Drempel

Paul

Vandaag precies twee jaar geleden. Linda en ik stappen uit een taxi in de Ecuadoriaanse stad Cuenca. Het is al donker. We hebben er een hele lange busrit vanuit Baños opzitten, hebben daarna met veel moeite deze taxi kunnen krijgen en sleuren nu voor de deur van een hostel onze backpacks uit de kofferbak. We lopen naar binnen en informeren naar de beschikbare kamers. Enkele minuten later storten we neer op bed. Ik pak mijn telefoon en log in op wifi. Ik krijg een appje binnen. Van mijn moeder. “Het is hem gelukt. Onze Paul is dood.”

Mijn vader komt uit een gezin met acht kinderen, bij mijn moeder thuis hadden ze er zes. In beide gezinnen was het jongste kind een jongen. Dat waren mijn ooms Jos en Paul.

Jos vond ik een lieve, aardige oom. Hij bracht vaak uren achter zijn stereotoren door, om met of voor mij cassettebandjes samen te stellen met mijn favoriete liedjes. En heel soms streek hij over z’n hart en mocht ik één van zijn dierbare platen hebben. Paul kwam op mij wat afstandelijker over. We hadden niet echt een band. Wellicht was hij gewoon wat geslotener en had hij een wat hogere drempel.

Mijn ooms hadden wel een levensloop met flink wat overeenkomsten. Allebei geboren aan het begin van de jaren zestig. Allebei de jongste uit een arbeidersgezin in een plattelandsdorpje. Allebei al jong een grote bril op het hoofd en niet zo populair op school. Allebei een vrouw gevonden met een pittig karakter. Allebei getrouwd, allebei kinderen gekregen. Allebei gescheiden, allebei met als gevolg dat ze hun kinderen niet meer te zien kregen. Allebei hadden ze daarna wat persoonlijke problemen. En allebei hebben ze uiteindelijk een einde aan hun leven gemaakt. Allebei in de badkamer. Ome Jos in 2010, hij werd 49 jaar oud. Paul in 2015, hij werd 53.

Ik heb Jos en Paul allebei wel eens over zelfdoding horen praten. Dat klonk dan weer heel anders. Jos vooral hulpeloos. Hij wilde wel dood, maar zelfmoord plegen durfde hij niet. Zomaar op een ochtend niet meer wakker worden, daar hoopte hij eigenlijk op. Paul klonk vooral kwaad. Hij had destijds al minstens één poging gedaan. “Maar was je achteraf niet blij dat die poging niet gelukt was?” vroeg iemand. “Nee!” zei hij resoluut. “Ik was piswoest!”. Hij klonk nog steeds piswoest. Er zouden daarna meer pogingen volgen.

23 Augustus 2015 in Cuenca, Ecuador. Linda en ik zitten als enige gasten in een klein restaurantje te dineren. Ik ben nog best een beetje beduusd van het nieuws. Ik denk aan de laatste keer dat ik Paul sprak. Op een verjaardag. Toen hadden we het over PSV, wat altijd een gezamenlijke interesse was waar we het wel over konden hebben. Er schieten me ineens twee herinneringen te binnen. Dat hij mijn broer en mij vroeger eens meenam naar de open dag van PSV, omdat mijn ouders geen tijd hadden. Dat hij mijn toenmalige favoriete PSV-er Gerald Vanenburg bij het vissen tegen het lijf was gelopen en een handtekening voor me mee had genomen. Bij een gezamenlijke interesse was de drempel blijkbaar laag genoeg. En was hij gewoon een hele leuke oom. Net zoals mijn oom Jos, maar dan op zijn eigen manier.

Ik kijk nog eens op mijn telefoon. Ik zie die zin weer die meestal goed nieuws betekent, maar nu niet. “Het is hem gelukt”.

Advertenties

2 Reacties so far »

  1. 1

    TONNY said,

    Wat supermooi geschreven!!!

  2. 2

    Hans Vermeulen said,

    Mooi stukje Joost. Word er even stil van….


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: