De wedstrijd van de eeuw

Een paar maanden geleden hield PSV op Facebook een prijsvraag. Supporters mochten laten weten wat hun hoogtepunt was uit de ruim honderd jaar dat de club bestaat. De bizarre titelrace van 2007, toen PSV in de laatste minuten van het seizoen vanuit een onmogelijke positie op doelsaldo kampioen werd, was een populair antwoord. De onvoorstelbare 10-0 tegen Feyenoord uit 2010 kwam regelmatig voorbij, evenals de heroïsche 3-1 tegen AC Milan uit 2005. Enkele wat oudere supporters noemden de Europa Cup I-finale van 1988, de UEFA Cup-finale van 1978, of de 5-1 tegen Steaua Boekarest uit 1989, waarin een bovenaards goede Romário één van de mooiste goals uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis maakte.

Ik zal een jaar of zeven, acht zijn geweest toen ik op het schoolplein aangesproken werd door drie jongens uit een hogere klas. Eén van hen pakte me bij mijn kraag.
“Voor wie ben je, voor Ajax of voor PSV?” vroeg hij op een agressieve toon. Het was duidelijk dat ik een probleem had als ik het verkeerde antwoord gaf.
“Zeg op, voor wie ben je?” vroeg hij nogmaals. Ik wist het echt niet. Ik zat zelf op voetbal, ik zag thuis op tv wel eens een flard van een wedstrijd voorbij komen als mijn vader zat te kijken, maar het voetbal echt volgen deed ik nog helemaal niet. Ik stond met een bek vol melktanden en hoopte die niet ter plekke kwijt te raken.
“Laat maar, hij weet het gewoon niet,” hoorde ik één van de jongens zeggen. Tot mijn opluchting liet zijn vriend me los en liepen ze weg.

Ik moest maar eens een favoriete club kiezen, vond ik daarna. Het criterium dat ik hanteerde was eenvoudig. Uiteraard had ik al besloten om later profvoetballer te worden en dan natuurlijk het liefst zo dicht mogelijk bij huis, dat leek me wel zo praktisch. Aangezien ik een stuk dichter bij Eindhoven dan bij Amsterdam woonde was het duidelijk: PSV mocht me hebben, later. En tot die tijd werd ik maar vast supporter van de club.

Dat mocht ik op 19 maart 1988 voor de eerste keer in de praktijk gaan brengen. Reusel Sport, de vereniging waarbij ik in de E4 speelde, was club van de maand bij PSV. Dat betekende dat we met een hoop jeugdspelers naar de thuiswedstrijd tegen Willem II mochten. Met topspelers als Hans van Breukelen, Eric Gerets, Ronald Koeman, Gerald Vanenburg en Wim Kieft in de basis werd het 3-1.

Ik viel met mijn neus in de boter, want dat seizoen zou met grote afstand het meest succesvolle uit de clubgeschiedenis van PSV worden. “We” werden met overmacht landskampioen (met een idioot doelsaldo: 117-28), wonnen de KNVB Beker en sleepten zelfs de Europa Cup I binnen. Een kleine maand nadat PSV gekroond werd tot beste club van Europa won bovendien het Nederlands Elftal het EK met vier PSV-ers in de basisopstelling. Maar het echte hoogtepunt moest toen nog komen. Voor mij, althans.

Het was bijna niet te geloven, maar op 9 augustus 1988 kwam de beste club van Europa uitgerekend naar het 8.000 inwoners tellende dorpje waar ik in woonde, om ter voorbereiding op het nieuwe seizoen een oefenpotje te spelen tegen de plaatselijke vierdeklasser. Ineens liepen wereldberoemde spelers die de zomer van 1988 legendarisch hadden gemaakt zomaar in het wild rond, op het mooie, door groen omgeven sportpark waarop ik zelf wekelijks mijn wedstrijdjes afwerkte in de E-jeugd.

Ronald Koeman, die 49 dagen daarvoor vanaf de penaltystip de gelijkmaker tegen West-Duitsland had gemaakt in de halve finale van het EK, stond cool en relaxt met een grote zonnebril handtekeningen uit te delen voor de kantine. Hans van Breukelen, die cruciale penalty’s had gestopt in zowel de Europa Cup I- als de EK-finale, had zijn handen vol aan zijn sporttas en kopje koffie en vroeg aan mijn moeder of ze de foto’s in het zijvakje van zijn tas uit wilde delen. Gerald Vanenburg, ook basisspeler op het EK, was niet te bereiken omdat hij werd belaagd door verliefde tienermeisjes. Wim Kieft, de maker van de kopgoal waardoor Nederland met enige mazzel de eerste ronde van het EK had overleefd, liep de handtekeningenjagers met een norse blik voorbij en had geen tijd. Ik zag de spelers die zo’n grote rol speelden in die historische voetbalzomer van 1988 in het echt voorbij lopen, over het keienweggetje waarover ik zelf ook liep als ik op vrijdagavond ging trainen of op zaterdagochtend ging voetballen. Het stukje karton waarop ik die dag een paar handtekeningen wist te bemachtigen heb ik altijd bewaard.

Dat er die dag ook nog een wedstrijd volgde (waarin Reusel Sport de nederlaag wist te beperken tot een respectabele 1-6) was bijzaak. Het mocht duidelijk zijn: PSV was nu definitief mijn club geworden. Net zo overtuigend als ze enkele maanden daarvoor landskampioen waren geworden.

Ik heb die prijsvraag op Facebook niet gewonnen, ik denk dat ik met mijn antwoord sowieso bij voorbaat kansloos was. Maar ik kon eigenlijk niet anders dan die Reusel Sport – PSV van 9 augustus 1988 invullen als mijn hoogtepunt.

img012

Advertenties

2 Reacties so far »


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: