Archive for juli, 2018

Jesse-Owens-Allee

20180705_135659.jpg

Berlijn, donderdag 5 juli 2018, iets na twaalf uur ’s middags. Linda en ik hebben net onze kaartjes voor het concert van Pearl Jam in de Waldbühne opgehaald en hebben nog wat uurtjes te doden voordat we in de rij gaan staan voor een goed plekje. We besluiten om naar het vlakbij gelegen Olympiastadion te lopen, in de hoop dat we daar even binnen kunnen kijken. We worden niet teleurgesteld, we kunnen een rondleiding nemen met gids.

Het Olympiastadion is tegenwoordig één van de meest voorname voetbalstadions van Europa. Er werd in gespeeld tijdens de WK’s van 1974 en 2006. Twaalf jaar geleden vond hier bovendien de finale plaats, tussen Frankrijk en Italië, de wedstrijd waarin Zinédine Zidane een rode kaart kreeg voor een kopstoot op de borst van Marco Materazzi. En in 2015 vond in dit stadion de Champions League-finale plaats, tussen Barcelona en Juventus.

Maar veel belangrijker nog is dat hier de Olympische Zomerspelen van 1936 gehouden werden. Deze editie is een zwart hoofdstuk in de geschiedenis van de Spelen, omdat de in 1934 aan de macht gekomen Duitse leider Adolf Hitler het evenement naar zich toetrok en stevig misbruikte voor propagandadoeleinden. Joden en niet-blanken werden ontmoedigd om deel te nemen, omdat het toch wel de bedoeling was dat de wereld te zien kreeg dat de Ariërs, de zogenaamde Übermenschen, superieur waren.

De grote held van deze Spelen werd Jesse Owens. Hij won goud op de honderd meter, de tweehonderd meter, de vier keer honderd meter estafette en bij het verspringen. En Jesse Owens was geen grote, brede Duitser met een blonde kuif en staalblauwe ogen. Hij was een zwarte Amerikaan. Hitler liet het uiterlijk niet blijken, hij wilde als een wolf in schaapskleren toch nog een beetje de schijn ophouden, maar hij zal dit ongetwijfeld verschrikkelijk hebben gevonden. Zijn propagandaminister Joseph Goebbels schreef in elk geval in zijn dagboek dat “de blanke mensheid zich zou moeten schamen”. Om daar “o, was de Olympiade eindelijk maar voorbij!” aan toe te voegen.

Tijdens onze rondleiding brengt onze gids ons ook naar het VIP-terras van het stadion. Hier zitten tegenwoordig de bestuursleden van Hertha BSC, de voetbalclub die sinds 1963 z’n wedstrijden in dit stadion afwerkt. Maar 82 jaar geleden was dit de plek vanwaar Der Führer “zijn” Spelen gadesloeg. De aanwezigheid van dit balkon leverde een moreel dilemma op toen het Olympiastadion begin deze eeuw grondig verbouwd werd. Want wat doe je met wat ooit het ereplekje was van één van de meest gehate figuren uit de geschiedenis? Vernietig je dat, om de herinnering een beetje uit te wissen? Of behoud je het, om z’n historische waarde?

Hitler’s balkon mocht blijven. Maar de omheining is nu zo geplaatst, dat niemand nog op de plek van de dictator kan zitten. Anno 2018 is het een leeg en nutteloos uitsteeksel van het ereterras van het Olympiastadion. Ik vind het wel passend zo.

Wat later lopen we weer terug naar de Waldbühne. Als we het stadion achter ons laten, zie ik een straatnaambordje. De straat waaraan het epicentrum van de Olympische Spelen van 1936 staat, heet vandaag de dag de Jesse-Owens-Allee. Vernoemd naar die Afro-Amerikaan, een kleinzoon van een voormalige slaaf uit Alabama, die de grote held was op wat eigenlijk het feestje van de nazi’s had moeten worden. Hitler had het eens moeten weten… En wat zou Goebbels hier over hebben geschreven in zijn dagboek?

Je schiet er weinig mee op. Je brengt er geen enkele van de circa 65 miljoen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog mee terug. Maar ik vond die straatnaam een mooie schop na richting de nazi’s. Ik weet zeker dat ze zelfs in al die WK- en Champions League-wedstrijden in het Olympiastadion nooit een mooiere trap gezien hebben.

Advertenties

Leave a comment »

Sjors

33944640_1697536523665531_3535435315051233280_o

28 Mei 2018, iets na negen uur ’s ochtends. Ik sta met Linda en onze dochters op Eindhoven Airport in de rij om in te checken voor een vlucht naar Malaga. Mijn telefoon trilt in mijn zak. Ik lees het binnengekomen bericht van mijn moeder.
“We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”.

Ik heb niet echt iets met honden. Ik hoef ze niet om me heen te hebben. Sjors was wel een uitzondering. Hij was een Yorkshire Terrier die volgens de kenners een beetje mislukt was, maar die er eigenlijk veel leuker uitzag dan de zogenaamd wél goed gelukte “Yorkies”. Hij was net wat stoerder. Nét wat minder zo’n truttig schoothondje.

Mijn moeder kreeg Sjors op 6 oktober 2004 cadeau voor haar vijftigste verjaardag. Ik woonde toen nog thuis. Ik vond het behoorlijk wennen, zo’n hyperactieve pup over de vloer die extreem veel aandacht nodig had en soms nog poepte in de woonkamer.

Toch wist Sjors me wel een beetje in te pakken. Als mijn ouders op vakantie waren, dan zat ik vaak met hem opgescheept. En het was wel duidelijk dat het een intelligent beestje was. Kwamen mijn vader en moeder na twee weken weer thuis, dan voelde hij dat al aan voordat ze hun auto goed en wel geparkeerd hadden. Dan stuiterde hij door het huis. Regelden ze voor hem een afspraak bij de hondenkapper, dan vond hij het briefje met het tijdstip en adres in de handtas van mijn moeder en scheurde hij het in tientallen stukjes. Terwijl hij normaal eigenlijk nooit iets kapot maakte.

Op latere leeftijd werd Sjors wat meer een meubelstuk. Wel aanwezig, maar steeds een beetje luier. Als ik bij mijn ouders op bezoek kwam, wilde hij steevast een paar minuutjes geaaid worden. Als ik dat naar tevredenheid had gedaan, sjokte hij weer naar de bank toe, om neer te ploffen naast mijn vader of moeder. Voor de wandeltochtjes die mijn vader vier of vijf keer per dag met hem maakte, werd hij steeds een beetje minder enthousiast.

Mijn dochters vonden Sjors een beetje eng. Wat ik best begrijp. Een beest dat ongeveer net zo groot is als jij, behoorlijk harig, met flinke tanden, dat is best een dingetje. Vooral als het zo’n beetje de enige hond is waar je ooit mee geconfronteerd wordt. Maar Sjors gedroeg zich om Sam en Anne heen altijd als een echte gentleman. Hij was nieuwsgierig, maar hield voldoende afstand en leek aan te voelen dat die kleine mensjes hem een beetje eng vonden. Dus liep hij met een boogje om ze heen.

Ik weet nog dat ik een beetje baalde toen mijn moeder veertien jaar geleden Sjors kreeg. Zo’n poepend stuiterballetje in huis. Hoe lang zouden we daar mee opgescheept zitten? Een jaar of tien, vijftien? Ik vond dat een vermoeiend vooruitzicht.

Ik ben dus niet zo iemand die een huisdier ziet als een echt gezinslid. Maar toch vond ik het best een beetje pittig. “We hebben zojuist afscheid van onze Sjors genomen”. En dat was het dan. Tot nooit meer ziens.

Enkele weken later zat ik weer bij mijn ouders thuis, in mijn vaste stoel. Het was toch wel heel gek dat er voor het eerst in veertien jaar geen hondje rondliep dat even geaaid wilde worden.

Leave a comment »