Donderdag

De echoscopiste klapt de beensteunen van de stoel uit en komt daarbij met haar duim tussen een scharnier. Ze slikt een vloek in en kijkt daarna nog een beetje zuurder dan ze al deed. Plichtmatig doet ze haar werk. Dit extra klusje stond vandaag niet op haar programma. Wij hadden begrepen van wel, dus gaat ze met zichtbare tegenzin toch nog maar een keertje de baarmoedermond controleren. Enkele tellen later verandert haar gezicht. De mimiek die past bij een diepe zucht maakt plaats voor een blik die hoort bij “o jee”.
“Is er iets?”
“De gynaecoloog zal jullie straks bijpraten,” zegt ze. Ze komt niet meer over als een strenge schooljuffrouw.
“Het is niet goed, dus?”
Ze zwijgt. Slechtnieuwsgesprekken zitten niet in haar takenpakket, denk ik.

Gisterenavond zijn Linda en ik uit eten geweest om haar 32e verjaardag te vieren. Vanochtend hebben we uit kunnen slapen, omdat we allebei de ochtend vrij hebben genomen. Het is bloedheet en de zon schijnt fel, de zomer is net drie dagen oud en lijkt een spetterende entree te willen maken. Onbezorgd zijn we uit bed gestapt. Weer een routinecontrole in het ziekenhuis, geen probleem. Tot dusver is alles hartstikke goed gegaan. Voorbeeldig. Onze tweeling groeit prima, bijzonderheden zijn er nog niet geweest, van zwangerschapskwaaltjes heeft Linda nog nagenoeg niets gemerkt.

De gynaecologe die bij de vorige controles een afwezige, verstrooide indruk maakte, komt nu helder over. We zijn ineens geen routineafspraak meer. Er is iets niet goed met de baarmoedermond, zoveel weten we wel. Daar zal dus vast iets aan gedaan moeten worden. Waar moeten we aan denken? Medicijnen, nog vaker controles, een ingreepje…? Het wordt een ziekenhuisopname. Vandaag al. Niet hier in het Catharina Ziekenhuis, op een paar honderd meter van huis, maar in het Maxima in Veldhoven. We krijgen een uurtje om thuis wat spulletjes te pakken, daarna moeten we ons gaan melden. En hoe lang moet Linda dan blijven? Een nachtje? Twee?
“Waarschijnlijk tot aan de bevalling”.

We staan in onze gang. Ik open de voordeur. We gaan. “Kijk nog maar even goed rond,” zeg ik tegen Linda. We zien ons oude leventje in één klap verdwijnen. We hebben er tijdens het inpakken van een zak met kleren en een toilettas afscheid van moeten nemen. Als het echt nodig is dat Linda tot de bevalling in het ziekenhuis blijf, zoals de gynaecologe vrij stellig meedeelde, dan moeten we dus eigenlijk hopen dat ze pas over een dikke twee maanden weer thuiskomt. Ze is immers pas ruim 26 weken zwanger. Als onze meiden op korte termijn geboren worden, wat plotseling een zeer aannemelijk scenario lijkt, dan zijn de risico’s heel groot. Risico’s op problemen met de gezondheid, op leer- en gedragsproblemen, op een lang verblijf in een couveuse. Of erger.

Als ik het verzonnen had dan zou het een afgezaagde metafoor zijn geweest, maar ’s avonds maakt het prachtige zomerweer plaats voor één van de meest hevige onweersbuien die ik ooit mee heb gemaakt.

(Uiteindelijk kreeg het verhaal een goed einde. Linda mocht na tien dagen toch weer naar huis, al werd ze enkele weken later weer opgenomen voor nog eens vijf dagen. Hoewel een baarmoedermond van minder dan een centimeter meestal betekent dat de geboorte binnen een week plaatsvindt, bleef onze tweeling netjes nog een kleine tien weken zitten.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: