder na twee weken weer thuis, dan voelde hij dat al aan voordat ze hun auto goed en wel geparkeerd hadden. Dan stuiterde hij door het huis. Regelden ze voor hem een afspraak bij de hondenkapper, dan vond hij het briefje met het tijdstip en adres in de handtas van mijn moeder en scheurde hij het in tientallen stukjes. Terwijl hij normaal eigenlijk nooit iets kapot maakte.

Op latere leeftijd werd Sjors wat meer een meubelstuk. Wel aanwezig, maar steeds een beetje luier. Als ik bij mijn ouders op bezoek kwam, wilde hij steevast een paar minuutjes geaaid worden. Als ik dat naar tevredenheid had gedaan, sjokte hij weer naar de bank toe, om neer te ploffen naast mijn vader of moeder. Voor de wandeltochtjes die mijn vader vier of vijf keer per dag met hem maakte, werd hij steeds een beetje minder enthousiast.

Mijn dochters vonden Sjors een beetje eng. Wat ik best begrijp. Een beest dat ongeveer net zo groot is als jij, behoorlijk harig, met flinke tanden, dat is best een dingetje. Vooral als het zo’n beetje de enige hond is waar je ooit mee geconfronteerd wordt. Maar Sjors gedroeg zich om Sam en Anne heen altijd als een echte gentleman. Hij was nieuwsgierig, maar hield voldoende afstand en leek aan te voelen dat die kleine mensjes hem een beetje eng vonden. Dus liep hij met een boogje om ze heen.

Ik weet nog dat ik een beetje baalde toen mijn moeder veertien jaar geleden Sjors kreeg. Zo’n poepend stuiterballetje in huis. Hoe lang zouden we daar mee opgescheept zitten? Een jaar of tien, vijftien? Ik vond dat een vermoeiend vooruitzicht.

Ik ben dus niet zo iemand die een huisdier ziet als een echt gezinslid. Maar toch vond ik het best een beetje pittig. “We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”. En dat was het dan. Tot nooit meer ziens.

Enkele weken later zat ik weer bij mijn ouders thuis, in mijn vaste stoel. Het was toch wel heel gek dat er voor het eerst in veertien jaar geen hondje rondliep dat even geaaid wilde worden.

Advertenties

Leave a comment »

Met een laken en een lampenkap

EK1988

Zaterdag 25 Juni 1988 is een dag die nog vrij helder in mijn geheugen zit. Ondanks dat ik toen pas negen jaar oud was. Ondanks dat het volgende week al dertig jaar geleden is.

Met het gezin gingen we die dag eerst naar de bouwmarkt in Bladel en daarna naar de supermarkt in Reusel. Ik herinner me nog dat er een vrolijk soort spanning in de lucht hing. Mijn ouders kwamen bekenden tegen, zoals dat gaat als je in een dorp woont en boodschappen doet. De gesprekken gingen alleen maar over de finale van het EK die het Nederlands Elftal die dag zou gaan spelen tegen de Sovjet-Unie. Zou na de verloren WK-finales van 1974 en 1978 driemaal toch scheepsrecht zijn?

De wedstrijd keken we thuis. Vader, moeder, ik en mijn twee jongere broers. Om half vier was het zover. Commentator Theo Reitsma zei iets over Vasili Rats, die in de poulewedstrijd nog namens de Sovjet-Unie tegen Nederland had gescoord. Ik zei dat ze hem dan maar verrot moesten schoppen. Dat leverde me een berisping op van mijn moeder.

Nederland kwam op 1-0 via een kopgoal van Ruud Gullit. Optimistisch gingen we de rust in. In de studio van NOS werd met publiek erbij het één en ander geanalyseerd. Het leek wel een uur te duren. Mijn moeder moest ons enthousiasme een beetje temperen, om bij een eventuele nederlaag niet met ál te teleurgestelde kinderen te zitten. Dat bleek niet nodig. Keeper Hans van Breukelen veroorzaakte een penalty, maar stopte die ook. Met één van de mooiste goals die ooit gemaakt is op een eindtoernooi bepaalde Marco van Basten de eindstand op 2-0 (Reitsma: “Wat een goal! Wat een schitterend doelpunt zeg. Ja, niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt in die hoek daar. Niet te geloven… Wat een weergaloos doelpunt!”).

Ik moest vervolgens ergens naartoe met mijn enthousiasme. We woonden in de Kievitstraat in Reusel, een straat die rondom een speeltuin ligt. Daar waren overdag altijd wel wat kinderen te vinden. Daar ging ik naartoe en trof ik leeftijdsgenoten die ook de finale hadden gezien. We moesten de overwinning vieren. We spraken af dat we snel even naar huis zouden gaan, alles mee zouden nemen wat oranje was en dat we binnen vijf minuten weer af zouden spreken bij de glijbaan.

Even later gingen we joelend op pad door de buurt. Met zes, zeven jongens en een bolderkar. Met oranje shirts, oranje slingers, oranje sjaals, een oranje laken en een oranje lampenkap. Iedereen die we tegenkwamen was vrolijk. Elke reactie was positief. Een man die zijn auto stond te wassen, ging snel even naar binnen om confetti te halen. In ons enthousiasme staken we zelfs de Groeneweg over. Dat mocht ik eigenlijk niet zonder toestemming. Maar ja. Je leeft maar één keer.

En het Nederlands Elftal won tot op de dag van vandaag maar één eindtoernooi. Het EK van 1988.

Die dag is mij bijgebleven als één van mijn mooiste jeugdherinneringen. De opstellingen, uitslagen en doelpuntenmakers van het Nederlands Elftal tijdens dat EK dreun ik nog steeds moeiteloos op. Voor alle spelers van dat team heb ik nog steeds een zwak. Net als voor de hits van die tijd. ‘Perfect’ van Fairground Attraction. ‘Stop Loving You’ van Toto. ‘Beds Are Burning’ van Midnight Oil. En uiteraard ook ‘Wij Houden van Oranje’ van André Hazes.

Sindsdien heeft het Nederlands Elftal dus nooit meer een EK of WK gewonnen. Soms kwamen we heel dichtbij, soms iets minder dichtbij, soms deden we niet eens mee. Maar uiteindelijk draaide het elke keer toch weer uit op een teleurstelling.

Een teleurstelling, omdat je als voetballiefhebber je land graag een hoofdprijs wil zien winnen. En voor mij ook omdat ik elke keer hoopte om een heel klein beetje weer het gevoel te krijgen van die dag waarop we met een laken en een lampenkap de Groeneweg overstaken.

Leave a comment »

Datum

schilderijtjeIk hou al bijna twintig jaar een dagboek bij. Niet zo eentje waar ik heel erg diepe gevoelens of ingewikkelde zielenroerselen in dump, maar een Word-bestandje waarin ik beknopt noteer wat er per dag gebeurd is. Omdat ik het een fijn idee vind dat elke dag zo een beetje bewaard blijft. En als je lang genoeg zo’n dagboek bijhoudt, dan wordt het vanzelf een handig naslagwerk waarin je op kunt zoeken wanneer iets precies gebeurde. Of waarin je terug kunt zien hoe je leven er vijf, tien, vijftien jaar geleden uitzag.

Vandaag exact zeventien jaar geleden legde ik met klasgenoten de laatste hand aan ons project voor de eindexpositie van het Grafisch Lyceum. Exact vijftien jaar geleden speelde ik met mijn bandje Striving Higher in de kleine zaal van de 013 in Tilburg. Exact tien jaar geleden zat ik in Guatemala in een bus van Antigua naar Panajachel. Exact zeven jaar geleden had ik een sollicitatiegesprek bij een bedrijf waar ik uiteindelijk nooit meer iets van hoorde. Exact vier jaar geleden beklommen Linda en ik de vulkaan Santa Ana in El Salvador. Exact twee jaar geleden struinden we door Athene. Exact een jaar geleden gingen we voor de eerste keer op vakantie met Sam en Anne, met de auto naar Normandië.

Voor sommige dingen heb je uiteraard geen dagboek nodig. Onze dochters werden geboren op 5 september 2016. Sam om 15.55 uur, Anne drie minuten later. Dat dreun ik zo op.

Soms stuit ik op een mooi toevalligheidje dat ik zonder mijn dagboek nooit opgemerkt zou hebben. Laatst zocht ik op wat ik een jaar voor de geboorte van onze dochters deed. Linda en ik waren toen in Otavalo, Ecuador. Als het bij ons vier uur ’s middags is, dan is het daar tien uur ’s ochtends. Rond dat tijdstip waren we op de plaatselijke markt. Ik kocht daar een mini-schilderijtje, als souvenir. Tot op het uur precies een jaar voor de geboorte van onze dochters. En al sinds september 2015 staat dat op mijn nachtkastje en is het het eerste wat ik ’s ochtends zie.

Leave a comment »

Eindexamen

img329

Stilte is goed nieuws. Een geluid is slecht nieuws. Heel slecht nieuws. En dan moet je een uur lang hopen dat je dat geluid niet ineens hoort. Dat is een marteling.

Eigenlijk is het barbaars om eindexamenkandidaten alleen te bellen als ze gezakt zijn. Geen idee of het nu nog zo gaat, maar in mijn tijd wel. Er zijn natuurlijk veel leerlingen waarvoor de uitslag sowieso een formaliteit is, omdat ze eigenlijk al weten dat ze het toch wel gehaald hebben. Ik was in 1996 niet zo’n leerling. Ik was zo nerveus voor de uitslag, dat ik de nacht ervoor geen minuut heb geslapen. En het uur waarin ik gebeld kon worden, tussen elf en twaalf, was amper door te komen.

Uiteindelijk werd ik tijdens dat uur dus toch gebeld. Om tien voor twaalf klonk het gevreesde geluid. Gelukkig was het geen leraar met slecht nieuws. Het was mijn vader, die vanaf zijn werk vroeg of er al gebeld was. Vijf minuten later ging de telefoon weer. Mijn oma, met dezelfde vraag. Het bleef bij die twee telefoontjes. Ik was geslaagd. Maar ik was ongetwijfeld de beste van de klas qua met de hakken over de sloot gaan.

Volgens mijn citotoets had ik met gemak het vwo aan moeten kunnen. Uiteindelijk deed ik vijf jaar over de mavo. Bij elk eindrapport was het spannend. Ik had zo’n hekel aan school, dat ik het te vaak niet op kon brengen om mijn huiswerk te maken. Daarnaast kan ik dingen die ik niet zo interessant vind gewoon niet zo goed onthouden, denk ik. Ik kan moeiteloos de 29 studioalbums van The Beach Boys chronologisch opdreunen en ik weet precies met welke twintig selectiespelers het Nederlands Elftal in 1988 het EK won en bij welke clubs ze speelden. Maar een wiskundige formule of een rijtje Duitse naamvallen? Bleef gewoon niet hangen. Zelfs niet als ik er wél echt goed op gestudeerd had.

Van mijn diploma-uitreiking herinner ik me twee dingen. Dat mijn leraren op een rijtje stonden om ons allemaal een handje te geven en dat mijn geschiedenisleraar me feliciteerde met de woorden “Joost! Niet verwacht jou hier te zien!”. En dat veel vaders vol ongeduld hun horloges in de gaten hielden, omdat de EK-wedstrijd Nederland – Zwitserland al begonnen was. Het was geen heel glorieus slot na vijf jaar hard werken. Althans, ik had het ervaren als hard werk. Ondanks dat ik natuurlijk nog veel harder had moeten werken.

En daarna begon op het Grafisch Lyceum alles weer vanaf nul. Maar eerst was er een hele lange zomervakantie. Van een week of tien. Ik ging met klasgenoten op de fiets naar Dynamo Open Air (drie keer op en neer, omdat nog niet iedereen van z’n ouders mocht blijven kamperen). Ik mocht met mijn neef en zijn vrienden mee naar Rock Werchter. De toen splinternieuwe CD ‘Evil Empire’ van Rage Against The Machine zat bijna vastgeroest in mijn discman. Ik werd voor de eerste keer dronken, gaf over in de kroeg en viel op weg naar huis een keer of vijf van mijn fiets. Tientallen uren per week mishandelde ik mijn eerste elektrische gitaar. Ik ging met familie kamperen in Frankrijk. Een leuk meisje flirtte daar opzichtig met me. Ik had dat nog nooit meegemaakt en durfde niet te reageren.

Elk jaar doet het me toch wel wat als in het straatbeeld de vlaggen en boekentassen weer verschijnen. Dan ben ik blij voor de eigenaars van die tassen. Vier, vijf of zes jaar aan bloed, zweet en tranen gaat samen daarmee het raam uit. Alle proefwerken, rapporten en ouderavonden waar je je al die tijd zorgen over maakte doen er ineens helemaal niet mee toe. Eind goed, al goed.

Maar dan moet eigenlijk alles nog beginnen.

Leave a comment »

Jaja en Jaja

Onze dochters zijn nu twintig maanden oud en beginnen steeds meer woordjes te leren. En dat is soms verdomd handig. Het kan immers best lastig zijn om te raden wat er loos is als je het moet doen met alleen gejammer, gehuil of een pruillipje. Gelukkig kunnen ze nu vaak al aangeven wat ze willen. Eten. Meer. Tutje. Pop. Zitten. Uit. Mama. Papa. Oma. Opa. Buiten. Jas. Bedje. Thuis.

Ze zitten nu nog in een fase waarin elk nieuw woordje nog best bijzonder is. Maar minstens zo gaaf vind ik het als ze een woord nog te moeilijk vinden en zelf met een alternatief komen. Ik zie daar creativiteit in. Vaak gaan ze dat woord dan ook meteen allebei gebruiken. De afgelopen maanden hebben we uit hun eigen taaltje onder meer toettoet (auto), tiktak (klok), pee-je-pee (hun loopfietsje met PSV-logo’s), toeta (toetje), o-oe (vogel) en tappe (lopen) opgevangen. Ook hebben ze, echt geen idee waarom, elkaar wekenlang consequent Jaja genoemd. En dan waren er nog wat veelgebruikte woordjes waarvan we nooit de eventuele betekenis hebben begrepen. Boeta-boeta. Entie-papa-entie-mama.

Inmiddels gaan ze al voorzichtig richting de eerste korte zinnetjes. “Mama thuis, nee?” vroeg Anne laatst, toen Linda inderdaad niet thuis was en ik ze in m’n eentje uit bed kwam halen.

Ze kunnen tegenwoordig ook prima hun eigen namen zeggen. Maar van mij mogen ze voorlopig ook nog wel een beetje Jaja en Jaja blijven.

Leave a comment »

Muziekboetiek

20180430_181423Als puber kreeg ik per week vijf of tien gulden zakgeld, afhankelijk van hoe goed of slecht mijn schoolresultaten waren. Oftewel: ik kreeg normaal gesproken vijf gulden zakgeld. Daarnaast had ik een folderwijk. Ik bezorgde wekelijks 505 folders en verdiende daarmee twee cent per folder. Een tientje en een dubbeltje voor vier uur werk (dat is iets meer dan een euro per uur).

Ik ging naar school in Bladel en als ik naar huis fietste, dan stopte ik regelmatig even bij de Muziekboetiek, de plaatselijke CD-zaak annex videotheek. Ik kon er maar zelden iets kopen. Je betaalde destijds veertig gulden voor een album, vijftien voor een maxi-single en tien voor een single. Dat waren dus behoorlijke investeringen. Ik heb daar menig uurtje wikkend en wegend doorgebracht. Een CD kopen is best een big deal als je er drie weken bijna je volledige budget voor op moet sparen. Er zijn dus ook best wat CD’s die ik daar met pijn in het hart achter heb gelaten.

Mensen fantaseren wel eens over wat ze zouden doen met een miljoen. Ik wist het destijds wel. Nummer één op mijn lijstje was naar een CD-zaak gaan en zonder er bij na te denken alles kopen wat ik leuk vond.

Tegenwoordig kan dat. CD’s zijn dusdanig uit de gratie geraakt, dat ze op platenbeurzen en in tweedehandszaken nog net niet gratis weg worden gegeven. Ik was laatst op de Mega Platen & CD Beurs in Utrecht en kocht daar 36 CD’s voor minder dan honderd euro. Daar zaten ook een paar CD’s bij (de maxi-singles ‘Tonight Tonight’ van The Smashing Pumpkins, ‘Plush’ van Stone Temple Pilots, ‘Punk Rock Song’ van Bad Religion) waarvan ik me kan herinneren dat ik ze ooit in de Muziekboetiek heb beluisterd en met tegenzin terug heb gezet.

Voor mensen zoals ik, die nog altijd fanatiek CD’s verzamelen, is dat natuurlijk heerlijk. Maar het doet me ook een beetje pijn. Dat er mensen zijn die hun ooit zo geliefde CD’s verpatsen voor wat kleingeld.

Want als ik voor mijn CD-kast sta, dan zie ik meer dan alleen muziek op een gedateerd medium. Ik weet van veel CD’s nog waar ik ze kocht of wanneer ik ze kreeg. Ik zie verjaardagscadeau’s, reissouvenirs en tastbare aandenkens aan memorabele concerten. CD’s met prijsstickers van allang verdwenen platenzaken, CD’s die ik uit een doos met spullen van mijn overleden opa haalde en CD’s die ik ooit maanden achtereen dagelijks heb gedraaid. Ik zie die CD die ik kocht op de weg naar huis na mijn laatste eindexamendag. Ik zie CD’s waar ik twaalf uur folders voor bezorgde en die een zeer kritische luistersessie overleefden in de Muziekboetiek in Bladel.

En ik zie CD’s die ik voor een euro tweedehands kocht en die misschien ooit net zoveel hebben betekend voor iemand anders.

Leave a comment »

Goed zo!

bal

Een bekend cliché is dat elke man een zoon wil. Een jongen die de familienaam door zal geven, aan wie je uit kunt leggen hoe hij zich moet scheren, waar je mee kunt gaan voetballen. Dat gold voor mij eigenlijk nooit zo. Ik zag mezelf altijd meer als een meisjesvader. Misschien omdat ik meisjes altijd al leuker heb gevonden in de omgang. Als kind al. Jongens waren druk, ruw en lomp. Meisjes waren kalmer, liever en bedachtzamer. Als ik gepest werd, dan was dat door een jongen. Als er vervolgens iemand voor me opkwam, dan was dat een meisje. En ik kom zelf uit een jongensgezin, met twee broers. Ik wilde daarom wel eens meemaken hoe het is om een gezin te hebben met meisjes. Ik kreeg mijn zin. Ik heb nu twee dochters.

Even terug naar dat voetballen. Meisjes kunnen natuurlijk ook voetballen. Niet in de Champions League, niet in de wedstrijden die op zondagavond op Studio Sport te zien zijn, niet in de stadions waarin wekelijks tienduizenden mensen zitten. Maar het Nederlands vrouwenvoetbalelftal won vorig jaar het Europees Kampioenschap en speelde laatst nog in een bijna vol PSV-stadion.

Ik had als kind de pech dat ik erg veel hield van voetbal, maar er geen greintje talent voor bleek te hebben. In de jeugd van Reusel Sport werd ik jaar na jaar ingedeeld in het laagst mogelijke elftal. Toch speelde ik één keer een oefenwedstrijd in de A1, het allerhoogste jeugdteam. De aanleiding: zij kwamen een speler tekort, gingen er eentje lenen bij mijn elftal en unaniem stelden mijn medespelers voor dat ze mij zouden nemen. Want dan waren zij tenminste van me af.

Ik denk dat veel ouders hun kind, bewust of onbewust, een beetje zien als een tweede kans. Als een mogelijke goedmaker. Heb jij iets niet weten te bereiken in je leven, dan lukt het je zoon of dochter misschien wél. En dat is onredelijk. Je kinderen zijn op zichzelf staande individuen en geen nieuwe versies van jezelf. Je moet ze waar nodig bijsturen, maar ze ook de ruimte geven om zichzelf te zijn. Je mag je eigen overtuigingen en interesses niet aan ze opdringen.

Een voorbeeldje. Ik ben een erg principiële vegetariër. De laatste keer dat ik een stukje vlees at, is al meer dan vijftien jaar geleden. Ik kan gewoon niet omgaan met het idee dat een levend wezen voor mij moet sterven. Maar dat is iets persoonlijks. Dus voer ik tegenwoordig regelmatig vlees aan mijn dochters. Als zij ook vegetariër willen worden, dan moeten ze daar later zelf voor kiezen. Ik mag dat niet voor hen doen, vind ik.

Nog een keer terug naar dat voetballen. Ik wil mijn dochters dus ook niet pushen om dát te gaan doen. Als ze later op ballet, hockey of paardrijden willen, dan zal ik mijn best doen om ze daar met plezier naartoe te brengen.

Mijn gebrek aan talent wil trouwens niet zeggen dat Linda en ik onze kinderen geen goede voetbalgenen mee kunnen geven. Haar vader speelde in de jeugd van Feyenoord en trainde onder Hans Kraaij Sr., totdat een brommerongeluk een einde maakte aan zijn loopbaan. Mijn vader was ruim twintig jaar lang een makkelijk scorende speler van het eerste elftal van zijn plaatselijke amateurvereniging en stond in de belangstelling van toenmalige semi-profclubs Witgoor-Dessel en NOAD en enkele hoofdklassers. En een neef van mijn opa speelde in het Nederlands Elftal en was in de jaren vijftig trainer van PSV. Dus als talent een generatie over kan slaan, dan liggen er wel mogelijkheden.

Afgelopen weekend zat ik in onze zonovergoten achtertuin, waar onze dochters aan het spelen waren. Er lag een plastic bal. Ik stond op en dribbelde er (klunzig) een beetje mee. Anne liep naar de bal en pakte die op met haar handjes. Toen kon ik het toch niet laten.
“Nee, met je voetjes!” zei ik. Ze liet de bal vallen en gaf die met haar rechtervoetje een ferme schop. Ik gaf haar een aai over haar bolletje.
“Goed zo!”

Leave a comment »