Archive for september, 2018

Oss

Ik denk dat iedereen die gisteren het nieuws hoorde of las zich wel even in hen heeft verplaatst.

In de leidster van een kinderdagverblijf die de pech heeft dat haar stint met vijf kinderen erin op hol slaat. Met vervolgens de nog grotere pech dat dit pal voor een spoorwegovergang gebeurt. En de extreme pech dat er net een trein aankomt.

In de treinmachinist die z’n duizenden kilo’s metaal op volle vaart op een kar met kleine kinderen af ziet denderen en niets meer kan doen. En die misschien hun laatste, bange blikken nog ziet voordat hij uit een reflex wegkijkt.

In de ouders die achterblijven in een huis met jasjes die nooit meer gedragen zullen worden, bedjes die nooit meer beslapen zullen worden, beertjes die nooit meer geknuffeld zullen worden, speelgoed dat voortaan opgeborgen blijft. Ouders die nog wel eens terug zullen denken aan hoe het ze ooit irriteerde dat de vloer bezaaid lag met dat speelgoed. Ouders die alles op zouden offeren om dat weer terug te krijgen.

Het drama dat zich gisteren voltrok in Oss raakte een zenuw bij mij, als vader van jonge kinderen die ook naar een kinderdagverblijf gaan. Meer nog dan al het andere nare nieuws dat we vrijwel dagelijks tot ons krijgen. Ik wilde het niet, maar het was moeilijk om het niet op mezelf te projecteren.

Vandaag kwamen op Twitter nog altijd de te verwachte reacties in grote getalen voorbij. Verdriet, onbegrip, steunbetuigingen. Hier en daar een eikel die het de leidster verweet dat ze niet “gewoon” haar stuur om had gegooid. En ouders die schreven dat ze gisterenavond zomaar even hadden staan kijken terwijl hun eigen kinderen sliepen. En dat ze hun kinderen nog meer knuffels en kusjes hadden gegeven dan normaal. Dat vond ik mooi. Een deel van al die knuffels en kusjes die de omgekomen kinderen eigenlijk nog tegoed hadden, kwamen zo indirect toch nog goed terecht.

Ik herkende de emoties. Ik zat gisteren op mijn werk best in m’n maag met het nieuws en wilde eigenlijk niets liever dan meteen naar huis rijden, de kinderen ophalen van het kinderdagverblijf en ze knuffelen zo lang als dat van ze mocht.

Dat laatste is exact wat ik gisterenavond meer dan eens heb gedaan. Omdat het kon.

Advertenties

Leave a comment »

De helft

20180912_173148(1)

Vrolijk loopt Anne met me mee naar de auto. Een stukje rijden vindt ze altijd leuk, evenals boodschappen doen. Haar tweelingzusje doorgaans ook. Maar als we bijna bij de auto zijn, stopt Anne. Ze kijkt naar ons huis. Ze roept “Sam?” en begint te huilen. Ik til haar op, loop terug en ga weer met haar naar binnen. In de woonkamer zet ik haar neer. Ze stopt met huilen. Maar als ik aanstalten maak om dan maar alleen naar de winkel te gaan, wil ze toch weer mee. En dat herhaalt zich enkele keren. Uiteindelijk zet ze door. Bij poging vier kijkt ze nog even vertwijfeld achterom naar de voordeur, maar loopt ze toch dapper naar de auto.

Onze dochters zijn altijd samen. Toen ze een paar maanden oud waren, is Sam twee of drie keer zonder haar zusje naar een kinderfysiotherapeut geweest in verband met de scheefgroei van haar hoofd, dat waren volgens mij de enige keren in hun tweejarige leventjes dat ze even niet op z’n minst in hetzelfde gebouw waren. Anne weet niet beter dan dat Sam altijd bij haar is, en andersom. Maar nu heb ik op de vraag of ze met papa mee willen gaan naar de Albert Heijn twee verschillende antwoorden gekregen.

Het voelt voor mij ook wel een beetje gek, van huis zijn met maar de helft van onze tweeling. Mijn jongste dochter heeft er inmiddels vrede mee. Ze zit vrolijk in het kinderzitje van het winkelwagentje, met een zak broodjes en een peperkoek in haar handen. En ik vind het eigenlijk wel wat hebben, heel eventjes alle aandacht kunnen richten op één kind. Ze hoeft papa nu niet met haar zus te delen en thuis heeft Sam eventjes mama (en al het speelgoed) voor zichzelf.

Veel plezier heeft Sam daar niet van. Bij thuiskomst krijg ik te horen dat ze toch wel erg verdrietig was. Maar nu Anne weer thuis is, is het goed.

De volgende ochtend hoor ik om zes uur gehuil. Ik ga kijken in de kinderkamer. Sam is half wakker en is haar tutje kwijt. Ik schijn met mijn telefoon in haar bed, vind het tutje en geef het aan haar. Met haar ogen nog dicht vraagt ze “Anne ook tutje?”. Ik schijn even op Anne. Ze ligt nog te pitten, met haar tut in de mond. “Anne heeft haar tut nog, schatje”, zeg ik. Sam draait zich om en gaat weer slapen.

Het lijkt me heerlijk om de helft te zijn van een tweeling…

Leave a comment »