Archive for Serie: Greatest misses

Greatest misses, deel 5: de jaren nul

Het concept: uit elk decennium (van de jaren zestig tot en met de jaren nul) selecteer ik de naar mijn mening tien mooiste popliedjes (maximaal één per uitvoerende) die in geen enkel land in de top 40 hebben gestaan.

Voor het samenstellen van delen drie (jaren tachtig) en vier (jaren negentig) heb ik nog even wat meer tijd nodig, daarom nu alvast deel vijf: de jaren nul.

1. Zoli Band – Painful (2000)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=lQQfsboTKxc

CD: ‘Zoli Band’ of ‘Red & Blue’ (November 56)

In 1994 wordt de van oorsprong Hongaarse Zoli Teglas zanger van de Californische hardcore-punkband Ignite. Met zijn warme, melodieuze stem valt hij direct op in het doorgaans weinig subtiele genre. Eind jaren negentig besluit Teglas zijn horizon wat te verbreden. Met de hulp van enkele leden en roadies van zijn band neemt hij demo’s op van pop-, folk- en rocknummers die hij geschreven heeft. In 2000 komt van dit project in eigen beheer een titelloos album uit. Daarop is het nummer ‘Painful’ te vinden, dat een bewerking is van ‘All in All (This One Last Wild Waltz)’ van Dexy’s Midnight Runners uit 1982. Teglas en de zijnen hebben van het zwierige walsje een stemmige folkballade gemaakt met een aangepaste tekst. Terwijl Teglas in punkrockkringen succesvol blijft als zanger van Ignite en later ook van Pennywise (en tijdelijk van de Misfits) blijft zijn Zoli Band op de achtergrond. Optredens worden doorgaans afgewerkt voor een bescheiden groepje muzikaal wat meer ruimdenkende Ignite-fans. In 2010 komt de dubbel-CD ‘Red & Blue’ uit, de eerste CD bevat het album uit 2000, op de tweede staat nieuw werk dat veel meer rock-georiënteerd is.

2. The Polyphonic Spree – Section 12 (Hold Me Now) (2004)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=FcITdR8EeIY

CD: ‘Together We’re Heavy’ (Good)

In 1999 houdt de Amerikaanse rockband Tripping Daisy op te bestaan als gitarist Wes Berggren overlijdt aan een overdosis. De drie overgebleven leden beginnen daarop onder leiding van frontman Tim DeLaughter een nieuwe band, The Polyphonic Spree. Om het geluid van de orkestrale groepen van de jaren zestig en zeventig na te bootsen worden er maar liefst tien extra muzikanten bijgehaald. Uiteindelijk zal de groep zelfs circa 25 bandleden tellen, waarmee DeLaughter naast een reguliere band permanent een koortje, een stijkerssectie en een blazerssectie tot zijn beschikking heeft. Het imposante gezelschap gaat gekleed in kleurrijke gewaden en door het uitzinnige karakter van de optredens lijkt de groep op het podium op een euforische hippiesekte. De nummers op het eerste album ‘The Beginning Stages of…’ heten simpelweg ‘Section 1’ tot en met ‘Section 10’ (alhoewel ze elk een subtitel dragen). Op het tweede album ‘Together We’re Heavy’ wordt gewoon doorgeteld, waardoor het tweede nummer daarvan ‘Section 12 (Hold Me Now)’ heet. Inmiddels heeft de groep drie albums uit en staat de teller op 32 “sections”. Wat het aantal huidige en voormalige bandleden betreft gaat de teller nog wat verder, dat zijn er inmiddels ongeveer zestig.

3. Johan – Tumble And Fall (2001)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Q-VhNIuq0f8

CD: ‘Pergola’ (Excelsior)

In 1990 valt de band Little Mary Big kort na het bereiken van de tweede plaats in de talentenjacht De Grote Prijs van Nederland uit elkaar door ruzie tussen zanger/gitarist Jacco de Greeuw en zangeres Marike Groot. Groot wordt daarna lid van een vroege incarnatie van The Gathering, De Greeuw richt de band Visions of Johanna op. In 1996 komt onder de ingekorte naam Johan een titelloos album uit, dat erg positief ontvangen wordt en leidt tot onder meer een optreden op Pinkpop. Mede door depressies van De Greeuw en verschillende ledenwisselingen, twee problemen die Johan lang zullen blijven achtervolgen, duurt het echter een tijdje voordat het tweede album uitkomt. Pas in 2001 is het album ‘Pergola’, vernoemd naar de straat in Hoorn waar De Greeuw dan woont, een feit. Ook op album drie, ‘THX JHN’, moet vervolgens vijf jaar gewacht worden. In 2009 wordt het zilveren jubileum gevierde met de verzamelaar ‘12.5 Years, 3 Albums, 36 Songs’, die de drie albums en een DVD met alle videoclips bevat. Album vier, simpelweg ‘4’ genaamd, verschijnt relatief snel, na drie jaar al. Enkele maanden later, op 26 augustus 2009, maakt Johan bekend te zullen stoppen. Na een tournee door heel Nederland wordt op 22 december 2009 het laatste optreden gegeven in de Paradiso in Amsterdam. Gedurende het bestaan van de groep heeft Johan, tot frustratie van De Greeuw, nooit veel commercieel succes. ‘Pergola’ wordt in Nederland weliswaar een gouden plaat (al heeft het album daar acht jaar voor nodig), maar van de dertien singles die uitgebracht worden komt er niet één verder dan de zestiende plaats van de tipparade. De critici lopen daarentegen massaal weg met Johan. Als het muziekblad Oor in 2008 een door tientallen deskundigen samengestelde lijst publiceert met de honderd beste Nederlandse albums ooit gemaakt bezet Johan daarop plaatsen 4 (met ‘Pergola’), 45 (‘Johan’) en 64 (‘THX JHN’).

4. Fleet Foxes – He Doesn’t Know Why (2008)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=gjgkRoPLYRk

CD: ‘Fleet Foxes’ (Sub Pop/Bella Union)

De folkband Fleet Foxes wordt in 2006 opgericht in Seattle. Nog datzelfde jaar komt een ongetitelde demo uit op CD-recordable. Ahoewel Fleet Foxes nog geen enkele officiële release uit heeft worden de nummers op de MySpace-pagina van de band in 2007 in twee maanden tijd een kwart miljoen keer beluisterd. Platenlabel Sub Pop (groot geworden als het label waarop onder meer Nirvana en Soundgarden begonnen) is onder de indruk en biedt de band een contract aan. In 2008 komt de EP ‘Sun Giant’ uit, aanvankelijk alleen omdat de band dan tijdens tournees iets heeft om te kunnen verkopen. Twee maanden later verschijnt het titelloze eerste album (waarop ‘He Doesn’t Know Why’ te vinden is), dat erg positief onthaald wordt en vaak wordt omschreven als een mix tussen Crosby, Stills, Nash & Young en de latere Beach Boys. Onder meer The Times, Pitchfork Media, Billboard.com, Under the Rader, No Ripcord en Mojo roepen het uiteindelijk uit tot album van het jaar. In Engeland worden er bovendien genoeg exemplaren van verkocht voor een platina status. In 2011 volgt het album ‘Helplessness Blues’.

5. Elliott – Song in the Air (2003)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=EqGPloiP8D8

CD: ‘Song in the Air’ (Revelation)

De indie rockgroep Elliott komt in 1995 in Louisville voort uit de hardcoreband Falling Forward. Van de hardcoreroots van Elliott is echter al snel weinig meer te horen terwijl de groep steeds verder de post-rock-richting ingaat en meer gebruik maakt van piano, strijkers, koortjes en effecten. Kort na het uitkomen van het derde album ‘Song in the Air’ in 2003 besluit de groep, die onder aanvoering van zanger/gitarist Chris Higdon staat, er de brui aan te geven. Er volgt wel nog een tournee door Amerika en Europa en in 2005 komt postuum nog de restjescompilatie (met documentaire op DVD) ‘Photorecording’ uit. Highdon is momenteel frontman van een nieuwe band, Frontier(s), terwijl drummer Kevin Ratterman naam maakt als producer.

6. Sufjan Stevens – Come On! Feel The Illinoise! (2005)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=7TboOfiTjhU

CD: ‘Illinois’ (Cycle)

Sufjan Stevens wordt geboren op 1 juli 1975 in Detroit. Hij begint zijn muzikale carrière in de folkrockband Marzuki (vernoemd naar Stevens’ broer, die professioneel marathonloper is) en de gospelpopgroep Danielson. In 2000 komt zijn eerste soloalbum uit, ‘A Sun Came’. Stevens heeft zich dan al ontwikkeld tot een multi-instrumentalist, die op zijn eigen werk talloze partijen zelf inspeelt. Instrumenten die hij bespeeld zijn onder meer gitaar, bas, banjo, sitar, piano, xylofoon, vibrafoon, hoorn, oboe, drums en blokfluit. Nadat hij in 2001 het electronische album ‘Enjoy Your Rabbit’ uitgebracht heeft komt in 2003 ‘Michigan’ uit, het eerste deel van Stevens’ uiterst ambitieuze ’50 States Project’. Hij wil over elke van de vijftig Amerikaanse staten een thema-album maken. Dat hij hier niet veel haast mee heeft blijkt als zijn volgende album, ‘Seven Swans’, niet tot het project behoort. Met het album dat daar op volgt, ‘Illinois’, pikt hij de draad wel weer op. Het uiterst gevarieerde album duurt maar liefst 74 minuten en wordt bovendien gevolgd door ‘The Avalanche: Outtakes and Extras from the Illinois Album’, een compilatie met 76 minuten aan restmateriaal. In 2009 biecht Stevens op dat het ’50 States Project’ slechts een gimmick was. Tot dusver heeft hij tien solo-albums op zijn naam staat, een derde thema-album over een Amerikaanse staat zit er echter nog niet bij.

7. Camera Obscura – Super Trouper (2006)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Pnhc82_RqFE

CD: V/A ‘The Saturday Sessions: The Dermot O’Leary Show’ (EMI)

De melancholische popgroep Camera Obscura wordt in 1996 opgericht in het Schotse Glasgow. Mede dankzij de steun van de legendarische DJ John Peel en stadsgenoten Belle & Sebastian groeit de band al snel uit tot één van de lievelingen van de Britse alternatieve muziek. Dat leidt echter nauwelijks tot commercieel succes. Van de dertien singles en vier albums die tot dusver uitgebracht werden haalde alleen het album ‘My Maudlin Career’ uit 2009 de Britse top 100. Hun bloedmooie versie van ‘Super Trouper’ (die je waarschijnlijk voor het eerst laat horen dat deze megahit van ABBA diep van binnen eigenlijk een hartverscheurend droevig liedje is) neemt Camera Obscura in 2006 live op in het radioprogramma The Dermot O’Leary Show. Na de uitzending komen er zoveel verzoeken binnen van luisteraars die een CD willen hebben waar dit nummer opstaat, dat het voor Dermot O’Leary de directe aanleiding is om dan maar een dubbel-CD uit te brengen met live-sessies uit zijn radioprogramma. Waarop Camera Obscura’s ‘Super Trouper’ uiteraard te horen is.

8. Acid House Kings – This Heart is a Stone (2005)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=6vIwjaOyZWk

CD: ‘Sing Along with Acid House Kings’ (Labrador)

Acid House Kings wordt in 1991 opgericht in het Zweedse Stockholm door Joakin Ödlund en de broers Niklas en Johan Angergård en tien jaar later uitgebreid met zangeres Julia Lannerheim. Erg productief wordt de groep nooit, als in 2005 het vierde album ‘Sing Along with Acid House Kings’ uitkomt is het de eerste keer dat de Zweden minder dan vijf jaar nodig hebben gehad om met een nieuwe plaat te komen. In overeenstemming met het (opzettelijk) lekker tuttige imago van de band zit bij de CD gratis een karaoke-DVD van het volledige album.

9. Keren Ann – Not Going Anywhere (2003)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=1504cSBhWG0&feature=related

CD: ‘Not Going Anywhere’ (Capitol)

De op 10 maart 1974 geboren singer/songwriter Keren Ann Zeidel mag met recht een wereldburger genoemd worden. Haar vader is een Russische Jood, haar moeder is half Nederlands en half Indonesisch en zelf komt ze ter wereld in Israël. De eerste elf jaar van haar leven brengt ze door in Nederland, daarna woont ze om en om in Parijs en New York. Na twee Franstalige albums uit te hebben gebracht gaat ze in 2003 op de internationalere toer met haar eerste Engelstalige plaat ‘Not Going Anywhere’. Alhoewel dit haar derde album in drie jaar is blijkt ze nog genoeg inspiratie te hebben, want hetzelfde jaar komt het debuutalbum uit van Lady & Bird, een samenwerkingsproject tussen Keren Ann en de IJslandse singer/songwriter Barði Jóhannsson.

10. Bayside – Montauk (acoustic) (2005)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=3XfuzyYNvyM

CD: ‘Acoustic’ (Victory)

De punkpop/emoband Bayside wordt in 2000 opgericht in New York. De naam bedenken ze als ze met de metro op weg zijn naar een concert van A New Found Glory met het doel om hun demo-CD aan de optredende band te geven. Ze hebben nog altijd geen bandnaam en als ze het station Bayside passeren besluiten ze dat als bandnaam op het CD’tje te schrijven. Op 31 oktober 2005, twee maanden na het uitkomen van hun tweede album ‘Bayside’, verongelukt de tourbus van de groep bij Cheyenne, Wyoming. Zanger/gitarist Anthony Raneri en gitarist Jack O’Shea komen er vanaf met lichte verwondingen. Hun ritmesectie is minder gelukkig. Bassist Nick Ghanbarian breekt een ruggenwervel en drummer John “Beatz” Holohan komt om het leven. Raneri en O’Shea breken de ‘Never Sleep Again’ tour af en gaan naar huis. Een paar weken later besluiten ze hun akoestische gitaren in te pakken en als eerbetoon de tour met z’n tweeën te voltooien. Op de dag na het emotionele laatste optreden van de tour gaan Raneri en O’Shea de studio in om hun akoestische set op te nemen, het resultaat is het album ‘Acoustic’, waar tevens de laatste studio-opnames van Holohan op staan. Sindsdien heeft Bayside met een weer herstelde Ghanbarian en nieuwe drummer Chris Guglielmo nog drie albums gemaakt.

Leave a comment »

Greatest misses, deel 2: de jaren zeventig

Het concept: uit elk decennium (van de jaren zestig tot en met de jaren nul) selecteer ik de naar mijn mening tien mooiste popliedjes (maximaal één per uitvoerende) die in geen enkel land in de top 40 hebben gestaan.

Deel twee: de jaren zeventig.

 1. The Beach Boys – Surf’s Up (1971)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=R2_wBbS7I08

CD: ‘Sunflower + Surf’s Up’ (Capitol)

Nadat Beach Boys-voorman Brian Wilson in 1966 zijn meesterwerk ‘Pet Sounds’ voltooid heeft besluit hij een album te gaan maken dat nog avontuurlijker, nog complexer en nog briljanter is. ‘SMiLE’ moet het gaan heten. Het TV-kijkende publiek krijgt een voorproefje als Brian in november 1966 het complexe nummer ‘Surf’s Up’ in zijn eentje vanachter de piano uitvoert voor een CBS News-special over popmuziek. De special wordt gepresenteerd door de beroemde klassieke componist en dirigent Leonard Bernstein, die onder de indruk is. Wilson komt dicht bij voltooiing van zijn langverwachte nieuwe meesterwerk, maar bezwijkt in 1967 onder zijn zwakke mentale gesteldheid, zijn drugsgebruik en de druk die zijn band en platenlabel op zijn schouders leggen. ‘SMiLE’ verdwijnt onvoltooid in de archieven en een diep gekrenkte, verslagen Wilson wordt langzaam maar zeker een kluizenaar die soms dagenlang zijn slaapkamer niet uitkomt. Vier jaar later zijn The Beach Boys allang niet hip meer. In een poging toch nog wat platen te kunnen verkopen besluit Brian’s jongste broer Carl, die zich inmiddels heeft opgeworpen als nieuwe leider van de band, ‘Surf’s Up’ alsnog te voltooien. In de archieven stuit hij op een solo-uitvoering van Brian met alleen zang en piano, en een uitgebreidere instrumentale versie van de eerste sectie van het nummer. Carl zingt daarop zelf de eerste sectie in, voorziet de tweede en derde sectie van overdubs en plakt ze aan elkaar. Hij doet dit in de in Brian’s woonkamer gevestigde opnamestudio, terwijl Brian zich boven zijn hoofd op heeft gesloten in zijn slaapkamer. Gekweld door zijn traumatische herinneringen aan het ‘SmiLE’ project weigert hij naar beneden te komen om een bijdrage te leveren. In 1971 verschijnt Carl’s voltooide versie op het album dat eveneens ‘Surf’s Up’ heet. In 2004, zes jaar nadat Carl is overleden aan longkanker, weet zijn grote broer Brian alsnog de moed te vinden om met zijn huidige begeleidingsband zijn magnum opus ‘’SmiLE’ te voltooien. Uiteraard is daarop ook ‘Surf’s Up’ te vinden.

 2. Van Dyke Parks – Clang of the Yankee Reaper (1975)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=2VvsWDjZvlc

CD: ‘Clang of the Yankee Reaper’ (Warner Bros.)

Alhoewel Van Dyke Parks bij het grote publiek geen bekende naam is heeft dit multi-talent een bijzonder fascinerende carrère. Parks wordt op 3 januari 1943 geboren in Hattiesburg, Mississippi. Vanaf zijn tiende is hij een heuse kindster. Hij acteert in films met onder meer de legendarische Grace Kelly en heeft in rol in de razend populaire sitcom The Honeymooners. Wat later leert hij klarinet, piano en gitaar spelen en in 1963 verkast hij met zijn broer Carson (de latere componist van onder meer ‘Somethin’ Stupid’, dat een enorme hit zal worden voor Frank & Nancy Sinatra en later ook voor Robbie Williams & Nicole Kidman) naar Los Angeles om daar op te gaan treden als The Steeltown Two. Parks gaat tevens aan de slag als sessiemuzikant, arrangeur en songschrijver. In 1966 wordt hij door Brian Wilson van The Beach Boys ingehuurd om met hem het hiervoor al genoemde album ‘SMiLE’ te schrijven. In 1968 maakt Parks zijn debuut als solo-artiest met het album ‘Song Cycle’, dat hij mag maken met een voor die tijd ongekend hoog opnamebudget. Het album, dat oud-Amerikaanse invloeden voorziet van een psychedelisch tintje, wordt vrijwel unaniem geprezen door de critici maar verkoopt nauwelijks. Op zijn volgende albums legt Parks zich vooral toe op tropische calypso. Zo ook op zijn derde album, ‘Clang of the Yankee Reaper’ uit 1975, al is dat niet te horen aan het niet-representatieve titelnummer. Alhoewel zijn solo-carrière op een vrij laag pitje blijft staan hoeft Parks zich bepaald niet te vervelen. Als producer, arrangeur en/of muzikant werkt hij mee aan albums van uiteenlopende artiesten als Tim Buckley, U2, Randy Newman, Harry Nilsson, The Byrds, Cher, Ringo Starr, Sheryl Crow, The Everly Brothers, The Scissor Sisters en Silverchair. Tevens schrijft hij filmsoundtracks, maakt hij muziek voor de Amerikaanse versie van Sesamstraat en arrangeert hij het beroemde nummer ‘The Bare Necessities’ uit de film ‘Jungle Book’. Ook blijft hij sporadisch acteren, onder meer in ‘Popeye’ en de TV-serie ‘Twin Peaks’.

 3. Lori Balmer – Here Before the Sun (1972)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=KeHXjj2y22Y

CD: V/A – ‘Tea & Symphony: The English Baroque Sound 1967-1974’ (Sanctuary)

Lori Balmer wordt in 1958 geboren in Victoria, Australië. Ze is pas dertien als in 1972 de single ‘Here Before the Sun’ uitkomt, toch kan ze dan al een muziekveteraan genoemd worden. Het is immers al haar zevende single. Balmer is vanaf haar zesde professioneel zangeres, staat vanaf haar zevende onder contract bij RCA Records en is enige tijd een vaste gast bij verschillende radio- en tv-shows van de BBC. Ondanks dat ze al heel jong een krachtige, volwassen stem heeft en ze stevig op sleeptouw genomen wordt door de gebroeders Gibb van The Bee-Gees, die familie van haar zijn, worden geen van haar singles hits. Alhoewel Balmer’s solocarrière nooit echt van de grond komt blijft ze volop actief in de muziek, zei het hoofdzakelijk anoniem. Ze is achtergrondzangeres bij enkele van de grootste namen in de popmuziek, zoals Tina Turner, Cliff Richard, Bryan Ferry, U2, Joe Cocker, George Harrison, Lionel Richie, Van Halen en Johnny Rotten. Ook zingt ze enkele filmsoundtracks in. In 2007 komt haar single ‘Here Before The Sun’ weer onder de aandacht van een select groepje muziekfans als het nummer verschijnt op ‘Tea & Symphony’, een verzamel-cd met obscure muziekschatten uit de late jaren zestig en vroege jaren zeventig.

 4. Cat Stevens – Sad Lisa (1970)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Vd0zduRDa6w

CD: ‘Tea for the Tillerman’ (Island)

Cat Stevens wordt op 21 juli 1948 in Londen geboren als Steven Demetre Georgiou, zoon van een Grieks-Cypriotische vader en een Zweedse moeder. Als hij muziek begint te maken kiest hij aanvankelijk voor het pseudonym Steve Adams, dat hij al snel vervangt door het opvallendere Cat Stevens. Hij is pas 18 als hij in 1966 doorbreekt en hits scoort met vlotte, rijk georkestreerde liedjes als ‘I Love My Dog’, ‘Matthew and Son’ en ‘I’m Gonna Get Me a Gun’. In 1969 loopt hij tubercolose op, hij balanceert op het randje van de dood en moet maanden in het ziekenhuis doorbrengen. Daar begint zijn spirituele zoektocht. De tienerster laat zijn haar groeien en een baard staan, ruilt de rijkelijk gearrangeerde popliedjes in voor kalere akoestische folk en gaat teksten met wat meer diepgang schrijven. De nieuwe richting slaat aan en met name het album ‘Tea for the Tillerman’ uit 1970 is een groot succes. De plaat levert de hits ‘Father and Son’ en ‘Wild World’ op. Zowel op het album als op de B-kant van ‘Wild World’ is het nummer ‘Sad Lisa’ te vinden. Stevens blijft succesvol totdat hij zich in 1977 bekeert tot de Islam en zijn nieuwe naam Yusuf Islam aanneemt. Twee jaar later stapt hij rigoureus uit de muziekwereld en verkoopt hij al zijn gitaren. Hij sticht verschillende Islamitische scholen en gaat zich volop bezig houden met liefdadigheid. In de late jaren negentig gaat hij weer voorzichtig muziek maken, al is dat aanvankelijk alleen met zang en percussie. Pas in 2003, nadat hij voor het eerst in tientallen jaren weer eens op een gitaar heeft zitten pingelen die zijn zoon in huis heeft laten slingeren, gaat hij weer popmuziek maken. In 2006 verschijnt onder de naam Yusuf ‘An Other Cup’, zijn eerste popalbum in 28 jaar.

 5. Dennis Wilson – River Song (1977)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=r4yFWBbG_ZA

CD: ‘Pacific Ocean Blue’ (Legacy)

Dennis Wilson wordt geboren op 4 december 1944 in Los Angeles. Hij groeit op als een rebelse jongen die zichzelf voortdurend in de nesten werkt en een te korte concentratiespan heeft om iets gedaan te krijgen. Zijn broers Brian en Carl zijn dan ook bepaald niet enthousiast als hun moeder Audree hen in 1961 dwingt om Dennis mee te laten spelen in hun nieuwe bandje dat ze The Pendletones noemen. Alhoewel hij nauwelijks muzikale aanleg lijkt te hebben wordt hij achter het drumstel gezet, het enige nog vacante instrument. Alhoewel Dennis nooit een erg goede drummer zal worden blijkt hij van onschatbare waarde voor de band die al snel wereldberoemd wordt onder de nieuwe naam The Beach Boys. Hij is een belangrijke inspiratiebron voor de songteksten van de band omdat hij het enige lid is dat daadwerkelijk surft, daarna is hij het enige sekssymbool van de groep. Als hij met zijn onvaste stem een nummer mag zingen (Dennis is onder meer leadzanger op de hit ‘Do You Wanna Dance’) ontstaan er niet zelden hysterische toestanden in het publiek. Eind jaren zestig begint Dennis zich tot de niet geringe verrassing van vrijwel iedereen plotseling te ontwikkelen tot een erg verdienstelijke zanger en songschrijver. Hij specialiseert zich in lustvolle rockers en soulvolle ballads, in beiden komt zijn rauwe, karaktervolle stem uitstekend tot zijn recht. Dennis is in 1977 de eerste Beach Boy die een solo-album uitbrengt, ‘Pacific Ocean Blue’ (waarop ‘River Song’ staat). Het album is aanzienlijk beter dan alles wat zijn band in de voorgaande jaren heeft uitgebracht en verkoopt ook een stuk beter. De andere Beach Boys zijn daar bepaald niet blij mee en dwingen Dennis om te kiezen tussen de groep en zijn solocarrière. Dennis kiest voor het eerste, schrapt alle geplande solo-optredens en ‘Pacific Ocean Blue’ verdwijnt al na een paar maanden uit de omloop, om daarna decennia lang out of print te blijven. In de jaren die volgen gaat het snel bergafwaarts met Dennis. Zijn drank- en drugsverslaving loopt ernstig uit de hand, hij wordt dakloos en door een vuistslag op zijn keel wordt zijn stem beschadigd. Op 28 december 1983, hij is dan 39, duikt Dennis in een dronken bui het water in van de plezierjachthaven van Marina del Rey. Hij komt niet meer boven. Vanwege zijn sterke band met de zee krijgt de familie van president Ronald Reagan hoogstpersoonlijk toestemming om Dennis op zee te begraven. In 2008 wordt ‘Pacific Ocean Blue’ eindelijk heruitgebracht, voorzien van een extra CD met Dennis’ nooit onvoltooide en nooit eerder uitgebrachte tweede album ‘Bambu’.

 6. Nick Drake – Hazy Jane II (1970)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=qSZ9oX0rLgg

CD: ‘Bryter Layter’ (Island)

De levensloop van Nick Drake is één van de meeste tragische in de muziekgeschiedenis. Drake wordt op 19 juni 1948 geboren in Burma als zoon van redelijk welgestelde Engelse ouders. Als scholier speelt hij piano en saxofoon in een bandje waar ook Chris de Burgh (later wereldberoemd met de hit ‘Lady in Red’) kort deel van uitmaakt. In 1969 en 1970 maakt hij de solo-albums ‘Five Leaves Left’ en ‘Bryter Layter’ (waarop ‘Hazey Jane II’ te vinden is), waarop hij hulp krijgt van blazers- en strijkersectie en leden van befaamde bands als Fairport Convention, Pentangle, Velvet Underground en de tourband van The Beach Boys. Zijn derde album ‘Pink Moon’ is radicaal anders. Hij neemt het op in twee sessies van twee uur, met alleen zijn eigen stem en een akoestische gitaar (en één piano-overdub). Gedurende zijn leven is Drake zeer onsuccesvol als muzikant. Van zijn drie albums worden slechts een paar duizend exemplaren verkocht en van platenmaatschappij Island krijgt hij een inkomen van twintig pond per week. Na het uitkomen van ‘Pink Moon’ trekt de zeer mensenschuwe Drake zich terug uit de muziek en begint hij steeds meer last van depressies en andere mentale problemen te krijgen. Hij gaat weer bij zijn ouders wonen en verbreekt het contact met veel van zijn vrienden. In de nacht van 24 op 25 november 1974 overlijdt hij aan een overdosis antidepressiva. Pas in de jaren tachtig begint postuum zijn ster te rijzen. Leden van REM en The Cure en mensen als Kate Bush en Paul Weller noemen hem als één van hun voorbeelden. Liedjes van hem zijn te horen in TV-reclames voor onder meer Volkswagen en AT&T. Lijstjes in muziekbladen met beste albums aller tijden waarin niet alle drie zijn albums in genoemd worden zijn vandaag de dag zeldzaam. Door zijn muziek, zijn tragische levensloop, het feit dat hij in zijn hele leven maar één interview en een handjevol optredens gaf en omdat er van hem geen bewegende beelden bestaan is Drake uitgegroeid tot één van de meest mysterieuze figuren in de popgeschiedenis.

 7. Graham Gouldman – Nowhere To Go (1972)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=VdJyE3Tt8FM

CD: V/A – ‘Tea & Symphony: The English Baroque Sound 1967-1974’ (Sanctuary)

De naam Graham Gouldman zal niet direct bij veel mensen een belletje doen rinkelen, toch is hij verantwoordelijk voor een indrukwekkend aantal hits. Gouldman wordt geboren op 10 mei 1946 in het Engelse Broughton. Nog voordat hij twintig is heeft hij tien hitsingles geschreven voor onder meer The Yardbirds (‘For Your Love’), The Hollies (‘Bus Stop’), Herman’s Hermits (‘No Milk Today’), Cher en Jeff Beck. Van 1969 tot 1972 werkt hij als songschrijver, producer en sessiemuzikant en -zanger voor Super K Productions, waar hij geacht wordt minstens een liedje per dag te schrijven. Hij scoort voor Super K hits onder bedachte bandnamen als The Ohio Express en Hotlegs. In 1972 wordt Gouldman lid van de band 10cc, waarvoor hij ook talloze hits schrijft, waaronder ‘The Wall Street Shuffle’, ‘I’m Not in Love’, ‘The Things We Do for Love’ en ‘Dreadlock Holiday’. Ook met de band Wax is hij succesvol, met onder meer ‘Right Between the Eyes’ en ‘Building a Bridge to Your Heart’. Minder lucratief is Gouldman’s solo-carrière onder zijn eigen naam. De acht singles die hij uitbrengt, waaronder ‘Nowhere to Go’ (die enkele maanden voor de doorbraak van 10cc uitkomt), floppen allemaal.

 8. Fresh Maggots – Rosemary Hill (1971)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=MuJSC0o_egI

CD: ‘Fresh Maggots’ (Sunbeam)

Onder de naam Fresh Maggots maakt het duo Mick Burgoyne en Leigh Dolphin uit het Engelse Nuneaton in 1971 één album, dat titelloos blijft. Op dat moment zijn de twee pas negentien jaar oud. Alhoewel het album positieve recensies krijgt verkoopt het nauwelijks. Het duo stopt er direct weer mee duikt de vergetelheid in, tot in 2006 hun enige album heruitgebracht wordt op cd.

 9. Heron – Lord And Master (1970)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=6wJ_FXGwgU8

CD: ‘Heron’ (Si-Wan)

Heron uit het Engelse Maidenhead wordt in 1968 opgericht in een een folkclub. Twee jaar later komt het titelloze debuutalbum uit, dat is opgenomen in een afgelegen veld vlakbij de rivier de Thames. De vogel- en andere natuurgeluiden die je op het album kunt horen zijn dan ook geen geluidseffecten. Na een tweede album in 1972, ook in een veld opgenomen, wordt de band weer opgedoekt en wordt frontman Tony Pook timmerman. In 1997 maakt Heron een doorstart. Het comebackalbum wordt, uiteraard, weer opgenomen in een veld.

10. The Raspberries – I Saw the Light (1972)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=ZrAlbLGB0UQ

CD: ‘Greatest’ (Capitol)

Deze groep ontstaat in 1970 als enkele leden van The Choir en Cyrus Erie, twee bands uit Cleveland die enkele regionale hits gescoord hebben, hun krachten besluiten te bundelen. The Raspberries kennen een vliegende start. Op basis van een demotape bieden de grote platenmaatschappijen tegen elkaar op om de groep in te kunnen lijven, uiteindelijk wint Capitol Records. In 1972 wordt met ‘Go All The Way’ een Amerikaanse top tien-hit gescoord, dat evenals het niet als single uitgebrachte ‘I Saw the Light’ komt van het album ‘Raspberries’. De groep valt in 1975 uit elkaar, waarna zanger Eric Carmen als solo-artiest en songschrijver voor anderen nog succesvoller wordt dan zijn band ooit was. Acht keer komt een compositie van hem in de Amerikaanse top tien, drie keer is hij zelf de uitvoerende artiest. ‘All By Myself’ wordt zowel in zijn eigen uitvoering als die van Celine Dion een megahit. Ook ‘Hungry Eyes’ uit de film ‘Dirty Dancing’ is van hem. In 2000 maken The Raspberries een nieuwe start, aanvankelijk met alleen gitarist Wally Bryson en gitarist/bassist Dave Smalley als originele leden. Sinds 2005 is ook Eric Carmen weer van de partij.

Leave a comment »

Greatest misses, deel 1: de jaren zestig

Dit is het begin van een serie die je op deze blogpagina kunt gaan volgen.

Het concept: uit elk decennium (van de jaren zestig tot en met de jaren nul) selecteer ik de naar mijn mening tien mooiste popliedjes (maximaal één per uitvoerende) die nooit ergens in de top 40 hebben gestaan.

Deel één: de jaren zestig.

1. The Beach Boys – Time To Get Alone (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=QM7vec73eSg

CD: Friends + 20/20 (Capitol)

Tot 1966 lijkt het er nog op dat Beach Boy Brian Wilson de hits uit zijn mouw kan schudden. Nadat hij circa 1966-1967 een muzikaal progressievere richting ingaat en daarop mentaal vastloopt komt daar echter stevig de klad in. Zijn medebandleden zijn vervolgens zuinig op elk meesterwerkje dat ze nog uit hem kunnen persen. Ze zijn dan ook verre van enthousiast als ze in 1967 de opnames horen die Brian geproduceerd heeft voor een nieuw bandje dat hij ontdekt heeft, Redwood. Brian blijkt twee nieuwe eigen composities aan die groep te hebben gegeven, ‘Darlin” en ‘Time To Get Alone’, en die klinken beiden verre van verkeerd. Carl Wilson, Mike Love en Al Jardine vinden dat zij recht hebben op de nieuwe nummers en confronteren Brian daarmee, die hen in tranen hun zin geeft. De Redwood-vocalen worden van de tape gewist en vervangen door die van The Beach Boys zelf. Daarmee is ook het beoogde samenwerkingsverband tussen Redwood en Brother Records, het nieuwe eigen platenlabel van The Beach Boys, van de baan. ‘Darlin” wordt een hit voor The Beach Boys, ‘Time To Get Alone’ blijft tot 1969 onuitgebracht en verschijnt dan relatief anoniem als track op het album ’20/20′. Onder de nieuwe bandnaam Three Dog Night wordt Redwood later één van de succesvolste Amerikaanse bands van de jaren zeventig.

2. The Zombies – Care of Cell 44 (1968)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=EWfRbW-ObHk

CD: Odessey & Oracle (Big Beat)

De band The Zombies wordt in 1961 opgericht in het Engelse St. Albans door enkele schoolvrienden. Na het winnen van een bandcompetitie van de London Evening News sleept de groep een platencontract bij Decca in de wacht, wat leidt tot het uitkomen van de single ‘She’s Not There’ (later een grote hit voor Santana) in 1964. De single gaat in Engeland naar nummer twaalf en in Amerika naar nummer twee. Later dat jaar scoort de groep nog een Amerikaanse top tien-hit met ‘Tell Her No’, maar daarna blijft het succes uit. Maar liefst veertien singles floppen. Ook de single ‘Care of Cell 44’ van het album ‘Odessey and Oracle’ doet niets. Toetsenist Rod Argent, schrijver van het nummer, begrijpt er niets van. Ondanks de eigenaardige tekst die gericht is aan een vrouwelijke partner die vast zit in de gevangenis ziet hij het als een bijzonder commercieel nummer. In 1968 zijn de frustraties dermate hoog opgelopen dat The Zombies er een punt achter zetten. Een jaar later wordt de single ‘Time of the Season’ zeer verrassend alsnog een Amerikaanse nummer één-hit, maar de band weigert opnieuw bij elkaar te komen. Enkele andere bands zien hun kans schoon en beginnen te toeren als The Zombies. Zanger Colin Blunstone, die aanvankelijk kiest voor een nieuwe carrière in de verzekeringsbranche, scoort later nog enkele hits onder zijn eigen naam en onder het pseudonym Neil MacArthur (onder deze naam scoort hij een hit met een “cover” van ‘She’s Not There’). Ook is hij te horen als leadzanger op verschillende nummers van The Alan Parsons Project, waaronder de hit ‘Old and Wise’. Toetsenist Rod Argent heeft nog enkele hits met zijn nieuwe band Argent. Sinds 2001 zijn Blunstone en Argent weer samen actief, aanvankelijk onder hun eigen namen en sinds 2004 weer als The Zombies. Het succes dat in de jaren zestig grotendeels uitbleef voor de groep is later alsnog gekomen. Het album ‘Odessey and Oracle’, dat bij uitkomen weinig deed, staat in recentere jaren in de top honderd van “beste albums aller tijden” lijstjes van toonaangevende bladen als Rolling Stone, The Guardian, Mojo, NME en Q Magazine.

3. Sagittarius – My World Fell Down (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Qs-oGEhDP0E

CD: Present Tense (Sundazed)

Gary Usher wordt geboren op 14 december 1938. Hij brengt in 1960 zijn eerste solo-singletje uit, dat niets doet. Succes heeft hij wel als hij in 1962 samen begint te werken met een buurjongen van een oom, Brian Wilson van The Beach Boys. Samen met Wilson schrijft Usher onder meer de Beach Boys-hits ‘409’ en ‘In My Room’. Snel daarna groeit hij uit tot een productieve songschrijver en producer in voornamelijk het surfgenre en stampt hij verschillende studiobandjes uit de grond. In 1967 werkt hij als producer samen met het duo Chad & Jeremy. Hij wil met hen het nummer ‘My World Fell Down’ opnemen, dat eerder al zonder succes opgenomen is door de Britse band The Ivy League. Chad & Jeremy wijzen het liedje af, waarna Usher er zelf mee aan de slag besluit te gaan. Voor de zangpartijen laat hij zijn vrienden Glen Campbell (later een zeer succesvol countryzanger), Bruce Johnston (van The Beach Boys) en Terry Melcher (de zoon van Doris Day, die voorheen samen met Johnston het duo Bruce & Terry vormde) opdraven, de muziek wordt ingespeeld door sessiemuzikanten. Hij brengt de single uit onder de naam Sagittarius, zijn eigen sterrenbeeld (boogschutter). Het plaatje komt niet verder dan de 70e plaats, maar door het erg rijke en uitgebreide arrangement en de eigenaardige non-muzikale geluidscollage die het nummer onderbreekt ontstaat al snel het hardnekkige gerucht dat ‘My World Fell Down’ eigenlijk een outtake is van de ‘SMiLE’-sessies van The Beach Boys. In 1968 volgt een volledig album van Sagittarius, ‘Present Tense’, waarop Usher nauw samenwerkt met zanger, songschrijver en producer Curt Boettcher. Het album is geen succes. Een tweede album, ‘The Blue Marble’, volgt in 1969 en doet eveneens heel weinig. Daarna komt het Sagittarius-project weer ten einde. Tot zijn dood in 1990 blijft Usher actief als producer en songschrijver, al is dat zonder veel commercieel succes.

4. Love – Alone Again Or (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=7yVBMUXr4xo

CD: Forever Changes (Elektra)

In 1965 heeft Arthur Lee zijn sporen al enigszins verdiend in de soul en rhythm & blues, hij heeft onder meer gewerkt met een jonge Jimi Hendrix. Na het zien van een optreden van The Byrds besluit Lee zijn muziek een dosis folk mee te geven, wat leidt tot de oprichting van de band Love. In de popscene van Los Angeles, met grote namen als The Byrds, The Doors en Buffalo Springfield, groeit Love al snel uit tot één van de meest spraakmakende live-acts (die bovendien opvalt door de bezetting met zowel blanke als zwarte leden), al vertaalt dat zich uiteindelijk nauwelijks in commercieel succes. Dit mede omdat de groep weinig zin heeft om al te ver buiten Los Angeles te spelen en nooit lang dezelfde bezetting weet te behouden. Het onbetwiste meesterwerk van Love is het album ‘Forever Changes’ en daarvan is ‘Alone Again Or’ het nummer dat het meeste indruk maakt. Opmerkelijk, omdat het geschreven is door gitarist Bryan MacLean en niet door frontman Arthur Lee, die verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van het materiaal van de groep. Lee weet het nummer uiteindelijk toch naar zich toe te trekken, tijdens het mixen laat hij het volume van zijn eigen tweede stem aanmerkelijk verhogen waardoor MacLean’s leadvocalen naar de achtergrond verdwijnen. Arrangeur David Angel voorziet de opname van een strijkersectie en een mariachi-band, die producer Bruce Botnick kort daarvoor nog heeft gebruikt voor een opname met The Tijuana Brass. MacLean en Lee leven uiteindelijk beiden niet lang en gelukkig. MacLean gaat stevig aan de drank en drugs en verlaat in 1968 de band. Hij krijgt een solocontract bij Elektra Records, maar de demo’s die hij vervolgens opneemt worden afgekeurd. Hij wordt kort daarna fanatiek Christen en bezwijkt op Eerste Kerstdag 1998, pas 52 jaar oud, in een restaurant aan een hartaanval. Lee blijft lange tijd het enige constante lid van Love en belandt verschillende keren in de gevangenis wegens illegaal wapenbezit, drugsbezit en mishandeling. Hij sterft in 2006 op 61-jarige leeftijd aan leukemie. ‘Alone Again Or’, dat als single nooit verder kwam dan een 99e plaats, is inmiddels alsnog uitgegroeid tot een klassieker, met coverversies door onder meer The Damned, The Oblivians, UFO, Sarah Brightman, The Boo Radleys, Chris Pérez Band, Calexico, Matthew Sweet & Susanna Hoffs en Les Fradkin.

5. The Doors – The Soft Parade (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=1XlqCFi6o-E

CD: The Soft Parade (Elektra)

Als The Doors in 1969 hun vierde album ‘The Soft Parade’ uitbrengen valt dat bij veel fans en critici niet goed. De prominente blazers en strijkers en poppy liedjes als ‘Touch Me’, ‘Do It’, ‘Easy Ride’ en ‘Runnin’ Blue’ gaan ten koste van het rauwere geluid van de eerdere albums van de groep. De afsluitende titeltrack is echter een overtuigend goedmakertje. Het nummer ‘The Soft Parade’ duurt maar liefst 8 minuten en 37 seconden en beweegt zich in vijf secties door verschillende genres, waaronder spoken word, psychedelische pop en bluesrock. Na ‘The Soft Parade’ maken The Doors nog twee album met zanger Jim Morrison, die in 1971 lid van de Forever 27 Club wordt als hij dood gevonden wordt in de badkuip van zijn hotelkamer in Parijs. The Doors maken daarna nog twee albums als trio.

6. The Beatles – For No One (1965)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=J6iAykoKLog

CD: Revolver (Parlophone)

The Beatles schreven zoveel klassiekers dat het er teveel waren om ze allemaal als single uit te kunnen brengen. Je kunt een aardig indrukwekkend lijstje maken met nummers die bijna iedereen kent maar toch nooit (althans niet in de Beatles-uitvoering) in de hitlijsten te bekennen waren. ‘For No One’ van het album ‘Revolver’ is één van de nummers die voor elke andere band één van de toppers zou zijn geweest, terwijl het voor The Beatles slechts een albumtrack is. Paul McCartney begint dit nummer te schrijven in de badkamer van een Zwitsers ski-resort na een ruzie met zijn vriendin Jane Asher. Hij neemt het uiteindelijk bijna solo op en begeleidt zijn eigen leadzang op klavichord, piano en bas, de enige andere muzikanten zijn Ringo Starr op drums en tamboerijn en de gerespecteerde klassieke muzikant Alan Civil (die later ook mee zou spelen op het Beatles-nummer ‘A Day in the Life’) op Franse hoorn. John Lennon, doorgaans publiekelijke niet overdreven complimenteus als het ging over McCartney’s werk, liet zich eens ontvallen dat ‘For No One’ één van zijn favoriete nummers van zijn mede-Beatle was.

7. The Yellow Balloon – Stained Glass Window (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=G13Ze1ndjfA

CD: The Yellow Balloon (Sundazed)

In 1966 besluiten Jan & Dean (bekend van hits als ‘Surf City’, ‘The Little Old Lady from Pasadena’ en ‘Dead Man’s Curve’) om het liedje ‘Yellow Balloon’ van producer/songschrijver Gary Zeckley op te nemen. Zeckley is vereerd, maar is niet zo te spreken over de versie van Jan & Dean. Hij denk dat het nummer meer potentie heeft, verzamelt een groepje sessiemuzikanten en neemt snel zijn eigen versie op. Om Jan & Dean voor te kunnen zijn wordt niet eens de tijd genomen om een B-kantje op te nemen, op de achterkant van het plaatje staat ‘Noollab Wolley’, wat eenvoudigweg de A-kant achterstevoren afgespeeld is. Zeckley krijgt gelijk: zijn versie van ‘Yellow Balloon’ gaat naar nummer 25, die van Jan & Dean blijft steken op 111. Door het succes ziet Zeckley zich genoodzaakt om van The Yellow Balloon een echte band te maken. Hij stelt een lineup samen met onder meer Don Grady, een bekende acteur uit de destijds razend populaire TV-serie ‘My Three Sons’. Omdat deze niet wil teren op zijn bekende naam en het als muzikant wil redden op basis van zijn talent werkt Grady onder het pseudonym Luke R. Yoo. Zeckley en Grady schrijven samen de derde Yellow Balloon-single ‘Stained Glass Window’, die nergens iets doet. De groep laat nog een prima titelloos album na, maar verdwijnt al snel weer uit beeld.

8. Crosby, Stills & Nash – Long Time Gone (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=rOWJAS0MhHQ

CD: Crosby, Stills & Nash (Atlantic)

Het in 1968 opgerichte Crosby, Stills & Nash (soms uitgebreid met Neil Young tot Crosby, Stills, Nash & Young) is één van de eerste echte supergroepen met leden die elders al naam gemaakt hebben. David Crosby is lid geweest van The Byrds, Stephen Stills maakte voorheen onderdeel uit van Buffalo Springfield, terwijl de Brit Graham Nash in The Hollies zat. De groep kent een vliegende start: hun titelloze debuutalbum gaat naar nummer zes en levert twee top 40-hits, terwijl het gezelschap z’n tweede optreden ooit afwerkt voor een half miljoen mensen op Woodstock. Alhoewel het niet uitgebracht wordt als single vergaart een nummer van het debuutalbum, ‘Long Time Gone’ (geschreven als reactie op de moord op senator Robert F. Kennedy), bekendheid als het prominent verwerkt wordt in de uiterst succesvolle documentaire over het Woodstock-festival. Door onderlinge ruzies valt de groep in 1970 alweer uit elkaar, waarna elk van de de vier leden (inclusief Young) een solo-album uitbrengt dat de top vijftien haalt. Sinds 1977 zijn Crosby, Stills & Nash weer actief, alhoewel zonder overdreven veel productiviteit: in 34 jaar tijd verschijnen slechts zes studioalbums.

9. Elvis Presley – Roustabout (1964)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=fTTtxFwrUjg

CD: Roustabout (RCA)

In 1964 speelt Elvis Presley in ‘Roustabout’, de zestiende film waar hij in acht jaar tijd de hoofdrol in vertolkt. De film en het soundtrackalbum ervan ondergaan hetzelfde lot: ze zijn beiden een groot commercieel succes maar worden door critici de pan in gehakt. Het gebrek aan kwaliteit op het soundtrackalbum, waarvan alleen het titelnummer de moeite waard is (het is tekenend dat geen enkel nummer van het album als single wordt uitgebracht), is vrij eenvoudig te verklaren. Omdat Presley’s manager Tom Parker van alle songschrijvers die materiaal bijdragen eist dat ze een deel van hun copyrights afstaan haken gevestigde liedjesschrijvers als Doc Pomus, Mort Shuman, Otis Blackwell, Winfield Scott en Don Robertson af. Blackwell en Scott schrijven nog wel een titelsong voor de film, ‘I’m a Roustabout’, maar deze wordt gedumpt en vervangen door een alternatieve titelsong, ‘Roustabout’, van het schrijversteam Bernie Baum, Florence Kaye en Bill Giant, dat al talloze hits heeft geschreven voor Elvis. De achtergrondvocalen op ‘Roustabout’ worden verzorgd door The Mellomen, een vocale groep die te horen is in talloze Disney-films en op platen van onder meer Bing Crosby, Doris Day en Peggy Lee.

10. Mark Eric – Night of the Lions (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=EPas1VG9rOw

CD: A Midsummer Day’s Dream (Now Sounds)

Mark Eric Malmborg lijkt in 1969 nog in een bevoorrechte positie te zitten. Hij is pas achttien jaar oud, maar krijgt van het platenlabel Revue Records de gelegenheid om een album op te nemen dat geheel uit door hemzelf geschreven materiaal bestaat. Hij krijgt daarvoor een indrukwekkend groepje sessiemuzikanten ter beschikking, waaronder gitarist James Burton (Elvis Presley, Ricky Nelson, John Denver), drummer Jim Gordon (The Beach Boys, The Byrds, Eric Clapton, The Muppet Show) en bassist Lyle Ritz (The Beach Boys, The Righteous Brothers). Malmborg’s album ‘A Midsummer’s Day Dream’ staat bol van de Beach Boys-invloeden, het enige nummer wat sterk van de formule afwijkt is het groovy ‘Night of the Lions’, waarmee Malmborg voornamelijk indruk maakt op Jim Gordon. Het album krijgt om onduidelijke redenen volstrekt geen steun van het label en doet dan ook helemaal niets. De ambitieuze plaat flopt zo jammerlijk dat Malmborg zich er zelfs voor begint te schamen. Vrijwel gelijktijdig wordt hij door zijn ouders het huis uit geschopt en door zijn vriendin verlaten voor een ander. Voordat zijn muzikale carrière goed en wel begonnen is geeft hij er gedesillusioneerd de brui er weer aan. Hij weet nog even het hoofd boven water te houden als fotomodel en met kleine rolletjes als acteur. Dan gaat hij toch maar weer muziek maken, nu als entertainer in restaurants, hotels en op cruiseschepen. Vlak na de millenniumwisseling wordt zijn volledig vergeten album herontdekt door pophistoricus Domenic Priore. Het leidt ertoe dat Malmborg voor het eerst in zijn leven een volledig optreden geeft met eigen werk en dat zijn album, met bonustracks, wordt heruitgebracht op CD.

Leave a comment »