Archive for januari, 2014

Gedenkwaardig

Het menselijke geheugen kan raar werken. Ik merk dat van op zich best gedenkwaardige gebeurtenissen soms al na enkele jaren de details beginnen te vervagen in mijn hoofd. Dat ik me van mensen waar ik jaren bij in de klas heb gezeten bijna niets meer kan herinneren. Dat ik me ruimtes of gebouwen waar ik ooit dagelijks in verbleef nauwelijks nog voor de geest kan halen. Tegelijk zijn er onbelangrijke momenten, volstrekt willekeurige flardjes uit zomaar een dag, die haarscherp opgeslagen blijven. Van sommige korte gebeurtenissen die zich afspeelden toen ik vier of vijf jaar oud was kan ik me nog exact herinneren wat ik zag, wat ik hoorde en wat er in mijn hoofd omging.

Van mijn tijd op de peuterspeelzaal waar ik als vierjarige naartoe ging weet ik nog best veel. Dat we bijvoorbeeld op een dag allemaal een stuk fruit van huis mee moesten nemen, dat al die appels, sinaasappels, bananen, peren en mandarijntjes op een hoop gingen om in stukjes gesneden en verdeeld te worden en dat ik het knap waardeloos vond dat ik niet gewoon mijn eigen appel mocht houden. Dat mijn vriend Jeroen en ik op een middag een langwerpige houten kist waarin speelgoed en verkleedkleren bewaard werden helemaal leeggooiden, er in gingen zitten en net deden of het de stoomboot van Sinterklaas was en vervolgens op onze kop kregen omdat de inhoud van de kist verspreid lag over de vloer.

Nog een heel heldere herinnering moet ook uit ongeveer uit die tijd stammen, 1983 waarschijnlijk. Ik was vier of vijf jaar oud en zat op de achterbank van de auto van mijn ouders. Ik weet nog waar we reden, over de Spoorlaan in Tilburg. Op de radio werd iets gezegd over een optreden dat Doe Maar zou gaan geven. Ik was gek op Doe Maar, die band was voor mij wat K3 nu is voor veel kleuters. Ik vroeg dan ook tijdens die autorit aan mijn moeder of we naar dat optreden konden gaan. Ik kan me zelfs het beeld nog herinneren dat ik op dat moment in mijn hoofd had. Daarin speelde een bandje op een zonnig, weids grasveld bij een grote boom, terwijl enkele tientallen toehoorders er in een half kringetje omheen zaten. Een soort vredig, muzikaal kinderfeestje. Wist ik veel dat Doe Maar destijds voornamelijk in benauwde zalen speelde die stampvol zaten met volkomen hysterische pubers.

Een andere herinnering kan ik, niet vanuit mijn geheugen maar dankzij Wikipedia, precies dateren. Op 20 februari 1984. Op het NOS Journaal dat in de woonkamer opstond hoorde ik een bericht dat me best een beetje verdrietig maakte. Doe Maar, de populairste band die Nederland ooit gekend had, ging stoppen. Er volgden beelden van de bandleden die belaagd werden door persmuskieten en de nieuwslezer liet de woorden “ze kunnen geen kant meer op” vallen. Ik vatte dat als vijfjarige letterlijk op en vond dat die journalisten en cameramensen dan maar eens even heel rap aan de kant moesten gaan. Ook vond ik dat de band nog helemaal niet mocht stoppen. Ik had ze nog niet zien optreden!

Ruim 23 jaar later was ik op de Mega Platen & CD Beurs in Utrecht. Bij een terrasje achterin de enorme hal vol met kraampjes stond een kniehoog podiumpje. Daarop zou de Nederlandse folkformatie CCC Inc een kleinschalig akoestisch reünie-optreden komen geven ter promotie van hun pas uitgekomen cd-box met al hun albums. Deze groep had in 1970 mogen spelen op het hoofdpodium van het legendarische Holland Pop Festival in Kralingen en datzelfde jaar een LP uitgebracht die in Nederland redelijk verkocht. Afgezien daarvan had de band, waarvan de leden inmiddels allemaal rond de zestig waren, geen commerciële successen gekend. CCC Inc dankte z’n bekendheid hoofdzakelijk aan het feit dat bandleden Ernst Jansz en Joost Belinfante elkaar later tegenkwamen in een ander bandje dat heel wat meer succes had. Doe Maar.

Geen idee hoeveel huidige vijfjarigen over 25 jaar hetzelfde zullen zeggen over K3, maar ik ben altijd een grote liefhebber van Doe Maar gebleven. Dus ging ik op die zaterdag in november 2007 kijken naar CCC Inc. Slechts enkele tientallen mensen hadden zich, met tassen vol zojuist aanschafte platen, in een halve kring om het minipodiumpje verzameld voor het bepaald niet groots aangekondigd optreden. Even later stonden ze voor me: Jansz, Belinfante en ook Doe Maar-gitarist Jan Hendriks, die mee kwam doen als gastmuzikant. En alsof daarmee het Doe Maar-gehalte nog niet niet hoog genoeg was speelden ze ook nog eens twee liedjes van die groep, ‘Nederwiet’ en ‘Tijd Genoeg’. Tussen het zoeken naar platen door kwam een wens van bijna een kwart eeuw eerder een beetje in vervulling. Alleen de boom, het grasveldje en zanger/bassist Hennie Vrienten ontbraken.

“En als je wil, dan is elk ogenblik voor jou” hoorde ik Ernst Jansz voor de zoveelhonderdste keer zingen in ’Tijd Genoeg’, maar nu voor de eerste keer live. En ik vond het wel een mooi momentje. Best een beetje gedenkwaardig.

Advertenties

Leave a comment »

Goeie dag

Uitgaande van de gregoriaanse kalender en de christelijke jaartelling was het gisteren voor alle circa zeven miljard mensen op onze planeet 27 januari 2014. Een maandag. En voor iedereen die een beetje bij mij in de buurt woonde was het een bewolkte, druiligere dag waarop het een graad of vijf was. Toch was het voor iedereen een andere dag. 27 Januari 2014 was zo’n zeven miljard verschillende dagen.

De meeste mensen zullen de dag van gisteren niet onthouden omdat er voor hen weinig al te noemenswaardigs voorviel. 27 Januari 2014 zal in hun geheugens versmelten tot een grote brei met talloze soortgelijke dagen en uiteindelijk langzaam uit het hoofd verdwijnen. Dat gold niet voor homoseksuelen op Cyprus, voor hen was het een bevrijdende dag, hun land is niet langer het laatste Europese land waarin homoseksualiteit strafbaar is. Voor de werknemers van boekenwinkelketen Polare was het een sombere dag, met hun werkgever gaat het dusdanig slecht dat ze vandaag niet hoeven te komen werken. Voor de deelnemers aan de Syrische vredesbesprekingen was het een frustrerende dag, omdat de gesprekken in een impasse geraakten. Voor kickbokser Badr Hari was het de dag van de waarheid, omdat een strafzaak tegen hem wegens enkele geweldsmisdrijven diende voor de rechtbank. Voor Beatles-fans was het een heuglijke dag, de nog levende helft van hun favoriete band trad op zondagavond (maar op de vroege zondagochtend Nederlandse tijd) voor het eerst in jaren weer eens samen op. Voor al dan niet onterecht geflitste automobilisten was het een praktische dag, zij kunnen voortaan hun bezwaar digitaal indienen en hoeven er geen aangetekende brief meer voor te schrijven. Voor veel weggebruikers in het noordoosten van het land was het een voorzichtige dag, omdat de wegen er na een tot dusver uitzonderlijk milde winter wel eens glad konden zijn. Voor meer dan zeshonderd opvarenden van cruiseschip Explorer of the Seas was het een schijtdag omdat ze allemaal aan de diarree waren.

Acteur Edmond Classen, folklegende Pete Seeger en zo’n 160.000 anderen zullen zich deze dag helemaal niet meer herinneren omdat het hun laatste was. Voor onder meer actrice Bridget Fonda, Take That-zanger Mark Owen en voetballer Ricky van Wolfswinkel was het een feestelijke dag, omdat ze hun verjaardag vierden. En ook de legendarische componist Mozart vierde ooit op deze datum zijn verjaardag. Voor mijn nichtje en petekind Silke was het extra bijzonder, zij werd gisteren drie jaar oud èn een grote zus die voortaan haar verjaardag met haar broertje zal moeten delen.

Maar voor niemand was deze dag zo speciaal als voor Tuur van Gisbergen en de circa 370.000 andere ukken die de rest van hun leven 27 januari 2014 in zullen vullen als hun geboortedatum. Voor hen was dit de allereerste dag. En daarmee was het meteen een hele mooie, spannende en langverwachte dag voor al hun ouders, grootouders, broers, zussen, ooms en tantes.

Tuur, welkom op de wereld. Dat er maar heel veel ontzettend mooie dagen voor je mogen volgen.

Tuur

Comments (2) »

De wei in

Zondagochtend tien uur, 2 juli 1995. Ik ben zestien jaar oud en geniet voordat ik op de middelbare school ga beginnen aan mijn examenjaar van een lekker lange, zorgeloze zomervakantie. Ik ben in België, in de provincie Vlaams-Brabant om iets exacter te zijn. Het is erg aangenaam in de open lucht, warm en droog, en er is nog weinig aan de hand. Stilte voor de storm. Over platgetrapt gras zigzag ik langzaam tussen staande, zittende en liggende mensen door die ontspannen wachten op wat komen gaat. Tja, wachten, tell me about it. Ik heb hier zeker een half jaar heel erg naar uitgekeken en het waren daardoor verdomd lange maanden. Voor mijn gevoel heb ik het toegangskaartje waarmee ik zojuist door de poorten ben gekomen al een eeuwigheid in mijn bezit en al die tijd heb ik het stukje papier bewaard alsof het een originele Dode Zeerol betrof. Maar nu is het dan zo ver, ik ben in Werchter. Samen met mijn drie jaar oudere neef Martijn, die me mee op sleeptouw genomen heeft, en enkele van zijn vrienden.

We lopen door tot vlakbij het podium. Het gaat nu echt bijna gebeuren. Mijn eerste popfestival en daarmee ook het eerste echte concert dat ik bij ga wonen. Ik heb weliswaar al verschillende optredens bijgewoond van Martijn’s bandjes, maar die speelden zich doorgaans af in kroegjes en jongerencentra voor een man of dertig, veertig waarvan soms de helft familie was. Nu zullen wij, het publiek, ongeveer duizend keer zo groot zijn. En nu ga ik niet luisteren naar hits van Pearl Jam, Stone Temple Pilots en Alice In Chains uitgevoerd door de band van mijn neef, maar naar hits van REM, The Cure en The Offspring uitgevoerd door REM, The Cure en The Offspring.

De oorspronkelijk ingeplande festivalopener Live heeft af moeten zeggen, daarom knalt om kwart over tien de invallende Belgische metalband Channel Zero de eerste live gespeelde noten van Rock Werchter 1995 door de speakers. Ongeveer één seconde later word ik gelanceerd door een ferme schouderduw van een moshende medefestivalganger. Amai, we zijn begonnen! Ik besluit ter plekke dat ik minstens de komende dertig jaar elke zomer naar Rock Werchter zal gaan.

Als jezelf respecterende muziekfanaat hoor je clubshows, concerten in de bekende popzalen, eigenlijk meer te waarderen dan festivals. Je bent immers een liefhebber en geen dagjesmens. In een zaaltje beleef je optredens intenser. De sfeer is intiemer, er is meer interactie tussen muzikanten en publiek, de mensen om je heen zijn er specifiek voor de band die speelt en de setlists willen nog wel eens wat langer en wat avontuurlijker samengesteld zijn. Op festivals kijk je vanaf een meter of honderd naar een band die je voor lief neemt, met geluid dat alle kanten op waait, en na een kwartiertje begin je te twijfelen: nog een liedje meepikken, even een biertje halen, kijken of dat bandje op het andere podium leuker is of maar even lekker uitgestrekt op het platgetrapte gras gaan liggen?

Toch beleef ik live muziek het liefst op de zomerfestivals. Ik hou van de open lucht, van de zon, van in een korte broek en een T-shirt met een biertje op het gras zitten. En van de gezellige massaliteit. Van op één dag vijf leuke bands zien waarvoor je anders vijf keer naar de Effenaar, de 013, de Melkweg of Paradiso had moeten rijden, plus tien bands waar je dat ritje misschien nèt niet voor over zou hebben, maar die je nu toch maar mooi even meepikt. Van zo nu en dan per ongeluk bij een heel goed optreden belanden van een band waar je nog nooit van gehoord had.

Van veel mooie plannen die je op jonge leeftijd maakt komt uiteindelijk weinig terecht. Dertig keer Rock Werchter op rij is me dan ook niet gelukt, van de achttien edities sinds 1995 heb ik er vijftien gemist. Maar ter compensatie ben ik door de jaren heen naar onder meer Dynamo Open Air, Pukkelpop, Graspop, Pinkpop, Paaspop, Groezrock, Lowlands, Mundial, TW Classic, Lokerse Feesten en Brabant Open Air geweest.

Als je het festivalvirus eenmaal te pakken hebt dan raak je het niet zomaar meer kwijt. Daar verandert zelfs zeven uur in de file staan voor een dagje Rock Werchter in 2009 om vervolgens nog net anderhalve band mee te kunnen pikken niets aan. Of er jaren na dato achter komen dat Elliott Smith, inmiddels één van je grootste helden en dood, in 1998 op Lowlands speelde en dat jij op dat moment elders op het festivalterrein stond te kijken naar een Nederlandse band die je al tig keer gezien had. Of dat je plotseling bij een optreden van Nickelback blijkt te zijn belandt terwijl je nietsvermoedend een broodje staat te eten op Pinkpop 2006. Of ’s nachts op de festivalcamping van Dynamo Open Air 1998 per ongeluk in een diepe kuil stappen en tot de conclusie komen dat je met één voet in een geïmproviseerd en heel vaak gebruikt toilet staat.

Aanstaande juli ga ik weer eens een dagje naar Rock Werchter. We hebben onze kaartjes gekocht vanwege Pearl Jam, maar eigenlijk kijk ik er nog meer naar uit om gewoon de Werchterse festivalweide weer eens te zien.

Zo spannend en bijzonder als in 1995 wordt het natuurlijk niet meer, maar hopend dat de regen, files en Nickelback uitblijven heb ik er weer zin in.

Festivals

Comments (2) »

Dilemma bij de kassa

Laatst stond ik in de rij voor de kassa van de Albert Heijn. Voor me stond een ouder echtpaar, een dame en een heer die ik achterin de zeventig schatte. Ik merkte ineens dat de vrouw me scherp in de gaten hield en een ietwat zenuwachtige indruk maakte. Dat verraste me. Ik ben geen kleine jongen, had een ongeschoren gezicht en droeg een bandshirt met korte mouwen waardoor mijn tatoeages deels zichtbaar waren, maar zelfs dan nog ben ik volgens mij allerminst een angstaanjagend type. Toch hield het oudje me schichtig in de gaten, terwijl haar echtgenoot levensmiddelen uit een boodschappentas haalde en op de lopende band zette.

Even later was de vrouw aan het afrekenen. Mijn blik viel op de boodschappentas, die de man naast zich op de grond had gezet. Door de half geopende rits zag ik dat die bij lange na nog niet leeg was. De spullen waarvoor die twee stonden te betalen was hooguit de helft van wat in hun tas had gezeten.

Ik vroeg me af of ik de kassajuffrouw hier attent op moest maken. Mijn nogal sterk ontwikkelde geweten vond van wel. Ik was vroeger het type kind dat hard wegrende als zijn vrienden vuurtje gingen stoken. En ik was oprecht geschokt toen ik als brugklasser met wat klasgenoten een buurtsuper vlakbij school bezocht en daar meer snoep rechtstreeks in jaszakken dan naar de kassa zag gaan. Zo ben ik eigenlijk altijd wel gebleven. Ik ben ooit nadat ik al in m’n auto gestapt was terug de supermarkt in gegaan om bij te betalen nadat ik op mijn kassabon zag dat mijn krat bier niet afgerekend was. Het meest ernstige vergrijp waarvoor ik ooit in aanraking met justitie ben gekomen was 86 rijden waar 80 toegestaan was.

In mijn hoofd werd echter in slechts enkele seconden het scenario geschreven van een hartverscheurend minifilmpje. In dit drama waren de hoofdrollen voor een voorheen altijd zo respectabel echtpaar dat na een leven lang hard werken ineens de eindjes aan elkaar moest knopen om rond te kunnen komen van een schamel AOW’tje. Normaal gesproken legden ze zich daar bij neer. Dan maar een keer een kale boterham, dan maar een keer een glaasje kraanwater bij het ontbijt in plaats van melk. Maar komend weekend zouden de kleinkinderen komen logeren en wat zouden die zeggen als er geen hagelslag en chocolademelk op tafel zouden verschijnen?

Goed, het kon natuurlijk ook best dat ik hier achter een stel zure oude egoïsten stond die weloverwogen had besloten dat stelen van een grote multinational eigenlijk helemaal niet zo erg was. Maar wilde ik het risico nemen?

Ik ben zeker geen held. Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat ik onmiddellijk iets zou hebben gedaan als het op die dag in de Albert Heijn een grote, jonge kerel was geweest die daar stond met die niet helemaal lege boodschappentas. Vergeef me deze afschuwelijke dooddoener, maar er zijn nou eenmaal mensen die om minder een vuist op hun neus of een mes tussen hun ribben hebben gekregen. Maar het worst case scenario waarin ik misschien een onschuldig omaatje aan het huilen zou brengen leek me eigenlijk minstens zo erg. Dan had ik pas echt problemen gekregen met mijn geweten.

Even later was ik aan de beurt om af te rekenen. Het enige wat ik tegen de niets vermoedende kassajuffrouw zei was dat ik geen airmiles hoefde en dat ik haar eveneens een prettige dag toewenste.

Meters verderop keerde het oude vrouwtje nog een keer nerveus haar hoofd om.

Comments (2) »

Opa Reusel

Mijn voornaam dank ik aan de vader van mijn vader. Die heette Sjef, voluit Josephus, bij mij werd dat afgekort tot Joost. Mijn tweede voornaam, Joannes, kreeg ik van mijn andere opa. De vader van mijn moeder. Opa Reusel.

Jan Vermeulen heeft 85 jaar mogen leven, eigenlijk een jaar of drie te lang. Eén van de laatste keren dat ik nog echt met hem kon spreken was in november 2004, iets meer dan twee jaar voor zijn dood. Ik had hem toen al even niet meer gezien, een beetje afgeschrikt door de verhalen die ik hoorde over zijn verwarde toestand.

Zo was hij op een avond ineens zoek. Hij verbleef toen al een tijdje in De Grote Beek GGZ in Eindhoven vanwege depressieve klachten, veroorzaakt door vasculaire dementie, maar was plotseling verdwenen. Uiteindelijk werd hij in het winkelcentrum gevonden door twee politieagenten die het wel opvallend vonden dat hij op sloffen liep en geen jas droeg. Hij bleek iemand twee euro te hebben betaald voor een lift naar het station, vanaf daar had hij de bus naar huis willen nemen.

Onder de omstandigheden viel het me aanvankelijk lang niet tegen hoe ik mijn opa aantrof, ruim anderhalve maand na dit voorval. Hij wist nog heel goed wat voor werk ik op dat moment deed en voor welke werkgever. Toen ik hem zei dat zijn kalender achter liep, herstelde hij dat meteen en merkte hij op dat oma en hij een dag eerder precies 56 jaar getrouwd waren. En dat klopte. Toen er bezoek kwam voor een andere patiënt van de instelling waarin hij verbleef, wist hij zich te herinneren dat er nog een paar gebakjes van de dag ervoor in de koelkast stonden die ze wel konden hebben.

Even later nam hij me even apart en leidde me naar een gang. Hij wees  naar één van de werknemers van de instelling. Op samenzweerderige toon fluisterde hij dat hij gevangen zat en dat die verdomde nazi’s hem niet wilde laten gaan. Ineens besefte ik me dat het toch niet meeviel met hem. Voor mij was het 2004, maar hij zat plotseling een jaar of zestig van me vandaan. Hij was weer dwangarbeider in een wapenfabriek in het Duitse Oberendorf, tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Mijn opa was niet altijd een hele makkelijke man. Hij was oerconservatief en kon best dwars, nukkig en soms wat onredelijk zijn. Ik heb hem in mijn jeugd echter altijd ervaren als een leuke, lieve, belangstellende opa. Helaas wegen je meest recente herinneringen doorgaans het zwaarst, maar als ik wat verder terugdenk dan zijn er vooral mooie herinneringen. Hoe hij bijna van zijn stoel viel van het lachen als we tijdens logeerpartijtjes samen naar oude conferences van Wim Sonneveld en Toon Hermans keken. Hoe ik als klein kind met hem rondjes door de buurt mocht rijden op de stang van zijn brommertje. Dat hij niets liever deed dan eindeloos vertellen over de oorlog of zijn tijd bij Philips. Dat de invoering van de euro nooit helemaal tot hem door wist te dringen en dat hij na 1 januari 2002 bergen rommel kocht, omdat de prijzen ineens zo laag leken. Dat hij met een emotie- en franjeloze doch mooie, strakke en herkenbare stijl kon tekenen, ook nog eens met zijn verkeerde hand, hij was immers van nature links maar al in zijn jeugd gedwongen om rechtshandig te schrijven en tekenen. Dat hij erg goed was in meubels maken en houtbewerken en dat hij steevast luidruchtig door zijn neus ademde terwijl hij dat in opperste concentratie deed. Dat met name de herkenbare houten kerstgroepen die uit zijn hobbyschuurtje kwamen erg gewild waren en nog altijd voor veel geld verkocht worden in speciaalzaken. En op hoge leeftijd slaagde hij er als een ware MacGyver nog in om een defectje aan mijn elektrische gitaar te repareren met een spijkertje, een stukje tape en een blokje hout. Ik heb zijn provisorische reparatie tot op de dag van vandaag intact gelaten.

Toen ruim twee jaar na Opa Reusel ook mijn oma overleed werden hun spullen verdeeld onder de directe familie. Alle praktische gebruiksvoorwerpen en dierbare familiestukken vonden al snel een nieuwe eigenaar. Ik nam maar één ding mee uit hun inmiddels gestripte woninkje. Uit een krat met losse rommel waar verder niemand echt interesse in leek te hebben viste ik een kleine, eenvoudige potloodtekening van een gebouwtje met een torentje, ooit eens gemaakt door mijn opa en vervolgens door hemzelf goed genoeg bevonden om in een fotolijstje te stoppen. Ik heb geen idee waar dit gebouwtje staat of stond. Misschien kende hij het, misschien is het nagetekend van een foto uit een boek. Misschien bestond het alleen in zijn fantasie. Ik hoef het eigenlijk ook niet te weten, maar hoop toch een beetje op het laatste.

Veel mensen hebben er behoefte aan om nadat iemand overleden is een plek te hebben waar ze hun dierbare nog min of meer kunnen bezoeken. Voor mij gaat dat niet echt op, ik heb eigenlijk niets met graven. Ik bezoek ze zelden en als mijn eigen tijd is gekomen dan wil ik ook niet onder de grond. Het graf van mijn opa heb ik sinds hij er een dikke zeven jaar geleden begraven werd hooguit een keer of drie, vier bezocht.

Het heeft voor mij meer waarde om naar die tekening te kijken van dat vredige gebouwtje met dat torentje. Daar zit hij wat mij betreft toch wat gezelliger.

Ook over mijn andere drie grootouders schreef ik een stukje:
Oma Reusel
Opa Mierd
Oma Mierd

Comments (3) »

Net als in de film

Er zijn enkele films die ik zeker een keer of tien gezien heb. Uit onder meer ‘Good Will Hunting’, ‘The Blair Witch Project’, ‘Taking Woodstock’ en ‘Monty Python and the Holy Grail’ kan ik complete dialogen wel dromen, maar toch zou ik die films met alle liefde vanavond nog een keer opzetten. Er is één film die daar nog een categorie boven zit, die ik al minstens dertig keer gezien moet hebben en die ik van begin tot einde uit m’n hoofd ken: ‘Back to the Future’, waarin de zeventienjarige Marty McFly (gespeeld door Michael J. Fox) in een tot tijdmachine verbouwde DeLorean-sportwagen per ongeluk van het heden (in dat geval 1985) naar 1955 gaat.

Op filmgebied ben ik een liefhebber maar zeker geen fijnproever. In mijn dvd-kast staan heus wel de nodige verantwoorde arthousefilms en essentiële klassiekers, maar de planken zijn toch hoofdzakelijk gevuld met gelikte Hollywoodproducties en niet altijd even hoogstaande horror. Ik hoef in de bioscoop ook niet zozeer aan het denken gezet te worden of een vernieuwend, artistiek hoogstandje voorgeschoteld te krijgen. Ik wil domweg vermaakt en eventueel een beetje geraakt worden. En vanuit dat oogpunt durf ik ‘Back to the Future’ best één van de beste films te noemen die ooit gemaakt zijn, omdat nou eenmaal weinig films een hoger entertainmentgehalte hebben. Het geesteskindje van schrijver/regisseur Robert Zemeckis en schrijver Bob Gale uit 1985 is een zelden vaart minderende maar toch luchtige achtbaanrit vol actie, spanning, avontuur en een hoop humor. Met zowel platte grappen (waarin de slechterik van het verhaal weer eens in een berg mest terechtkomt, bijvoorbeeld), maar ook subtiele knipogen die een beetje algemene kennis en oplettendheid vereisen. Maar ik denk dat dit alles nog niet eens is wat mij het meest aanspreekt aan ‘Back to the Future’.

Er zijn een paar vragen die menigeen zichzelf wel eens gesteld zal hebben, zelfs al weet je dat het antwoord zeker dan wel waarschijnlijk altijd een fantasie zal blijven. Wat zou je doen als je een miljoen euro zou winnen? Wat zou je doen als je een dagje onzichtbaar zou kunnen zijn, of van het andere geslacht? Welke vijf bekende mannen of vrouwen zou je op een “freebie list” zetten? Wat zou je doen als je Marty McFly’s DeLorean eens kon lenen en die in elk gewenst jaar zou kunnen parkeren?

Als ik op reis ga wil ik zoveel mogelijk weten over hetgeen ik te zien krijg. Maar nog niet eens zo lang geleden realiseerde ik me dat ik eigenlijk helemaal nog niet zoveel weet over mijn eigen leefomgeving. Kennis over de Maya’s kan een reis door Mexico mooier maken en Cuba is interessanter als je wat weet over de Cubaanse Revolutie, maar weten wat zich in vervlogen tijden afspeelde in de stad of het dorp waarin je woont kan juist de alledaagse dingen boeiender maken. De rit van huis naar werk, de dagelijkse wandeling naar de supermarkt of misschien zelfs een blik uit het raam. Vrijwel elke hectare bewoonde grond heeft wel een verhaal te vertellen. Een verhaal dat alledaagse plekken en gebouwen een hele extra dimensie kan geven.

Ik denk daarom dat ik mijn tijdreizen relatief bescheiden zou houden. Op kraamvisite gaan bij Jezus Christus, eens gaan kijken bij de bouw van de piramides in Egypte of het oude Rome in volle glorie aanschouwen zou niet bovenaan mijn lijstje staan. Ik denk dat ik juist dicht bij huis zou blijven. Net als Marty McFly, die in ‘Back to the Future’ een wandeling maakte door zijn eigen woonplaats zoals die dertig jaar eerder was en te zien kreeg in welke wereld zijn ouders opgroeiden.

Ik zou beginnen in 1550 en een bezoekje brengen aan mijn woonplaats Eindhoven, dat toen nog een ommuurd stadje met een kasteeltje en een slotgracht was. Daarna zou ik een flinke sprong maken naar 1891, toen Philips opgericht werd in een klein fabriekje, wat de aanzet betekende voor een explosieve groei van de stad van vier- naar tweehonderdduizend inwoners in een eeuw tijd. Vervolgens zou ik in 1896 een stop maken in Reusel, waar ik geboren en getogen ben. Jarenlang keek ik vanuit mijn dakraampje uit op de in 1895 gebouwde huidige kerk, die tot de geallieerden ‘m opbliezen in de Tweede Wereldoorlog een dubbel zo hoge toren had als nu, en het busstation waarbij in de straattegels de contouren van een in 1897 afgebroken romaans kerkje te zien zijn. Ik zou die twee gebouwen wel eens in volle glorie naast elkaar willen zien staan. Ik zou de reis vervolgen op 18 september 1944, om de euforie van de bevrijding van Eindhoven mee te maken. Daarna zou ik in de stad blijven en een dikke tien jaar vooruit gaan, toen mijn opa er werkte in de fabrieken van Philips, bij de Witte Dame. Ik zou dan meteen even een wedstrijd uit één van de eerste betaald voetbalseizoenen van PSV meepikken, om inmiddels bijna mythische clubiconen als Coen Dillen, Roel Wiersma en Trevor Ford aan het werk te zien. Volgens zou ik weer even teruggaan naar Reusel en Hooge Mierde, omstreeks 1960, om de omgeving te bekijken waarin mijn vader en moeder opgroeiden en ook even de weilanden op te zoeken waarin later de woonwijk zou ontstaan waarin ik zelf opgroeide. Ik zou gaan naar het Eindhoven van de late jaren zestig om wat te proeven van de popcultuur van die tijd in de platenzaken, kroegen en popzaaltjes. En in 1977 zou ik in de Effenaar gaan kijken hoe de Ramones en de Sex Pistols daar punkgeschiedenis schreven.

En misschien zou ik tussendoor ook nog even naar 12 december 1985 gaan. Gewoon, om in de bioscoop een film over een door de tijd reizende auto mee te pikken die op deze dag in Nederland in premiere ging.BTTF

Comments (1) »

De mooiste versie

Ik zag haar lichtjes glimlachen. Toch wel een tikkeltje nerveus was ik de ruimte binnengekomen waarin ze moest zijn. Ik was weliswaar niet speciaal voor haar hier naartoe gekomen, maar nu ik er toch was wilde ik haar graag eens bezoeken. Ik had haar voorheen alleen op foto’s gezien en uiteraard had ik ook al veel over haar gehoord. Ze moest heel bijzonder zijn, mensen schenen hun blik nauwelijks van haar af te kunnen houden.

Ze was nooit alleen. Zelfs diep in de nacht moest er altijd iemand bij haar blijven, om haar een beetje in de gaten te houden. Helaas was nou eenmaal niet iedereen te vertrouwen bij haar in de buurt. Nu ik haar zo observeerde moest ik bekennen dat ze inderdaad iets unieks had. Een onverklaarbare charme die ik heus wel herkende. Ik ben immers ook niet van steen. Maar toch, ik was er vrij zeker van dat ik nooit van haar zou kunnen houden op de manier waarop anderen dat wel deden en doen. Het was november 2012 en ik stond in het Louvre voor de Mona Lisa.

Ik beken, ik ben een beetje een cultuurbarbaar. Jarenlang hebben verschillende leraren, eerst op de middelbare school waar ik tekenen als eindexamenvak had en later op het Grafisch Lyceum, verwoede pogingen gedaan om mij wat kunsttheorie en -geschiedenis bij te brengen in klaslokalen en in talloze musea. Dat heeft uiteindelijk heel weinig opgeleverd.

Het is heus niet zo dat ik kunst niet op prijs kan stellen. In zekere zin denk ik zelfs dat de waarde ervan vaak onderschat wordt. Beeldende kunst, theater, beeldhouwkunst, muziek, films, bouwkunst en literatuur zijn strikt gezien luxes, maar eigenlijk ook onmisbaar om de geciviliseerde wereld leefbaar te houden. Maar ondanks mijn grafische achtergrond, mijn liefde voor schrijven en mijn waardering voor films, boeken en eigenlijk alles wat mooi en creatief is, moet ik bekennen dat er maar een kunstvorm is die me echt bij de strot kan grijpen. Die ik interessant genoeg vind om tot in de puntjes te analyseren en ontleden. Die me zomaar ineens kan emotioneren, maar die ik ook geduldig de tijd wil gunnen als dat nog niet direct gebeurt. En dat is muziek.

Op die decemberochtend stond ik dus in die grote, lichte en behoorlijk drukke zaal van het Louvre waarin Leonardo da Vinci’s magnum opus achter kogelvrij glas hing. Ik bevond me in dezelfde ruimte als het meest prominente werk uit het duizelingwekkende oeuvre van een van de grootste allround-genieën uit de geschiedenis. Tussen vier muren met beroemdste schilderij op aarde, met een geschatte waarde van minstens een half miljard. Een terecht met superlatieven overladen portret bovendien, met een unieke, mysterieuze, vrijwel niet te reproduceren glimlach en ogen die je overal lijken te volgen. Ik begreep de impact van het moment en die drong ook tot me door. Maar wat toch vooral door mijn hoofd spookte, meer dan wat dan ook, was die ene prangende vraag.

Welke versie van het liedje ‘Mona Lisa’ is nu eigenlijk het mooist? De originele zwijmelversie van Nat King Cole uit 1950? De energieke rockabillyuitvoering die Carl Mann er in 1959 van maakte? Of misschien toch de meer recente feestelijke punkrockbewerking van Me First and the Gimme Gimmes?

Ik had het Mona Lisa niet kwalijk kunnen nemen als haar glimlach op dat moment verdwenen was.

DSC06426

Leave a comment »