Archive for december, 2014

Stukjes 2

Om het leven optimaal op waarde te schatten moet je soms even de grote dingen op een rijtje zetten en de kleine dingen uitvergroten. Deze principes lopen als een rode draad door mijn stukjes.

In mijn vierde boek ‘Stukjes 2’ schrijf ik over serieuze zaken als werkloosheid, het overlijden van mijn grootouders, of de geboorte van mijn neefje. Over spannende dingen zoals optreden op een rockfestival in Polen, met een rugzak door Nicaragua en El Salvador trekken, of ontmoetingen met oude jeugdhelden. En over kleinigheden, zoals een opmerking van een wildvreemde passante bij een stoplicht, een versleten gitaar die al jaren in een hoekje stof staat te verzamelen, of een advertentie in een 51 jaar oud tijdschrift.

‘Stukjes 2’ bevat mijn veertig beste nieuwe blogs (waar nodig herzien), drie nieuwe reisverslagen en vier splinternieuwe, exclusieve, nooit online verschenen stukjes.

‘Stukjes 2’ (254 pagina’s) is nu verkrijgbaar op Bol.com via deze link.

Ook verkrijgbaar:
Stukjes – blogs (2011-2013)
De Mooiste Dagen – reisverslagen (2005-2013)
Weg – fictie (thriller)

Stukjes2boek Flyer

Advertenties

Leave a comment »

Heilige grond

Wat de Geboortekerk in Bethlehem is voor christenen, dat is dit voor Beatles-fans en dus ook voor mij. Heilige grond. Ik herken de nauwe, schemerige, ondergrondse gewelven van oude foto’s. Het lijkt meer een wijnkelder dan een popzaal. Het is bijna niet voor te stellen, maar de beroemdste band aller tijden trad hier bijna driehonderd keer op. The Beatles, destijds nog slechts lokaal bekend, speelden hier voor de eerste keer op 9 februari 1961. John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en de voorganger van Ringo Starr, Pete Best, werden de huisband en verschenen soms meerdere keren per dag op het podium. En nu sta ik hier.

Het 292e en laatste optreden van The Beatles in deze Cavern Club was op 3 augustus 1963. Op dat moment hadden ze met ‘Love Me Do’, ‘Please Please Me’ en ‘From Me to You’ al een paar flinke hits gescoord, maar stonden ze dus toch nog gewoon in dit clubje waarin officieel maar tweehonderd mensen naar binnen mochten. Slechts zes maanden later speelden ze voor een 365.000 keer zo groot publiek: alle kijkcijferrecords gingen keihard aan gort toen The Beatles op 9 februari 1964 optraden in The Ed Sullivan Show en gezien werden door 73 miljoen Amerikaanse tv-kijkers.

Zaterdag 19 maart 2005. Na bijna twee jaar is het mooi geweest. Ik heb met mijn band een mini-album en twee singles uit mogen brengen en 54 keer op een podium gestaan in zeven verschillende landen. Daar zullen vandaag en morgen nog twee optredens bij gaan komen en dan zit het er op. We stoppen ermee. Soms eindigen relaties omdat het gewoon niet werkt, met bands kan hetzelfde gebeuren.

Het is tot dusver een mooie road trip geweest, ons korte afscheidstourneetje dat afgelopen woensdag begonnen is. Overdag rijden we met de meest uiteenlopende muziek uit de speakers (van Jim Reeves via NWA naar Cock Sparrer) naar plaatsen waar ik nooit eerder geweest ben, ’s avonds mogen we optreden, ’s nachts slapen we met z’n allen op de vloer van iemand’s woonkamer. Een leuk avontuur. Maar een groot succes? Niet echt.

We zijn begonnen in het Belgische Gent en hebben daarna in Calais de boot naar Dover genomen. In Engeland hebben we gespeeld in Brighton en Gateshead. Bij alle drie de optredens werden we door het niet al te massaal toegestroomde publiek een beetje ter kennisgeving aangenomen. Ik had niet het idee dat veel mensen bekend waren met onze muziek en ik geloof ook niet dat we erg veel zieltjes gewonnen hebben. Bovendien zijn er al twee gitaren gejat, we hebben in Londen een ongelukje gehad met de gehuurde bus en zijn voor een paar uur gestrand in Newcastle omdat die bus niet verzekerd bleek te zijn.

Maar nu zijn we toch netjes op tijd in Liverpool. We hebben nog wat tijd voordat we vanavond moeten spelen. Ik heb zojuist door The Cavern Quarter gelopen, het uitgaansgebied waarin “The Fab Four” begin jaren zestig regelmatig de bloemetjes buiten hebben gezet. Nu klinkt vanuit bijna elke pub hun muziek en ook van achter de deuren van The Cavern Club waaien overbekende Beatles-liedjes over Mathew Street, live gespeeld door anonieme tribute-bandjes die toeristen naar binnen moeten lokken.

Wij spelen onze eigen nummers. Gelukkig. En mijn band mag dan geen publiekstrekker zijn, de mensen die komen zijn er doorgaans specifiek voor de muziek. Lid zijn van een tribute-band die covers van één artiest speelt zou niets voor mij zijn. En dienen als achtergrondmuziek voor mensen die vooral geïnteresseerd zijn in hun koetjes en kalfjes en wie het volgende rondje gaat halen lijkt me eerlijk gezegd een nachtmerrie. Ik wil creatief zijn, niet slechts een entertainer.

Maar als ik ’s avonds in de Hev’n & Hell Club in Liverpool sta te spelen ben ik toch best een beetje jaloers op de muzikanten van het tribute-bandje dat een halve kilometer verderop in The Cavern Club staat. Op heilige grond.

Liverpool

Leave a comment »

De wedstrijd van de eeuw

Een paar maanden geleden hield PSV op Facebook een prijsvraag. Supporters mochten laten weten wat hun hoogtepunt was uit de ruim honderd jaar dat de club bestaat. De bizarre titelrace van 2007, toen PSV in de laatste minuten van het seizoen vanuit een onmogelijke positie op doelsaldo kampioen werd, was een populair antwoord. De onvoorstelbare 10-0 tegen Feyenoord uit 2010 kwam regelmatig voorbij, evenals de heroïsche 3-1 tegen AC Milan uit 2005. Enkele wat oudere supporters noemden de Europa Cup I-finale van 1988, de UEFA Cup-finale van 1978, of de 5-1 tegen Steaua Boekarest uit 1989, waarin een bovenaards goede Romário één van de mooiste goals uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis maakte.

Ik zal een jaar of zeven, acht zijn geweest toen ik op het schoolplein aangesproken werd door drie jongens uit een hogere klas. Eén van hen pakte me bij mijn kraag.
“Voor wie ben je, voor Ajax of voor PSV?” vroeg hij op een agressieve toon. Het was duidelijk dat ik een probleem had als ik het verkeerde antwoord gaf.
“Zeg op, voor wie ben je?” vroeg hij nogmaals. Ik wist het echt niet. Ik zat zelf op voetbal, ik zag thuis op tv wel eens een flard van een wedstrijd voorbij komen als mijn vader zat te kijken, maar het voetbal echt volgen deed ik nog helemaal niet. Ik stond met een bek vol melktanden en hoopte die niet ter plekke kwijt te raken.
“Laat maar, hij weet het gewoon niet,” hoorde ik één van de jongens zeggen. Tot mijn opluchting liet zijn vriend me los en liepen ze weg.

Ik moest maar eens een favoriete club kiezen, vond ik daarna. Het criterium dat ik hanteerde was eenvoudig. Uiteraard had ik al besloten om later profvoetballer te worden en dan natuurlijk het liefst zo dicht mogelijk bij huis, dat leek me wel zo praktisch. Aangezien ik een stuk dichter bij Eindhoven dan bij Amsterdam woonde was het duidelijk: PSV mocht me hebben, later. En tot die tijd werd ik maar vast supporter van de club.

Dat mocht ik op 19 maart 1988 voor de eerste keer in de praktijk gaan brengen. Reusel Sport, de vereniging waarbij ik in de E4 speelde, was club van de maand bij PSV. Dat betekende dat we met een hoop jeugdspelers naar de thuiswedstrijd tegen Willem II mochten. Met topspelers als Hans van Breukelen, Eric Gerets, Ronald Koeman, Gerald Vanenburg en Wim Kieft in de basis werd het 3-1.

Ik viel met mijn neus in de boter, want dat seizoen zou met grote afstand het meest succesvolle uit de clubgeschiedenis van PSV worden. “We” werden met overmacht landskampioen (met een idioot doelsaldo: 117-28), wonnen de KNVB Beker en sleepten zelfs de Europa Cup I binnen. Een kleine maand nadat PSV gekroond werd tot beste club van Europa won bovendien het Nederlands Elftal het EK met vier PSV-ers in de basisopstelling. Maar het echte hoogtepunt moest toen nog komen. Voor mij, althans.

Het was bijna niet te geloven, maar op 9 augustus 1988 kwam de beste club van Europa uitgerekend naar het 8.000 inwoners tellende dorpje waar ik in woonde, om ter voorbereiding op het nieuwe seizoen een oefenpotje te spelen tegen de plaatselijke vierdeklasser. Ineens liepen wereldberoemde spelers die de zomer van 1988 legendarisch hadden gemaakt zomaar in het wild rond, op het mooie, door groen omgeven sportpark waarop ik zelf wekelijks mijn wedstrijdjes afwerkte in de E-jeugd.

Ronald Koeman, die 49 dagen daarvoor vanaf de penaltystip de gelijkmaker tegen West-Duitsland had gemaakt in de halve finale van het EK, stond cool en relaxt met een grote zonnebril handtekeningen uit te delen voor de kantine. Hans van Breukelen, die cruciale penalty’s had gestopt in zowel de Europa Cup I- als de EK-finale, had zijn handen vol aan zijn sporttas en kopje koffie en vroeg aan mijn moeder of ze de foto’s in het zijvakje van zijn tas uit wilde delen. Gerald Vanenburg, ook basisspeler op het EK, was niet te bereiken omdat hij werd belaagd door verliefde tienermeisjes. Wim Kieft, de maker van de kopgoal waardoor Nederland met enige mazzel de eerste ronde van het EK had overleefd, liep de handtekeningenjagers met een norse blik voorbij en had geen tijd. Ik zag de spelers die zo’n grote rol speelden in die historische voetbalzomer van 1988 in het echt voorbij lopen, over het keienweggetje waarover ik zelf ook liep als ik op vrijdagavond ging trainen of op zaterdagochtend ging voetballen. Het stukje karton waarop ik die dag een paar handtekeningen wist te bemachtigen heb ik altijd bewaard.

Dat er die dag ook nog een wedstrijd volgde (waarin Reusel Sport de nederlaag wist te beperken tot een respectabele 1-6) was bijzaak. Het mocht duidelijk zijn: PSV was nu definitief mijn club geworden. Net zo overtuigend als ze enkele maanden daarvoor landskampioen waren geworden.

Ik heb die prijsvraag op Facebook niet gewonnen, ik denk dat ik met mijn antwoord sowieso bij voorbaat kansloos was. Maar ik kon eigenlijk niet anders dan die Reusel Sport – PSV van 9 augustus 1988 invullen als mijn hoogtepunt.

img012

Comments (2) »

Dezelfde pagina

“De wereld is een boek en zij die niet reizen lezen maar één pagina”, stelde de beroemde theoloog en filosoof Augustinus van Hippo zo’n zestien eeuwen geleden. Er is zoveel te zien en te ontdekken op deze planeet, mits je de mogelijkheid hebt moet je daar van meepikken wat je kunt. Niets mooier dan letterlijk en figuurlijk je wereld verbreden door naar landen of zelfs continenten te gaan die je nooit eerder bezocht hebt.

Er zijn ook hele volksstammen die zich een leven lang uitstekend vermaken met steeds dezelfde pagina van het boek en geen genoeg kunnen krijgen van elke zomer weer hetzelfde Spaanse hotelletje of dezelfde camping op Texel. Dat zou niets voor mij zijn. Daar genoegen mee nemen als je nog nooit voor de Schatkamer van Petra in Jordanië of tussen de ruïnes van Palenque in Mexico hebt gestaan, ik zou dat toch zonde vinden.

Natuurlijk hoeft niet elke reis even avontuurlijk te zijn. In augustus 2008 namen mijn broer Roel en ik een weekje vrij voor een road trip door Frankrijk. We gingen, om nog maar even in de boekenmetafoor te blijven hangen, nu juist even terugbladeren naar pagina’s uit onze jeugd, door te gaan kamperen op de plaatsen waar we jaren geleden ook al eens op vakantie waren geweest. We bezochten net als in 1993 in Ribeauvillé de ruïne van een kasteeltje dat toe zou hebben behoord aan onze verre voorouders. We verbleven net als in 1995 op het prachtige maar veel te drukke eilandje Ile-de-Ré. En we kampeerden net als in 1996 op camping Domaine de Chalain bij het gelijknamige meer.

Regelmatig voelde dat als rondlopen door een oude herinnering. Het was bijzonder om gebouwen, heuvels, meren en stadjes die voor mij al twaalf tot vijftien jaar alleen nog in het geheugen en op foto’s bestonden weer in volle glorie voor me te zien. Daardoor werden mijn herinneringen aan die vakanties in de jaren negentig ineens ook weer mooier, omdat de vervagende beelden die erbij hoorden weer kraakhelder werden.

Toen ik drie jaar geleden mijn vriendin Linda leerde kennen en we reiservaringen gingen vergelijken bleken daar opvallend veel overeenkomsten in te zitten. De eerste keer dat ze op vakantie ging zonder ouders ging ze naar Rimini, ik ook. Haar eerste vakantie buiten Europa was een rondreis door Egypte, die van mij ook. De trappiramide van Chichen Itza, de soeks van Marrakesh, “The Birthplace of The Beatles” in Liverpool, de Dode Zee tussen Jordanië en Israël, het historische centrum van Antigua Guatemala? Had zij eveneens allemaal al bezocht. Toevalliger nog was dat ze in haar jeugd ook had gekampeerd op Domaine de Chalain. Drie jaar later dan wij, enkele tientallen meters verderop, aan de andere kant van het beekje dat de camping in tweeën verdeelt.

Mei 2012. Linda en ik kennen elkaar vijf maanden en we gaan voor de eerste keer samen een paar daagjes weg. We hebben besloten om, heel toepasselijk, te gaan kamperen op Domaine de Chalain. Zij is er sinds 1999 nooit meer geweest, voor mij wordt het alweer de vierde keer. Ik ben immers ook in 2010 nog een keertje teruggegaan, nu met Roel, zijn vrouw en mijn vader.

Inmiddels is me iets op gaan vallen. Mijn vorige bezoekjes aan het Meer van Chalain zijn in mijn geheugen langzaam samen gaan smelten tot één grote herinnering, met één gevoel, waarbij het soms moeilijk is om een bepaalde gebeurtenis of indruk aan het juiste jaartal te verbinden. Het is met terugwerkende kracht alsof ik in 2008 en 2010 een beetje terug in de tijd ben gegaan, naar 1996.

Na vijf dagen in een tentje op Domaine de Chalain beginnen Linda en ik op een zondagochtend in die lente van 2012 aan de lange rit terug naar huis vanuit het oosten van Frankrijk. Onze volgende reis staat al vast, over vier maanden zullen we een paar weken door Laos gaan backpacken. Op de bonnefooi, met zo min mogelijk planning vooraf en met het voornemen om nergens langer dan twee, hooguit drie nachten te blijven. Een spannend nieuw hoofdstuk in dat boek waar Augustinus van Hippo het over had en waar ik enorm naar uitkijk. Ik kan niet wachten.

Vanaf de zonnige Route de Chalain, zo rustiek als je een Frans landweggetje maar wil hebben, zie ik tussen de voorbij flitsende bomen door het onwerkelijk fel blauwe meer nog liggen. Voor de vierde keer neem ik er afscheid van, wat mij betreft ook deze keer niet definitief. We hebben nog ruim zevenhonderd kilometer voor de boeg, niet echt iets om je op te verheugen. Maar de eerste tientallen kilometers daarvan zullen tenminste nog door heuvelachtige bossen, door schilderachtige gehuchtjes en langs uitgestrekte velden leiden. De omgeving is hier prachtig. In de verte zie ik nog wat stipjes van de camping. Ongetwijfeld staan daar nu ook mensen die er al decennia lang elk jaar opnieuw terugkomen.

Ik hoop nog veel nieuwe hoofdstukken te mogen gaan lezen van het metaforische boek, maar ineens zie ik ook de charme van steeds weer dezelfde pagina opzoeken.

Chalain96Chalain99

Leave a comment »