Interviews

NOFX

Ik heb van 2005 tot 2014 geschreven voor het rockblad Up Magazine en van 2008 tot 2011 voor de hardcoresite As Ice. Dat deed ik voornamelijk omdat ik graag CD-recensies schreef (en gratis CD’s kreeg). Interviews afnemen was voor mij wat meer een noodzakelijk kwaad, omdat ik het vaak doodeng vond om te doen. Maar achteraf vind ik het toch wel gaaf dat ik enkele van mijn eigen punkrockidolen het hemd van het lijf heb mogen vragen.

Omdat die interviews inmiddels verdwenen zijn in het oud papier of het digitale zwarte gat, heb ik de tien interessantste weer opgegraven en hier neergezet.

Pennywise (2005)
No Use For A Name (2005)
Propagandhi (2005)
Lagwagon (2006)
NOFX (2006)
Me First & The Gimme Gimmes (2006)
Only Crime (2007)
The Vandals (2007)
No Use For A Name (2008)
De Heideroosjes (2009)

PENNYWISE
Up Magazine #22, juli/augustus 2005

Sinds de oprichting in 1988 kende Pennywise hoge pieken en diepe dalen. De band uit Hermosa Beach, Californië schreef in 1990 met ‘Bro Hymn’ één van de meest herkenbare klassiekers in de punkrockgeschiedenis. Toen punkrock in 1994 ineens een hip genre werd en vooral The Offspring en Green Day daar van mochten profiteren, voer Pennywise samen met Rancid, NOFX en Bad Religion in het kielzog. En met succesvolle optredens op onder meer Lowlands, Pukkelpop en Dynamo Open Air groeide de band in dezelfde periode uit tot een graag geziene live-act.

Op 29 juli 1996 sloeg het noodlot echter toe, toen de met alcoholisme worstelende bassist en mede-oprichter Jason Thirsk zelfmoord pleegde en Pennywise even op losse schroeven kwam te staan. Deze donkere periode werd echter doorstaan, en inmiddels is de nog altijd onverminderd populaire band alweer toe aan het achtste studio-album, ‘The Fuse’. Een album dat wederom aantoont dat Pennywise een band is waar je op aankunt, zowel in muzikaal als kwalitatief opzicht.

Zanger Jim Lindberg licht toe waarom we ook in de toekomst geen grote verassingen hoeven te verwachten van Pennywise.
“We zullen nooit echt heel erg anders gaan klinken dan we nu doen. We spelen een heel specifieke muziekstijl: luid, snel en hard. Dat is hoe onze fans ons kennen. We proberen wat subtiele verschillen in te passen, maar ik geloof niet dat er veel bands zijn die het zich kunnen permitteren om drastisch te veranderen. En ik zou ook niet weten waarom een band dat zou willen. The Beatles zijn één van de weinige bands die wel van album tot album konden veranderen, maar ik ben er nooit zo blij mee geweest dat bijvoorbeeld The Ramones of The Beach Boys hun stijl wijzigden. Dus we blijven gewoon de muziek spelen die we het liefst spelen en we proberen het een beetje interessant te houden.”

Heb je dan nooit de neiging gehad een hobbyproject te beginnen om eens iets heel anders mee te doen?
“Die neiging heb ik wel eens. Ik ben nu op een leeftijd waarop ik de drang steeds meer voel om me daar aan te wagen. Maar zodra ik het probeer, besef ik elke keer weer dat de muziek die we met Pennywise maken de muziek is die me het beste ligt. Ik kom uiteindelijk toch altijd terug bij de muziek waar ik mee opgegroeid ben. Ik kan me als ik wil altijd nog terugtrekken in de garage om een countrynummer te schrijven dat vervolgens nooit iemand zal horen. En waarschijnlijk is dat voor iedereen maar beter ook!”

Het vorige album ‘From The Ashes’ is deels in de studio geschreven, terwijl jullie voorheen de muziek al kant en klaar hadden zodra jullie de studio ingingen. Hoe is dat dit keer gegaan?
“Dit keer was het een combinatie van beiden. We hadden vooraf al een hoop nummers, maar er waren ook wat nummers die zich pas aandienden toen we al begonnen waren met opnemen. Soms komen er op het laatste moment wat nieuwe nummers bij, die enkele ouderen aan de kant schuiven. Meestal hebben we uiteindelijk zo’n twintig tot dertig nummers waarvan we er zo’n vijftien moeten kiezen.”

Wat is je favoriete nummer op het nieuwe album, en waarom?
“Ik denk ‘Competition Song’. Het is één van de simpelste nummers en het is direct en snel. Ik denk dat de boodschap in dat nummer belangrijk is, want die gaat over wat er vandaag de dag gaande is. Het gaat over hoe de rivaliteit tussen culturen, religies en landen op tilt aan het slaan is en dat we niet meer in staat zijn dat tegen te houden. We hebben alleen kans ooit wereldvrede te bereiken als de mensheid samen zal gaan werken, maar de conflicten worden alleen maar ernstiger en diverser. Zoals in het huidige politieke stelsel in Amerika: je staat oftewel aan de ene of aan de andere kant, er lijkt geen tussenweg meer te zijn. Terwijl bij conflicten het uiteindelijk doel toch is om samen oplossingen te vinden.”

Het lijkt erop dat je vrijwel alles al hebt bereikt met Pennywise wat voor jullie mogelijk is, heb je toch nog steeds doelen voor de band?
“Ons doel is om gewoon op elk album de muziek boeiend te houden en onze muzikale nalatenschap uit te breiden. Dat is denk ik voor elke band de echte uitdaging. Het is een uitdaging op zich om door te gaan met het maken van dezelfde muziek, zonder jezelf al te veel te herhalen.”

Hier in Nederland zijn enkele mainstream-acts, zoals een feestrockband en enkele techno-DJ’s, die “Bro-Hymn” hebben gecoverd, waardoor je het nummer hier regelmatig hoort in grote discotheken en voetbalstadions. Wat vind je daarvan? Is het een eer, of stoor je je eraan omdat die mensen waarschijnlijk niet weten waar het nummer om draait?
“Daar heb ik gemengde gevoelens bij, maar als mensen naar dat nummer luisteren en begrijpen waar het over gaat, dan versterkt dat dat voor mij alleen maar de kracht van het nummer. Het gaat nu eenmaal over vriendschap en als mensen dat begrijpen, dan hebben we ons doel bereikt. Ik snap dat echter niet iedereen dat doorheeft en dat het nummer voor sommige mensen niets meer is dan een leuke melodie… Maar als ik me druk zou moeten maken over alle mensen die domme dingen doen, dan zou ik daar een dagtaak aan hebben (lacht).”

Naar wat voor muziek luister je zelf tegenwoordig? Volg je de nieuwe punkbands die tegenwoordig uitkomen een beetje?
“Ik luister naar van alles. Mijn iPod zit bomvol en verandert dagelijks van samenstelling. Ik luister veel naar oude punkbands, maar ook naar veel bands uit onze eigen leeftijdsklasse, bands die samen met ons opgegroeid zijn, zoals Rancid, Bad Religion, Lagwagon en No Use For A Name. Dat zijn enkele van mijn favoriete bands, en ik vind dat ze allemaal nog steeds geweldige albums maken. Maar ik luister ook naar veel nieuwe bands, ik vind bijvoorbeeld The Bronx geweldig. Thuis luister ik ook veel naar jazz en naar rustigere muziek.”

Wat zou je nu doen als Pennywise nooit bestaan had?
“Hopelijk zou ik dan op de één of andere manier schrijven, ongeacht of het boeken zouden zijn of muziek. Maar zo niet, dan zou ik waarschijnlijk gewoon één of andere baan van negen tot vijf hebben, en dan zou ik in m’n vrije tijd wel schrijven of muziek maken.”

Heb je momenteel serieuze plannen om een boek te schrijven?
“Ja, ik ben met een paar boeken bezig. Ik ben een boek aan het schrijven over de punkrockscene van Hermosa Beach, over hoe het daar allemaal tot stand gekomen is. Daarnaast heb ik wat andere projecten lopen. Schrijven is vooral een goed tijdverdrijf voor tijdens het touren, want dat is behoorlijk saai, afgezien van dat ene uur per dag dat je op het podium staat.”

Heb je desondanks zin in de nieuwe tournee, of is touren inmiddels toch meer een verplichting geworden?
“Ik kijk altijd erg uit naar de optredens en het weer zien van onze fans, maar ik kijk absoluut niet uit naar de vliegvelden, de taxi’s en de hotels.”

Zijn er ook nummers die je eigenlijk beu bent, maar toch blijft spelen omdat je weet dat de mensen ze willen horen?
“Ja, die zijn er wel een paar. Maar die zal ik maar niet noemen, omdat dat lullig is voor de mensen die juist die nummers goed vinden. Soms moet je nummers gewoon spelen, omdat de mensen die nu eenmaal graag willen horen. Dat is nu eenmaal een onderdeel van het muzikant zijn. We veranderen de setlist regelmatig, zo houden we het interessant voor onszelf. En er zijn nou ook weer geen nummers waar ik echt een grote hekel aan heb, dus het valt allemaal wel mee.”

Wat is je favoriete nummer en album van Pennywise?
“Dat vraag kan ik niet beantwoorden, dat is hetzelfde als kiezen tussen je eigen kinderen. Op elk album staan wel nummers die ik erg goed vind en enkele nummers waar ik minder mee heb, maar ik heb verschillende albums waar ik van hou om verschillende redenen. Ons eerste album bijvoorbeeld was erg onschuldig, we wisten nog helemaal niets van de muziekindustrie, toen we de meeste van die nummers schreven hadden we nog niet eens een platendeal. We schreven die nummers gewoon om ze voor onze vrienden te spelen. Maar ik hou ook erg van onze recentere albums, omdat ik besef wat we allemaal hebben doorstaan voordat we tot het maken van die albums kwamen.”

Tenslotte: wat zijn je vijf favoriete albums aller tijden?
“Mijn nummer één is waarschijnlijk ‘Jealous Again’ van Black Flag. Die plaat opende echt mijn ogen, de muziek is zo explosief en laat Black Flag echt horen op het hoogtepunt van hun creatieve kracht. Nummer twee is ‘Live In Paris Volume Two’ van Chet Baker, een geweldig jazzalbum. Verder de ‘Greatest Hits’ van The Beach Boys, ‘Wild Gift’ van X, en ’24 Hour Revenge Therapy’ van Jawbreaker.”

NO USE FOR A NAME
Up Magazine #22, juli/augustus 2005

Als je alle albums van het Californische No Use For A Name op een rijtje zet, dan is er een duidelijke ontwikkeling te horen. ‘Incognito’ (1990) en ‘Don’t Miss The Train’ (1992) zijn jong, rauw en onbezonnen. ‘The Daily Grind’ (1993) is een overgangsplaat. ‘¡Leche Con Carne!’ (1995) en ‘Making Friends’ (1997) zijn sterke skatepunkplaten. Op ‘More Betterness!’ (1999) en ‘Hard Rock Bottom’ (2002) gaat het tempo omlaag en wordt de toon een stuk melancholischer. En nu is er ‘Keep Them Confused’. Een ietwat donker album van een band die definitief volwassen is geworden en het lollige imago voorgoed van zich af lijkt te hebben geschud. Zanger, gitarist en songschrijver Tony Sly geeft tekst en uitleg over deze ontwikkeling.
“De teksten op ‘Keep Them Confused’ zijn wat melancholisch uitgevallen, door alles wat er het afgelopen jaar gebeurd is. Ik ben vader geworden van een dochter, in een tijd waarin zoveel jonge mensen sterven in Irak. En dat geeft een heel dubbel gevoel. Het hele politieke klimaat in Amerika is flink verziekt, er is veel politieke haat en de bevolking is verdeeld. Ik denk dat dit alles veel invloed heeft gehad op mijn teksten, en de teksten hebben uiteindelijk de toon gezet voor het hele album: de titel, de vormgeving van de hoes, de toon, alles is er uiteindelijk direct aan verbonden. ‘Keep Them Confused’ is dan ook een heel ernstig album geworden zonder een spatje humor of lolligheid.”

Wat is je favoriete nummer op het nieuwe album, en waarom?
“Op dit moment is dat ‘It’s Tragic’, en vooral omdat dit muzikaal een ander soort nummer is dan we gewend zijn. Het heeft een mooi, donker gevoel, is lekker uptempo en het heeft een pakkend refrein. Het is ook één van de nieuwe nummers die we live zullen gaan spelen tijdens de komende tournee. Naar mijn gevoel is het album kort geleden pas opgenomen, dus ik ben er nu nog erg kritisch over, en momenteel heb ik vrijwel elke dag een ander favoriet nummer.”

Tot en met ‘Making Friends’ waren al jullie albums pure punkrockplaten, maar op de laatste drie albums was ook wat plaats voor andere stijlen. Als je vandaag de dag muziek schrijft, hou je dan in gedachte dat je een punkrockplaat moet maken, of laat je de muziek komen zoals die is?
“Voor dit album heb ik besloten dat ik niet steeds iedereen tevreden kan blijven stellen. Ik heb het dan ook voornamelijk voor mezelf en de band gemaakt. We hebben besloten dat we nu eens een keer onszelf tevreden zouden stellen en dat we niet meer per se een schouderklopje van het label of wie dan ook wilden verdienen. Daarom hebben we dit album echt geleid door ons eigen gevoel gemaakt. Live spelen we nog graag de snelle punkrocknummers, maar we besloten dat het op dit album tijd was voor iets anders. We hebben inmiddels al flink wat platen uitgebracht, en deze verandering leek ons nu goed. We staan er helemaal achter, dus leek dit ons het juiste ding om te doen.”

Hoe kijk je nu terug op de eerste No Use For A Name-albums?
“Op ‘Incognito’ en ‘Don’t Miss The Train’ hoor een stel jonge gasten aan het werk en vooral de teksten zijn dan ook onvolwassen. Deze platen maken deel uit de geschiedenis van No Use For A Name, ze hebben hun eigen tijd en plaats. Maar het zijn zeker niet meer mijn favoriete platen, ik vind ze nu eerlijk gezegd onbeluisterbaar. Ik schaam me nu een beetje voor de nummers die ik destijds schreef, een nummer als ‘DMV’ zou ik nu zeker niet meer schrijven.”

Wie zijn je voornaamste inspiratiebronnen als songschrijver?
“Dat verschilt eigenlijk per album. Voor dit album luisterde ik veel naar Stevie Wonder’s ‘Songs In The Key Of Life’. Dat album is eveneens geschreven in een politiek erg moeilijke tijd, tijdens de Vietnamoorlog, en dat had een grote invloed op die plaat. Ik vind dat een geweldig album. Het heeft me echt geïnspireerd om zelf iets goeds te maken. Het is niet zo dat we nu klinken als Stevie Wonder, maar toch was hij één van mijn voornaamste inspiratiebronnen voor dit album.”

Vorig jaar bracht je een akoestisch splitalbum uit met Lagwagon-frontman Joey Cape. Ben je van plan in de toekomst meer akoestisch materiaal uit te brengen, en dan misschien ook echt solowerk en niet slechts uitgeklede versies van No Use For A Name-nummers?
“Dat zou ik erg graag willen. Thuis neem ik constant akoestische nummers op met mijn computer. Momenteel heb ik er zo’n vijftig of zestig waar ik absoluut niets mee doe. Fat Wreck Chords heeft niet veel zin om dat uit te brengen, dus misschien doe ik dat ooit wel eens in eigen beheer.”

Is touren nog steeds iets wat je graag doet?
“We zijn toevallig vandaag weer begonnen met een tournee, we hebben vanavond ons eerste optreden in twee jaar. Ik vind vooral touren door Europa erg leuk, omdat je steeds in een ander land bent en je zoveel verschillende culturen meekrijgt. En hetgeen je onderweg allemaal te zien krijgt, zorgt ervoor dat je je niet teveel gaat vervelen in de bus. Maar ik heb niet echt een specifieke favoriete plaats om te spelen. Overal waar we komen krijgen we veel waardering, dus speel ik overal graag.”

Waarom ging de Europese tournee die een paar maanden geleden plaats had moeten vinden eigenlijk niet door?
“Nou, we hadden wat problemen met ons tijdschema, omdat we toe hadden gezegd op te treden in één of ander TV-programma in Amerika. En daarnaast had het album eigenlijk in mei uit moeten komen, nog voor de Deconstruction Tour, maar dat werd uiteindelijk een paar maanden vertraagd. Daarom belden we de organisatie van de Deconstruction Tour om af te zeggen. En dat was uiteindelijk niet zo’n probleem, omdat ze vrijwel direct al de Mad Caddies konden regelen als vervanger.”

Welke nummers speel je het liefst live?
“Vooral de snelle nummers, zoals ‘Invincible’, ‘On The Outside’ en ‘Justified Black Eye’. Die zijn het leukst, omdat het publiek daar altijd lekker opgefokt door raakt. Maar ik kijk er nu ook erg naar uit om de nieuwe nummers te spelen. Die zijn nu nog heel vers, en die willen we graag doen om te zien wat mensen er van vinden.”

Zou je ooit overwegen te tekenen bij een major label, als je de kans kreeg?
“Nee! We voelen ons erg thuis bij Fat Wreck Chords. Ze zijn door de jaren erg goed geweest voor ons. Ik weet natuurlijk niet hoe het over enkele jaren zal zijn, maar op dit moment zou ik absoluut ‘nee’ zeggen. Ik wil niet dat iemand zich bemoeit met ons creatieve proces, of dat iemand ons opdraagt dit of dat te veranderen. Ik vind het prima zoals het nu gaat, want we krijgen erg veel vrijheid, we spelen wat we willen en we doen wat we willen. Die vrijheid zou ik niet kwijt willen.”

Dus je bent er ook niet in geïnteresseerd de volgende Good Charlotte of Simple Plan te worden?
“(Lacht) Nee, daarvoor is het sowieso al te laat. Dat had dan jaren geleden al moeten gebeuren. Daar zijn we nu wat te oud voor, vrees ik.”

Naar wat voor muziek luister je tegenwoordig?
“Ik luister naar vanalles. Ik heb nu een iPod waar alle CD’s inzitten die ik ooit gekocht heb, en die neem ik mee op tournee. Zo kan ik ook alle albums weer horen die ik eigenlijk al vergeten was. Ik koop de laatste tijd nauwelijks nog nieuwe muziek, omdat ik niet zoveel tijd meer heb om het allemaal bij te houden. Maar ik luister naar allerlei soorten muziek, van metalbands als The Haunted tot Coldplay. Ik heb laatst de nieuwe Coldplay gekocht (‘X&Y’ – JvG), daar ben ik wel erg van gecharmeerd. Ik hou ook nog steeds van punkrock, maar als je een songschrijver bent moet je een beetje open minded zijn en voor alles open staan.”

Is er nog iets wat je toe wilt voegen?
“Ja, we komen in augustus naar Europa, en ik kan niet wachten tot het zover is. Ik ben erg blij dat we nu weer kunnen gaan touren met een nieuw album. Ik heb er zin in.”

PROPAGANDHI
Up Magazine #24, november/december 2005

Vrienden maken is nooit een hoofddoel geweest voor Propagandhi. De Canadezen deden voorheen al hun best om alle racisten, seksisten, homofoben, macho’s, Bush-aanhangers, kapitalisten, religieuze fanaten, vleeseters, straight edgers, jagers en ska-liefhebbers tegen zich in het harnas te jagen. Op het nieuwe album ‘Potemkin City Limits’, pas het vierde reguliere album in dertien jaar, deinzen ze er niet voor terug om zelfs hun vriend een platenbaas Fat Mike een veeg uit de pan te geven en hun afkeer te laten blijken van de ‘Rock Against Bush’ campagne waar vorig jaar bijna de gehele punkrockwereld zich bij aansloot. Enige tekst en uitleg lijkt hier dus wel op z’n plaats, bassist Todd Kowalski is zo vriendelijk die te geven.
“Fat Mike vond ‘Rock For Sustainable Capitalism’ een leuk nummer, afgezien van het stukje tekst dat over hem gaat (lacht). Hij vond wel dat NOFX het niet verdiende om op dezelfde manier bekritiseerd te worden als Rancid, omdat ze toch wat meer volgens het ‘do it yourself’ principe werken. Maar naar onze mening is NOFX toch behoorlijk rijk. Hij vond het echter geen probleem om een album uit te brengen waarop hij zelf bekritiseerd werd. Hij nam het best goed op, het is een aardige vent.”

Er was vorig jaar een incidentje naar aanleiding van het nummer dat jullie opnamen voor de eerste ‘Rock Against Bush’ compilatie, dat niet werd geaccepteerd door Fat Mike. Wat vond je desondanks van deze compilaties?
“Muzikaal in ieder geval behoorlijk klote (lacht), alhoewel ik het Jello Biafra-nummer wel goed vond. Ik vond het hele project gewoon verkeerd opgezet. Ik denk dat al die rijke bands die daar aan meewerkten hun tijd en geld een stuk beter hadden kunnen besteden. Dat project deed in feite precies hetzelfde als wat de reguliere media in Amerika doen: het publiek wijsmaken dat ze maar twee keuzes hebben, dat ze het met de twee grote partijen moeten doen die in feite allebei internationale criminele organisaties zijn. De democraten worden neergezet als een goed alternatief. Als ik een Amerikaan was, zou ik nooit op Kerry hebben gestemd, zelfs niet al had ik daarmee kunnen voorkomen dat Bush herkozen zou worden. Ik zou gewoon geen van beide mijn stempel van goedkeuring geven, omdat het allebei criminelen zijn.”

Zou je in een niet-politieke band kunnen spelen?
“Niet als ik zelf de muziek zou moeten schrijven. Mijn politieke overtuiging is namelijk mijn voornaamste drijfveer om muziek te maken. Zelfs al zou ik in een andere band gaan spelen of op een andere stijl zou overschakelen, zou ik daar niet omheen kunnen.”

Luister je alleen naar muziek met een boodschap, of kun je ook het wat luchtigere werk waarderen?
“Normaal gesproken ga ik toch vooral voor muziek die op de een of andere manier een boodschap heeft. In principe kunnen dat zelfs liefdesliedjes zijn, zolang het maar oprecht is. Maar doorgaans moet het toch wel een rebelse achtergrond hebben. Er moet altijd iets inzitten dat mijn verbeeldingskracht aanspreekt, anders is er gewoon niets.”

Het spreekt voor zich dat er door de jaren een hoop mensen zijn geweest die niet erg blij waren met bepaalde teksten van jullie. Zijn jullie daardoor ooit serieus in de problemen gekomen?
“Dat valt eigenlijk reuze mee. In Australië heeft iemand eens een glas naar me gegooid, maar dat is het eigenlijk wel zo’n beetje. Ik denk dat we tot dusver geluk gehad hebben. We zijn wel een paar keer goed weggekomen. Zowel van het publiek als de politie en authoriteiten hebben we eigenlijk nog niet zoveel last gehad. Er zijn wel regelmatig geruchten voor shows dat er van alles gaat gebeuren, maar uiteindelijk loopt het altijd af met een sisser.”

Als een groot platenlabel jullie de nieuwe Rage Against The Machine zou willen maken, hoe zouden jullie daar dan op reageren?
“Daar zouden we zeker niet op ingaan. Zelfs al zouden we volledige tekstuele vrijheid krijgen, dan nog zouden we gewoon niets met die mensen te maken willen hebben. Onze ambities liggen totaal niet in die richting. Ik heb desondanks wel erg veel respect voor wat Rage Against The Machine heeft gedaan. Zij en Public Enemy hebben meer betekend dan welke andere band dan ook.”

Zijn er oude nummers die jullie niet meer spelen omdat jullie niet meer helemaal achter de tekst ervan staan?
“In ieder geval ‘Ska Sucks’ (lacht). Ik denk niet dat we die nog gaan spelen. Het nummer ‘Haillie Sellasse, Up Your Ass’ hebben we een hele tijd lang niet gespeeld, niet omdat we niet meer achter de tekst staan, maar omdat veel mensen het verkeerd interpreteerden. Op het nieuwe album staat een nummer waarin die tekst een beetje opgehelderd wordt, dus spelen we ‘Haillie Sellasse’ nu wel weer, maar dan met dat nieuwe nummer er meteen achterna.”

Jullie zijn allemaal veganist, wat was voor jou de aanleiding om dat te worden?
“Ik ben eerst vegetariër geworden toen ik een huisgenoot kreeg uit India die vegetariër was. Ik dacht dat als hij het kon, ik het ook wel kon. Daarna kwam ik bij Chris van Propagandhi te wonen en die was al veganist. Ik merkte al snel dat veganist zijn ook helemaal niet zo moeilijk is.”

Waarom duurt het bij jullie altijd zo lang voor er een nieuw album uitkomt? Er zit steeds zo’n vier jaar tussen.
“We denken gewoon erg goed na over wat we doen. We willen een echt goed album maken, zonder opvullertjes. We werken door totdat we het materiaal goed genoeg vinden. En daarnaast slagen we er regelmatig in de opnames te verprutsen zodat alles weer opnieuw moet en we weer een half jaar verder zijn (lacht). Zo zijn we dit keer vlak voor de opnames naar een optreden van een niet nader te noemen band gegaan, die we een uur lang uit hebben staan joelen, waardoor we allemaal onze stem kwijt waren (lacht). Er waren meerdere factoren. Chris is dit keer meerdere malen zijn stem kwijtgeraakt, het schrijven van de nummers wilde niet zo vlotten, de eerste nummers die ik inzong klonken niet overtuigend genoeg, er ging dus zoals gewoonlijk weer van alles mis. We wilden eigenlijk dit album al voor de verkiezingen van afgelopen jaar uit hebben, daarna werd het februari en nu is het dus oktober geworden. We hebben ook nog geprobeerd zelf het album te mixen, maar daar namen het label en degene die het moest masteren geen genoegen mee, dus moest het allemaal weer opnieuw.”

Jullie eerste twee albums waren nog best een beetje maf en lollig, maar op de laatste twee is dat luchtige helemaal weg. Heb je daar een verklaring voor?
“Niet echt… Er zit nog steeds wel een beetje humor in onze nummers, maar het zware wint het tegenwoordig gewoon wat meer van het lollige. Veel van onze teksten zijn te serieus om er lollig mee te gaan doen.”

Als je George W. Bush een vraag zou kunnen stellen, wat zou het dan zijn?
“Ik zou ‘m vragen of hij zichzelf alsjeblief van kant zou willen maken (lacht).”

LAGWAGON
Up Magazine #25, januari/februari 2006)

Tot een jaar of tien terug was Derrick Plourde drummer van Lagwagon, nu is hij de hoofdpersoon op alle nummers op het nieuwe album van de groep. Eerder dit jaar maakte Plourde namelijk een einde aan zijn leven, waarna Joey Cape, die hem zag als zijn zielsverwant en in het hobbyproject Bad Astronaut nog altijd met hem samenspeelde, besloot een compleet album over hem te schrijven. De Lagwagon-frontman, die tevens actief is als gitarist van Me First & The Gimme Gimmes, die vorig jaar zijn solodebuut maakte en het Bad Astronaut-boek nog niet heeft gesloten, licht toe wanneer hij besloot dat ‘Resolve’ een eerbetoon zou worden aan zijn beste vriend.
“De meeste nummers heb ik erg snel geschreven, in een dag of tien geloof ik, omdat je uit dramatische gebeurtenissen vaak wel veel inspiratie kan putten. Vervolgens ben ik met Dave, onze drummer, demo’s gaan maken. Toen we genoeg materiaal hadden voor driekwart album en bijna alles over Derrick bleek te gaan, besloten we om maar meteen het hele album aan hem te wijden, als een soort eerbetoon. Mijn hoofd stond er zowiezo niet naar om over iets anders te schrijven. Twee nummers op het album zijn trouwens geschreven nog voor Derrick’s dood, en die gingen toevallig ook al over hem, omdat ik me destijds erg veel zorgen maakte over hem. Wrang genoeg pasten die dus goed op het album.”

Jullie hebben altijd al veel redelijke sombere teksten gehad, maar die werden op de albums vaak afgewisseld met luchtigere elementen. Dit keer is dat voor het eerst niet zo.
“De vorige albums hadden allemaal wel een paar lollige nummers en vaak een beetje een maffe hoes, om het een geheel een beetje luchtig te houden. Dat hebben we altijd gedaan om te laten zien dat we onszelf niet al te serieus nemen. Dit keer vonden we het onderwerp echter te zwaar om dat te doen, en er viel simpelweg niets te lachen. We wilden er zeker van zijn dat het album oprecht overkwam.”

Bij jullie live-optredens is het meestal toch best een lollige bedoeling, gaat het niet lastig worden om de nieuwe nummers in die sfeer te gaan spelen?
“Ik zal zeker geen grappen gaan maken voor één van de nieuwe nummers, omdat ze gewoon te belangrijk zijn. Maar in dezelfde set zullen we natuurlijk ook wel enkele minder serieuze nummers hebben. Dan is de stemming gewoon even anders. In het dagelijks leven ga je ook door meerdere stemmingen heen, dus moet dat vind ik op het podium ook kunnen.”

Ben je na al die jaren nog steeds gemotiveerd om weer te gaan touren, of is het meer een baan geworden?
“Eerlijk gezegd voelt het soms wel als een baan. Ik hou ook niet zo van touren, ik ben veel gelukkiger als ik thuis ben, bij mijn vrouw, mijn dochter en mijn honden. Ik ben ook niet echt gek op optreden, nooit geweest ook. Het hoort er nou eenmaal bij, omdat je album toch gepromoot moet worden. Op het podium heb je natuurlijk wel een soort energie die je nooit op een album kan krijgen, en de interactie met het publiek heeft ook iets verslavends, maar als ik het echt voor het kiezen had, zou ik liever alleen in de studio werken. Als ik thuis ben kijk ik nooit zo uit naar het touren, maar als we eenmaal op pad zijn heb ik het meestal best wel weer naar m’n zin.”

Je hebt het nieuwe album zelf geproduceerd. Het klinkt een stuk rauwer en meer ‘live’ dan de vorige albums. Was dat ook wat je wilde?
“Oh, absoluut. We hadden nu het idee om een rauwe plaat te maken, omdat we dat beter bij het onderwerp vonden passen en omdat de energie zo beter overkwam. We hebben altijd al een flinke vinger in de pap gehad bij het opnemen van onze albums, dus we wisten hoe alles werkte en hebben besloten het nu eens zonder een producer van buitenaf te doen. Het album is niet zo gepolijst en er zijn wel een paar schoonheidsfoutjes in blijven zitten, maar ik ben blij dat we het zo hebben gedaan. Het album klinkt erg eerlijk.”

Veel albums die de afgelopen jaren uit zijn gekomen op Fat Wreck Chords waren erg politiek geladen. Zie je jezelf ooit nog een heel politiek album maken?
“Ik denk het niet. Ik ben privé wel politiek actief en vind het ook erg belangrijk. Ik vind het erg goed dat die bands er zo betrokken bij zijn, vooral de Amerikaanse politiek, omdat dit een heel belangrijke tijd is waarin veel heel ernstige zaken voorvallen. De huidige politieke situatie is natuurlijk een grote bron van inspiratie voor veel mensen en vooral voor punkbands, maar persoonlijk ben ik niet zo sterk in het schrijven van dat politieke teksten. Ik heb het wel geprobeerd, maar ik vind dat schrijven over de menselijke natuur me gewoon een stuk beter afgaat. Mijn teksten zijn dan gewoon een stuk krachtiger. Al moet ik wel bekennen dat het vaak gaat jeuken omdat er zoveel dingen zijn waar ik erg kwaad over ben.”

Bestaat je andere band Bad Astronaut nog?
“Er zijn geen lange termijn-plannen. Die band draaide vooral om mij en Derrick die samen wat aanrommelden. Hij was echt mijn zielsverwant, we hadden samen een soort chemie die ik nooit met iemand anders heb gehad of waarschijnlijk ooit nog zal hebben. Derrick en ik hebben Lagwagon opgericht als excuus om samen te kunnen spelen, en toen Derrick Lagwagon verliet zijn we Bad Astronaut begonnen als voortzetting daarvan. We hebben wel nog een nieuw album opgenomen voordat Derrick overleed. Dat willen we graag nog afmaken ter ere van hem, mede omdat enkele van de allerlaatste drumpartijen die hij ooit ingespeeld heeft er opstaan. Helaas vind ik mijn songmateriaal op dat album niet zo vreselijk sterk, maar we gaan ons uiterste best doen er toch nog wat van te maken, zodra we er de tijd voor hebben.”

Denk je dat het wegvallen van Bad Astronaut invloed zal hebben op de muziek van Lagwagon, omdat er toch een alternatieve uitlaatklep voor je wegvalt?
“Ik denk het niet, ik kan altijd wel projecten opzetten met andere mensen als ik daar behoefte aan heb, ik wil bijvoorbeeld wel eens wat soundtrackachtige muziek gaan maken. Iets zonder drums, iets heel anders. Ik weet dat ik altijd wel een uitlaatklep kan vinden voor de muziek die ik in me heb. Ik vind het soort muziek van Bad Astronaut niet thuishoren bij Lagwagon. Het is wat het is. Lagwagon moet toch altijd dat agressieve element hebben. Ik wil niet dat mensen gaan zeggen dat Lagwagon ineens als Bad Astronaut is gaan klinken. Ik heb toen ik met Bad Astronaut begon al meer dan genoeg commentaar gehad dat het klonkt als Lagwagon Light, dus dat wil ik mezelf besparen.”

Ben je van plan nog een akoestisch solo-album te maken, na je split-album met Tony Sly?
“Dat zou ik best willen. Als ik het nu zou moeten doen, zou het wel anders gaan klinken dan op de split-CD die ik heb gemaakt met Tony Sly. Als de mogelijkheid zich voordoet en iemand me vraagt zo’n album te maken, dan zou ik dat heel graag doen. Mijn muziek begint sowieso altijd met zang en akoestische gitaar, ook de Lagwagon-nummers, dus voor mij is dat heel natuurlijk om het zo te doen. Er zijn op muzikaal gebied ontzettend veel dingen die ik nog wil doen, maar ik heb ook nog een gezinsleven, dus het kan nu eenmaal niet allemaal. Er was een periode waarin ik echt alles tegelijk deed: Lagwagon, Bad Astronaut, Me First & The Gimme Gimmes, maar nu is dat een stuk lastiger.”

Voor de split-CD met Tony Sly nam je akoestische versies op van enkele Lagwagon-nummers. Welke versies vind je zelf beter: de akoestische of de Lagwagon-versies?
“Geen idee, ze zijn zo verschillend. Ze hebben allebei wel wat. Ik denk dat feitelijk de Lagwagon-versies beter zijn omdat de nummers nu eenmaal met Lagwagon in m’n achterhoofd zijn geschreven. Ik heb letterlijk alle Lagwagon-nummers akoestisch uitgeprobeerd voor die split, en degenen die uiteindelijk de CD hebben gehaald zijn de nummers die akoestisch het meeste persoonlijkheid overhielden. Het zijn eigenlijk allemaal totaal andere nummers geworden, daarom kan ik ze zo moeilijk vergelijken. Als je in je eentje de volledige controle hebt, dan gaat het gewoon heel anders dan wanneer je een band hebt met vijf mensen die allen hun eigen insteek hebben. Maar het vreemde is dus dat ik al die nummers akoestisch heb geschreven, ze daarna door de band zijn bewerkt en ik daarna die bandversies weer terug heb gebracht naar een akoestisch arrangement. Ik vond het richting de band niet eerlijk om weer terug te gaan naar de vorm waarin de nummers ooit begonnen, ik wilde hun ideeën er wel een beetje in houden.”

Kunnen we nog een nieuw album verwachten van Me First & The Gimme Gimmes?
“We zijn momenteel aan het werken aan nieuw materiaal. Ik zal maar niet zeggen wat voor album het dit keer zal worden want dan worden er vast mensen kwaad op me omdat het volgens mij allemaal nog geheim is. In maart gaan we opnemen, dan zal het album wel ergens in de zomer uitkomen.”

Hebben jullie ooit reacties gekregen op jullie covers van de mensen die ze hebben geschreven?
“Ik sta er echt versteld van dat dat nog nooit gebeurt is. We hebben van geen één van die mensen ooit iets gehoord en daar begrijp ik eigenlijk helemaal niets van. Hebben die mensen geen kinderen of zo? Er zijn vast wel een paar van die mensen die onze cover van hen hebben gehoord, maar blijkbaar heeft nog niemand de moeite genomen ons op z’n minst te laten weten hoe klote ze ‘m vonden. Onbegrijpelijk.”

Enkele mensen waarmee je in bands hebt gespeeld, zitten nu in hele grote rockbands, zoals Chris Shiflett in Foo Fighters en Ken Stringfellow in REM. Ben je daar ergens een beetje jaloers op?
“Niet echt. Ik geloof wel dat ze leuk vinden wat ze doen en ik vind hun bands twee van de betere uit de hele mainstream muziekwereld, dus zal ik daar nooit negatief over praten. Maar ik heb nooit het verlangen gehad zoiets te doen. Het is gewoon een totaal andere wereld waarin zij nu zitten, en die kant van de muziek trekt me niet zo aan. Ik doe liever gewoon m’n eigen ding.”

Waar zie je Lagwagon over tien jaar?
“Ik geloof niet dat we dan nog bestaan, maar aan de andere kant dacht ik tien jaar geleden hetzelfde. Zolang het leuk blijft, zolang de inspiratie er is en zolang we goed met elkaar overweg kunnen, zullen we wel door blijven gaan. Momenteel zie ik nog geen reden om te stoppen. We hebben geen specifieke doelen of zo, we bekijken het van dag tot dag.”

NOFX
Up Magazine #27, mei 2006

In 1994 waren Green Day en The Offspring de aanvoerders van een punkrockhype. Miljoenen mensen staken voorzichtig hun teen in het punkrockwater, door de albums ‘Dookie’ en ‘Smash’ in huis te halen. En degenen die vervolgens besloten wat verder het diepe in te gaan, kwamen al snel uit bij ‘Punk In Drublic’ van NOFX. Het album bevatte echter geen hitsingles, omdat de groep had besloten geen promo’s meer naar radiostations te sturen en geen videoclips meer te maken, om zo bewust Green Day en The Offspring niet achterna te gaan.

Vorig jaar kwam NOFX-frontman Fat Mike, tevens oprichter en eigenaar van het succesvolle punkrocklabel Fat Wreck Chords, alsnog met enige regelmaat opdraven in landelijke radio- en TV-programma’s. Niet om een nieuw album te promoten, maar om George W. Bush uit het Witte Huis te krijgen. Mike’s Rock Against Bush-campagne bleef niet onopgemerkt. Grote bands als Foo Fighters, No Doubt, Green Day en The Offspring sloten zich bij hem aan. Mike kreeg zelfs presidentskandidaat John Kerry te spreken en hij mocht zijn zegje doen in diverse talkshows.

En dat terwijl het algemeen bekend is dat Fat Mike een hekel heeft aan interviews en het daarom ook zelden doet. Gelukkig wilde hij, alhoewel hoorbaar niet van harte, voor Up Magazine een uitzondering maken.
“Ik vond het niet echt leuk om op te komen draven in al die talkshows. Ik ben te gast geweest in de Dennis Miller Show, bij Howard Stern en een paar andere talkshows en steeds was ik helemaal op van de zenuwen. Het was een hoop gedoe en ik vond het vrij vervelend, maar ik vind dat het ’t waard is geweest. Het is wel het belangrijkste geweest wat ik ooit gedaan heb.”

Het mag duidelijk zijn dat je vindt dat George W. Bush slecht is voor de VS en de hele wereld, maar denk je dat zijn presidentschap goed is geweest voor punkrock, net zoals de gemeenschappelijke afkeer van Reagan in de jaren tachtig stimulerend werkte voor de punkscene?
“Voor de punkrockscene is zijn presidentschap, als je het zo bekijkt, wel goed geweest, denk ik. Desondanks vind ik niet dat er genoeg bands waren die zich bij de anti-Bushbeweging aansloten. Maar dat vind ik sowieso het voornaamste probleem in punkrock vandaag de dag. De bands durven geen grote bek meer te hebben. Te veel bands durfden zich niet bij ons te voegen, omdat ze bang waren hun andersdenkende fans af te stoten, of omdat ze niet van meelopen beschuldigd wilden worden.”

Als een band op Fat Wreck pro-Bush zou zijn, zou dat voor jou een reden zijn hun platen niet meer uit te brengen?
“Zeker weten! Er zijn zelfs enkele bands geweest die ik aanvankelijk uit wilde brengen, maar uiteindelijk heb afgewezen vanwege hun politieke houding.”

En het Propagandhi-nummer ‘Rock For Sustainable Capitalism’, waarop je zelf flink onderuit gehaald wordt, heb je erover gedacht om dat niet uit te brengen?
“Nee, dat niet. Maar ik vind wel dat ik in dat nummer ten onrechte in een slecht daglicht gezet word. Propagandhi noemt mij in één adem met Kevin Lyman (de organisator van de Vans Warped Tour – JvG) en met Rancid, terwijl die vooral met geld bezig zijn en ik een activist ben. Dat Propagandhi het met mijn opvattingen oneens is, dat is hun goed recht, maar het is oneerlijk om mij te vergelijken met mensen die duidelijk niets geven om de situatie in de wereld. Ik was behoorlijk beledigd door dat nummer.”

Wil je desondanks in de toekomst nog wel Propagandhi-platen uit blijven brengen?
“Ik denk het wel. Ik krijg mijn wraak wel op het nieuwe NOFX-album, daar staat een reactie-nummer op dat gericht is aan Propagandhi, ‘The Marxist Brothers’. En daarbij, zeg nou zelf: wie is er meer in geslaagd om wat klaar te spelen op het politieke vlak, Propagandhi of ik? Het spijt me dat ik geen militante veganist ben, maar ik heb veel meer mensen weten te bereiken en aan het denken kunnen zetten dan zij.”

Vind je het voor punkrock essentieel om jezelf niet te serieus te nemen?
“Ik vind dat voor punkrock niets essentieel is… Maar om Propagandhi nog maar eens aan te halen, zij waren op hun eerste albums nog best humoristisch, maar nu helemaal niet meer. Ze zijn veel te serieus geworden. Ze hebben nu zelfs hun Australische tournee afgezegd omdat ze nooit meer willen spelen in de landen die de oorlog in Irak gesteund hebben. Maar wie straf je daarmee nou? Alle mensen die naar hun optredens komen zijn tegen de oorlog! Ik denk ook niet dat het aan de hele band ligt, het ligt vooral aan Chris (Hannah, de zanger-gitarist – JvG). Een paar maanden geleden gingen we gezamenlijk wat drinken en hij wilde niet eens met me praten, hij vindt me blijkbaar ineens een slecht mens. Hij is een heel depressief iemand, hij kan het leven gewoon niet zo goed aan. Ik zal hun platen wel uit blijven brengen, omdat ik vind dat ze een belangrijke boodschap naar buiten brengen. En ik haal mijn wraak dus wel uit dat nummer dat op ons nieuwe album staat. Ik weet dat het geen gezonde situatie is, maar het is nou eenmaal niet anders.”

Heb je veel vervelende reacties gehad naar aanleiding van de Rock Against Bush-campagne?
“Dat viel op zich wel mee, omdat waarschijnlijk zo’n negentig procent van alle mensen die naar ons luisteren democraten zijn. Waar wel veel mensen een probleem mee hadden, was het feit dat ik überhaupt mijn mening durfde te verkondigen, omdat ik in hun ogen maar een zuipschuit ben. En daar ben ik wel een beetje pissig om geworden. Ik heb gewoon mijn school afgemaakt, ik lees ook boeken, waarom zou ik dan geen mening mogen hebben, alleen maar omdat ik te veel drink en drugs gebruik? Dat betekent nog niet dat ik een idioot ben! Ik vind dat iedereen voor z’n mening uit moet komen, niet alleen journalisten en politici.”

NOFX tourt nu al meer dan twintig jaar, maar ik heb de indruk dat jullie publiek in al die jaren nauwelijks ouder is geworden. NOFX lijkt voor veel mensen een beetje een band waar ze “overheen groeien”. Wat vind je daarvan?
“Dat zie je verkeerd. We hebben recentelijk in Chicago gespeeld, daar deden we twee shows: één voor minderjarigen en één voor publiek vanaf 21 jaar, en beide shows waren met 1500 man volledig uitverkocht. En een tijd geleden speelden we in Florida, daar was na de show het bier volledig uitverkocht en dat was in die zaal nog nooit eerder gebeurd. Je kunt daar alleen bier kopen als je 21 of ouder bent, dat wil dus wel zeggen dat we helemaal niet zo’n jong publiek trekken. We hebben de tand des tijds beter doorstaan dan de meeste bands. Als we gaan touren, is het nog steeds overal uitverkocht. Als je kijkt naar een band als de Ramones, die speelden na verloop van tijd in steeds kleinere clubs en moesten tegen het einde weer in een busje gaan touren… Ons publiek mag dan een stuk jonger zijn dan wij zelf, maar gemiddeld is het zeker midden twintig.”

Wat is voor jou het hoogtepunt geweest in de NOFX-geschiedenis?
“Ik kan zo snel niets bedenken. De grote, prestigieuze zaken die in de ogen van anderen de hoogtepunten in onze carrière zouden zijn geweest, hebben we juist altijd afgewezen omdat we er geen trek in hadden. We hebben bewust besloten dat we niet de volgende Green Day of The Offspring wilden worden. Op het moment dat die bands zo groot werden, zijn we gestopt met video’s maken en nummers naar radiostations sturen. We hebben onszelf uit de competitie genomen, we wilden een undergroundband blijven.”

Was er één specifiek moment waarop je realiseerde dat je Green Day en The Offspring niet achterna wilde gaan?
“Dat was toen ik in Londen in een discotheek was en The Offspring ineens gedraaid werd. Ik vond het helemaal niets, die muziek in die omgeving. De combinatie klopte gewoon niet. Ik dacht ook dat Green Day en The Offspring eventjes helemaal hot zouden zijn en daarna af zouden gaan sterven. Dat is ook min of meer gebeurd, alhoewel ze weer terug zijn gekomen. Wij hebben daarentegen altijd op hetzelfde niveau gezeten. Wij hebben geen dalen in onze carrière gehad, en dat was eigenlijk ook ons doel. Veel bands die in 1995 bij een major label tekenden zijn snel daarna ten onder gegaan.”

Wat vind je het voornaamste verschil tussen punkrock nu en in 1994?
“Ik denk dat er geen verschil is. Er zijn alleen meer slechte punkpopbands tegenwoordig, maar die behoren toch niet echt tot de scene. Als je naar de kleine punkclubs gaat, zie je geen verschil. Daar zie je nog altijd hetzelfde soort bands als tien jaar geleden, dat slechte muziek maakt en bezopen op het podium staat.”

Op meerdere NOFX-albums staan akoestische solonummers van jou, heb je er ooit aan gedacht een heel album te maken met dat soort nummers?
“Ik heb er inderdaad wel eens aan gedacht, maar ik denk dat het niet zo’n goed album zou zijn, omdat ik niet zo’n geweldige zanger ben. Mijn akoestische album zou inferieur zijn aan dat van heel veel andere mensen, dus begin ik er maar niet aan.”

Het is me opgevallen dat als NOFX op een groot rockfestival speelt, je er een gewoonte van maakt alle andere optredende bands af te zeiken. Heb je daar ooit vervelende reacties op gehad van mensen uit die bands?
“Ja, Shirley Manson van Garbage was er niet zo van gecharmeerd. Ze heeft me een tijdlang achterna gezeten na het optreden, maar ze heeft me niet te pakken kunnen krijgen. Vijf jaar later kwam ik haar in een vliegtuig onderweg naar Australië toevallig weer tegen, toen ben ik mijn excuses aan gaan bieden en heeft ze me geschopt. Maar we konden er allebei wel om lachen. Ik maak er niet echt een gewoonte van om andere bands af te zeiken op festivals, al is het een paar keer voorgekomen. Op het Bizarre Festival in Duitsland heb ik het wel eens vrij bont gemaakt, maar toen had ik vooraf twee flessen wijn op.”

Waarom schrijf je alle nummers voor NOFX in je eentje?
“El Hefe en Eric Melvin proberen wel eens nummers te schrijven, maar ze kunnen er eigenlijk niets van. Eric Melvin schrijft zo nu en dan wel eens riffs die hij meeneemt naar de repetities, maar die wijzen we altijd af omdat ze niet zo best zijn. El Hefe schrijft alleen maar rustige popnummers en hiphop en daar heeft hij een andere band voor.”

Vind je in NOFX spelen nog net zo leuk als tien jaar geleden?
“Nog leuker, denk ik.”

Heb je er ooit over nagedacht wat je wil gaan doen als NOFX verleden tijd is?
“Mijn leven zou dan niet zoveel veranderen, omdat ik maar twee of drie maanden per jaar tour met NOFX. Als ik zou stoppen met punkrock maken, hou ik nog meer dan genoeg interesses over, het is niet zo dat ik dan ineens naar andere tijdsbestedingen zou moeten gaan zoeken. Ik heb een dochter, ik speel poker en golf, ik drink, gebruik drugs en doe aan seks. Punkrock maken is eigenlijk maar een klein onderdeel van mijn leven. NOFX heeft sinds 1995 in geen enkel jaar meer dan zes maanden getourd. Daardoor blijven we gemotiveerd en blijft het leuk. En in Me First & The Gimme Gimmes zal ik altijd blijven spelen. Met die band gaan we door tot we hoogbejaard zijn, dat is ons pensioenplan.”

ME FIRST & THE GIMME GIMMES
Up Magazine #31, november 2006

Ze repeteren vrijwel nooit. Ze schrijven hun nummers niet zelf. De band is voor geen van de leden prioriteit. touren doen ze dus alleen als ze toevallig niets anders in de agenda’s hebben staan. En hun optredens zijn vaak zo slecht voorbereid dat meerdere nummers na een valse start over moeten.

Toch zijn ze één van de bestverkopende bands op het label Fat Wreck Chords. Ze zijn een immens populaire live-act. Van de twaalf nummers op hun eerste album werden er acht als single uitgebracht. Ze hebben platen uitgebracht op alle grote punklabels, van Fat Wreck tot Epitaph en van BYO tot Alternative Tentacles. En ze zijn de favoriete punkband van je ouders.

Uiteraard gaat het hier over Me First & The Gimme Gimmes, de all-star punkrock-coverband die binnenkort z’n zesde album uitbrengt. Up Magazine sprak met gitarist Joey Cape, die in het dagelijks leven zingt bij Lagwagon.

Jullie zijn recentelijk in een vol stadion van het podium gejoeld door 37.000 honkbalfans die jullie versie van “Stairway To Heaven” niet zo konden waarderen. Hoe voelde dat?
“Dat was wel redelijk vernederend op het moment zelf, maar achteraf gezien was het wel grappig. Het was nogal een ongelukkige boeking. Het optreden was in het midden van Amerika voor een publiek dat grotendeels bestond uit gezinnetjes. Bij Me First & The Gimme Gimmes moet je de humor van het geheel in kunnen zien, en dat was bij dit publiek duidelijk niet het geval. We hadden van tevoren wel verwacht dat het vreemd zou zijn om voor een honkbalpubliek te spelen, maar we hadden niet verwacht dat het zo erg zou zijn. Op het moment dat het gebeurde, realiseerden we wel dat we hadden kunnen verwachten dat zoiets zou gaan gebeuren. Enkele leden van Anti-Flag zaten toevallig in het stadion en die vonden het één van de grappigste dingen die ze ooit mee hadden gemaakt, dus is het toch nog ergens goed voor geweest.

Hoe selecteren jullie de nummers die jullie gaan coveren?
“Daar zit een combinatie van factoren achter. De nummers die ik aandraag, zijn vrijwel altijd nummers die ik echt leuk vind. Het tweede criteria is dat ze moeten werken als punkrocknummers. En natuurlijk moet je ze eerst uitproberen met de band om te zien of dat zo is. Daarnaast hebben we een voorkeur voor teksten die grappig of ironisch zijn als Spike ze zingt. ‘Stand By Your Man’ bijvoorbeeld is één van mijn favoriete nummers die we doen, omdat ik het erg geestig vind om zo’n grote, stoere vent uit Pittsburgh dat nummer te zien zingen. Ik hou er wel van als de nummers een beetje belachelijk worden als wij ze doen. Veel van die oude nummers hebben van die enorm afgezaagde teksten, en die werken bij ons juist het beste. Er is niets mooier dan een hele meute kids met hanenkammen en tattoo’s mee te zien zingen met ‘Tomorrow’ (uit de musical ‘Annie’ – JvG). Ik vind het interessant om goede nummers in een vorm te gieten waarin punkliefhebbers ze ineens goed vinden, terwijl ze niets van het origineel moeten hebben.”

Maar je vindt van de nummers die jullie spelen dus meestal het origineel echt leuk?
“Meestal wel. Natuurlijk moet je af en toe een compromis sluiten omdat je het binnen de band niet altijd met elkaar eens bent. En daardoor zit er soms wel een nummer bij dat ik wat minder leuk vind. Het belangrijkste aspect voor mij is melodie. De nummers die ik kies voor de band zijn meestal nummers die ik als kind al leuk vond en waarvan ik de melodie nooit uit m’n hoofd heb kunnen krijgen. Ik vind het spannend om die uit te kunnen voeren met een echt goede zanger. Spike zingt al die nummers veel beter dan ik ooit zou kunnen, en vrijwel zonder moeite.”

Zijn er ook nummers die je graag had willen doen, maar die gewoon niet werkten?
“Oh, absoluut. Honderden. Voor ons nieuwe album hebben we zeker zo’n 250 nummers overwogen. Het selecteren van de nummers was een enorm lang proces dit keer. We wilden er bijvoorbeeld graag eentje doen van Steve Earl, maar dat wilde gewoon niet lukken, en er waren er een heleboel van Johnny Cash en Willie Nelson die gewoon niet uit de verf kwamen. Soms wil je een bepaalde artiest coveren en dan neem je twintig nummers in overweging, waarvan er uiteindelijk één het beste werkt. En dat is niet altijd ook je favoriet.*

Wat vind je ervan dat jullie als feestband veel meer cd’s verkopen dan bijna al die serieuze, hardwerkende punkbands?
“Ja, het is nogal ironisch. Ik weet eigenlijk niet wat ik daar op moet zeggen. Sorry (lacht)! Feitelijk zijn wij gewoon de ‘Great Rock ‘N’ Swindle Part 2’. Deze band begon als iets totaal onschuldigs. We begonnen om voor onze vrienden in bars te kunnen spelen. Tien jaar later verkopen we meer albums dan… In ieder geval meer albums dan mijn andere bands (lacht). Het zit me niet zo heel erg dwars dat Me First & The Gimme Gimmes beter verkopen dan Lagwagon, maar dat zou wellicht anders zijn als ik geen Gimme Gimme was (lacht). Alleen als ik zie dat de Gimme Gimmes veel meer geld krijgen voor een optreden dan Lagwagon voor een vergelijkbare show zou krijgen, vind ik dat wel een beetje vervelend. Maar verder begrijp ik het wel hoor, de meeste mensen luisteren gewoon voor de lol naar muziek, en de Gimme Gimmes maken gewoon hele catchy muziek waar je vrolijk van wordt. En nogmaals, je moet ook niet vergeten dat we gewoon over een verdomd goeie zanger beschikken. Spike heeft een hele aangename stem, ik wou dat ik kon zingen zoals hij.”

Dat is sportief van je, want ik kan me voorstellen dat de Me First & The Gimme Gimmes-albums lang niet zoveel voor je betekenen als de albums die je met Lagwagon en Bad Astronaut hebt gemaakt.
“Nee, nee, natuurlijk niet. Het is iets totaal anders. De Lagwagon-albums zijn artistieke uitingen, terwijl de Gimme Gimmes feitelijk gewoon een soort feesten- en partijenband zijn. We steken zo goed als geen energie in deze band. Het enige wat we hoeven te doen voor deze band is nummers selecteren die geschikt zijn om te spelen. We repeteren zo goed als nooit. Soms moeten we de gitaarpartijen voor een nummer nog leren terwijl de drumpartijen al ingespeeld zijn. Maar dat heeft ook z’n charme. Bij Lagwagon stop ik m’n hele ziel en zaligheid in elk album en de Gimme Gimmes kosten me vrijwel geen energie.”

Me First & The Gimme Gimmes begonnen puur als een geintje, als een band die vrijblijvend wat aanrommelde. Dat is er nu, zes albums en enkele tours later, toch niet helemaal meer bij omdat er nu toch het één en ander van jullie verwacht wordt. Is het daardoor minder leuk?
“Ergens wel. Toen de band net begon had niets wat we deden consequenties en had het allemaal geen zakelijke kant. We konden als we wilden gewoon op een dinsdag op komen draven bij Stinky’s Peepshow en daar een paar nummers spelen. En dat was cool. Maar dat hebben we gehad, nu staan de zaken er anders voor. We kunnen nu over de hele wereld touren, en dat is natuurlijk ook geweldig. Spelen in de Gimme Gimmes zal hoe dan ook altijd leuk blijven, want touren met deze band is voor mij een soort vakantie. Alleen als ik met deze band op tournee ben, voel ik me weer echt jong. Ik kan gewoon elke avond dronken worden, wat aankloten en hoef me geen zorgen te maken om mijn stem. Als ik met Lagwagon op tournee ben, moet ik altijd professioneel en gedisciplineerd zijn, omdat ik altijd worstel met stemproblemen. Fat Mike zegt altijd dat ik me daar niet zo mee bezig moet houden omdat het toch maar punkrock is, maar daar ben ik het niet mee eens. Onze muziek zou er te erg onder lijden als ik niet goed bij stem zou zijn. Als we met de Gimme Gimmes op pad zijn moet Spike zich ook altijd inhouden. Zanger zijn in een band is wat dat betreft best vervelend.”

Waarom hebben jullie dit keer country als thema gekozen voor het album?
“Dit is één van onze eerste albums waarvoor we de nummers grotendeels op basis van de kwaliteit van het songmateriaal hebben uitgekozen. Hoewel dat ook weer niet voor alle nummers opgaat, sommigen hebben we gewoon gekozen omdat ze lekker maf waren. Maar ik vind dat er in het country-genre gewoon een heleboel erg goede songschrijvers te vinden zijn, enkelen van mijn favorieten zelfs, zoals Willie Nelson en Kris Kristoffelsen. Ik denk dat we ergens altijd al hebben geweten dat we zo’n album zouden doen, omdat deze band toch voornamelijk draait om sterk songmateriaal. Wel was het dit keer moeilijker om het materiaal te kiezen omdat de overzetting van country naar punk vaak toch erg lastig bleek te zijn. Bij country zijn de teksten soms zo belangrijk dat de muziek in een ander jasje gewoon niet overeind blijft staan, en soms is een nummer niets waard zonder het gevoel en de sfeer van het origineel.”

Wanneer in de bandgeschiedenis besloten jullie om niet slechts wat singletje uit te brengen maar gewoon door te blijven gaan en met regelmaat een album uit te brengen?
“We begonnen inderdaad met een paar singles, en op een gegeven moment besloot Mike dat we van elke single de A-kant zouden nemen en wat extra nummers op zouden nemen om er een album van te maken, omdat vinyl in die tijd steeds minder begon te verkopen en er dus een cd moest komen. Dat werd ‘Have A Ball’. Toen dat album uitkwam veranderde alles, want dat verkocht echt heel erg goed en dat hadden we nooit verwacht.”

Jullie hebben inmiddels al dertien seven inches uitgebracht. Zullen er van dit album ook weer singles uitgebracht gaan worden?
“Ik heb eigenlijk geen idee, Mike gaat daar over. We hebben de laatste tijd niet veel meer gedaan op seven inch-gebied. We brachten steeds elke single op een ander bevriend label uit, en ik denk dat we alle geschikte labels inmiddels wel gehad hebben. Op een gegeven moment hebben we wel een speciale bowlingtas uitgebracht met alle singles die we ooit gemaakt hadden, dat was wel cool.”

Hebben jullie inmiddels al van één van de artiesten waarvan jullie een cover hebben opgenomen een reactie gekregen?
“Ja, toevallig recentelijk voor het eerst. The Eagles hebben onze versie van ‘Desperado’ gehoord en ze vonden ‘m verschrikkelijk. Echt verschrikkelijk. We kregen een reactie van hun management, en die bestond uit één zin: “We haten jullie versie van het nummer”. Dat was alles. “We HATEN het”. Stelletje klootzakken… Dat oudere mensen het niet zo hebben op punkrock kan ik nog wel begrijpen, maar een reactie als “We haten het”? Kom op zeg… Als een jongere muzikant een eigen versie zou maken van één van mijn nummers, ongeacht in welke stijl, dan zou ik dat altijd een eer vinden.”

Wat vind je de beste cover van een popnummer die ooit door een punkrockband is gedaan?
“Dat is een moeilijke vraag… Na al die jaren van interviews geven zou ik op zo’n vraag eigenlijk wel een antwoord klaar moeten hebben, vind je niet (lacht)? De eerste cover die me te binnen schiet is de versie die Agent Orange van ‘Somebody To Love’ van Jefferson Airplane. Die vind ik erg goed. Verder is ‘Stand By Me’ van Sam Cooke in de versie van Pennywise geweldig. Dat is een prachtig nummer dat ik graag met de Gimme Gimmes had gedaan, maar uit respect voor Pennywise kunnen we dat natuurlijk niet maken.”

ONLY CRIME
Up Magazine #34, maart 2007

Only Crime is zo’n supergroep waar je onmogelijk wat over kan schrijven zonder even het lijstje met grote namen de revue de laten passeren, dus bij deze: de band bestaat uit zanger Russ Rankin (Good Riddance), gitaristen Aaron Dalbec (Bane, Converge) en Zack Blair (Hagfish, Gwar, Armstrong), bassist Doni Blair (Hagfish, Armstrong) en drummer Bill Stevenson (Descendents, ALL, Black Flag, Lemonheads).

Ondanks de volle agenda’s van alle bandleden zag Only Crime kans het album ‘Virulence’ te maken, de opvolger van het debuut ‘To The Nines’ uit 2004. Russ Rankin spreekt over de band die hij vier jaar geleden begon, om bezig te blijven in de periodes waarin Good Riddance inactief is.

Hoe voelt het om met Bill Stevenson in een band te zitten, terwijl je bent opgegroeid met Black Flag als favoriete band?
“Erg vreemd. Het heeft even geduurd voor ik er enigszins aan gewend was, maar het blijft vreemd. Ik vertelde hem op een dag dat ik een nieuwe band wilde beginnen en nog een drummer zocht, waarop hij direct zei wel mee te willen doen. Ik schrok me rot toen ik dat hoorde. Hij is een legende, ik zou hem nooit van m’n leven hebben durven vragen. Hij is de beste drummer die ik ooit heb gezien, de gedachte om hem voor mijn band te vragen was zelfs nooit in me opgekomen.”

Was het voor jullie niet moeilijk een muzikale koers te bepalen aangezien Only Crime bestaat uit leden van muzikaal zeer uiteenlopende bands als Bane, Descendents en Gwar?
“Niet echt. Het is niet zo dat we direct met vijf man in een repetitiehok zijn gaan staan om te kijken wat er zou gaan gebeuren. Ik ben deze band begonnen met gitarist Aaron Dalbec en we hebben lange gesprekken gevoerd over hoe we wilden dat onze band zou gaan klinken: heavy, met veel Black Flag- en Black Sabbath-invloeden, maar wel zonder een spoortje metal. Pas nadat we de muzikale koers uitgestippeld hadden, hebben we de andere leden erbij gehaald en hen duidelijk gemaakt wat we voor ogen hadden.”

Wie schrijft de muziek voor Only Crime?
“Op het eerste album schreven Zack en ik ieder zo’n vijftig procent. Voor dit nieuwe album heb ik vrijwel geen muziek geschreven, alleen de teksten en de zanglijnen. Alle nummers zijn begonnen met een riff waar vervolgens de hele band op ging jammen. De muziek is op zo’n organische manier ontstaan, dat heb ik echt nog nooit eerder meegemaakt. Op dit nieuwe album heeft iedereen een even groot aandeel in het ontstaan van de nummers gehad.”

Jullie zijn allemaal druk met andere bands en andere projecten. Hoe vinden jullie tijd voor Only Crime?
“We wonen ook nog eens allemaal in verschillende staten, dus moeten we tijd voor Only Crime heel ruim van tevoren inplannen. Voor het schrijven van dit album zijn we de afgelopen anderhalf jaar vijf keer samengekomen in Bill’s studio, de Blasting Room in Colorado. En elke keer werkten we dan zo’n acht dagen continue aan het schrijven van nummers, letterlijk van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Deze sessies namen we allemaal op, zodat na afloop iedereen een CD mee kon nemen om thuis alles verder uit te werken.”

Good Riddance staat sinds enkele jaren op een wat lager pitje. Zou Only Crime bestaan hebben als Good Riddance nog steeds zo actief zou zijn als enkele jaren geleden?
“Ik denk het niet. Ik wilde er altijd al een tweede band bij hebben, maar door Good Riddance had ik daar gewoon absoluut geen tijd voor. Toen Luke weer ging studeren en Chuck een fulltime baan kreeg waardoor Good Riddance niet zoveel meer kon gaan touren, heb ik besloten van de gelegenheid gebruik te maken door een nieuwe band te beginnen. Toevallig leerde ik rond die tijd Aaron goed kennen. Good Riddance was op tournee met zijn band Bane. We bleken veel gemeen te hebben en onze muzikale interesses kwamen grotendeels overeen, dus besloten we samen deze band te beginnen.”

Zijn de Only Crime-albums je net zo dierbaar als de Good Riddance-albums?
“Absoluut. Het is voor mij nu grappig om de oude Good Riddance-albums terug te horen, omdat ik de geleidelijke progressie en ontwikkeling terug hoor door de jaren heen. We zijn per album beter geworden in alles, van het beheersen van de instrumenten tot het schrijven van nummers. En dat hoor ik duidelijk terug. Bij Only Crime daarentegen waren alle leden vanaf het begin al bijzonder goede, ervaren muzikanten. Er zit zoveel klasse in deze band, dat ik soms het gevoel heb dat ik moeite heb het niveau bij te benen. Het is echt een uitdaging.”

Benader je het schrijven van teksten voor Only Crime anders dan het schrijven van teksten voor Good Riddance?
“Ja. Ik besefte dat de mensen bij beide bands dezelfde stem zouden gaan horen en dat ik dus iets moest doen om toch een onderscheid te maken om er echt twee verschillende bands van te maken. Mijn teksten voor Good Riddance zijn altijd erg direct geweest. Je weet meteen waar ze over gaan, het is onmogelijk ze verkeerd te begrijpen. Mijn teksten voor Only Crime zijn wat minder concreet en op verschillende manieren te interpreteren. Ik probeer ze bijna te benaderen als poëzie.”

Het laatste Good Riddance-album is wat softer dan de voorgaande albums. Denk je dat dat komt omdat je nu met Only Crime een uitlaatklep voor hardere muziek hebt, zodat je met Good Riddance minder naar die kant neigt?
“Dat zou kunnen. Zo heb ik het eigenlijk nog niet bekeken, maar je zou wel eens gelijk kunnen hebben. We wilden met het laatste album, ‘My Republic’, gewoon weer terug naar het geluid van onze eerste twee albums, ‘For God And Country’ en ‘A Comprehensive Guide To Moderne Rebellion’. Voordat we het album opnamen, hadden we een lange discussie met de band en het label over wat we nu precies wilden gaan doen. Daar kwam uit dat we sowieso ons beste album tot nu toe wilde maken en dat we weer de melodieuze, typisch Californische punkrock wilden spelen zoals we die op onze eerste albums maakten.”

Hoe was het om weer lager op de ladder te moeten beginnen met Only Crime? Je zit nu zo’n twintig jaar in de muziek en ineens moet je weer in het voorprogramma spelen van bands die normaal in het voorprogramma van Good Riddance zouden staan…
“Dat is interessant om mee te maken. Het positieve ervan is dat het je bescheidenheid bijbrengt. Ik ben er hetgeen we bereikt hebben met Good Riddance wel meer door gaan waarderen. Een ander voordeel is dat er minder druk op je staat als je niet de headliner bent. Desondanks baalde ik er wel van toen we in 2004 deel uitmaakten van een package van vier bands en elke avond moesten openen, terwijl het publiek nog langzaam binnendruppelde. Maar Bill klaagde daar nooit over en ik realiseerde me dat als Bill het geen probleem vond om te openen, dat ik dan al helemaal niet het recht had om te klagen. Hij heeft oneindig veel meer gedaan en bereikt dan ik, dus als hij tevreden is ben ik dat ook.”

THE VANDALS
Up Magazine #36, mei 2007

De Californische punkband The Vandals heeft al achttien jaar een stabiele bezetting. Dat is echter ooit anders geweest: in de eerste tien jaar na de oprichting in 1980, onderging de groep op elke positie minimaal één bezettingswisseling. De enige link tussen de originele en de huidige Vandals is Joe Escalante, die begon als drummer en in 1989 bassist werd.

In 2003 kwam Escalante in een lastige situatie terecht: vier ex-leden van de groep beschuldigden hem van diefstal van hun royalties en van het teren op de door hen opgebouwde reputatie. Sindsdien doen deze oud-leden via het internet en de rechter hun uiterste best om Escalante kapot te maken.

Recentelijk bracht Escalante’s eigen label Kung Fu Records twee releases van de “originele” Vandals opnieuw uit, de EP ‘Peace Thru Vandalism’ en het album ‘When In Rome Do As The Vandals’. Een mooie gelegenheid voor hem om zijn kant te vertellen van het donkere verhaal achter de band die op het podium zo’n zorgeloos stel mafkezen lijkt.
“Eén van onze oude bassisten (Chalmer Lumary – JvG) probeert al sinds hij de band verliet ons een poot uit te draaien. Waarschijnlijk kan hij het gewoon niet verkroppen dat hij destijds uit een goede band gestapt is, omdat hij het niet goed kon vinden met onze toenmalige zanger. Het zit zo. In 1989 boden de ex-leden van de band geheel uit zichzelf aan om mij de rechten van alle oude nummers te geven, als ze toestemming zouden krijgen om een reünie-optreden te doen met de zogenaamde originele band. Dat is niet goed geweest voor de huidige Vandals, want wij waren op dat moment op tournee in Europa en kreeg te maken met een hoop verwarring. Vijftien jaar lang was er niets aan de hand, totdat iemand die voormalige bassist wijsmaakte dat de oude band een miljoen dollar van mij tegoed zou hebben. Toen kregen de ex-leden ineens dollartekens in hun ogen en begonnen ze me direct te bestoken met advocaten. Als ze gewoon naar me toe waren gekomen en hadden gezegd dat ze de overeenkomst hadden willen wijzigen, dan had ik het geen probleem gevonden om daar aan mee te werken. Zelfs al ben ik daar juridisch gezien niet toe verplicht.”

Beschuldigingen
“Op de vorige heruitgaven van ‘Peace Thru Vandalism’ en ‘When In Rome…’ stond dat ik alle nummers had geschreven. Dat was een fout, er had moeten staan dat ik de copyrights bezat op alle nummers. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat ik voor de eerste EP alleen het nummer ‘Anarchy Burger’ en de tekst van ‘Pirate’s Life’ heb geschreven. Dat was dus een fout, ik heb genoeg goede nummers geschreven, ik zie er echt het nut niet van in om nummers te claimen die niet van mij zijn. Maar daarnaast probeerde de oude band de wereld wijs te maken dat de huidige Vandals teren op het succes van de originele Vandals. De huidige bezetting van The Vandals is al achttien jaar bij elkaar, de bassist die deze beschuldigingen uitte heeft maar achttien maanden in de band gezeten! We waren het meest succesvol rond 1998, toen het album ‘Hitler Bad, Vandals Good’ uitkwam. De oude Vandals-nummers spelen we nog maar zelden. Een nummer als ‘Urban Struggle’ is wel leuk, maar past niet echt meer bij ons en bovendien zit ons huidige publiek er niet op te wachten.”

Steve ‘Stevo’ Jensen
“Steve Jensen, onze originele zanger, overleed in 2004 aan een overdosis. Ten tijde van zijn overlijden leek alles opgelost te zijn. Er was een overeenkomst en iedereen kreeg betaald. Daarna werd Jensen’s dood ineens aangegrepen als afpersingsmiddel. Er werd gedreigd dat er verhalen de wereld in zouden worden geholpen, waarin ik zou worden afgeschilderd als verkrachter en moordenaar, als ik niet met meer geld over de brug zou komen. Sommige mensen willen het doen lijken alsof ik verantwoordelijk was voor Jensen’s dood. Jensen was een boeiend persoon met een rijk leven, het is respectloos om te suggereren dat hij een overdosis heeft genomen vanwege problemen rond een punkband waar hij lang geleden toevallig drie jaar deel van uitgemaakt heeft. Jensen en ik hadden een uitstekende relatie en hij had jarenlang geen enkel probleem met de regeling die we hadden. Ik heb oude brieven die dat bewijzen. De problemen begonnen pas toen enkele mensen zijn hoofd op hol brachten met leugens. Het is misselijkmakend. Sommige mensen hebben me volledig kapot willen maken en zijn daar deels in geslaagd.”

China White
“Jensen werd in 1984 uit de band gezet wegens overmatig drugsgebruik. Destijds waren The Vandals nog vooral de band van Jan Nils Ackermann, de originele gitarist. Hij koos er destijds voor om gewoon door te gaan als The Vandals. We hadden eigenlijk toen de naam moeten veranderen, maar Jan wilde hetgeen we opgebouwd hadden niet weggooien. Dus toen Jan uiteindelijk zelf vertrok, vonden we het ook niet nodig de naam te veranderen. Achteraf gezien heb ik daar zeker spijt van, we hadden het toen beter wel kunnen doen. In de tijd van de originele Vandals was er in Huntington Beach een andere punkband die net zo groot was als The Vandals, genaamd China White. Niemand kent die band nog. Hetzelfde lot zou The Vandals hebben gewacht als Dave Quackenbush, Warren Fitzgerald, Josh Freese en ik niet met de band hadden gedaan wat we er de afgelopen 18 jaar mee gedaan hebben. Wij hebben de catalogus van de originele Vandals behoed voor obscuriteit.”

Heden en toekomst
“Ik zou het merendeel van wat ik met de oude band meegemaakt heb het liefst willen vergeten. De huidige band is een hecht groepje vrienden die oprecht om elkaar geven en al achttien jaar samen zijn. Maar momenteel zijn we wel met andere dingen bezig dan de band. Warren is op tournee als gitarist van Gwen Stefani, Josh speelt nu met Nine Inch Nails en Dave is druk met zakendoen. Ik presenteer elke ochtend een radioprogramma voor Indie 103.1 FM in Los Angeles, een zender die door Rolling Stone het ‘coolste radiostation van Amerika’ genoemd is. Ik heb ook een show waarin ik mensen uit de entertainment-industrie gratis juridisch advies geef. Maar ik de toekomst zou ik graag weer veel meer optredens met The Vandals willen gaan doen. En in juni komt een verzamel-CD uit met de titel “The BBC Sessions And Other Polished Turds”.’

NO USE FOR A NAME
Up Magazine #45, april 2008

In 2007 bestond de melodieuze punkrockband No Use For A Name twintig jaar. Dat werd gevierd met ‘All The Best Songs’, een compilatie met het beste werk van de band en twee nieuwe nummers. Nu, een half jaar later, is er alweer een nieuw studio-album, het negende van het gezelschap uit het Californische San José.

Na het vrij donkere en pessimistische “Keep Them Confused” gaat No Use For A Name op “The Feel Good Record Of The Year” weer terug naar het wat luchtigere geluid dat te horen was op de albums “More Betterness!” en “Hard Rock Bottom”. Op de eerste dag van de tournee ter ondersteuning van het nieuwe album legt frontman Tony Sly uit hoe dat komt.
“Ik denk dat mijn humeur nu gewoon wat beter was dan toen ik ‘Keep Them Confused’ schreef. Dat album maakte ik een beetje op de automatische piloot, het was eigenlijk weinig meer dan een herhalingsoefening. Dit keer had ik weer echt zìn om een album te maken en is het een plaat geworden waar ik trots op ben. Ik had nu wat meer energie en een minder negatieve instelling. Terugkijkend vind ik ‘Keep Them Confused’ niet zo goed klinken. Er staan enkele goede nummers op, maar we zaten in die tijd in een soort waas. Dit keer zijn we met een positievere houding begonnen met werken.”

Jullie vorige vijf albums werden geproduceerd door Ryan Greene, dit keer hebben jullie met Bill Stevenson en Jason Livermore gewerkt. Wat was daar de reden voor?
“We wilde nu gewoon een harder geluid. De door hen geproduceerde albums die ik gehoord heb, klonken allemaal erg goed en wij wilden nu ook die wat agressievere sound. Ik heb met Ryan over de overstap gesproken en hij had er alle begrip voor. Dit is weer een ander album dan de vorigen, dus om een ander geluid te krijgen leek het ons goed om eens een heel ander opnameproces te volgen. Het was gewoon tijd voor iets nieuws.”

Jij schrijft alle nummers voor No Use For A Name, gebeurt het nooit eens dat één van de andere leden een nummer bij wil dragen?
“In de band heeft iedereen z’n eigen taak en dat respecteren we allemaal. Iedereen doet waar hij goed in is. Ik ga ten slotte ook niet drummen, want dat kan Rory nou eenmaal beter. En het is voor ons sowieso een beetje lastig om samen te schrijven, omdat we zo ver van elkaar vandaan wonen. Daarom schrijf ik de nummers en zijn ze al in een vergevorderd stadium zodra we er met de band aan gaan werken. Uiteindelijk gaan we repeteren op de nieuwe nummers en zetten we met z’n allen de puntjes op de i’s.”

Vorig jaar hebben jullie een best of-album uitgebracht, voelde dat als een mijlpaal in de bandgeschiedenis, als een afsluiting van een periode?
“Ja, toch wel een beetje. Ik ben door dat album wel meer terug gaan denken aan wat we al gedaan hebben. Als je zoveel albums uitgebracht hebt en zoveel tournees gedaan hebt als wij, dan moet je op den duur even de tijd nemen om dat allemaal te laten bezinken. Het uitbrengen van die compilatie had ook een positieve invloed op ons nieuwe album. Je wil altijd je vorige album overtreffen en dit keer was dat dus een CD met al onze beste nummers. Daardoor moesten we nu met nóg beter materiaal komen. Dat was een goede stimulans.”

Hoe kijk je nu terug op het midden van de jaren negentig, toen een logo van de platenlabels Epitaph en Fat Wreck Chords op een CD bijna een garantie was voor hoge verkoopcijfers?
“Dat was een spannende tijd waar ik veel goede herinneringen aan heb. We waren toen jonger en gretiger en alles was nog nieuw en opwindend. Maar ik weet niet of het toen ook per sé leuker was dan nu. Dat is allemaal relatief en het is wat je er zelf van maakt. Je kunt wel na verloop van tijd met steeds meer tegenzin op tournee gaan omdat je weer een hele tijd van huis bent, maar ik ben nog steeds blij dat ik de kans heb om dit te doen. Niet veel mensen hebben dat geluk. Ik voel me een bevoorrecht mens. Daarnaast gaat alles nu makkelijker. Veel dingen die vroeger nog verwarrend en moeilijk leken, doen we nu bijna automatisch. Door te leren van alle fouten die we vroeger maakten, hebben we vanzelf een systeem ontwikkeld waardoor alles vlotter gaat. Natuurlijk ligt het gevaar van de automatische piloot dan op de loer, maar we hebben nog steeds plezier in wat we doen. En ik probeer altijd te onthouden dat we misschien optreden voor mensen die ons nog nooit gezien hebben en dat iedereen betaald heeft voor een kaartje. Dus moeten we altijd gewoon presteren.”

Na negen studio-albums hebben jullie een hoop nummers waar je uit kunt kiezen om live te spelen. Kiezen jullie voornamelijk nummers die jullie zelf graag spelen om kies je liever nummers waarvan je weet dat het publiek ze graag hoort?
“De gaafste concerten die ik zelf heb gezien van andere bands zijn altijd de concerten geweest waarbij al mijn favoriete nummers gespeeld werden. Daarom willen we zelf de mensen geven wat ze willen en spelen we vooral de nummers die zij willen horen. Zelfs als dat betekent dat we nummers moeten spelen die we nu zelf niet zo interessant meer vinden. Vanavond beginnen we na een lange pauze weer met touren, dus voelen al die nummers nu toch weer vers en is het sowieso niet zo’n probleem om ze te moeten spelen.”

Vorig jaar nog werd aangekondigd dat er een No Use For A Name-DVD in de maak zou zijn, maar daar heb ik nu al enige tijd niets meer over gehoord. Hoe staat het daarmee?
“We hebben daar een tijdje volop aan gewerkt, maar uiteindelijk viel het resultaat tegen. Het kwam allemaal toch niet zo goed over als we gehoopt hadden. Er zal nog een heleboel aan moeten gebeuren en door het nieuwe album zijn de werkzaamheden aan de DVD toch op een zijspoor beland. Het project staat nog steeds in de planning, maar het zal nog wel even gaan duren. We willen nou eenmaal dat onze eerste DVD er een gaan worden waar we volledig achter kunnen staan.”

Jullie hebben er nooit een geheim van gemaakt dat jullie niet zo gecharmeerd zijn van George W. Bush, heb je een optimistisch gevoel over de presidentsverkiezingen die dit jaar plaats gaan vinden?
“Ja, een beetje wel. Ik kijk er naar uit om weer eens een president te hebben die geeft om de economie en de gezondheidszorg en wiens eerste prioriteit niet het uitvechten van oorlogen is. Ik weet niet of Amerika na Bush weer zo snel op zal kunnen knappen, maar het lijkt me interessant om te zien wat een nieuwe president kan doen.”

DE HEIDEROOSJES
AsIce.net, juni 2009

De Heideroosjes zijn een band die je niet leuk meer mag vinden als je voorbij je puberteit bent. Ze zingen onzinnige liedjes over soapseries, fruitdrankjes en de piemel van Prins Claus en hun fanbasis bestaat uit jongetjes van vijftien jaar oud in Green Day- en Blink-182-shirts. Althans, dat lijkt het beeld te zijn dat sommige mensen nog altijd hebben van deze Limburgse punkrockband.

Maar ongeacht hoe serieus ze je neemt, het is onmogelijk te ontkennen dat De Heideroosjes een behoorlijk indrukwekkende staat van dienst op hebben gebouwd. Ze bestaan al twintig jaar zonder een enkele ledenwisseling, hebben negen studioalbums uitgebracht, ze behoren op grote festivals als Pinkpop, Rock Werchter en Lowland inmiddels bijna tot het meubilair en hebben zelfs getourd door Japan en Zuid-Afrika. En dat alles volledig op hun eigen voorwaarden.

Om de twintigste verjaardag te vieren, heeft de band nu het dubbelalbum ‘Ode and Tribute’ uitgebracht. Op ‘Ode’ coveren De Heideroosjes hun eigen favoriete nummers, terwijl op ‘Tribute’ bekende bands als Bløf, Di-Rect, Peter Pan Speedrock en Backfire! nummers van De Heideroosjes spelen.

We stelden frontman Marco Roelofs een aantal vragen over deze laatste release en over twintig jaar De Heideroosjes.

Hebben jullie de bands op de ‘Tribute’ cd zelf benaderd? Was het niet vreemd om collega’s te vragen of ze een ode aan jullie wilden brengen?
“Dat proces is heel natuurlijk gegaan. Het begon eigenlijk als een grap. Als we op tournee waren, kwamen we regelmatig andere bands tegen, die grappend vroegen of het na twintig jaar nog geen tijd was voor een tribute-album. Dus sommige bands boden zichzelf aan. Op een gegeven moment begon het serieuze vormen te krijgen. Toen hebben we zelf ook bands benaderd. Maar wel enkel bands waarvan wij de bandleden tof vonden.”

Zijn er bands die jullie benaderd hebben voor de ‘Tribute’ cd die niet mee wilden werken?
“Nee. Zoals ik zei; we hebben bands gevraagd die wij tof vonden. Ook al maken ze totaal andere muziek. Kijk, bijdrages van bands als Backfire! of Peter Pan Speedrock, die liggen voor de hand. Maar een band als Bløf is voor sommige punkfans misschien een rare keuze. Maar wat voor ons telt; die gasten zijn integer en oprecht bezig. Ze doen veel voor de Tibetaanse kwestie en we hebben met ze samengespeeld op het Ticket For Tibet Festival. Dus ondanks dat ze hele commerciële muziek maken, zit hun attitude goed. En die “straight from the heart” mentaliteit past bij Heideroosjes.”

Zijn er nummers die jullie hadden willen coveren voor ‘Ode’ die gewoon niet werkten?
“Niet echt. We hadden veel te veel keuze. De songlijst ging heel breed. Er stonden songs van Youth Of Today op, maar ook van Sacred Reich of een foute new waveband als Adam & The Ants. Wij zijn muzikale alleseters en dat zie ook terug op die cover-cd.”

Hebben jullie democratisch besloten welke nummers jullie zouden coveren voor ‘Ode’ of was er voor elk bandlid ruimte om persoonlijke favorieten door te drukken?
“We hebben democratisch besloten. Dat doen we altijd en dat werkt het beste. Als iemand een song echt niet zag zitten, dan viel dat nummer meteen af. Het moest voor ieder bandlid tof zijn om het nummer op te nemen. We hebben wel ruimte gelaten voor persoonlijke favorieten. The Stray Cats is bijvoorbeeld een band waar ik minder mee heb, maar die Fred te gek vindt. Andersom heeft Fred niet veel met de hardcore van Uniform Choice. Dat beide bands dan toch op het album komen, dat kenmerkt de sfeer binnen onze band.”

Jullie zijn begonnen als een ietwat puberaal pretpunkbandje, maar zijn in de loop der jaren serieuzer geworden. Toch kennen veel mensen jullie nog altijd als dat bandje van liedjes als “Ze Smelten De Paashaas” en “Hol Em Raus Klaus (Da Kommt Ja Saus Aus)”. Zie je dat imago als een last, of hoort dat verleden gewoon onlosmakelijk bij De Heideroosjes?
“Ik heb dat wel een tijd als een last ervaren. Omdat ik tekstueel véél meer te vertellen heb dan alleen wat ik zong in die partysongs. Heideroosjes hebben altijd een heel serieuze kant gehad. Die vind je terug op ieder album. Wij mengen onze boodschap met humor. Deels omdat we dat zelf leuk vinden, deels omdat je serieuze onderwerpen beter onder de aandacht kunt brengen met een vleugje humor. Maar helaas voor ons, door de media werden vooral de lichtvoetige songs opgepikt, waardoor het imago van pretband ontstond. Inmiddels boeit me dat niet meer. Want als iemand die onze CD koopt komt ie toch in aanraking met de serieuze songs.”

Als je twintig jaar Heideroosjes helemaal over zou kunnen doen, wat zou je dan anders doen?
“Niks. Behalve een naam kiezen die ze ook in de rest van de wereld kunnen uitspreken zonder stotteren (lacht).”

Denk je dat jullie met een Engelse bandnaam en een volledig Engelstalig repertoire misschien nog meer internationaal succes hadden kunnen hebben?
“Ik weet zeker dat Heideroosjes internationaal verder zouden zijn gekomen, als we een makkelijkere naam zouden hebben. Ook onderweg komen we dat tegen. Coole Amerikaanse bands kunnen nooit onze naam uitspreken, laat staan onthouden. Dus mond-tot-mond reclame is moeilijker. Toen we bij Epitaph Records tekenden, hebben we misschien één seconde overwogen om de naam te veranderen. Maar we waren toen al bijna tien jaar bezig. En we wilden onze roots niet weggooien.”

Sta je net zo lief met BZB in een feesttent in een boerendorp te spelen als met Pennywise in de Melkweg?
“Nou, als ik moet kiezen, dan ga ik toch voor Pennywise in de Melkweg. Niks tegen BZB, hele goeie gasten, maar ik word gewoon niet zo gelukkig van een feesttent. Dan zijn we weer terug bij mijn ideaal om ook mijn standpunten over de wereld voor het voetlicht te brengen. Dat lukt in de Melkweg een beetje maar in een feesttent totaal niet.”

Luister je nog veel naar nieuwe Nederlandse punk- en hardcorebands of beperk je je tot de klassiekers?
“Ik krijg regelmatig CD’s in handen gedrukt en ik probeer ook alles te luisteren. Ik heb toevallig vandaag de nieuwe cd van The Accelerators beluisterd. Ik volg het zoveel mogelijk, omdat ik het nog steeds heel tof vind om jonge bandjes te zien die keihard knokken voor iedere meter.”

Het merendeel van alle punkbandjes die opgericht worden, komen nooit heel veel verder dan wat optredens in bars en jeugdhonken en een eigen beheer-cd’tje. Jullie hebben nu negen albums uitgebracht en vier keer op Pinkpop gestaan. Waarom denk je dat jullie het zoveel verder geschopt hebben dan al die andere bands?
“Omdat we keihard hebben gewerkt. En iedere kans die we kregen, hebben we genomen. Natuurlijk heb je als band ook af en toe geluk nodig. Maar vervolgens moet je gefocust blijven, om dat geluk uit te buiten en om te zetten in iets blijvends. Toen wij begonnen in 1989 was het héél raar en zelfs verdacht om als punkband ambities te hebben. Je moest eigenlijk alleen veel blowen en zuipen en roepen dat de wereld kut is. Maar je moest vooral niet teveel arbeidsethos aan de dag leggen. Dus toen wij zelf posters gingen ontwerpen en zelf shirts gingen drukken, werd daar soms raar tegenaan gekeken. Onze eerste CD is grotendeels betaald van het geld dat wij zelf verdienden met domme weekendbaantjes. In plaats van dat geld op te zuipen, hebben we dat gestort op de bankrekening om er een CD van te kunnen maken. Dat was een offer, want ik wilde dat geld op dat moment ook liever opzuipen (lacht)… Maar als je toegewijd bent, dan heb je dat ervoor over.”

Welk advies zou je beginnende bands mee willen geven?
“Nevermind the bollocks… Doe je ding, werk hard en verlies je niet in dope en drank. Tenminste, als je verder wil komen met je band.”

Jullie hebben in twintig jaar geen enkele line-up-wisseling gehad. Kun je je De Heideroosjes voorstellen zonder één van de originele leden?
“Mmm… Nee, ik kan me niet voorstellen dat er iemand anders instapt.”

Denk je dat De Heideroosjes nog altijd zouden bestaan in deze samenstelling als jullie nooit verder gekomen waren dan het eerdergenoemde bars-en-jeugdhonken-circuit?
“Jawel, dat denk ik wel. Wij zijn begonnen als vrienden, niet als collega’s of zo. Wij begonnen om de simpele reden dat we elkaar aardig vonden en samen muziek wilden maken. En er zijn duizenden bands die op die manier jaren doorspelen. Die doen vijf optredens per jaar en vinden dat prima zo.”

Wat zijn volgens jou de grootste verschillen tussen punkrock in 1989 en 2009?
“In 1989 was punkrock amper te vinden in de media, laat staan in grote warenhuizen. Een winkel als H&M verkoopt nu shirtjes van The Ramones, dat was toen absoluut ondenkbaar. Je moest als beginnende punkliefhebber veel harder zoeken naar nieuwe bands. Nu surf je één middag op MySpace en je kent honderd nieuwe bands. In 1989 moest je naar een platenzaak en dan was het hopen dat de man achter de toonbank je er niet uitgooide omdat je al de hele middag LP’s zat te luisteren zonder iets te kopen (lacht).”

Midden jaren negentig zijn veel mensen met punkrock in aanraking gekomen door commercieel succesvolle bands als Green Day, The Offspring en jullie. Denk je dat de Nederlandse punkscene er nu anders uit zou zien als De Heideroosjes er toen niet geweest waren?
“Dat weet ik niet. Ik zou het een compliment vinden als wij iets hebben bijgedragen aan de muzikale bewustwording van mensen. Ik kom wel vaak mensen tegen die inmiddels veel dieper in de hardcore- of punkscene zitten, maar die dan “bekennen” dat ze begonnen zijn met Heideroosjes. En die me dan bedanken voor het feit dat wij ze hebben laten kennismaken met een andere muziekstijl dan de troep die je op Radio538 hoort.”

Jullie worden door veel “serieuze” punkliefhebbers niet helemaal serieus genomen, jullie zijn op z’n minst een band van het type ‘love it or hate it’. Heb je daar moeite mee?
“Ook dat slijt na twintig jaar (lacht). Ze zoeken ’t maar lekker uit op hun internetforumpjes. Wij doen onverstoorbaar ons ding. Je mag van Heideroosjes vinden wat je wil, maar wij zijn er na al die jaren nog steeds. En honderd procent op onze eigen voorwaarden. We kussen niemand z’n kont en laten ons niet leiden door de ongeschreven regels van een scene. Zelfstandig denken en je eigen ding doen, daar draait het om. Ik moet ook altijd wel lachen bij het lezen van de term ‘serieuze punkliefhebber’. Meestal zijn het de jonkies die zichzelf bloedserieus nemen. Deed ik ook toen achttien was, hoor. Je denkt de waarheid in pacht te hebben. Maar veel van die zogenaamde echte punkliefhebbers wonen nog bij hun ouders of trekken een uitkering van de staat die ze vervloeken. Het is allemaal nogal dubbel. Maar op z’n tijd vind ik zo’n discussie wel leuk.”

Wat is de meest originele belediging die je ooit te horen kreeg?
“Iemand zei ooit tegen me “Jullie zijn vuile kapitalisten, want jullie bandbus is van Mercedes”. En dat was nadat we gratis op hadden getreden op een anti-racismemanifestatie in Oostenrijk.

Zou je van elk Heideroosjes-album kort kunnen zeggen hoe je er vandaag de dag op terugkijkt?

Noisy Fairytales (1993)
“Beginnend bandje. Heel veel aardbeien moeten plukken om die te kunnen betalen.”

Choice For A Lost Generation?! (1994)
“Iets langer gespaard, in tien dagen opgenomen en gemixt, met een kapotte strot ingezongen.”

Fifi (1996)
“Doorbraakalbum. Geluid is matig maar de passie is honderd procent.”

Kung Fu (1997)
“Boos album van jongens die proberen om te gaan met plotseling success.”

Schizo (1999)
“Eerste album van een professionele band die mee kan met de internationale genregenoten.”

Fast Forward (2001)
“Lekker album, goed geluid. Je hoort dat we veel tourden in die tijd.”

SINema (2004)
“Donker album.”

Chapter Eight, The Golden State (2007)
“Onze beste plaat tot nu toe. Vet geluid ook.”

Zou je kort kunnen zeggen wat je vindt van de volgende bands?

Sex Pistols
“Bedacht door een manager, maar desondanks is Johnny Rotten een icoon.”

The Clash
“Eén van de eerste punkbands die het lef hadden om buiten kaders te denken. Joe Strummer is king.”

Black Flag
“Respect voor hun pioniersrol. Lees vooral ook het boek van Henry Rollins hierover (Get In The Van – JvG).”

Minor Threat
“Ultieme straight edgeband voor mij. Ian MacKaye had het lef om soberheid te prediken in een tijd dat punk nog stond voor naar de klote gaan.”

Bad Brains
“Grensoverschrijdend en daarom respecteer ik ze.”

Gorilla Biscuits
“Eén van de eerste straight edgebands die ik live zag, in 1989. Hun platen heb ik grijsgedraaid.”

Uniform Choice
“Gave strot van Pat Dubar. Werd later een beetje te zweverig voor me.”

NOFX
“De ultieme koningen van de humor. Schijt aan iedereen, maar ondertussen wel keihard doorgaan.”

Bad Religion
“Eerste melodieuze punkband die ik ontdekte. Intelligente teksten.”

Undeclinable Ambuscade
“Muzikaal destijds een betere band dan Heideroosjes. Maar ze hadden minder ambitie en inzet. Jammer dat hun originele bezetting uit elkaar viel. Goeie songs, op zeker!”

Heb je voor jezelf bepaald tot welke leeftijd je door kunt gaan met het zijn van een zanger in een punkband?
“Ik ga door zolang ik er zin in heb. Ik stop als ik geen zin meer heb.”

Is De Heideroosjes voor jullie een full-time baan?
“Heideroosjes is wel full-time, maar het is géén baan. Het is een betaalde hobby. Wij doen vrijwel alles zelf. Van het vouwen van de merchandise tot het repareren van de tourbus. Dus er is altijd iets te doen voor de band. Als de band verleden tijd is, ga ik verder met schrijven als journalist. Daar ben ik voor opgeleid en dat verleer je niet.”

Welke ambities hebben jullie nog als band?
“Het aantal interviewvragen terugbrengen naar een maximum van tien (lacht).”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: