Concerter

Ik kreeg wellicht het belangrijkste cadeau dat ik ooit gekregen heb toen ik een jaar of acht, negen was. Een Spaanse gitaar van het merk Concerter. Mijn muren hingen vol met posters van Elvis Presley en die hield op veel van die afbeeldingen een gitaar vast, dus vond ik het erg stoer om zelf ook zo’n ding te hebben. Op mijn slaapkamer de liedjes van mijn idool playbacken werd met mijn nieuwe accessoire in elk geval een stuk leuker.

Als ik foto’s of tv-beelden zag van mensen die gitaar speelden dan keek ik goed naar hoe ze hun handen op de hals van het instrument hadden staan. Ik probeerde mezelf te leren spelen door die grepen te imiteren. Uiteraard lukte dat niet. Het hielp sowieso bepaald niet dat mijn gitaar al maanden niet meer gestemd was en door iets te wild playbacken inmiddels een snaar mistte.

Omdat ik toch heel graag echt op mijn gitaar wilde leren spelen ging ik toen ik tien jaar oud was op muziekles. Elke dinsdagavond kreeg ik in een ruimte in het lokale gemeenschapshuis een uurtje muziektheorie van mevrouw Van Vliet. Ik vond noten leren lezen ontzettend saai en de lerares was heel streng, dus voelde het als een vervelend wekelijks extra uurtje school. In het tweede jaar kregen we ook praktijkles. Dat wil zeggen: we mochten op een blokfluit ultiem suffe liedjes als ‘Mieke Hou Je Vast’ en ‘Au Claire de la Lune’ spelen. Popmuziek leek tussen de vier muren van het klaslokaaltje niet te bestaan en mijn motivatie daalde met de week. Ik hield me vast aan de gedachte dat ik in mijn derde jaar eindelijk les zou krijgen op een instrument naar keuze. Ik vroeg mijn muzieklerares hoe lang het vervolgens nog zou duren voordat ik mijn favoriete liedjes mee zou kunnen spelen op mijn gitaar. Dat moest volgens haar binnen een jaar of vier wel lukken. Vier fucking jaar? Mijn wil was direct gebroken en ik hield het verder voor gezien.

Enkele jaren later bood mijn neef Martijn uitkomst. Hij speelde zelf gitaar in een bandje en wilde me best even laten zien hoe ik die nummers van Nirvana, Green Day en Rage Against The Machine waar ik inmiddels zo gek op was moest spelen. Hij maakte een paar avondjes vrij voor uitleg, gaf me een stapeltje bladmuziek en daarna ging ik zelf aan de slag. Ik oefende tientallen uren per week, het woord verveling bestond voor mij niet meer (en het woord huiswerk ook steeds minder). Ik speelde met mijn favoriete cd’s mee totdat het niet meer kon omdat ik op elke vingertop een blaar had. Vragen om meer bladmuziek was al snel niet meer nodig, omdat naspelen me inmiddels ook wel op gehoor lukte. En dat binnen een paar maanden. Pak aan, mevrouw Van Vliet. Met je blokfluit.

Een tijd later kocht ik een elektrische gitaar (want ‘Killing in the Name’ en ‘Smells Like Teen Spirit’ komen niet echt optimaal uit de verf op een Spaanse gitaar) en een flinke versterker die lekker hard kon. Naast mijn creativiteit kon ik nu ook al mijn frustraties kwijt in mijn gitaar. Twee of drie gebroken snaren per week werd eerder regel dan uitzondering.

Ik ging ook in bands spelen. Terwijl mijn trouwe oude Concerter ergens in een donker hoekje stof stond te verzamelen heb ik verschillende cd’s en platen opgenomen en veel op mogen treden op podia van Engeland tot Spanje en van Frankrijk tot Polen. En dat was toch meer dan waar ik op hoopte toen ik als vijftienjarige zat te ploeteren op de meest eenvoudige liedjes van het Nirvana-album ‘MTV Unplugged in New York’.

Nog altijd staat mijn Concerter in een hoekje te verstoffen. Ik kan me niet herinneren wanneer ik er voor het laatst op gespeeld heb omdat het ding behoorlijk versleten is. Op een rommelmarkt zou je er amper nog de prijs van een nieuw setje snaren voor krijgen. Maar ik zou er sowieso geen afstand van willen doen.

En van wie heb ik ‘m nou eigenlijk ooit gekregen? Ik dacht altijd van mijn peetoom Hans. Maar bij navraag bleek hij van niets te weten, terwijl hij als gitaarfanaat en -bouwer altijd een administratie bij heeft gehouden van de gitaren die hij in z’n bezit gehad heeft. Ik meende me te herinneren dat mijn oom Ron de gitaar vroeger een tijdje van me geleend heeft en dat hij dus wellicht wist waar het ding oorspronkelijk vandaan kwam. Niet dus. En ook mijn moeder heeft geen flauw idee.

Wie de gever ook mag zijn geweest: bedankt nog, het was een goed cadeau.

IMG_3695

Advertenties

1 Response so far »

  1. 1

    Hans Vermeulen said,

    Mooi verhaal weer Joost. Grrrrr… mevrouw van Vliet. Die muts had er dus echt niks van begrepen!
    Oom Hans


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: