Reisverslag Praag

Donderdag 2 oktober 2014
Om kwart voor zes in de ochtend komen we uit bed om eindelijk Linda’s verjaardagscadeau uit te gaan pakken. Afgelopen 22 juni kreeg ze van mij voor haar dertigste verjaardag een reisje naar Praag inclusief ruim drie maanden voorpret, en die voorpret is nu eindelijk voorbij.
Om half zeven vertrekken we naar het Gelderse Beek, vanwaar we de 805 kilometer naar de Tsjechische hoofdstad af zullen gaan leggen met een bus van Bolderman. We zijn al een keer eerder op pad geweest met Bolderman, in 2012, toen we naar Parijs gingen. Deze organisatie organiseert busreizen naar de populairste Europese steden, waarbij je de optie hebt om “het pakket” te nemen, wat wil zeggen dat ook alle maaltijden en excursies voor je geregeld worden. Bijna iedereen doet dit, wij hebben het in Parijs niet gedaan omdat we liever op eigen houtje de stad wilden verkennen. En dat gaan we nu weer doen. We maken van Bolderman gebruik omdat het sowieso een erg goedkope manier is om aan vervoer naar je stad naar keuze en een hotel aldaar te komen.
In Beek verzamelen de reizigers zich in een grote, ongezellige zaal van restaurant ’t Heuveltje. Dat de reizen van Bolderman meestal net “Zonnebloemreizen” zijn, wat wil zeggen dat er altijd veel ouderen meegaan, wisten we al. Maar nu blijkt dat wel heel erg van toepassing te zijn. Mijn moeder wordt deze week zestig, maar ik heb het idee dat zij de gemiddelde leeftijd hier nog best een stuk omlaag zou halen. Bij het tafeltje naast het onze haalt een oudere man een hele ouderwetse videocamera tevoorschijn, volgens mij zo eentje die nog met videobanden werkt. Zijn echtgenote gaat in de houding zitten alsof ze poseert voor een staatsieportret. “Ik ben nu koffie aan het drinken”, legt ze uit aan de kijkers thuis.
Het was de bedoeling dat we om acht uur zouden gaan vertrekken, uiteindelijk zijn we pas om 9.40 uur weg. De reden: er circuleren bij Bolderman intern twee compleet verschillende versies van de passagierslijst en daardoor weet eigenlijk niemand wie nu in welke van de drie bussen moet zitten. De chauffeur die ons in elf uur (inclusief pauzes) van Beek naar Praag zal sturen heet Nico en blijft lekker kalm. Hij is een vijftiger of zestiger met een ronde bril, een snor en een mooie, heldere stem. Hij zal, zoals gebruikelijk bij Bolderman, tevens dienst doen als een soort reisleider.
De toon voor de sfeer in de bus wordt vrijwel direct gezet. De vrouw rechts van me haalt een breiwerkje tevoorschijn en er wordt om ons heen heel hard gelachen om verschrikkelijk oubollige grappen. Om een beeld te schetsen van het niveau: “Hé, het is overmorgen toch dierendag? Alvast gefeliciteerd hè!”. Iemand leest in een boekje dat zeventig-plussers gratis met het openbaar vervoer mogen reizen in Praag, wat tot opvallend veel enthousiaste reacties leidt.
Een echtpaar vraagt netjes aan een alleen reizende man of hij misschien van stoel wil wisselen, zodat zij naast elkaar kunnen zitten. Zijn antwoord: “Nee, bedankt, ik zit hier wel goed zo”. Linda en ik noemen de man al snel Aardappelhoofd, vanwege zijn dikke, kale hoofd.
Nico laat door de microfoon weten dat iemand die wil naar voren mag komen om een cd uit te kiezen die in de bus gedraaid zal worden. Het wordt het startsein van enkele uurtjes Hollandse meezingellende met liedjes die in te delen zijn in drie tekstuele categorieën: “Ik hou van jou”, “Ik wil je nooit meer zien” en “Wat is het hier gezellig”. Ik ga snel in mijn rugzak op zoek naar mijn MP3-speler. Linda heeft haar iPod niet meegenomen, dus wens ik haar veel sterkte terwijl ik mijn eigen muziek op maximaal volume zet om het gemengde koor achter me niet te hoeven horen.
Onze eerste stop is van 12.15 tot 13.00 bij een wegrestaurant in Diemelstadt, vlakbij Kassel. We zijn inderdaad vrijwel de enigen die het optionele excursiepakket voor de komende twee dagen niet genomen hebben. Het is zeker geen onredelijke deal, voor een kleine 50 euro krijg je drie avondmaaltijden plus enkele excursies en stadstours, maar we hebben meer zin om op eigen houtje Praag te gaan verkennen. Nico probeert ons nog over te halen door te zeggen dat we zonder dat pakket ook niet ’s ochtends mee naar het stadscentrum kunnen rijden. We gaan deels overstag. We nemen niet het hele pakket, maar zullen morgenochtend de stadstour met gids gaan doen. Die kost maar zes euro per persoon en het kan geen kwaad om alvast even op weg te worden geholpen in de stad door een professionele gids.
We rijden aanvankelijk nog door de licht heuvelachtige landschappen van westelijk Duitsland en komen daarna in het rustgevende maar ietwat saaie voormalige Oost-Duitsland, met z’n enorme, lichtjes golvende velden en akkers die vaak tot aan de horizon doorlopen.
Om half vijf maken we vlakbij Leipzig een tweede stop bij een wegrestaurant. We nemen elk een broodje, aangevuld met de cakejes en koekjes die we mee hebben genomen zal dit ons diner voor vandaag zijn.
Rond zeven uur bereiken we in het donker de Tsjechische grens. Nico heeft de Hollandse hits inmiddels vervangen door een cd’tje met de in onze oren behoorlijk beschaafd klinkende rockklassiekers uit de jaren zeventig en tachtig van onder meer Santana, Meat Loaf en Boston. Enkele mensen om ons heen roepen afkeurend “Wat een herrie!” en “Ja, echt rotmuziek!”, met bijna unaniem instemmende reacties tot gevolg.
Aardappelhoofd blijkt een behoorlijke etterbak te zijn. Hij begint eenmaal aangekomen in Praag luidkeels te klagen over de man naast hem, die hem te vaak aangeraakt zou hebben gedurende de reis. Blijkbaar vindt hij het een logische sanctie om daarop zijn stoel achterover te zetten. Dat hij zo bijna op schoot belandt bij de deftige dame achter hem, die hem heel netjes maar beslist laat weten dat ze daar niet van gediend is, laat hem koud.
Om kwart over negen zijn we bij ons hotel, Globus genaamd. Het is een behoorlijk groot hotel dat in het zuidwesten van Praag op een aardig eind van het centrum staat. We hebben een ruime kamer op de eerste verdieping. Minpuntjes: het uitzicht bestaat uit alleen een plat dak en een muur en er is geen gratis wifi.

Vrijdag 3 oktober 2014
We staan om half acht op en gaan dan ontbijten in de krappe eetzaal van het hotel, die eigenlijk minstens twee keer zo groot had moeten zijn en dus overvol zit. Voordat we om negen uur met de touringcar naar de stad vertrekken gaan Linda en ik alvast even op zoek naar het metrostation Roztyly dat hier vlakbij moet zijn. En inderdaad, op nog geen vijf minuten lopen vinden we het. Zeker omdat we zo ver van het centrum af zitten is dat toch prettig.
We rijden met Nico en bijna al onze medereizigers naar het oude hart van de 1,25 miljoen inwoners tellende Tsjechische hoofdstad. We krijgen in de bus gezelschap van Jana, een Tsjechische gids die goed Nederlandse spreekt en ons direct begint te overladen met informatie en grapjes.
We worden om kwart voor tien afgezet bij de Čechův Most, een brug in de Art Nouveau-stijl die door Nederlanders doorgaans Engelenbrug genoemd wordt vanwege de beelden van engelen die erop te zien zijn. Het naar de schrijver Svatopluk Čech (1846–1908) vernoemde bouwwerk over de rivier de Moldau (die in het Tsjechisch de Vltava genoemd wordt) verbindt de wijk Holešovice met het historische stadscentrum.
We steken over en komen dan direct in Josefov, de Joodse wijk. Er staan enkele hele mooie gebouwen met Jugendstil-gevels.
We zijn pas een paar honderd meter onderweg, maar Linda en ik beginnen de georganiseerde tour nu al beu te worden. Op vrijwel elke straathoek stopt Jana voor een nèt iets te lange uitleg, die we bovendien maar moeilijk kunnen volgen omdat we met een groep van een man of vijftig zijn. Al heel snel besluiten we ons af te scheiden. Jammer van de zes euro per persoon die we voor de rondleiding betaald hebben, maar dit gaan we niet nog een paar uur volhouden.
Terwijl een fijne nazomerzon al zorgt voor een aangename twintig graden bekijken we de Staronová Synagoga, oftewel Oude Nieuwe Synagoge, nog even van buiten. Dit gotische gebouw uit 1270 is de oudste nog in gebruik zijnde synagoge van Europa. We lopen door naar het Starý Zidovský Hřbitov, de oude Joodse begraafplaats. Deze is bekend om z’n wirwar van eeuwenoude grafstenen die heel dicht tegen elkaar staan. Wegens plaatsgebrek werd hier steeds een nieuwe laag graven boven de oude geplaatst, waarna de oude grafstenen samen met de nieuwe op de nieuwe laag gezet werden. Toen in 1787 hier de laatste begrafenis plaatsvond bestond het kerkhof reeds uit twaalf lagen graven. Op slechts één hectare liggen hier naar schatting zo’n 100.000 mensen onder de grond. We willen deze begraafplaats graag bezoeken, maar dat blijkt tegenwoordig alleen te kunnen als je een volledige rondleiding door de wijk neemt. Dan maar niet.
We lopen door en komen via een zijstraatje bij de Kostel Matky Boží před Týnem, een gotische 14e eeuwse kerk die doorgaans simpelweg Týn genoemd wordt en de belangrijkste kerk is van Staré Město, de Oude Stad. Opvallend, en jammer, is dat het gebouw niet direct aan een plein staat, maar dat er een rij huizen voor gebouwd is.
We komen uit op het Staroměstské Náměstí, het 9.000 m² grote plein van de Oude Stad waarop het nu wemelt van de toeristen, voornamelijk groepen met gids. Rondom het indrukwekkende en sfeervolle plein dat gezien wordt als het historische hart van Tsjechië staat een bonte verzameling gebouwen in verschillende kleuren en bouwstijlen. Het meest in de oog springend zijn de Týn, het imposante monument voor de religieuze hervormer Jan Hus en het oude stadhuis.
Het stadhuis is vooral bekend om de fraaie, kleurige en karakteristieke Orloj, de astronomische klok, die aan de zuidwand te vinden is met daaronder een ronde kalender. De klok is ruim zeshonderd jaar oud en daarmee de oudste nog werkende astronomische klok ter wereld. Naast de reguliere tijdsmeting geeft het uurwerk ook de stand van de zon en de maan aan, en tijdsmetingen gebaseerd op de uren tussen de zonsopkomst en zonsondergang. Naast dat alles is de klok ook bijzonder fraai gedecoreerd. Logischerwijs liggen de talloze souvenirshops die het centrum van Praag rijk is vol met reproducties van de Orloj die je thuis aan de muur kunt hangen. Dit is wellicht de bekendste bezienswaardigheid in Praag, er staan dan ook op vrijwel elk moment van de dag hordes toeristen naar te staren. Het drukst is het rond elk heel uur, als de beeldjes rondom de Orloj een toneelstukje op gaan voeren. Maar dat gaan we later nog wel een keertje bekijken.
Door enkele smalle en ook weer erg drukke straatjes, het is nu een vrijdagochtend in oktober dus vragen we af hoe het in het hoogseizoen zal zijn hier, lopen we naar één van de andere grote bezienswaardigheden van Praag. Deze Karlův Most, de Karelsbrug, is een 621 meter lange en tien meter brede voetgangersbrug over de Moldau uit de 12e eeuw, die tot 1841 Praag’s enige brug over deze rivier was. Aan weerskanten van de gotische brug zijn in totaal dertig barokke standbeelden te zien, die allemaal pas na de middeleeuwen toegevoegd werden. Vandaag stroomt er de hele dag lang een zee van mensen over de naar Keizer Karel IV vernoemde brug, die alvorens het bereiken van de wijk Malá Strana aan de overkant hun geld kwijt kunnen bij talloze souvenirkraampjes, in de geopende instrumentkoffers van bandjes die er staan te spelen, bij de vele tekenaars die in een half uur een portret of in vijf minuten een karikatuur van je maken, of in de pet van een bedelaar. Opvallend is dat de bedelaars hier allemaal in een soort smekende positie liggen, op de knieën met het voorhoofd bijna tegen de straatstenen.
Als je de brug oversteekt en halverwege even omdraait zie je achter de imposante oostelijke brugtoren de oude stad, wat een heel bijzonder beeld is. Als je doorloopt naar Malá Strana wordt het zicht al snel bijna net zo fraai, als tussen de twee westelijke brugtorens uit de 12e en de 15e eeuw de groene koepels van de 18e eeuwse Sint-Nicolaaskerk opdoemen.
We lopen nog een stukje verder, door de van souvenirshops en eetgelegenheden vergeven straat Mostecká, en gaan dan met uitzicht op de Sint-Nicolaaskerk op een terrasje zitten. Opvallend is hier het prijsverschil tussen bier en frisdrank: voor 25 cl Coca-Cola betaal je 65 kronen (€ 2,36), terwijl 30 cl bier van het populairste plaatselijke merk Staropramen maar 39 kronen (€ 1,42) kost. Wat dat laatste betreft vallen de prijzen hier dus nog wel mee, ondanks dat ze op veel fronten inmiddels op een aardig westers niveau liggen.
We steken de Karelsbrug weer over en gaan naar het Klementinum, een voormalig jezuïetencollege waarin onder meer het nationale museum te vinden is. Het werd gebouwd van 1653 tot 1722 en is zo groot dat er een complete woonbuurt voor moest wijken. We zijn hier vooral omdat we de Barokní Sál, de barokke bibliotheek uit 1722 graag willen zien. Deze zag er op de foto in onze reisgids zeer indrukwekkend uit, met z’n weelderige goudkleurige decoraties, plafondschildering, eeuwenoude globes (zo oud dat er nog complete continenten op ontbreken) en duizenden antieke boeken. Zoals zoveel bezienswaardigheden in Praag blijkt ook deze bibliotheek alleen te bezoeken als onderdeel van een tour. Deze kost negen euro per persoon, maar we gaan nu wel overstag. Met een oudere dame met snor die fungeert als gids maar nauwelijks verstaanbaar is, gaan we eerst naar de Zrcadlovákapel, de barokke spiegelkapel, die tot voor kort eigenlijk alleen te bezichtigen was door er een klassiek concert te bezoeken. Daarna komen we in de Barokní Sál, maar dat blijkt een flinke tegenvaller te zijn. De zaal is op zich wel zo mooi als gehoopt, maar wat ze er niet bij hebben gezegd toen we voor deze tour betaalden was dat we ten eerste de zaal helemaal niet in mogen maar dat we maar tot het hekje op een meter of twee van de deuropening mogen komen, dat we ten tweede niet mogen fotograferen en dat ten derde bijna alle boeken even “uit logeren” zijn omdat ze momenteel voor een digitaal archief gescand worden. Goedmakertje is dat we ten slotte de astronomische toren mogen beklimmen, daar vanuit hebben we een prachtig uitzicht over de Oude Stad. En uiteraard mogen we nu wèl fotograferen.
We zoeken even verderop een mooi binnenplaatsje van een restaurantje op en gaan daar lunchen. De Italiaanse man aan het tafeltje naast het onze heeft een groot stuk bot op zijn bord liggen, zijn wederhelft verkondigt trots dat hij de hele kilo vlees die eraan zat op heeft gekregen. Varkensknieën, die er uitzien als iets wat een oermens zou eten, blijken een echte Tsjechische specialiteit te zijn. Gelukkig staat er ook een vegetarische burger op de kaart, dus bestel ik die.
We bezoeken eventjes het Hard Rock Café, op een steenworp van het Oude Stadsplein, en lopen dan door naar het stadsdeel dat Nové Město heet, oftewel Nieuwe Stad, maar dat ook alweer zo’n zeven eeuwen oud is. Het huidige centrum van Praag bestaat uit wat ooit vier afzonderlijke steden waren, daarvan is Nové Město de jongste. Prominent in dit stadsdeel ligt het Václavské Náměstí, bij ons bekend als het Wenceslausplein, dat meer een boulevard is dan een plein. De brede, bijna één kilometer lange voormalige paardenmarkt wordt ook wel de Champs-Elysées van Praag genoemd, maar heeft zeker niet dezelfde bravoure en uitstraling. Wel is dit plein van grote historische waarde voor Tsjechië. In 1918 werd hier de onafhankelijkheidsverklaring van Tsjechoslowakije uitgesproken, in de Tweede Wereldoorlog vonden er massademonstraties van de nazi’s plaats, in 1969 was de zelfverbranding van student Jan Palach als protest tegen de invasie van de Sovjet-Unie wereldnieuws en in 1989 vond hier de Fluwelen Revolutie plaats die een einde maakte aan het communisme in Tsjechoslowakije. Aan het einde van de boulevard staat een beeld van Sint Wenceslas, met daar achter het nationale museum. Niet ver van het standbeeld zijn bij een perkje kleine gedenktekens te vinden voor Jan Palach en voor een andere student, Jan Zajíc, die een maand later Palach’s voorbeeld volgde.
We zijn gedurende de dag op zoek gegaan naar verschillende platenzaken in het stadscentrum waarvan ik thuis de adressen opgezocht had. Enkelen daarvan bleken al te zijn verdwenen, de rest had weinig meer te bieden dan een paar rekken met tweedehands lp’s van het soort dat je op een gemiddelde Nederlandse rommelmarkt voor een halve euro kunt kopen. De CD Bazar in de straat Krakovska, die uitkomt op het Wenceslausplein, blijkt echter wel meer dan de moeite waard. Met drie verdiepingen volgepropt met tweedehands platen en cd’s is dit een aardig walhalla voor de muziekliefhebber. In hou me in en koop heel beschaafd maar één cd’tje.
We lopen door, wat verder het centrum uit. Het is opvallend hoe scherp de prijzen dalen naarmate je verder weg bent van het toeristische centrum. In het hartje van de Oude Stad kan een halve liter bier je op een terrasje zomaar 90 kronen (€ 3,27) kosten, een kilometer verderop betaal je op sommige plekken nog maar 30 kronen voor datzelfde pilsje.
We komen langs de Novoměstská Radnice, het 14e eeuwste stadhuis van de Nieuwe Stad, met z’n fraaie, karakteristieke toren. Even verderop komen we bij één van de nieuwste bezienswaardigheden van Praag, het opvallende Tančící Dům (Dansend Huis) uit 1996. Een geknikte glazen toren leunt hier speels tegen een taps toelopende betonnen toren aan, samen hebben ze de bijnaam ‘Fred & Ginger’ gekregen, naar het legendarische danspaar Fred Astaire en Ginger Rogers.
Inmiddels zijn we het slenteren wel een beetje beu en duiken we een kroegje in. Daarna gaan we bij restaurant Vabene, niet ver van de Týn, een bord pasta eten.
Voor de tweede keer vandaag gaan we pinnen. We hebben vanochtend 2.000 kronen opgenomen en nemen er nu 2.500 op, samen is dat een kleine 165 euro, dat moet genoeg zijn voor de rest van ons verblijf in Praag.
We gaan na het diner de Karelsbrug nog een keertje in het donker bekijken, het is nu misschien zelfs nog drukker dan het overdag was. Een wandeling over het Oude Stadsplein en door de smalle straatjes die daar op uitkomen krijgt in het donker een extra dimensie. Verlicht door mooie, ouderwets uitziende lantaarns zien ze er bijzonder sfeervol uit.
We kopen bij een buurtsuper nog wat drankjes voor in het hotel. Bij het Nationaal Museum gaan we het metrostation Muzeum in, één van de grootste twee metrostations van de stad. Voor 24 kronen, nog geen euro, kun je hier een half uur met de metro reizen. We halen twee kaartjes uit een automaat, gaan naar het perron en vrijwel direct daarna kunnen we in de metro stappen. Zeven haltes en een minuut of tien later stappen we uit op station Roztyly, op vijf minuutjes lopen van ons hotel.

Zaterdag 4 oktober 2014
We staan om kwart voor acht op en lopen een half uurtje later de overvolle eetzaal weer in. We pakken wat te eten en gaan op zoek naar een tafel met twee lege stoelen. We vinden er eentje, gaan zitten en blijken per ongeluk bij Aardappelhoofd aan te zijn geschoven. Hij is de man tegenover hem aan het vertellen over de hoogdravende theorieën die hij zelf bedacht heeft over het heelal en de oerknal, daarna schept hij nog wat op over de kater die hij heeft. We werken zo snel mogelijk onze broodjes kaas en gekookte eieren naar binnen en besluiten om daarna het koffie drinken te verplaatsen naar de lobby.
Op weg naar het koffieautomaat hoor ik ineens mijn naam roepen. Op de één of andere manier kom je op vakantie opvallend vaak bekenden tegen en dat is nu niet anders. Drie tafeltjes van waar Linda en ik Aardappelhoofd’s hersenspinsels aan moesten horen zitten Frank en Monique, die tien jaar lang mijn buren zijn geweest.
Om kwart voor negen worden we door Nico met de bus afgezet in Hradčany, het kasteeldistrict. Gisteren zijn we het overgrote merendeel van de dag in de zogenaamde benedenstad van Praag gebleven, het gedeelte ten zuidoosten van de Moldau, vandaag beginnen we in de bovenstad ten westen van de knik in die rivier. Terwijl het merendeel van onze medereizigers weer met Jana op pad gaan trekken wij er weer op eigen gelegenheid op uit.
We gaan de burcht bezoeken, die gesitueerd is op een heuvel en hoog boven Praag uittorent. De eerste versie ervan stamt uit de 9e eeuw, de huidige staat te boek als de grootste ter wereld, met een oppervlakte van 7,5 hectare en een lengte van 570 meter.
We betreden het complex op de Druhé Nádvoří, de tweede binnenplaats. Het is er nu al erg druk, vooral weer met groepen (vooral Japanse) toeristen met gids. We gaan een ticket office in. Er zijn losse kaartjes te koop voor de verschillende onderdelen van de burcht, maar ook “circuit” kaartjes. Met een “circuit A” kaart mag je alles bezoeken wat publiekelijk toegankelijk is, “circuit B” beperkt zich tot de populairste bezienswaardigheden. Voor 250 kronen per persoon (€ 9,10) kopen wij een “circuit B” kaartje.
We beginnen in de Katedrála Svatého Víta, Václava a Vojtěcha, oftewel de St. Vituskathedraal. De imposante gotische kerk met z’n kolossale gevel heeft het oppervlakte van een voetbalveld en een 96,5 meter hoge toren. De bouw ervan begon in 1344, pas in 1929 waren de werkzaamheden voltooid. Tussen de prachtige glas-in-loodramen zijn talloze koningen en keizers gekroond en begraven.
Omdat we merken dat het snel drukker aan het worden is lopen we na het bezoek aan de kathedraal direct door naar Zlatá Ulička, het Gouden Straatje, dat te vinden is in het achterste hoekje van de burcht. In dit bijzonder sprookjesachtige steegje zijn piepkleine, kleurige huisjes te vinden waarvan vanaf de 16e eeuw kasteelwachten en -bedienden woonden. Sommige van deze erg krappe woningen zijn ouderwets ingericht om een beeld te geven van hoe mensen hier vroeger leefden, helaas zijn er tegenwoordig ook een aantal ingericht als café of souvenirshop. Tevens is hier een museumpje te vinden met eeuwenoude wapens en harnassen. Bijzonder detail is dat het huisje met nummer 22 tussen 1916 en 1917 bewoond werd door Franz Kafka (1883-1924), die algemeen beschouwd wordt als één van de meest invloedrijke schrijvers van de 20e eeuw en (postuum) één van de beroemdste inwoners was van Praag. Door de gehele stad is dan ook op veel gevels, monumenten en souvenirs zijn naam te vinden.
Het volgende gebouw dat we bezoeken is de Bazilika Svatého Jiří, de Sint-Jorisbasiliek. De Romaanse kerk werd gesticht in 920 en na brand in de 12e eeuw herbouwd. Achter de rode barokgevel gaat een sfeervol, ietwat robuust intereur schuil. Vandaag de dag wordt het gebouw niet meer voor religieuze doeleinden gebruikt, maar als concertgebouw.
We sluiten ons bezoek aan de burcht af in de Starý Královský Palác, het oude koninklijke paleis uit de 12e eeuw. We bezoeken enkele ruimtes, waarvan de imposante zaal Vladislavský Sál verreweg het meeste indruk maakt. De ruimte is zo groot dat er vroeger zelfs riddertoernooien in gehouden werden. Jammer is dat je niet vrij door de sprookjesachtige, dertien meter hoge troonzaal meer mag lopen. Het middenstuk is afgezet, je mag er alleen een rondje omheen lopen.
We verlaten de burcht en dalen via een trap de heuvel af, waarbij we een prachtig uitzicht over Praag hebben. Beneden aangekomen gaan we op een terrasje zitten voor Apfelstrudel met koffie. Het is vandaag een stuk bewolkter en een beetje frisser dan gisteren, maar we mogen nog steeds helemaal niet klagen over het weer.
We zijn nu weer vlakbij de Karelsbrug, maar besluiten voordat we die oversteken nog even Kampa te bezoeken. Dit is een deel van Praag dat zich een eiland mag noemen omdat het omringd wordt door de Moldau en een aftakking daarvan, de Čertovka of Duivelsbeek. We komen hier langs een muur die de John Lennon Wall genoemd wordt. Na zijn dood in 1980 werd ex-Beatle John Lennon een held voor veel jonge, pacifistische Tsjechen. Er werd een portret van hem op de muur geschilderd, waarna een kat-en-muisspel ontstond tussen de autoriteiten die de muur weer wit verfden en jongeren die er nieuwe politieke spreuken en Beatles-songteksten op spoten. Tegenwoordig is de muur volledig bedekt met erg kleurige graffiti, waarin ook meerdere portretten van Lennon te ontdekken zijn. Ook hangt een deel van de muur vol met briefjes waar toeristen een boodschap op hebben geschreven. Terwijl we de muur bezoeken staat een man met akoestische gitaar er nummers van The Beatles te zingen.
Even verderop passeren we een café dat The John Lennon Pub heet en weer wat verder komen we over een bruggetje over de Čertovka waarvan de spijlen vol hangen met hangsloten waarop stelletjes hun namen hebben geschreven, net zoals dat gedaan wordt op de Pont des Arts in Parijs. Door de dikke bossen slotjes heen kun je een grote houten watermolen zien en het smalle riviertje dat door een deel van Praag stroomt dat ook wel Klein Venetië genoemd wordt.
Nadat we even op een bankje hebben gezeten met uitzicht op de Karelsbrug gaan we nog wat verder door de stad zwerven. We nemen gewoon wat zijstraatjes en kijken wat we eventueel zullen vinden. We komen langs een klein maar gezellig en niet te duur Italiaans restaurantje dat Giallo Rossa heet en helemaal in het teken staat van de Italiaanse voetbalclub AS Roma. We gaan hier pizza eten, een nogal stevige lunch dus, omdat we vanavond misschien geen tijd hebben voor een echt avondmaal. We blijken een goed tentje uit te hebben gezocht, want de pizza’s zijn er echt uitstekend.
We struinen nog wat rond en gaan op een terrasje zitten. We moeten nu beslissen of we zo meteen nu wel of niet naar de voetbalwedstrijd Bohemians tegen České Budějovice gaan. Als we in het buitenland zijn proberen Linda en ik, als het enigszins kan, doorgaans wel een plaatselijke wedstrijd mee te pikken. Praag heeft vier clubs die op het hoogste niveau uitkomen, helaas spelen Dukla en Slavia dit weekend een uitwedstrijd en komt de grootste club van de stad, Sparta, pas op zondagmiddag in actie en dan zitten wij al in de bus terug naar Nederland. Onze enige optie is daarom de op papier weinig aansprekende wedstrijd tussen twee degradatiekandidaten. Bovendien is het stadion van Bohemians niet met de metro bereikbaar en zullen we een tram moeten pakte en nog een stuk moeten lopen om er te komen. Uiteindelijk hakken we de knoop door: we gaan maar niet naar die wedstrijd.
We lopen nog wat verder rond door de stad. We gaan nog een keer naar de astronomische klok, waar we nu getuige zijn van de korte voorstelling die de beelden rondom de klok opvoeren op elk heel uur.
We vinden in de straat Jilská een pand waarin zowel een tattooshop, een wat alternatieve kledingzaak en een platen- en cd-winkel met veel punk en hardcore zit. Hier kunnen we wel even wat tijd doden.
We nemen bij een café even verderop nog wat drankjes, kopen bij een buurtsuper nog wat drinken en snacks voor zo meteen in het hotel en voor morgen in de bus en gaan dan weer naar het metrostation op het Wenceslausplein. Om kwart voor acht zijn we weer in onze kamer.

Zondag 5 oktober 2014
We krijgen om vijf uur een wake up call, een half uurtje later brengen we onze tas met kleding alvast naar de bus, waarna we gaan ontbijten in de eetzaal.
Om half zeven beginnen we aan de 805 kilometer lange weg terug naar huis. Aardappelhoofd heeft al snel zijn stoel weer achterover staan, waardoor het oude vrouwtje achter hem ineens heel krap is komen te zitten. We rijden nu door een erg mistig landschap, terwijl Nico nog wat wist-u-datjes over Tsjechië vertelt.
Om acht uur verlaten we Tsjechië. We maken om kwart over negen een stop bij een wegrestaurant.
Als we terug in de bus komen blijkt Nico de stoel van Aardappelhoofd weer recht te hebben gezet. Het vrouwtje achter hem duwt tegen zijn leuning, zodat hij de stoel niet opnieuw achterover kan zetten. Zodra ze haar handen heeft laten zakken en denkt dat de kust veilig is, laat Aardappelhoofd weer vrolijk zijn stoel naar achteren zakken, om deze de rest van de reis zo te laten staan.
We kunnen in Duitsland lekker doorrijden, mede omdat hier op zondag (vrijwel) geen vrachtverkeer de weg op mag.
We gaan om kwart voor twee een laatste stop maken. Aardappelhoofd gaat alvast in het gangpad staan, terwijl we nog rijden. Nico vraagt tot twee keer toe door de microfoon of hij alsjeblieft nog even wil gaan zitten, zonder resultaat. Achter me hoor ik twee normaal gesproken ongetwijfeld hele lieve omaatjes tegen elkaar praten. “Ik mag het misschien niet zeggen, maar ik hoop dat hij valt”, zegt de één. “Ja, ik ook”, zegt de ander.
Terwijl we even later in het nog aangename oktoberzonnetje bij een wegrestaurant staan komt Aardappelhoofd ineens naar ons toe, voor zomaar een spontaan praatje waarin hij laat vallen dat hij nog niet weet hoe hij straks van Beek naar huis zal moeten. En of wij heel toevallig in de buurt van Arnhem komen. Het is wel duidelijk dat hij naar een lift aan het hengelen is.
Om half zes zitten we na een rit van elf uur weer in onze eigen auto. Terwijl we beginnen aan het laatste deel van onze terugreis gaat Aardappelhoofd op zoek naar een bushalte.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: