Oma Mierd

Vroeger ging ik met mijn ouders minstens een keertje per week op bezoek bij mijn opa en oma van mijn vader’s kant. Ze woonden een paar kilometer van ons vandaan in Hooge Mierde, een gemoedelijk dorpje met nog geen tweeduizend inwoners. Pal tegenover het sportpark van de plaatselijke voetbal- en korfbalvereniging stond hun huis, dat volgens mij sinds de jeugd van mijn vader nooit heel  veel veranderd was.

Alhoewel ik Petronella van Gisbergen-Swaanen, roepnaam Pieta en Oma Mierd voor haar kleinkinderen, maar zeven jaar mee heb mogen maken kan ik nog aardig uittekenen hoe onze bezoekjes aan haar en mijn opa er uitzagen. Opa zat tevreden met zijn eeuwige sigaar in zijn mond in zijn luie stoel voor de tv en oma, die er met haar grijze krullen en onflatteuze, vormeloze bloemetjesjurken altijd een stuk ouder uitzag dan ze was, nam steevast plaats op een ongemakkelijke houten keukenstoel. Ze had zelf ooit de regel bedacht dat zij als gastvrouw nooit comfortabeler mocht zitten dan haar gasten en van dat principe week ze nooit af.

Eén van mijn favoriete bezigheden tijdens de bezoekjes aan mijn opa en oma was, naast het wegwerken van de grote hoeveelheden tumtummetjes en Kit-Katten die we steevast toegestopt kregen, het steeds maar weer doorbladeren van de fotoalbums die in een hoek van de woonkamer op een plank stonden. In één van die albums zat een foto die me mateloos fascineerde, een kiekje uit 1923 van de vader van mijn oma met zijn moeder en vier zussen. Afgebeeld in bruine tinten staan ze daarop strak in het gelid, in hun deftigste kleding en met ernstige blikken op het gezicht.

Geen idee waarom, maar deze foto liet mij als zevenjarig jochie maar niet los. Ik heb dan ook meer dan eens aan mijn oma gevraagd of ik ‘m mocht hebben. Ik kon doorgaans alles gedaan krijgen van Oma Mierd, het was voor haar vrijwel onmogelijk om haar kleinkinderen iets te ontzeggen, maar hier trok ze toch de grens. Dit was één van de weinige foto’s die ze had van haar vader, dus die bleef netjes in het album.

Op zaterdag 25 januari 1986 was ik met mijn vader weer eens op bezoek bij opa en oma. Wederom zocht ik even het fotoalbum op met die foto die me om de één of andere reden maar bleef roepen. En vasthoudend, of gewoon irritant, als ik was vroeg ik nog maar eens of ik die foto mocht hebben. In plaats van de “nee” die ik al verschillende keren kreeg had oma nu echter een ander antwoord voor me. Ze pakte het fotoalbum, haalde de foto onder het doorzichtige folie vandaan, nam een balpen en begon te schrijven. Met op de achterkant de tekst “Beloofd aan Joost, 25 januari 1986” ging de foto terug in het album. Ze voegde er aan toe dat ik de foto mocht hebben zodra zij overleden was. Zwart op wit beloofd.

Even later gingen mijn vader en ik weer naar huis. Het was opvallend dat mijn oma wat meer moeite leek te hebben met afscheid van ons nemen dan normaal. Ze liep mee tot aan de straat en bleef ons nazwaaien totdat we haar niet meer zagen. Daarmee verdween ze voor mij voorgoed uit zicht. Enkele uren later overleed ze, slechts 61 jaar oud.

In mijn oma’s keuken schijnt minuten na haar overlijden een tl-buis die ze enkele dagen daarvoor ingedraaid had spontaan te zijn gesprongen. Het is misschien een cliché, maar de ochtend daarna voelde ik een aanwezigheid in mijn slaapkamer die ik niet begreep en die me erg beangstigde. Mijn vader weet zeker dat hij op een avond toen hij alleen thuis was een ingelijste foto van mijn oma uit zichzelf om heeft zien draaien en dat gelijktijdig twee lampen in de woonkamer een eigen willetje kregen. En zo heb ik in de familie nog wel enkele verhalen opgevangen die vast wel op één of andere manier nuchter te verklaren zijn, maar die voor iedereen die een beetje bijgelovig ingesteld is ook best kunnen worden geïnterpreteerd als een “teken”.

De aan mij beloofde foto, die ik uiteindelijk ook erfde, heeft jarenlang ingelijst op het bureautje in mijn slaapkamertje gestaan. ’s Nachts als ik in bed lag durfde ik eigenlijk nooit in de richting van die foto te kijken, bang als ik was dat oma misschien ook hiermee een trucje uit zou halen. Maar nacht na nacht bleef de foto netjes op z’n plaats staan. Hij ging niet zweven of uit zichzelf omdraaien. Het glas van het lijstje sprong niet spontaan kapot. En mijn overgrootvader, zijn moeder en zussen gingen niet ineens bewegen. Niets van dat alles.

Helaas ben ik het donkerbruine houten lijstje met de foto uit het album van mijn grootouders al heel lang kwijt. Ik heb het nooit weggegooid of -gegeven en ook mijn ouders weten zeker dat ze dit niet gedaan hebben. Talloze zoektochten bleven echter vruchteloos en ook tijdens drie verhuizingen is het nooit meer boven water gekomen.

Daar zijn uiteraard een hoop volkomen logische verklaringen voor te bedenken. Maar stiekem vraag ik me toch een beetje af of mijn oma misschien terug is gekomen op haar belofte.

FotoSwaanen

(In de familie circuleren meerdere afdrukken van de foto waar dit stukje over gaat en in 1990 werd deze ook afgedrukt in het boek ‘Hooge Mierde Kleurrijk Zwart-Wit Bekeken, 1880-1980’. Daardoor heb ik toch een scan toe kunnen voegen.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: