Archive for april, 2018

Muziekboetiek

20180430_181423Als puber kreeg ik per week vijf of tien gulden zakgeld, afhankelijk van hoe goed of slecht mijn schoolresultaten waren. Oftewel: ik kreeg normaal gesproken vijf gulden zakgeld. Daarnaast had ik een folderwijk. Ik bezorgde wekelijks 505 folders en verdiende daarmee twee cent per folder. Een tientje en een dubbeltje voor vier uur werk (dat is iets meer dan een euro per uur).

Ik ging naar school in Bladel en als ik naar huis fietste, dan stopte ik regelmatig even bij de Muziekboetiek, de plaatselijke CD-zaak annex videotheek. Ik kon er maar zelden iets kopen. Je betaalde destijds veertig gulden voor een album, vijftien voor een maxi-single en tien voor een single. Dat waren dus behoorlijke investeringen. Ik heb daar menig uurtje wikkend en wegend doorgebracht. Een CD kopen is best een big deal als je er drie weken bijna je volledige budget voor op moet sparen. Er zijn dus ook best wat CD’s die ik daar met pijn in het hart achter heb gelaten.

Mensen fantaseren wel eens over wat ze zouden doen met een miljoen. Ik wist het destijds wel. Nummer één op mijn lijstje was naar een CD-zaak gaan en zonder er bij na te denken alles kopen wat ik leuk vond.

Tegenwoordig kan dat. CD’s zijn dusdanig uit de gratie geraakt, dat ze op platenbeurzen en in tweedehandszaken nog net niet gratis weg worden gegeven. Ik was laatst op de Mega Platen & CD Beurs in Utrecht en kocht daar 36 CD’s voor minder dan honderd euro. Daar zaten ook een paar CD’s bij (de maxi-singles ‘Tonight Tonight’ van The Smashing Pumpkins, ‘Plush’ van Stone Temple Pilots, ‘Punk Rock Song’ van Bad Religion) waarvan ik me kan herinneren dat ik ze ooit in de Muziekboetiek heb beluisterd en met tegenzin terug heb gezet.

Voor mensen zoals ik, die nog altijd fanatiek CD’s verzamelen, is dat natuurlijk heerlijk. Maar het doet me ook een beetje pijn. Dat er mensen zijn die hun ooit zo geliefde CD’s verpatsen voor wat kleingeld.

Want als ik voor mijn CD-kast sta, dan zie ik meer dan alleen muziek op een gedateerd medium. Ik weet van veel CD’s nog waar ik ze kocht of wanneer ik ze kreeg. Ik zie verjaardagscadeau’s, reissouvenirs en tastbare aandenkens aan memorabele concerten. CD’s met prijsstickers van allang verdwenen platenzaken, CD’s die ik uit een doos met spullen van mijn overleden opa haalde en CD’s die ik ooit maanden achtereen dagelijks heb gedraaid. Ik zie die CD die ik kocht op de weg naar huis na mijn laatste eindexamendag. Ik zie CD’s waar ik twaalf uur folders voor bezorgde en die een zeer kritische luistersessie overleefden in de Muziekboetiek in Bladel.

En ik zie CD’s die ik voor een euro tweedehands kocht en die misschien ooit net zoveel hebben betekend voor iemand anders.

Advertenties

Leave a comment »

Goed zo!

bal

Een bekend cliché is dat elke man een zoon wil. Een jongen die de familienaam door zal geven, aan wie je uit kunt leggen hoe hij zich moet scheren, waar je mee kunt gaan voetballen. Dat gold voor mij eigenlijk nooit zo. Ik zag mezelf altijd meer als een meisjesvader. Misschien omdat ik meisjes altijd al leuker heb gevonden in de omgang. Als kind al. Jongens waren druk, ruw en lomp. Meisjes waren kalmer, liever en bedachtzamer. Als ik gepest werd, dan was dat door een jongen. Als er vervolgens iemand voor me opkwam, dan was dat een meisje. En ik kom zelf uit een jongensgezin, met twee broers. Ik wilde daarom wel eens meemaken hoe het is om een gezin te hebben met meisjes. Ik kreeg mijn zin. Ik heb nu twee dochters.

Even terug naar dat voetballen. Meisjes kunnen natuurlijk ook voetballen. Niet in de Champions League, niet in de wedstrijden die op zondagavond op Studio Sport te zien zijn, niet in de stadions waarin wekelijks tienduizenden mensen zitten. Maar het Nederlands vrouwenvoetbalelftal won vorig jaar het Europees Kampioenschap en speelde laatst nog in een bijna vol PSV-stadion.

Ik had als kind de pech dat ik erg veel hield van voetbal, maar er geen greintje talent voor bleek te hebben. In de jeugd van Reusel Sport werd ik jaar na jaar ingedeeld in het laagst mogelijke elftal. Toch speelde ik één keer een oefenwedstrijd in de A1, het allerhoogste jeugdteam. De aanleiding: zij kwamen een speler tekort, gingen er eentje lenen bij mijn elftal en unaniem stelden mijn medespelers voor dat ze mij zouden nemen. Want dan waren zij tenminste van me af.

Ik denk dat veel ouders hun kind, bewust of onbewust, een beetje zien als een tweede kans. Als een mogelijke goedmaker. Heb jij iets niet weten te bereiken in je leven, dan lukt het je zoon of dochter misschien wél. En dat is onredelijk. Je kinderen zijn op zichzelf staande individuen en geen nieuwe versies van jezelf. Je moet ze waar nodig bijsturen, maar ze ook de ruimte geven om zichzelf te zijn. Je mag je eigen overtuigingen en interesses niet aan ze opdringen.

Een voorbeeldje. Ik ben een erg principiële vegetariër. De laatste keer dat ik een stukje vlees at, is al meer dan vijftien jaar geleden. Ik kan gewoon niet omgaan met het idee dat een levend wezen voor mij moet sterven. Maar dat is iets persoonlijks. Dus voer ik tegenwoordig regelmatig vlees aan mijn dochters. Als zij ook vegetariër willen worden, dan moeten ze daar later zelf voor kiezen. Ik mag dat niet voor hen doen, vind ik.

Nog een keer terug naar dat voetballen. Ik wil mijn dochters dus ook niet pushen om dát te gaan doen. Als ze later op ballet, hockey of paardrijden willen, dan zal ik mijn best doen om ze daar met plezier naartoe te brengen.

Mijn gebrek aan talent wil trouwens niet zeggen dat Linda en ik onze kinderen geen goede voetbalgenen mee kunnen geven. Haar vader speelde in de jeugd van Feyenoord en trainde onder Hans Kraaij Sr., totdat een brommerongeluk een einde maakte aan zijn loopbaan. Mijn vader was ruim twintig jaar lang een makkelijk scorende speler van het eerste elftal van zijn plaatselijke amateurvereniging en stond in de belangstelling van toenmalige semi-profclubs Witgoor-Dessel en NOAD en enkele hoofdklassers. En een neef van mijn opa speelde in het Nederlands Elftal en was in de jaren vijftig trainer van PSV. Dus als talent een generatie over kan slaan, dan liggen er wel mogelijkheden.

Afgelopen weekend zat ik in onze zonovergoten achtertuin, waar onze dochters aan het spelen waren. Er lag een plastic bal. Ik stond op en dribbelde er (klunzig) een beetje mee. Anne liep naar de bal en pakte die op met haar handjes. Toen kon ik het toch niet laten.
“Nee, met je voetjes!” zei ik. Ze liet de bal vallen en gaf die met haar rechtervoetje een ferme schop. Ik gaf haar een aai over haar bolletje.
“Goed zo!”

Leave a comment »