Archive for Gerecycled

De Europese Jupiler League

Deze column is tevens geplaatst op Voetbalzone.nl

30 juli jongstleden mocht PSV voor het eerst sinds december 2008 weer eens ruiken aan de Champions League. Dat het Eindhovense publiek daar hunkerend naar uit had gekeken werd al snel duidelijk: voor het eerst in jaren zat het Philips Stadion tot op de laatste stoel vol voor een Europese wedstrijd. Dit ondanks een speeldatum midden in de zomervakantie en een niet heel bijzonder affiche met het Vlaamse Zulte Waregem als opponent. Toen een ronde later het grote AC Milan op bezoek kwam was het zelfs een kwestie van minuten voordat wederom alle toegangskaarten een koper hadden gevonden. Volgens schattingen had PSV voor deze wedstrijd zeker 100.000 kaarten kunnen slijten aan mensen die de Champions League-hymne nog eens ouderwets door ‘hun’ stadion wilde horen schallen.

Na het tweeluik tegen de nummer drie van Italië zat het Champions League-avontuur van PSV er echter alweer op en mochten de Eindhovenaren voor het vijfde seizoen op rij de Europa League op gaan zoeken. Het resultaat: bij de eerste poulewedstrijd tegen het Bulgaarse Ludogorets bleven een dikke 25.000 van de 36.500 stoelen in het Philips Stadion onbezet. Het mag inmiddels duidelijk zijn: er is steeds minder animo voor de Europa League.

Een dikke twintig geleden was Europees voetbal nog lekker overzichtelijk: je had de Europa Cup I waarin uitsluitend landskampioenen uitkwamen, de Europa Cup II voor bekerwinnaars en de UEFA Cup voor derunners up die net langs de nationale prijzen hadden gegrepen. Als je een Europese beker won dan was je de beste kampioen, de beste bekerwinnaar of de beste subtopper van het continent. Dat was overzichtelijk. Toen ging het vertrouwde systeem echter op de schop. De toernooien om de Europa Cup I, de Europa Cup II en de UEFA Cup verdwenen in respectievelijk 1992, 1999 en 2009, daarvoor in de plaats kwamen de Champions League en de Europa League.

De Champions League werd een schitterend toernooi, waarin plaats was voor de landskampioenen en de subtoppers van de betere voetballanden van ons werelddeel. Dit miljoenenbal leverde veel meer mooie wedstrijden op dan de oude Europa Cup I, de gemiddelde voetballiefhebber kijkt nou eenmaal liever naar de nummers twee en drie van Engeland, Spanje en Duitsland dan naar de kampioenen van Albanië, Wales en IJsland. De UEFA Cup, die omgedoopt werd tot Europa League, werd echter het kind van de rekening. Het werd een willekeurige vergaarbak, een soort Europese Jupiler League die nergens meer voor stond. Wat ben je nou eigenlijk als je dit toernooi wint? Weinig meer dan de kampioen van alle clubs die te slecht waren om de Champions League te bereiken. In deze inmiddels veel te grote en onaantrekkelijke competitie kun je vandaag de dag bovendien clubs tegenkomen die niet eens meer subtoppers genoemd kunnen worden. In de grotere voetballanden is het ontlopen van het rechterrijtje al bijna genoeg voor Europees voetbal.

Ook de politieke ontwikkelingen in de jaren negentig pakten bepaald niet goed uit voor de Europa League. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië in 1991 en 1992 droeg enorm bij aan de stortvloed van onbekende Oostblokclubs die de Europa League bepaald niet aantrekkelijker maakten. Een dikke twintig jaar geleden leverden deze twee landen samen negen clubs aan de Europese toernooien. Inmiddels is de Sovjet-Unie opgedeeld in vijftien landen (waarvan er elf bij Europa horen) en Joegoslavië in zes landen, die gezamenlijk recht hebben op maar liefst 71 Europese tickets.

Door alle ontwikkelingen zijn de kwaliteitsverschillen tussen de Champions League en de Europa League immens geworden. De Europese programma’s van Ajax, PSV en AZ zijn veelzeggend. Dit seizoen komt de Amsterdamse landskampioen in de Champions League uit tegen drie aansprekende tegenstanders: Barcelona, AC Milan en Celtic, samen goed voor 22 Europese bekers en 84 landstitels. Intussen moet bekerwinnaar AZ het in de Europa League doen met PAOK Saloniki, Maccabi Haifa en Shakhter Karagandy: een Griekse subtopper en teams uit Israël en Kazakhstan, de nummers 69 en 132 van de FIFA-ranglijst. En vicekampioen PSV krijgt te maken met de Kroatische topclub Dinamo Zabreb, maar ook met Chornomorets Odesa en Ludogorets Razgrad. Mochten deze namen je weinig zeggen dan is dat niet zo vreemd: de eerste speelde drie seizoenen geleden nog in de tweede divisie van de Oekraïne, de laatste kwam acht jaar geleden zelfs nog uit op het vierde niveau van Bulgarije.

De grote clubs nemen de Europa League nauwelijks nog serieus. Je kunt het de èchte grootmachten die het in de weekenden op moeten nemen tegen Manchester United, Bayern München of FC Barcelona ook nauwelijks kwalijk nemen dat ze op een donderdagavond, voor een paar duizend toeschouwers, liever hun reservebank dan hun topspelers af laten rekenen met een Poolse, Roemeense of Noord-Ierse middenmoter.

En dat terwijl er makkelijk enkele maatregelen te bedenken zijn om de Europa League weer een stuk interessanter te maken. Laat de Champions League inkrimpen om zo meer echte toppers in de Europa League te laten komen. Of maak juist de Europa League kleiner, zodat er minder plaats is voor niet aansprekende clubs. Ruil het poulesysteem weer in voor ouderwetse knock-outrondes, dit voorkomt dat clubs (zoals PSV en AZ) nu al weten dat ze voor de winterstop sowieso geen aansprekende Europese tegenstander zullen treffen. Schaf die beschermde statussen af, die het nu bijna onmogelijk maken dat er in de poulefase al echte topwedstrijden te zien zijn. Of verdeel het deelnemersveld in drie regio’s: Noordwest-, Zuidwest- en Oost-Europa. Je voorkomt dan te lange reizen waardoor de uitvakken leeg blijven en je bent verzekerd van meer derby’s. Na de winterstop kunnen de beste deelnemers van elke regio dan alsnog tegen elkaar uitkomen.

De Europa League kan hoe dan ook niet blijven bestaan in z’n huidige vorm. Anders is het straks ècht een Europese Jupiler League. Met de beloftenelftallen van de grote clubs en steevast een paar duizend man op de tribunes.

Advertenties

Leave a comment »

Blast from the past: Express!

In 2002 begon ik een hardcore fanzine, dat ik Express! noemde. Ik voltooide één nummer, waarvoor ik zestig pagina’s (op A5-formaat) in m’n eentje volschreef. De inhoud: interviews met MM, New Winds, One In A Million, Mike Ski (over zijn artwork), Dan O’Mahony, Sri en Act Of Ignorance, een artikel over Gorilla Biscuits, een column en een kleine vijftig recensies. Ik heb het echter nooit uitgebracht. Tegen de tijd dat ik het blaadje goed genoeg vond om naar de copyshop te brengen vond ik de helft van de inhoud eigenlijk alweer te gedateerd.

Onlangs vond ik op mijn zolder een uitgeprint exemplaar terug van dat enige nummer van Express! Toen ik het teruglas vond ik eigenlijk dat met name het interview met Mike Ski te interessant was om ongepubliceerd te blijven. Dus bij deze, met negen jaar vertraging, alsnog.

This interview was originally not intended to be a fanzine interview. This is how it came together.

A few months ago, I got an assignment from my art history teacher. I had to write a paper about a graphic designer who was born after 1950. And because I always try to combine school assignments with my biggest hobby, music, I knew I just had to go for someone who designed concert flyers or CD covers or anything like that. Pretty soon I decided that Mike Ski had to be the one.

This workaholic played bass for Run Devil Run and sings for Brother’s Keeper, but also designs CD covers, T-shirts, tattoos, logos and lots more, mostly for music related projects. He is very allround and gets most of his influences from the streets: graffiti, advertisements and tattoos.

So I wrote Mike an e-mail, asking him if he wanted to answer a few of my questions. Unfortionately I didn’t get a reply. A while later, I went to a Brother’s Keeper show. My friend Filip was also there, and he wanted to interview Mike for his fanzine Definite Choice. Some other friends and me joined him and it turned out to be a very cool and long discussion that lasted for over two hours. Mike turned out to be a very cool guy. I told him about the paper I had to write for school, and that I never got a reply to my e-mail that I’d send him. He apologized about ten times and gave me his private e-mail address, instead of the overflooded commercial address that I had e-mailed to earlier.

So a few days lated I e-mailed him my questions and that same day I got a pretty long e-mail back with very detailed answers. I think the interview turned out too well to just be used for my school paper, that’s why I’m re-using it here.

For which companies did you work as a designer?

“While I was in college, I worked my way through both as a freelance designer and a tattoo artist. Because I was doing so much work, I created the name “Art Inferno” that I used as my own sort of company identity. I mention this because I think it’s interesting that a lot of people I meet ask questions about it, they think it is a store or a shop… Or whatever. In my case, it was me in my spare room at my apartment or at the computer lab at my college through all hours of the night. I had business cards and a website, so people assumed it was this big thing. I did do tons of work, I ended up pying my way through school this way and contiued after I graduated. I still do it and plan to expand in the near future. Through my work and from my relationships with many of the bands I work with, I began doing freelance projects for some bigger bands through Blue Grape Merchandising in New York. From their experience working with me they asked me to come to New York and interview for the position of art director. I did so and a month later I moved there to work for them. It was really the first “real” job I had in years, but it was really cool and a fn athmosphere. I was in charge of all the artwork and ended up doing stuff for some crazy bands like Slipknot, System Of A Down, Type O Negative, Coal Chamber, Fear Factory… I have since moved on and worked at a tattoo shop in Long Island called Lotus Tattoo (which is owned by Civ – JvG). I worked there full time for a bit until I left to go on tour with my band Brother’s Keeper. We toured the US and Europe for over two months, so now I’m back home and doing freelance stuff for my own Art Inferno.”

Is your work in any way influenced by your own principles and political views?

“I can say that I am straight edge and vegan… And it is through my involvement in the hardcore scene and issues that I have come into contact with that has largely shaped my world view. I am a strong supporter that artists should use their talents to promote ideas rather than products… So I try to reflect that in my work, even when it is for someone else’s band or whatever it may be. It’s important for me to be familiar with the message of the bands or clients I work for as to not contradict my own attitudes or feelings.”

Who had or still has the biggest influence on your work?

“I’m really influenced by tons of things in small doses. Sometimes I’ll find myself in a video store or a record store just looking at CD or movie covers… Seeing cool logos and photos, an idea for a cool way to fold the package, etcetera. Posters in the subway, on the sides of busses, or something I read in a book. Maybe it’s just one sentence or a phrase or even a word that sets off an idea. As far as people’s work… I love the work of Shepard Fairey, the photography or Glenn E. Freidman, the tattoos of Brady Duncan, Scott Sylvia, Civ, Seth Cifari. I read Adbusters Magazine, which really influenced my design “philosophy” so to speak. Also, I listen to a lot of music which inspires me… My professors in school had a big influence on my work, not in terms really of the way it looked or what it was, but in motivating me. I was lucky to have a lot of talented instructors who really got involved with me and helped me out along the way… Ever since the time I was in 8th grade, my art teacher really inspired me.”

When you get an assignment, how do you start, and how does the process usually go?

“It depends on the project really. Since I do a lot of record covers and it”s one of the things I enjoy the most… I’ll use that to illustrate a typical mehodology: first I have the band send me all the lyrics for the record so I can get a feel for what the record is about. It helps to actually have the record first, but that’s not always possible. I don’t work with bands I’ve never heard before… I always require some sort of sample of recorded material first, but most of the bands I do stuff for, I know them already or have some knowledge of the band’s identity. Next, I require the title of the record and a description (if any) of what ideas the band has and what look they hope to achieve. Sometimes this can help or hinder the final product. Sometimes I just do whatever I want! A lot of times a band wants that, but sometimes it can backfire… The band will hate it and I lose a lot of time… So it’s helpful to have a band that is both open and has good ideas themselves. I like to think that I thrive under pressure and can turn things around quickly, but it”s always best to have the most time possible so you can think about it for a while. I always say that my stuff is 80% thinking and 20% doing. A good concept is worth a hell of a lot more than something that just looks cool. I don’t do “cool”. I like things that reveal themselves after you look at it for a long time. You see it and it looks interesting, and two weeks later, you”re like “wow, that’s awesome… I get it now”. Of cours ethat always depends on the client too, so I try to factor that in when I do things. There”s usually a lot of back and forth, bouncing ideas off the client and getting their input. It”s bet to get most of that out of the way before you even start. In the end, hopefully you get something that you both feel is successful.”

How do you see your future as a visual artist?

“I always want to keep learning and stay open and flexible. One of my main goals is to be well rounded in my artwork. Stay diverse and able to pick up an airbrush, a camera, a tattoo machina, a paintbrush, pencil, or a computer mouse and be able to make something awesome. I’d like to focus more on just making artwork as well. Everything I do is “for something”. I have a ton of ideas that I wish I could just do for myself sometime… A huge project that I am just beginning to undertake is to launch a magazine. It’s going to be directed towards teenagers and young adults and promote anti-corporate, anti-consumerist ways of living. It will examine art, music, fashion, etcetera, and challenge people to re-examine their perspectives on those and other issues. It’s a really huge project, and I’m excited about it and have been planning it for a long time.”

How did you develop your style?

“It’s funny that you ask, because I always try to get away from having a style so to speak. My favorite thing is when people can”t believe that I did something. I guess I’m really known for the whole tattoo style thing, but it just became something that I was known for early on. I still enjoy that type of thing, especially when I’m tattooing of course. But when it comes to being a designer, that whole thing really pigeon holed me and made it hard to convince people that I could do anything otherwise. I had to go out of my way everytime I approached someone or at least reassure them once it had begun that “it won’t be some bright, colorful tattoo drawing”. That doesn”t work for everybody, and I”m not really happy only doing one thing. I like to keep people guessing and on their toes.”

Which materials do you use?

“Uhm, geez, it’s hard to say. Again, it depends on the project. When it comes to graphic design I always like to do as much of it “by hand” as I can. I had a big thing in college against all the kids who just got into it because they sucked at art and they thought they could make a lot of money by faking it on a computer. I started as an illustrator, so I like to have my hand in anything I do. I also have a minor in photography and like to incorporate it in my work when it is called for. One of the fun things about what I do is the search for how to get the right look. Sometimes it’s something as simple as scribbling with a marker or tearing up a piece of paper and adding it somehow. Some of the most succesful stuff I’ve done was made by scratching all over it with a crayola crayon.”

What do you think is your best work?

“I only like something for about two months, then I wish I could do it all over again. That’s the curse of always trying to progress. You always hate everything you’ve done.”

Leave a comment »

Mike from the NOFX band

“Hi, this is Joost from Up Magazine in the Netherlands.”

“Hi, this is Mike from the NOFX band in California.”

Een lekker begin. Ik ben zelden zo nerveus geweest voor een telefoongesprek en het eerste wat mijn gesprekspartner doet is mij met een gek stemmetje napraten. Mensen opbellen is doorgaans sowieso niet iets waar ik me enorm comfortabel bij voel, maar nu heb ik verschillende redenen om extra nerveus te zijn.

De stem die ik nu door de telefoon hoor klink al sinds circa 1995 met vrij grote regelmaat door de speakers van mijn stereotoren. Fat Mike, zanger, bassist en songschrijver van NOFX, bassist van Me First and the Gimme Gimmes en eigenaar van het platenlabel Fat Wreck Chords, reken ik tot mijn persoonlijke helden. Daar komt bij dat hij de reputatie heeft dat hij tijdens interviews nog wel eens een etterbak wil zijn. En het blad waar ik voor schrijf, Up Magazine, is uitverkoren om één van de slechts vier interviews af te nemen die Fat Mike dit jaar zal geven aan de Europese pers. Ik voel dus wel enige druk op mijn schouders.

Ik moet bekennen dat ik gedurende dit interview zo nerveus was dat ik geen flauw idee had of het wel of niet een goed gesprek was. Na het terughoren van het bandje was ik echter best tevreden.

Dit interview werd in mei 2006 geplaatst in Up Magazine nummer 27.

In 1994 waren Green Day en The Offspring de aanvoerders van een punkrockhype. Miljoenen mensen staken voorzichtig hun teen in het punkrockwater door de albums ‘Dookie’ en ‘Smash’ in huis te halen. En de mensen die vervolgens besloten wat verder het diepe in te gaan kwamen al snel uit bij ‘Punk In Drublic’ van NOFX. Het album bevatte echter geen hitsingles, omdat de groep had besloten geen promo’s meer naar radiostations te sturen en geen videoclips meer te maken, om zo bewust Green Day en The Offspring niet achterna te gaan.

Vorig jaar kwam NOFX-frontman Fat Mike, tevens oprichter en eigenaar van het succesvolle punkrocklabel Fat Wreck Chords, alsnog met enige regelmaat opdraven in landelijke radio- en tv-programma’s. Niet om een nieuw album te promoten, maar om George W. Bush uit het Witte Huis te krijgen. Mike’s Rock Against Bush-campagne bleef niet onopgemerkt. Grote bands als Foo Fighters, No Doubt, Green Day en The Offspring sloten zich bij hem aan. Mike kreeg zelfs presidentskandidaat John Kerry te spreken en hij mocht zijn zegje doen in diverse talkshows.

En dat terwijl het algemeen bekend is dat Fat Mike een hekel heeft aan interviews en het daarom ook zelden doet. Gelukkig wilde hij, alhoewel hoorbaar niet van harte, voor Up Magazine een uitzondering maken.

“Ik vond het niet echt leuk om op te komen draven in al die talkshows. Ik ben te gast geweest in de Dennis Miller Show, bij Howard Stern en een paar andere talkshows, en steeds was ik helemaal op van de zenuwen. Het was een hoop gedoe en ik vond het vrij vervelend, maar ik vond dat het ’t waard is geweest. Het is wel het belangrijkste geweest wat ik ooit gedaan heb.”

Het mag duidelijk zijn dat je vindt dat George W. Bush slecht is voor de VS en de hele wereld, maar denk je dat zijn presidentsschap goed is geweest voor punkrock, net zoals de gemeenschappelijke afkeer van Reagan in de jaren tachtig stimulerend werkte voor de punkscene?

“Voor de punkrock scene is zijn presidentsschap, als je het zo bekijkt, wel goed geweest denk ik. Desondanks vind ik niet dat er genoeg bands waren die zich bij de anti-Bush beweging aansloten. Maar dat vind ik sowieso het voornaamste probleem in punkrock vandaag de dag: de bands durven geen grote bek meer te hebben. Te veel bands durfden zich niet bij ons te voegen omdat ze bang waren hun anders denkende fans af te stoten, of omdat ze niet van meelopen beschuldigd wilden worden.”

Als een band op Fat Wreck pro-Bush zou zijn, zou dat voor jou een reden zijn hun platen niet meer uit te brengen?

“Zeker weten! Er zijn zelfs enkele bands geweest die ik aanvankelijk uit wilde brengen maar uiteindelijk heb afgewezen vanwege hun politieke houding.”

En het Propagandhi-nummer ‘Rock For Sustainable Capitalism’, waarop je zelf flink onderuit gehaald wordt, heb je erover gedacht om dat niet uit te brengen?

“Nee, dat niet. Maar ik vind wel dat ik in dat nummer ten onrechte in een slecht daglicht gezet word. Propagandhi noemt mij in één adem met Kevin Lyman, die de Warped Tour organiseert, en Rancid, terwijl die vooral met geld bezig zijn en ik een activist ben. Dat Propagandhi het met mijn opvattingen oneens is dat is hun goed recht, maar het is oneerlijk om mij te vergelijken met mensen die duidelijk niets geven om de situatie in de wereld. Ik was behoorlijk beledigd door dat nummer.”

Wil je desondanks in de toekomst nog wel Propagandhi-platen uit blijven brengen?

“Ik denk het wel. Ik krijg mijn wraak wel op het nieuwe NOFX-album, daar staat een reactie-nummer op dat gericht is aan Propagandhi, ‘The Marxist Brothers’. En daarbij, zeg nou zelf: wie is er meer in geslaagd om wat klaar te spelen op het politieke vlak, Propagandhi of ik? Het spijt me dat ik geen militante veganist ben, maar ik heb veel meer mensen weten te bereiken en aan het denken kunnen zetten dan zij.”

Vind je het voor punkrock essentieel om jezelf niet te serieus te nemen?

“Ik vind dat voor punkrock niets essentieel is… Maar om Propagandhi nog maar eens aan te halen: die waren op hun eerste albums nog best humoristisch, maar nu helemaal niet meer. Ze zijn veel te serieus geworden. Ze hebben nu zelfs hun Australische tournee afgezegd omdat ze nooit meer willen spelen in de landen die de oorlog in Irak gesteund hebben. Maar wie straf je daarmee nou? Alle mensen die haar hun optredens komen zijn tegen de oorlog! Ik denk ook niet dat het aan de band ligt, het ligt vooral aan Chris. Een paar maanden geleden gingen we gezamelijk wat drinken, en hij wilde niet eens met me praten, hij vindt me blijkbaar ineens een slecht mens. Hij is een heel depressief iemand, hij kan het leven gewoon niet zo goed aan. Ik zal hun platen wel uit blijven brengen omdat ik vind dat ze een belangrijke boodschap naar buiten brengen, en ik haal mijn wraak dus wel uit dat nummer dat op ons nieuwe album staat. Ik weet dat het geen gezonde situatie is, maar het is nou eenmaal niet anders.”

Heb je veel vervelende reacties gehad naar aanleiding van de Rock Against Bush-campagne?

“Dat viel op zich wel mee omdat waarschijnlijk zo’n negentig procent van alle mensen die naar ons luisteren democraten zijn. Waar wel veel mensen problemen mee hadden was het feit dat ik uberhaupt mijn mening durfde te verkondigen omdat ik in hun ogen maar een zuipschuit ben. En daar ben ik wel een beetje pissig om geworden. Ik heb gewoon mijn school afgemaakt, ik lees ook boeken, waarom zou ik dan geen mening mogen hebben, alleen maar omdat ik te veel drink en drugs gebruik? Dat betekent nog niet dat ik een idioot ben! Ik vind dat iedereen voor z’n mening uit moet komen, niet alleen journalisten en politici.”

NOFX tourt nu al meer dan twintig jaar, maar ik heb de indruk dat jullie publiek in al die jaren nauwelijks ouder is geworden. NOFX lijkt voor veel mensen een beetje een band waar ze “overheen groeien”. Wat vind je daarvan?

“Dat zie je verkeerd. We hebben pasgeleden in Chicago gespeeld, daar deden we twee shows: één voor minderjarigen en één voor publiek vanaf 21 jaar, en beide shows waren met 1500 man volledig uitverkocht. En een tijd geleden speelden we in Florida, daar was na de show het bier volledig uitverkocht, en dat was in die zaal nog nooit eerder gebeurd. Je kunt daar alleen bier kopen als je 21 of ouder bent, dat wil dus wel zeggen dat we helemaal niet zo’n jong publiek trekken. We hebben de tand des tijds beter doorstaan dan de meeste bands. Als we gaan touren is het nog steeds overal uitverkocht. Als je kijkt naar een band als de Ramones, die speelden na verloop van tijd in steeds kleinere clubs en moesten tegen het einde weer in een busje gaan touren. Ons publiek mag dan een stuk jonger zijn dan wij zelf, maar gemiddeld is het zeker midden twintig.”

Wat is voor jou het hoogtepunt geweest in de NOFX-geschiedenis?

“Ik kan zo snel niets bedenken. De grote, prestigieuze zaken die in de ogen van anderen de hoogtepunten in onze carriere zouden zijn geweest, hebben we juist altijd afgewezen omdat we er geen trek in hadden. We hebben bewust besloten dat we niet de volgende Green Day of The Offspring wilden worden. Op het moment dat die bands zo groot werden, zijn we gestopt met video’s maken en nummers naar radiostations sturen. We hebben onszelf uit de competitie genomen, we wilden een undergroundband blijven.”

Is er één specifiek moment waarop je realiseerde dat je Green Day en The Offspring niet achterna wilde?

“Dat was toen ik in Londen in een discotheek was en The Offspring ineens gedraaid werd. Ik vond het helemaal niets, die muziek in die omgeving. De combinatie klopte gewoon niet. Ik dacht ook dat Green Day en The Offspring eventjes helemaal hot zouden zijn en daarna af zouden gaan sterven. Dat is ook min of meer gebeurd, alhoewel ze wel weer terug zijn gekomen. Wij hebben daarentegen altijd op hetzelfde niveau gezeten. Wij hebben geen dalen in onze carriere gehad, en dat was eigenlijk ook ons doel. Veel bands die in 1995 bij een major label tekenden zijn snel daarna ten onder gegaan.”

Wat vind je het voornaamste verschil in punkrock als je het heden vergelijkt met 1994?

“Ik denk dat er geen verschil is. Er zijn alleen meer slechte punkpopbands tegenwoordig, maar die behoren toch niet echt tot de scene. Als je naar de kleine punkclubs gaat zie je geen verschil. Daar zie je nog altijd hetzelfde soort bands als tien jaar geleden, dat slechte muziek maakt en bezopen op het podium staat.”

Op meerdere NOFX-albums staan akoestische solonummers van jou, heb je er ooit aan gedacht een heel album te maken met dat soort nummers?

“Ik heb er inderdaad wel eens aan gedacht, maar ik denk dat het niet zo’n goed album zou zijn omdat ik niet zo’n geweldige zanger ben. Mijn akoestische album zou inferieur zijn aan dat van heel veel andere mensen, dus begin ik er maar niet aan.”

Het is me opgevallen dat als NOFX op een groot rockfestival speelt, je er een gewoonte van maakt alle andere optredende bands af te zeiken. Heb je daar ooit vervelende reacties op gehad van mensen uit die bands?

“Ja, Shirley Manson van Garbage was er niet zo van gecharmeerd. Ze heeft me een tijdlang achterna gezeten na het optreden, maar ze heeft me niet te pakken kunnen krijgen. Vijf jaar later kwam ik haar in een vliegtuig onderweg naar Australie toevallig weer tegen, toen ben ik mijn excuses aan gaan bieden en heeft ze me geschopt. Maar we konden er allebei wel om lachen. Ik maak er niet echt een gewoonte van om andere bands af te zeiken op festivals, al is het een paar keer voorgekomen. Op het Bizarre Festival in Duitsland heb ik het wel eens vrij bont gemaakt, maar toen had ik vooraf twee flessen wijn op.”

Waarom schrijf je alle nummers voor NOFX in je eentje?

“El Hefe en Eric Melvin proberen wel eens nummers te schrijven, maar ze kunnen er eigenlijk niets van. Eric Melvin schrijft zo nu en dan wel eens riffs die hij meeneemt naar de repetities, maar die wijzen we altijd af omdat ze niet zo best zijn. El Hefe schrijft alleen maar rustige popnummers en hiphop en daar heeft hij een andere band voor.”

Vind je in NOFX spelen nog net zo leuk als tien jaar geleden?

“Nog leuker, denk ik.”

Heb je er ooit over nagedacht wat je wil gaan doen als NOFX verleden tijd is?

“M’n leven zou dan niet zoveel veranderen, omdat ik maar twee of drie maanden per jaar tour met NOFX. Als ik zou stoppen met punkrock maken hou ik nog meer dan genoeg interesses over, het is niet zo dat ik dan ineens naar andere tijdsbestedingen zou moeten gaan zoeken. Ik heb een dochter, ik speel poker en golf, ik drink, gebruik drugs en doe aan seks. Punkrock maken is eigenlijk maar een klein onderdeel van mijn leven. NOFX heeft sinds 1995 in geen enkel jaar meer dan zes maanden getourd. Daardoor blijven we gemotiveerd en blijft het leuk. En in Me First & The Gimme Gimmes zal ik altijd blijven spelen. Met die band gaan we door tot we hoogbejaard zijn, dat is ons pensioenplan.”

Leave a comment »

Onze meest dodelijke tegenstander

Eerder gepubliceerd op www.voetbalzone.nl, 22 april 2011

Geachte meneer Van Marwijk,

Weet u het nog? De historische kwartfinale van het EK 2004? Voor de zekerheid zal ik even uw geheugen opfrissen.

Het is zaterdagavond, 26 juni 2004, even voor elf uur ’s avonds. Na een doelpuntloze 120 minuten voetbal staan de nationale elftallen van Nederland en Zweden in het Estádio Algarve in het Portugese Faro klaar om voor 27.286 toeschouwers en talloze miljoenen tv-kijkers te beslissen wie de halve finale van het Europees Kampioenschap zal mogen spelen. De reguliere serie van vijf strafschoppen per team zit er op. Na missers van Zlatan Ibrahimovic (over) en Phillip Cocu (op de paal) is de stand 4-4. De mannen die niet tot de oorspronkelijk keurkorpsen van vijf behoorden zijn aan zet. Olof Mellberg begint namens Zweden. De bebaarde verdediger met het strakke, rechthoekige gezicht ziet er dreigend uit, bijna angstaanjagend. Hij schiet echter buitengewoon slap in, waarop Edwin van der Sar betrekkelijk eenvoudig kan redden. Met een zelfverzekerde blik staat de doelman op. Hij kijkt naar Arjen Robben en met een gestrekte rechterarm wijst hij naar hem. Alsof hij wil zeggen: “Dit is het moment. Het is nu aan jou. Doe het.” Arjen Robben uit het Groningse Bedum, dan pas twintig jaar oud, legt de bal neer. Hij neemt een aanloop en schiet hard in. De huidige PSV-doelman Andreas Isaksson, dan nog in zijn vaderland onder contract bij Djurgårdens, kiest de goede hoek, maar is te laat. Robben loopt triomfantelijk weg. Hij trekt zijn witte shirt met rugnummer 19 uit en wordt besprongen door zijn ploeggenoten. Ze zijn allemaal dol van vreugde. Ze staan in de halve finale.

Behalve vreugde is er grote opluchting. Nooit eerder immers won Nederland op een EK of WK een penaltyreeks. Op vier van de vijf voorgaande eindtoernooien waar Oranje aan deelnam (de EK’s van 1992, 1996 en 2000 en het WK van 1998) mocht het na een verloren reeks strafschoppen huiswaarts keren. Er is nu afgerekend met een nationaal voetbaltrauma en een einde gekomen aan een langdurige, wrede vloek. Eindelijk zien we de andere kant van de medaille.

Meneer Van Marwijk, in onze vreugde en opluchting vergaten we (ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik “we” zeg als ik het heb over Oranje) op die avond iets. We hadden nog altijd te maken met een minstens zo wrede tweede vloek. Sterker nog, we zitten er tot op de dag van vandaag aan vast. We werden er op 11 juli 2010 voor het laatst door getroffen. Ik hoef vast uw geheugen niet op te frissen als het over die dag gaat.

Weet u hoeveel verlengingen het Nederlands Elftal heeft gespeeld op EK- en WK-eindrondes? Tien stuks in totaal. De eerste was in 1938, de meeste recente op de zojuist genoemde datum afgelopen zomer. Weet u in hoeveel van deze verlengingen we de wedstrijd alsnog wonnen? Schrik niet: in geen enkele. Vijf keer verloren we alsnog, vijf keer bleef het gelijk en liep het uit op strafschoppen. En dat liep dus maar één keer goed af. Weet u wat misschien nòg verontrustender is? We hebben nog nooit gescoord in de extra tijd. Wel kregen we tien goals tegen. Tien verlengingen in 72 jaar tijd, tussenstand 0-10.

Meneer Van Marwijk, we verdienen beter. We zijn een uitstekend toernooiland. Sinds 1974 (ik laat even de vooroorlogse toernooien buiten beschouwing) hebben we zeven WK’s en acht EK’s gespeeld. Vijftien eindtoernooien. Slechts één keer werden we daarin al in de poulefase uitgeschakeld. Dat is een feitje waar de Engelsen, Spanjaarden, Fransen, Italianen en zelfs de Duitsers jaloers op zijn. Vijf keer bleven we steken in de halve finale en vier keer haalden we de finale. We zaten dus negen van de laatste vijftien keer dat we meededen bij de laatste vier. We wonnen echter slechts één eindtoernooi, het EK van 1988. Dat wil zeggen dat we veertien keer uitgeschakeld werden. Zoals ik al zei, één keer in de poulefase, en dus dertien keer in de knock-outrondes. Slechts vijf keer gebeurde dit in de reguliere speeltijd. We kunnen dus wel stellen dat de geldende methodes voor een beslissen van een na negentig minuten onbesliste wedstrijd ons niet zo goed liggen.

Ik besef dat uw spelers na een ongetwijfeld weer overvol seizoen vermoeid aan het komende EK zullen beginnen, toch zou ik bijna willen zeggen: schrijf de hele handel maar in voor een paar halve marathons, zodat ze na negentig minuten nog steeds iedereen het snot voor de ogen lopen. Vraag of we oefeninterlands voortaan met verlenging mogen spelen, ook als het na negentig minuten helemaal niet gelijk staat. Duim er samen met mij voor dat Internazionale, Tottenham Hotspur, Arsenal en Bayern München en de andere clubs van onze internationals in het komende seizoen maar heel vaak tegen een verlenging op mogen lopen in de diverse Europese en nationale bekercompetities. Of laat de KNVB-kopstukken lobbyen bij de FIFA en vraag ze de verlengingen af te schaffen en play-offs in te voeren…

Natuurlijk overdrijf ik met deze suggesties. U zult ongetwijfeld betere maatregelen kunnen verzinnen, er is immers een reden waarom u het als voetballer en als coach tot Oranje geschopt hebt, terwijl ik afgelopen zondagochtend om tien uur op een veld tussen de boerenakkers stond te schutteren voor drie toeschouwers. U lijkt me een bondscoach die met alles rekening houdt en weinig tot niets aan het toeval overlaat. Ik weet dat u elke potentiële tegenstander uitvoerig bestudeert. Daarom wil ik u vragen eens extra te brainstormen over het bestrijden van onze meest dodelijke tegenstander: de verlenging.

De kans bestaat dat in de volgende zomer in Polen of Oekraïne een fluitsignaal klinkt dat de elfde verlenging voor Oranje op een eindtoernooi inluidt. Ik hoop dan op het gezicht van Robin van Persie een sluwe glimlach te zien. Een triomfantelijke grijns bij Arjen Robben. Een gebalde vuist bij Wesley Sneijder. Alsof ze willen zeggen: “Mooi, nu hebben we ze precies waar we ze hebben willen”.

PS: En laat de jongens na iedere training elk een dozijn strafschoppen nemen. Voor de zekerheid.

Leave a comment »