Gedenkwaardig

Het menselijke geheugen kan raar werken. Ik merk dat van op zich best gedenkwaardige gebeurtenissen soms al na enkele jaren de details beginnen te vervagen in mijn hoofd. Dat ik me van mensen waar ik jaren bij in de klas heb gezeten bijna niets meer kan herinneren. Dat ik me ruimtes of gebouwen waar ik ooit dagelijks in verbleef nauwelijks nog voor de geest kan halen. Tegelijk zijn er onbelangrijke momenten, volstrekt willekeurige flardjes uit zomaar een dag, die haarscherp opgeslagen blijven. Van sommige korte gebeurtenissen die zich afspeelden toen ik vier of vijf jaar oud was kan ik me nog exact herinneren wat ik zag, wat ik hoorde en wat er in mijn hoofd omging.

Van mijn tijd op de peuterspeelzaal waar ik als vierjarige naartoe ging weet ik nog best veel. Dat we bijvoorbeeld op een dag allemaal een stuk fruit van huis mee moesten nemen, dat al die appels, sinaasappels, bananen, peren en mandarijntjes op een hoop gingen om in stukjes gesneden en verdeeld te worden en dat ik het knap waardeloos vond dat ik niet gewoon mijn eigen appel mocht houden. Dat mijn vriend Jeroen en ik op een middag een langwerpige houten kist waarin speelgoed en verkleedkleren bewaard werden helemaal leeggooiden, er in gingen zitten en net deden of het de stoomboot van Sinterklaas was en vervolgens op onze kop kregen omdat de inhoud van de kist verspreid lag over de vloer.

Nog een heel heldere herinnering moet ook uit ongeveer uit die tijd stammen, 1983 waarschijnlijk. Ik was vier of vijf jaar oud en zat op de achterbank van de auto van mijn ouders. Ik weet nog waar we reden, over de Spoorlaan in Tilburg. Op de radio werd iets gezegd over een optreden dat Doe Maar zou gaan geven. Ik was gek op Doe Maar, die band was voor mij wat K3 nu is voor veel kleuters. Ik vroeg dan ook tijdens die autorit aan mijn moeder of we naar dat optreden konden gaan. Ik kan me zelfs het beeld nog herinneren dat ik op dat moment in mijn hoofd had. Daarin speelde een bandje op een zonnig, weids grasveld bij een grote boom, terwijl enkele tientallen toehoorders er in een half kringetje omheen zaten. Een soort vredig, muzikaal kinderfeestje. Wist ik veel dat Doe Maar destijds voornamelijk in benauwde zalen speelde die stampvol zaten met volkomen hysterische pubers.

Een andere herinnering kan ik, niet vanuit mijn geheugen maar dankzij Wikipedia, precies dateren. Op 20 februari 1984. Op het NOS Journaal dat in de woonkamer opstond hoorde ik een bericht dat me best een beetje verdrietig maakte. Doe Maar, de populairste band die Nederland ooit gekend had, ging stoppen. Er volgden beelden van de bandleden die belaagd werden door persmuskieten en de nieuwslezer liet de woorden “ze kunnen geen kant meer op” vallen. Ik vatte dat als vijfjarige letterlijk op en vond dat die journalisten en cameramensen dan maar eens even heel rap aan de kant moesten gaan. Ook vond ik dat de band nog helemaal niet mocht stoppen. Ik had ze nog niet zien optreden!

Ruim 23 jaar later was ik op de Mega Platen & CD Beurs in Utrecht. Bij een terrasje achterin de enorme hal vol met kraampjes stond een kniehoog podiumpje. Daarop zou de Nederlandse folkformatie CCC Inc een kleinschalig akoestisch reünie-optreden komen geven ter promotie van hun pas uitgekomen cd-box met al hun albums. Deze groep had in 1970 mogen spelen op het hoofdpodium van het legendarische Holland Pop Festival in Kralingen en datzelfde jaar een LP uitgebracht die in Nederland redelijk verkocht. Afgezien daarvan had de band, waarvan de leden inmiddels allemaal rond de zestig waren, geen commerciële successen gekend. CCC Inc dankte z’n bekendheid hoofdzakelijk aan het feit dat bandleden Ernst Jansz en Joost Belinfante elkaar later tegenkwamen in een ander bandje dat heel wat meer succes had. Doe Maar.

Geen idee hoeveel huidige vijfjarigen over 25 jaar hetzelfde zullen zeggen over K3, maar ik ben altijd een grote liefhebber van Doe Maar gebleven. Dus ging ik op die zaterdag in november 2007 kijken naar CCC Inc. Slechts enkele tientallen mensen hadden zich, met tassen vol zojuist aanschafte platen, in een halve kring om het minipodiumpje verzameld voor het bepaald niet groots aangekondigd optreden. Even later stonden ze voor me: Jansz, Belinfante en ook Doe Maar-gitarist Jan Hendriks, die mee kwam doen als gastmuzikant. En alsof daarmee het Doe Maar-gehalte nog niet niet hoog genoeg was speelden ze ook nog eens twee liedjes van die groep, ‘Nederwiet’ en ‘Tijd Genoeg’. Tussen het zoeken naar platen door kwam een wens van bijna een kwart eeuw eerder een beetje in vervulling. Alleen de boom, het grasveldje en zanger/bassist Hennie Vrienten ontbraken.

“En als je wil, dan is elk ogenblik voor jou” hoorde ik Ernst Jansz voor de zoveelhonderdste keer zingen in ’Tijd Genoeg’, maar nu voor de eerste keer live. En ik vond het wel een mooi momentje. Best een beetje gedenkwaardig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: