Archive for Voetbalzone.nl

De Europese Jupiler League

Deze column is tevens geplaatst op Voetbalzone.nl

30 juli jongstleden mocht PSV voor het eerst sinds december 2008 weer eens ruiken aan de Champions League. Dat het Eindhovense publiek daar hunkerend naar uit had gekeken werd al snel duidelijk: voor het eerst in jaren zat het Philips Stadion tot op de laatste stoel vol voor een Europese wedstrijd. Dit ondanks een speeldatum midden in de zomervakantie en een niet heel bijzonder affiche met het Vlaamse Zulte Waregem als opponent. Toen een ronde later het grote AC Milan op bezoek kwam was het zelfs een kwestie van minuten voordat wederom alle toegangskaarten een koper hadden gevonden. Volgens schattingen had PSV voor deze wedstrijd zeker 100.000 kaarten kunnen slijten aan mensen die de Champions League-hymne nog eens ouderwets door ‘hun’ stadion wilde horen schallen.

Na het tweeluik tegen de nummer drie van Italië zat het Champions League-avontuur van PSV er echter alweer op en mochten de Eindhovenaren voor het vijfde seizoen op rij de Europa League op gaan zoeken. Het resultaat: bij de eerste poulewedstrijd tegen het Bulgaarse Ludogorets bleven een dikke 25.000 van de 36.500 stoelen in het Philips Stadion onbezet. Het mag inmiddels duidelijk zijn: er is steeds minder animo voor de Europa League.

Een dikke twintig geleden was Europees voetbal nog lekker overzichtelijk: je had de Europa Cup I waarin uitsluitend landskampioenen uitkwamen, de Europa Cup II voor bekerwinnaars en de UEFA Cup voor derunners up die net langs de nationale prijzen hadden gegrepen. Als je een Europese beker won dan was je de beste kampioen, de beste bekerwinnaar of de beste subtopper van het continent. Dat was overzichtelijk. Toen ging het vertrouwde systeem echter op de schop. De toernooien om de Europa Cup I, de Europa Cup II en de UEFA Cup verdwenen in respectievelijk 1992, 1999 en 2009, daarvoor in de plaats kwamen de Champions League en de Europa League.

De Champions League werd een schitterend toernooi, waarin plaats was voor de landskampioenen en de subtoppers van de betere voetballanden van ons werelddeel. Dit miljoenenbal leverde veel meer mooie wedstrijden op dan de oude Europa Cup I, de gemiddelde voetballiefhebber kijkt nou eenmaal liever naar de nummers twee en drie van Engeland, Spanje en Duitsland dan naar de kampioenen van Albanië, Wales en IJsland. De UEFA Cup, die omgedoopt werd tot Europa League, werd echter het kind van de rekening. Het werd een willekeurige vergaarbak, een soort Europese Jupiler League die nergens meer voor stond. Wat ben je nou eigenlijk als je dit toernooi wint? Weinig meer dan de kampioen van alle clubs die te slecht waren om de Champions League te bereiken. In deze inmiddels veel te grote en onaantrekkelijke competitie kun je vandaag de dag bovendien clubs tegenkomen die niet eens meer subtoppers genoemd kunnen worden. In de grotere voetballanden is het ontlopen van het rechterrijtje al bijna genoeg voor Europees voetbal.

Ook de politieke ontwikkelingen in de jaren negentig pakten bepaald niet goed uit voor de Europa League. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië in 1991 en 1992 droeg enorm bij aan de stortvloed van onbekende Oostblokclubs die de Europa League bepaald niet aantrekkelijker maakten. Een dikke twintig jaar geleden leverden deze twee landen samen negen clubs aan de Europese toernooien. Inmiddels is de Sovjet-Unie opgedeeld in vijftien landen (waarvan er elf bij Europa horen) en Joegoslavië in zes landen, die gezamenlijk recht hebben op maar liefst 71 Europese tickets.

Door alle ontwikkelingen zijn de kwaliteitsverschillen tussen de Champions League en de Europa League immens geworden. De Europese programma’s van Ajax, PSV en AZ zijn veelzeggend. Dit seizoen komt de Amsterdamse landskampioen in de Champions League uit tegen drie aansprekende tegenstanders: Barcelona, AC Milan en Celtic, samen goed voor 22 Europese bekers en 84 landstitels. Intussen moet bekerwinnaar AZ het in de Europa League doen met PAOK Saloniki, Maccabi Haifa en Shakhter Karagandy: een Griekse subtopper en teams uit Israël en Kazakhstan, de nummers 69 en 132 van de FIFA-ranglijst. En vicekampioen PSV krijgt te maken met de Kroatische topclub Dinamo Zabreb, maar ook met Chornomorets Odesa en Ludogorets Razgrad. Mochten deze namen je weinig zeggen dan is dat niet zo vreemd: de eerste speelde drie seizoenen geleden nog in de tweede divisie van de Oekraïne, de laatste kwam acht jaar geleden zelfs nog uit op het vierde niveau van Bulgarije.

De grote clubs nemen de Europa League nauwelijks nog serieus. Je kunt het de èchte grootmachten die het in de weekenden op moeten nemen tegen Manchester United, Bayern München of FC Barcelona ook nauwelijks kwalijk nemen dat ze op een donderdagavond, voor een paar duizend toeschouwers, liever hun reservebank dan hun topspelers af laten rekenen met een Poolse, Roemeense of Noord-Ierse middenmoter.

En dat terwijl er makkelijk enkele maatregelen te bedenken zijn om de Europa League weer een stuk interessanter te maken. Laat de Champions League inkrimpen om zo meer echte toppers in de Europa League te laten komen. Of maak juist de Europa League kleiner, zodat er minder plaats is voor niet aansprekende clubs. Ruil het poulesysteem weer in voor ouderwetse knock-outrondes, dit voorkomt dat clubs (zoals PSV en AZ) nu al weten dat ze voor de winterstop sowieso geen aansprekende Europese tegenstander zullen treffen. Schaf die beschermde statussen af, die het nu bijna onmogelijk maken dat er in de poulefase al echte topwedstrijden te zien zijn. Of verdeel het deelnemersveld in drie regio’s: Noordwest-, Zuidwest- en Oost-Europa. Je voorkomt dan te lange reizen waardoor de uitvakken leeg blijven en je bent verzekerd van meer derby’s. Na de winterstop kunnen de beste deelnemers van elke regio dan alsnog tegen elkaar uitkomen.

De Europa League kan hoe dan ook niet blijven bestaan in z’n huidige vorm. Anders is het straks ècht een Europese Jupiler League. Met de beloftenelftallen van de grote clubs en steevast een paar duizend man op de tribunes.

Leave a comment »

Onze meest dodelijke tegenstander

Eerder gepubliceerd op www.voetbalzone.nl, 22 april 2011

Geachte meneer Van Marwijk,

Weet u het nog? De historische kwartfinale van het EK 2004? Voor de zekerheid zal ik even uw geheugen opfrissen.

Het is zaterdagavond, 26 juni 2004, even voor elf uur ’s avonds. Na een doelpuntloze 120 minuten voetbal staan de nationale elftallen van Nederland en Zweden in het Estádio Algarve in het Portugese Faro klaar om voor 27.286 toeschouwers en talloze miljoenen tv-kijkers te beslissen wie de halve finale van het Europees Kampioenschap zal mogen spelen. De reguliere serie van vijf strafschoppen per team zit er op. Na missers van Zlatan Ibrahimovic (over) en Phillip Cocu (op de paal) is de stand 4-4. De mannen die niet tot de oorspronkelijk keurkorpsen van vijf behoorden zijn aan zet. Olof Mellberg begint namens Zweden. De bebaarde verdediger met het strakke, rechthoekige gezicht ziet er dreigend uit, bijna angstaanjagend. Hij schiet echter buitengewoon slap in, waarop Edwin van der Sar betrekkelijk eenvoudig kan redden. Met een zelfverzekerde blik staat de doelman op. Hij kijkt naar Arjen Robben en met een gestrekte rechterarm wijst hij naar hem. Alsof hij wil zeggen: “Dit is het moment. Het is nu aan jou. Doe het.” Arjen Robben uit het Groningse Bedum, dan pas twintig jaar oud, legt de bal neer. Hij neemt een aanloop en schiet hard in. De huidige PSV-doelman Andreas Isaksson, dan nog in zijn vaderland onder contract bij Djurgårdens, kiest de goede hoek, maar is te laat. Robben loopt triomfantelijk weg. Hij trekt zijn witte shirt met rugnummer 19 uit en wordt besprongen door zijn ploeggenoten. Ze zijn allemaal dol van vreugde. Ze staan in de halve finale.

Behalve vreugde is er grote opluchting. Nooit eerder immers won Nederland op een EK of WK een penaltyreeks. Op vier van de vijf voorgaande eindtoernooien waar Oranje aan deelnam (de EK’s van 1992, 1996 en 2000 en het WK van 1998) mocht het na een verloren reeks strafschoppen huiswaarts keren. Er is nu afgerekend met een nationaal voetbaltrauma en een einde gekomen aan een langdurige, wrede vloek. Eindelijk zien we de andere kant van de medaille.

Meneer Van Marwijk, in onze vreugde en opluchting vergaten we (ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik “we” zeg als ik het heb over Oranje) op die avond iets. We hadden nog altijd te maken met een minstens zo wrede tweede vloek. Sterker nog, we zitten er tot op de dag van vandaag aan vast. We werden er op 11 juli 2010 voor het laatst door getroffen. Ik hoef vast uw geheugen niet op te frissen als het over die dag gaat.

Weet u hoeveel verlengingen het Nederlands Elftal heeft gespeeld op EK- en WK-eindrondes? Tien stuks in totaal. De eerste was in 1938, de meeste recente op de zojuist genoemde datum afgelopen zomer. Weet u in hoeveel van deze verlengingen we de wedstrijd alsnog wonnen? Schrik niet: in geen enkele. Vijf keer verloren we alsnog, vijf keer bleef het gelijk en liep het uit op strafschoppen. En dat liep dus maar één keer goed af. Weet u wat misschien nòg verontrustender is? We hebben nog nooit gescoord in de extra tijd. Wel kregen we tien goals tegen. Tien verlengingen in 72 jaar tijd, tussenstand 0-10.

Meneer Van Marwijk, we verdienen beter. We zijn een uitstekend toernooiland. Sinds 1974 (ik laat even de vooroorlogse toernooien buiten beschouwing) hebben we zeven WK’s en acht EK’s gespeeld. Vijftien eindtoernooien. Slechts één keer werden we daarin al in de poulefase uitgeschakeld. Dat is een feitje waar de Engelsen, Spanjaarden, Fransen, Italianen en zelfs de Duitsers jaloers op zijn. Vijf keer bleven we steken in de halve finale en vier keer haalden we de finale. We zaten dus negen van de laatste vijftien keer dat we meededen bij de laatste vier. We wonnen echter slechts één eindtoernooi, het EK van 1988. Dat wil zeggen dat we veertien keer uitgeschakeld werden. Zoals ik al zei, één keer in de poulefase, en dus dertien keer in de knock-outrondes. Slechts vijf keer gebeurde dit in de reguliere speeltijd. We kunnen dus wel stellen dat de geldende methodes voor een beslissen van een na negentig minuten onbesliste wedstrijd ons niet zo goed liggen.

Ik besef dat uw spelers na een ongetwijfeld weer overvol seizoen vermoeid aan het komende EK zullen beginnen, toch zou ik bijna willen zeggen: schrijf de hele handel maar in voor een paar halve marathons, zodat ze na negentig minuten nog steeds iedereen het snot voor de ogen lopen. Vraag of we oefeninterlands voortaan met verlenging mogen spelen, ook als het na negentig minuten helemaal niet gelijk staat. Duim er samen met mij voor dat Internazionale, Tottenham Hotspur, Arsenal en Bayern München en de andere clubs van onze internationals in het komende seizoen maar heel vaak tegen een verlenging op mogen lopen in de diverse Europese en nationale bekercompetities. Of laat de KNVB-kopstukken lobbyen bij de FIFA en vraag ze de verlengingen af te schaffen en play-offs in te voeren…

Natuurlijk overdrijf ik met deze suggesties. U zult ongetwijfeld betere maatregelen kunnen verzinnen, er is immers een reden waarom u het als voetballer en als coach tot Oranje geschopt hebt, terwijl ik afgelopen zondagochtend om tien uur op een veld tussen de boerenakkers stond te schutteren voor drie toeschouwers. U lijkt me een bondscoach die met alles rekening houdt en weinig tot niets aan het toeval overlaat. Ik weet dat u elke potentiële tegenstander uitvoerig bestudeert. Daarom wil ik u vragen eens extra te brainstormen over het bestrijden van onze meest dodelijke tegenstander: de verlenging.

De kans bestaat dat in de volgende zomer in Polen of Oekraïne een fluitsignaal klinkt dat de elfde verlenging voor Oranje op een eindtoernooi inluidt. Ik hoop dan op het gezicht van Robin van Persie een sluwe glimlach te zien. Een triomfantelijke grijns bij Arjen Robben. Een gebalde vuist bij Wesley Sneijder. Alsof ze willen zeggen: “Mooi, nu hebben we ze precies waar we ze hebben willen”.

PS: En laat de jongens na iedere training elk een dozijn strafschoppen nemen. Voor de zekerheid.

Leave a comment »