Brullen

Het wellicht meest geruststellende geluid dat ik ooit hoorde was Anne’s eerste huiltje. Haar drie minuten oudere zusje Sam lag al veilig in de handen van een verpleegster, maar zij moest ook nog even geboren worden. Ze kwam naar buiten met de navelstreng strak om haar nek. Het zag er akelig uit. Ik keek naar de gezichten van de dames die met haar aan de slag gingen, zoals ik bij stevige turbulentie in een vliegtuig ook altijd kijk naar de stewardessen. Als zij op hun gemak zijn, dan zal het wel in orde zijn, zij weten immers wat normaal is en wat niet. Ik zag, dacht ik, geen paniek bij de assistent-gynaecoloog en de verpleegster. Wel flinke haast. Enkele tellen later was de navelstreng doorgeknipt. Tot mijn grote opluchting zette Anne het snel daarna op een brullen.

Bijna drie maanden later. Sam ligt nietsvermoedend op het matje op de behandeltafel en kijkt met grote ogen naar boven. Zoals een toerist vol verwondering een eerste blik kan werpen op één van de Wereldwonderen, zo kan zij staren naar een wit plafond. De jeugdarts vraagt of ik even haar handjes vast wil houden. Ik geef haar mijn wijsvingers, die ze zoals altijd meteen stevig vastgrijpt. Ik weet dat dit voor haar eigen bestwil is, maar ik voel me een beetje alsof ik medeplichtig ben aan een wrede misdaad die binnen enkele tellen gepleegd gaat worden. De mevrouw tegenover me gaat een klein, onschuldig meisje pijn doen. Mijn bloedeigen dochter. En ik werk eraan mee. Dan zie ik de naald haar kleine, mollige beentje in gaan. Het duurt een ademhaling voordat het besef er bij haar is, maar dan gaat het luchtalarm af. Sam zet het op een hartverscheurend brullen en haar hoofdje wordt vuurrood. Ik voel mijn stem overslaan als ik “Rustig maar, het is al voorbij” in haar oortje fluister.

Er zijn de afgelopen drie maanden meer dan genoeg momenten geweest waarop hun gehuil andere gevoelens bij me opriep. Waarop ik meer medelijden had met Linda en mezelf dan met hen. Als het weer eens tot een uur of vijf onrustig bleef, terwijl om zeven uur mijn wekker zou gaan. Als het na tien keer op en neer lopen naar de babykamer eindelijk een kwartiertje stil was, waarop het gehuil gewoon weer begon. Als Sam’s ogen na drie uur zeuren dicht begonnen te vallen, waarna ineens die van Anne open gingen. Als ondanks uren wiegen, fluisteren, zingen, voeden, rondlopen en knuffelen toch weer diep in de nacht een schreeuwwedstrijd uitbrak. Alsof we een wekker hadden die zeker een keer of tien per nacht afging en waarbij het steeds een raadsel was hoe je ‘m weer uit kon krijgen.

De jeugdarts is klaar met Sam. Ik mag haar in haar dekentje wikkelen en zo meteen aan gaan kleden. Veilig weg van die stomme naald. Vol medelijden probeer ik haar te troosten terwijl ze nog wat na aan het zeuren is. Ik begrijp even niet zo goed meer hoe ik me heb kunnen irriteren aan dit huiltje.

Maar als ik er een nachtje over slaap, dan denk ik daar misschien weer heel anders over.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: