Archive for februari, 2014

Omweg

Als ik van Eindhoven naar mijn ouders in Reusel rij, of naar mijn voetbalclub in Hulsel, dan is de snelste en meest praktische route die over de snelweg, via de N2 en de A67. Maar als ik de tijd heb dan rij ik liever binnendoor. Over de dorpjes Wintelre, Vessem, Hoogeloon en Casteren. Het duurt wat langer, door de vele bochten, drempels, kruisingen en tractors op de weg kun je nou eenmaal niet echt lekker doorgassen. Maar daar krijg je wel wat voor terug. Die route gaat me eigenlijk nooit vervelen. Met z’n natuurgebieden, vennen, weilanden, sportparken en vredige dorpjes. Met z’n charmante kerkjes en het prachtige oude zuivelfabriekje in Hoogeloon. Vooral op zonnige dagen heb ik daar vaak best een minuut of tien extra reistijd voor over.

In meerdere opzichten vind ik het gewoon lekker om zo nu en dan een omweg te nemen. Zomaar, omdat die mooier is. En omdat van mij niet altijd alles alleen maar snel hoeft te gaan en praktisch hoeft te zijn.

Zo ben ik ook nooit begonnen aan e-readers of aan het downloaden van muziek. Ik hou het liever gewoon bij boeken, platen en cd’s die je kunt vastpakken. Mijn hart gaat nou eenmaal sneller kloppen van een kamer met kasten vol platen en boeken dan van een harde schijf vol MP3’s en EPUB’s. En alhoewel ik boeken en platen ook heus wel eens online bestel koop ik ze eigenlijk veel liever in een fysieke winkel. In een ruimte waarin alles draait om boeken of om platen is het toch wat gezelliger dan op de website van Bol.com.

Het meest hou ik van de onafhankelijke zaakjes in de achterafstraatjes. Waar boeken of platen chaotisch door elkaar staan en liggen in kasten, kratten, dozen en op losse stapels die geordend zijn volgens een logica die alleen het personeel nog snapt. Waar de typische geur van stof verzamelend oud papier overheerst. Waar je nog eens iets obscuurs tegen kunt komen wat niet in de gemiddelde webshop te vinden is. Waar niet alleen koopwaar te vinden is dat vers uit het plastic komt, maar ook tweedehands verzamelobjecten met een geschiedenis. Waar je niet zomaar in een winkel bent, maar op een verzamelplek voor echte liefhebbers. Waar een boek of een plaat nog echt een schat kan zijn die je na jaren zoeken ineens tegenkomt in een berg rommel.

Gisteren viel de boekenwinkelketen Polare om, waarmee veel van de beste boekenzaken van Nederland op de tocht staan. En afgelopen zaterdag was ik voor de laatste keer bij Mango Records. Niet helemaal het type platenzaak dat ik zojuist beschreef, maar toch een leuk winkeltje met een hoekje met tweedehands singletjes waarin ik altijd wel een half uurtje kon slijten. Ik ben twaalf jaar lang een redelijk trouwe klant geweest, maar inmiddels kan het zaakje toe worden gevoegd aan de bedroevend lange lijst met platenwinkels die ik vaak en graag bezocht heb, maar die de afgelopen jaren voorgoed de deuren hebben moeten sluiten.

Je kunt tegenwoordig tienduizenden albums en boeken in je broekzak meenemen. Gratis, zelfs. En daar zie ik ook heus wel de voordelen van. Voor wie houdt van snel, makkelijk en praktisch komen er steeds meer prachtige snelwegen bij.

Het is alleen zo jammer dat intussen de mooie omwegen langzaam verdwijnen.

Advertenties

Leave a comment »

Oma Mierd

Vroeger ging ik met mijn ouders minstens een keertje per week op bezoek bij mijn opa en oma van mijn vader’s kant. Ze woonden een paar kilometer van ons vandaan in Hooge Mierde, een gemoedelijk dorpje met nog geen tweeduizend inwoners. Pal tegenover het sportpark van de plaatselijke voetbal- en korfbalvereniging stond hun huis, dat volgens mij sinds de jeugd van mijn vader nooit heel  veel veranderd was.

Alhoewel ik Petronella van Gisbergen-Swaanen, roepnaam Pieta en Oma Mierd voor haar kleinkinderen, maar zeven jaar mee heb mogen maken kan ik nog aardig uittekenen hoe onze bezoekjes aan haar en mijn opa er uitzagen. Opa zat tevreden met zijn eeuwige sigaar in zijn mond in zijn luie stoel voor de tv en oma, die er met haar grijze krullen en onflatteuze, vormeloze bloemetjesjurken altijd een stuk ouder uitzag dan ze was, nam steevast plaats op een ongemakkelijke houten keukenstoel. Ze had zelf ooit de regel bedacht dat zij als gastvrouw nooit comfortabeler mocht zitten dan haar gasten en van dat principe week ze nooit af.

Eén van mijn favoriete bezigheden tijdens de bezoekjes aan mijn opa en oma was, naast het wegwerken van de grote hoeveelheden tumtummetjes en Kit-Katten die we steevast toegestopt kregen, het steeds maar weer doorbladeren van de fotoalbums die in een hoek van de woonkamer op een plank stonden. In één van die albums zat een foto die me mateloos fascineerde, een kiekje uit 1923 van de vader van mijn oma met zijn moeder en vier zussen. Afgebeeld in bruine tinten staan ze daarop strak in het gelid, in hun deftigste kleding en met ernstige blikken op het gezicht.

Geen idee waarom, maar deze foto liet mij als zevenjarig jochie maar niet los. Ik heb dan ook meer dan eens aan mijn oma gevraagd of ik ‘m mocht hebben. Ik kon doorgaans alles gedaan krijgen van Oma Mierd, het was voor haar vrijwel onmogelijk om haar kleinkinderen iets te ontzeggen, maar hier trok ze toch de grens. Dit was één van de weinige foto’s die ze had van haar vader, dus die bleef netjes in het album.

Op zaterdag 25 januari 1986 was ik met mijn vader weer eens op bezoek bij opa en oma. Wederom zocht ik even het fotoalbum op met die foto die me om de één of andere reden maar bleef roepen. En vasthoudend, of gewoon irritant, als ik was vroeg ik nog maar eens of ik die foto mocht hebben. In plaats van de “nee” die ik al verschillende keren kreeg had oma nu echter een ander antwoord voor me. Ze pakte het fotoalbum, haalde de foto onder het doorzichtige folie vandaan, nam een balpen en begon te schrijven. Met op de achterkant de tekst “Beloofd aan Joost, 25 januari 1986” ging de foto terug in het album. Ze voegde er aan toe dat ik de foto mocht hebben zodra zij overleden was. Zwart op wit beloofd.

Even later gingen mijn vader en ik weer naar huis. Het was opvallend dat mijn oma wat meer moeite leek te hebben met afscheid van ons nemen dan normaal. Ze liep mee tot aan de straat en bleef ons nazwaaien totdat we haar niet meer zagen. Daarmee verdween ze voor mij voorgoed uit zicht. Enkele uren later overleed ze, slechts 61 jaar oud.

In mijn oma’s keuken schijnt minuten na haar overlijden een tl-buis die ze enkele dagen daarvoor ingedraaid had spontaan te zijn gesprongen. Het is misschien een cliché, maar de ochtend daarna voelde ik een aanwezigheid in mijn slaapkamer die ik niet begreep en die me erg beangstigde. Mijn vader weet zeker dat hij op een avond toen hij alleen thuis was een ingelijste foto van mijn oma uit zichzelf om heeft zien draaien en dat gelijktijdig twee lampen in de woonkamer een eigen willetje kregen. En zo heb ik in de familie nog wel enkele verhalen opgevangen die vast wel op één of andere manier nuchter te verklaren zijn, maar die voor iedereen die een beetje bijgelovig ingesteld is ook best kunnen worden geïnterpreteerd als een “teken”.

De aan mij beloofde foto, die ik uiteindelijk ook erfde, heeft jarenlang ingelijst op het bureautje in mijn slaapkamertje gestaan. ’s Nachts als ik in bed lag durfde ik eigenlijk nooit in de richting van die foto te kijken, bang als ik was dat oma misschien ook hiermee een trucje uit zou halen. Maar nacht na nacht bleef de foto netjes op z’n plaats staan. Hij ging niet zweven of uit zichzelf omdraaien. Het glas van het lijstje sprong niet spontaan kapot. En mijn overgrootvader, zijn moeder en zussen gingen niet ineens bewegen. Niets van dat alles.

Helaas ben ik het donkerbruine houten lijstje met de foto uit het album van mijn grootouders al heel lang kwijt. Ik heb het nooit weggegooid of -gegeven en ook mijn ouders weten zeker dat ze dit niet gedaan hebben. Talloze zoektochten bleven echter vruchteloos en ook tijdens drie verhuizingen is het nooit meer boven water gekomen.

Daar zijn uiteraard een hoop volkomen logische verklaringen voor te bedenken. Maar stiekem vraag ik me toch een beetje af of mijn oma misschien terug is gekomen op haar belofte.

FotoSwaanen

(In de familie circuleren meerdere afdrukken van de foto waar dit stukje over gaat en in 1990 werd deze ook afgedrukt in het boek ‘Hooge Mierde Kleurrijk Zwart-Wit Bekeken, 1880-1980’. Daardoor heb ik toch een scan toe kunnen voegen.)

Leave a comment »

Heen en terug

Heen: Het Beloofde Land

Je wil een bus instappen, maar voor je staat een oud vrouwtje waarbij het allemaal niet meer zo wil lukken. Geen idee wat ze precies aan het doen is, maar iets wat eigenlijk makkelijk in een seconde of tien moet lukken duurt inmiddels al een minuut of drie. Je kent het gevoel dat daarbij hoort vast wel. Vermenigvuldig het nu maar even met dertig.

De namiddag van vrijdag 7 juli 2006. Bijna tien uur lang kon ik geen kant op, zittend op een krap vliegtuigstoeltje, maar veel beter is het er nog niet op geworden. Het enige wat hier snel gaat is het langer worden van de rij en het hoor- en zichtbaar stijgen van de irritaties bij een paar heethoofden vlak achter me. De benauwd warme, sfeerloze, grauwe hal waar ik me in bevind maakt het er niet direct gezelliger op, net zo min als het ophitsende, ritmische geklap van de mensenmassa helemaal achteraan, die zo tracht om de gang van zaken wat te versnellen. Tevergeefs.

“What if Caribbeans took life as seriously as the rest of the world?” Die bekende openingszin uit de serie reclamespotjes voor tropische likeuren blijft door mijn hoofd spoken. De douaniers nemen hun werk hier echter serieus genoeg om steeds enkele minuten te doen over het controleren van een paspoort. En hoe lang de rij wachtenden ook is, het kwartiertje koffiepauze blijkt heilig. Geeft niks joh, wij wachten hier wel.

Maar er is licht aan het einde van de tunnel. In de vorm van een deurtje schuin achter het hokje van de douanier. Achter dat deurtje ligt Havana. Of beter nog, achter dat deurtje ligt een reis van twee weken waarvan Havana pas het begin is. Of eigenlijk nog mooier: ik heb geen idee wat er allemaal achter dat deurtje ligt.

Ik ga niet op vakantie om te rusten, maar juist om mijn hersens keihard aan het werk te zetten. Ik kan pas tevreden naar huis als mijn hoofd goed volgepropt zit met nieuwe indrukken en herinneringen voor later. Als die grijze massa enkele weken niet de gelegenheid heeft gekregen om te draaien op de automatische piloot waarmee ik de dagelijkse sleur nog wel eens wil trotseren. Dat moet achter dat deurtje wel gaan lukken.

Vol goede moed raap ik mijn rugzak van de grond, zet twee kleine stapjes en laat mijn rugzak weer op de grond ploffen. We komen er wel.

Terug: Overweldigend Nederlands

Vijf jaar lang stapte ik elke werkdag in de bus van mijn woonplaats Reusel naar Eindhoven. Ochtend na ochtend trokken gedurende een rit van ongeveer een uur met lijn 150 de dorpen Bladel, Hapert, Duizel, Eersel, Steensel en Veldhoven aan me voorbij, gevolgd door de intens lelijke, deprimerende flatgebouwen die in het Eindhovense stadsdeel Gestel de lange, drukke Karel de Grotelaan flankeren. In de namiddag zag ik hetzelfde decor weer aan me voorbij trekken, in omgekeerde volgorde en niet zelden van een iets hoger oogpunt omdat ik weer eens veroordeeld was tot een staanplaats.

Jaren later kwam het toch nog goed tussen de bus en mij. In het voertuig dat ik lange tijd ervoer als hèt symbool van de dagelijkse sleur reed ik tussen gammele oldtimers door de pastelkleurige straten van Havana, vanaf mijn stoel zag ik de Piramides van Giza in de verte opdoemen, ik stapte uit bij het wereldberoemde plein Jemaa el Fna en ik zocht na een lange wandeling langs de uit de ronde zandsteen gekapte gevels van Petra moe maar voldaan mijn plek in de bus weer op.

30 mei 2008. Ik stap in de touringcar van Pedro, de vriendelijke, rustige en altijd onberispelijk rijdende chauffeur waarmee we de afgelopen drie weken al zo’n 3500 kilometer afgelegd hebben. We zijn begonnen in de massale badplaats Cancun en hebben daarna de bescheiden doch uitzonderlijk fotogenieke ruïnes van Tulum bezocht. We hebben het charmante Caribische landje Belize in één ochtend en voormiddag doorkruist en daarna in Guatemala de imponerende Mayastad Tikal gezien. We voeren over het Lago de Atitlán en verbleven in het sfeervolle bergstadje San Cristóbal de las Casas. De watervallen van Agua Azul leverden een hoop mooie foto’s op en Palenque was sprookjesachtig in al z’n vergane glorie. En dat waren slechts de bekende toeristische trekpleisters uit de reisgidsen. De dorpjes, bergen, bossen en kustlijnen die we onderweg passeerden waren eigenlijk net zo bijzonder.

De grootste publiekstrekker van het gehele programma hebben we zojuist bezocht: Chichen Itza, één van de zeven nieuwe wereldwonderen. We zijn vanochtend behoorlijk vroeg uit de veren gekomen. Dat moest ook wel, na deze excursie op wederom een bloedhete Mexicaanse lenteochtend hebben we nog een pittige reisdag voor de boeg. Ik maak er maar het beste van. Ik nestel me op mijn stoel, leg mijn hoofd te rusten tegen de ruit van de bus en druk de oordopjes van mijn iPod in mijn oren. Pedro brengt de bus in beweging. Even later vliegt het groene landschap van het schiereiland Yucatán weer aan mijn langzaam dichtvallende ogen voorbij.

Met de ruit van de bus als bewegend, onzacht en dus bepaald niet optimaal kussen was ik heel even ingedut. Ik schrik plotseling wakker en ga rechtop zitten. Ik haal de oordorpjes uit mijn oren en berg mijn iPod op in mijn rugzak. Ik kijk naar buiten en zie de sombere flats aan de Karel de Grotelaan. Ik ben er gedurende de busrit van Chichen Itza naar het vliegveld van Cancun, de vlucht naar Amsterdam en de treinreis naar Eindhoven niet in geslaagd om noemenswaardige slaap te vatten. De 25 uur sinds ik in een stadje nabij Chichen Itza uit mijn hotelbed stapte heb ik beleefd als één hele lange dag. Nu zit ik weer in lijn 150 naar Reusel.

Ik kan de huizen, boerderijen, weilanden en bedrijven die we passeren als we over de provinciale N284 rijden allang uittekenen. Maar dit is niet dezelfde, overbekende rit die het zo vaak was. Ik heb nog nooit zo’n schokkend vertrouwd en overweldigend Nederlands uitzicht gezien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leave a comment »