Archive for oktober, 2015

Recensie: Johan Derksen en de Pioniers van de Nederpop @ Kattendans, Bergeijk, 8-10-2015

1902-johan_web

Johan Derksen slentert nonchalant het podium op. In zijn rechterhand heeft hij een microfoon, zijn linkerhand zit in zijn zak. Hij is hier om te doen waar hij bij het grote publiek bekend mee is geworden: tekst en uitleg geven, wat bij hem steevast gepaard gaat met ongenuanceerde meningen en het nodige gemopper. De nationale brombeer is er de man niet naar om dingen mooier te maken dan ze zijn. Ook nu niet. Derksen’s vaderlandse muzikale helden uit de jaren zestig komen niet meer aan de bak, er is voor hen geen circuit meer, zo klaagt de markante tv-persoonlijkheid tot zijn publiek. Daarom heeft hij er zelf maar een aantal “uit de bejaardentehuizen geplukt”, in de hoop dat ze gezamenlijk wél nog wat zaaltjes kunnen vullen. Dat is vanavond niet helemaal gelukt. Een halve eeuw geleden had de verzameling Nederlandse poppioniers die Derksen mee heeft genomen wellicht sporthallen kunnen vullen, vandaag blijkt zelfs theater De Kattendans in Bergeijk met 300 zitplaatsen een beetje te groot. Enkele tientallen stoelen zijn leeg gebleven. En van de mensen die er zitten is hooguit een dozijn te jong om de jaren zestig bewust mee te hebben gemaakt.

Jan de Hont is de eerste prominente gast die voor de “oudere jongeren” met begeleidingsband The Clarks een kort setje mag spelen met vier van de bekendste nummers uit zijn gloriejaren. De Hont was één van de eerste gitaarhelden van Nederland. Hij was lid van ZZ en De Maskers, begeleidde Neerlands Hoop en Boudewijn de Groot en speelde als sessiemuzikant op de hits van onder meer The Cats. Vandaag de dag is hij 73 en heeft hij de uitstraling van een vriendelijke opa. Het heeft iets aandoenlijks om hem te horen vertellen over ‘La Comparsa’, het meer dan een eeuw oude Cubaanse liedje dat begin jaren zestig dankzij De Hont een nederpopklassieker werd. Hij leerde het kennen in de jaren vijftig en vindt het nog steeds het mooiste liedje dat ooit gemaakt is, zo vertelt hij. Vervolgens laat hij het uit zijn antieke Vox-versterker schallen, net zo mooi als het klonk in zijn glorietijd als muzikant.

Veel mensen zullen het niet (meer) weten, maar de meest succesvolle Nederlandse band ooit, Golden Earring, had al verschillende grote hits gescoord voordat zanger Barry Hay in 1968 bij de groep kwam. Als The Golden Earrings haalden ze met zanger Frans Krassenburg met bijna elke single die ze uitbrachten de Nederlandse top tien. Krassenburg is in Bergeijk de volgende gast die pakweg een kwartiertje mag vullen met zijn inmiddels een halve eeuw oude muzikale hoogtepunten. De 71-jarige zanger is nog prima bij stem, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat het moeilijk is om voor te stellen dat Golden Earring met Krassenburg net zo groot zou zijn geworden als met Barry Hay. Daarvoor mist de Hagenees toch de uitstraling van zijn opvolger.

Tussen de korte sets van de Nederlandse poplegendes door, die door Derksen ingeleid worden met de nodige anekdotes, mogen The Clarks de gaten vullen. Het vijftal, waarvan de drie gitaristen en de bassist elk hun mannetje staan als zanger, speelt om het tijdsbeeld te schetsen klassiekers van onder meer Little Richard, The Everly Brothers, The Beatles en The Rolling Stones en van Nederlandse bands uit de jaren zestig waarvan vandaag geen leden aanwezig zijn, zoals Earth & Fire, Sandy Coast, The Hunters (een uitstekende uitvoering van ‘Russian Spy and I’, één van de allerbeste Nederlandse popliedjes ooit gemaakt), Shocking Blue, Q65, Cuby + Blizzards en The Outsiders.

Johan Donker Kaat, beter bekend als Johnny Kendall, is niet één van de bekendste artiesten die vandaag in de Kattendans staan, maar wel de beste entertainer van het stel. De mondige Amsterdammer scoorde in 1964 en 1965 een paar kleinere hitjes met zijn begeleidingsband The Heralds, daarna was zijn carrière een aaneenschakeling van gemiste kansen. Hij staat vandaag echter op het podium met de bravoure van een echte ster en het enthousiasme van een jonge hond. Bovendien is zijn stem op nummers als ‘St. James Infirmary’ en ‘See See Rider’ nog behoorlijk krachtig.

Een vreemde eend in de bijt is Joëlle Vierling. Ze is vanavond de enige vrouw op het podium, ze heeft geen hits op haar naam staan en is met haar 25 lentes jong genoeg om de kleindochter te kunnen zijn van bijna alle mannen die we vandaag voorbij zien komen. Ze mag het prachtige ‘True Love That’s A Wonder’ van Sandy Coast en een Earth & Fire-medley zingen. Alhoewel op Vierling’s vocale kwaliteiten niets aan te merken valt, voegt ze eigenlijk niets toe aan het programma.

Theo van Es, inmiddels een ietwat gezette en kalende 69-jarige, weet wél nog moeiteloos indruk te maken. De zanger van The Shoes met zijn karakteristieke, nasale, “zwarte” geluid is nog uitstekend bij stem en stopt zijn ziel en zaligheid in het kwartetje hits dat hij mag zingen. Daarbij zit, uiteraard, ook het geweldige ‘Na Na Na’ uit 1967.

De laatste gast is de 72-jarige Rudy van den Berg, bij het grote publiek bekend als Rudy Bennett. De Hagenees scoorde in de jaren zestig solo en met zijn band The Motions veertien top-veertighits. Met zijn dikke witte haar, grote bril, smalle postuur en rode schoenen ziet hij er een beetje uit als een tot leven gekomen stripfiguur. Hij zingt onder meer de grootste hit van The Motions, ‘Wasted Words’, een hele matige versie van één van mijn favoriete liedjes aller tijden, Tim Hardin’s ‘How Can We Hang On To A Dream’, en het lekkere ‘Long Hot Summer’, dat hij in 1975 uitbracht met Galaxy-Lin.

Zodra de show erop zit en het doek is gevallen gaan Linda en ik direct richting uitgang. Het is donderdagavond, het is al laat en we moeten morgen heel vroeg weer uit bed. The Clarks moeten een sprintje hebben getrokken, want ze staan in de bar van de Kattendans alweer vrolijk een cover van Them’s ‘Gloria’ te spelen.

We trekken de deur naar buiten open en kijken dan recht in de gezichten van Johan Derksen en Rudy Bennett, die blijkbaar dringend behoefte hadden aan nicotine.

We lopen door naar de auto. Achter me hoor ik iemand enthousiast “Hee, Johan!” roepen. De man die van mopperen en betweterig doen een carrière heeft gemaakt wordt opvallend genoeg bijna overal waar hij komt onthaald als een soort knuffelbeer. En vanavond heeft hij dat ook wel een beetje verdiend. Hij heeft een aantal generatiegenoten het podium geboden waar ze nog altijd op thuishoren.

Advertenties

Leave a comment »