Aangifte

Een grijze, regenachtige zomeravond in juni 2012. Ik rij in mijn afgeleefde Seat Ibiza iets na zes uur door de drukke avondspits Rotterdam binnen. Ik heb een beetje haast. Ik ben na een dag werken en ruim een uur rijden de volle wegen wel beu en bovendien is de EK-topper Frankrijk – Engeland net begonnen en die wil ik graag zien. Op de Dorpsweg kies ik daarom voor de meest linkse rijbaan. Ik kom voor een rood verkeerslicht te staan en stop. Dan merk ik dat mijn auto afslaat. Ik draai mijn sleutel een keer om in het contact, maar er gebeurt helemaal niets. Mijn Seat reageert op geen enkele wijze. Het stoplicht gaat op groen en rechts van me zoeven auto’s al spoedig op hoge snelheid voorbij. De bestuurder van de voorste van een inmiddels lange rij auto’s achter me begint geïrriteerd te claxonneren. Het zweet breek me uit terwijl mijn auto lijkt te zijn overleden. Het licht gaat weer op rood. En vervolgens weer op groen, weer op rood en nogmaals op groen. Hoe ga ik me hier in hemelsnaam uit redden? Ik kan geen kant op en ik dreig een chaos te gaan maken van de Rotterdamse avondspits.

Ineens zie ik dat een van de auto’s die me rechts passeert een scherpe bocht naar links maakt en voor mijn auto stopt. Een man van circa veertig jaar met een wilde haarbos en een snorretje stapt uit, loopt naar de achterkant van zijn voertuig, opent zonder op of om te kijken zijn kofferbak en haalt er een sleepkabel uit. Hij wordt door zijn ruit vanaf de achterbank nieuwsgierig doch kalmpjes gadegeslagen door twee kinderen van een jaar of vijf, zes. Ik stap uit en loop naar de man toe toe. Alsof het de meest vanzelfsprekende zaak is begint de man de kabel aan zijn auto te bevestigen.
“Er is enkele honderden meters verderop een tankstation, daar sleep ik je wel even naartoe.”
Ik knik dankbaar en stap weer in mijn auto.

Even later rij ik achter mijn reddende engel het parkeerplaatsje van het tankstation op, veilig weg uit het voortrazende verkeer. De man stapt uit om de sleepkabel weer los te maken. Hij vraagt of het nog ver is naar mijn bestemming, of ik iemand heb die ik kan bellen voor verdere hulp en of ik een mobieltje bij me heb. Gelukkig ben ik bijna bij mijn vriendin en kan ik zo meteen de ANWB bellen. De man opent zijn kofferbak en legt de sleepkabel er weer in. Dan vraagt hij of ik toevallig nog brood kan gebruiken. Hij wijst op een paar zakken met broodjes die in zijn auto liggen en zegt dat hij eigenlijk teveel heeft gekocht. Ik mag wel één of twee zakken hebben. Ik bedankt hem vriendelijk voor het aanbod en uiteraard ook voor de hulp. Hij wuift het achteloos weg, zegt dat hij slechts deed wat iedereen in die situatie zou moeten doen en vraagt of ik zeker weet dat ik echt geen broodjes wil. Dan stapt hij zijn auto weer in en rijdt weg.

Bij misdaden kun je naar de politie gaan en aangifte doen. Als het ernstig genoeg is dan haalt je verhaal de media en weet al snel iedereen precies wat er gebeurt is. Waarop menigeen weer een klein beetje hoop verliest in de mensheid.

Zou het niet mooi zijn als er ook een bureau was waar je juist aangifte kon doen van goede daden?

Advertenties

2 Reacties so far »

  1. 1

    Ralf said,

    Mooi geschreven… En wat was er met de auto?


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: