Opa Mierd

Ik ben vernoemd naar mijn opa. Die had eveneens als officiële eerste naam Josephus. Bij hem werd dat afgekort naar de roepnaam Sjef, bij mij werd het gelukkig Joost. Met enig gevoel voor traditie was het logisch dat ik zijn naam kreeg, als oudste zoon van zijn oudste zoon. Mijn vader had eveneens de naam van zìjn opa gekregen, als oudste zoon van diens oudste zoon.

Sjef was een opa uit het boekje. Zo eentje die je volstopte met meer KitKatten, koekjes en tumtummetjes dan je ouders goed vonden. Die je het gevoel gaf dat je een heel speciaal kind was. En die bijna elke keer dat hij je zag, ook al was dat minstens eens per week, weer dezelfde opmerking moest maken: “Je wordt al groot!”. Dat hij dat tot mijn lichte irritatie nog steeds deed toen ik al ruimschoots in de puberteit was, en dan het liefst op een kinderlijke toon en in een zo groot mogelijk gezelschap, moest ik maar voor lief nemen. Ergens vermoed ik dat hij heus wel wist dat ik dit een tikkeltje gênant vond en dat hij me gewoon een beetje zat te klieren.

“Opa Mierd”, die mijn broers en ik zo noemden omdat hij in Hooge Mierde woonde, was iemand die voor zijn pensioen bepaald niet stil had gezeten. Hij slaagde er op de één of andere manier in om een fulltime baan als sigarenmaker te combineren met onder meer vader zijn van acht kinderen, het trainen van de plaatselijke voetbalclub, in het bestuur van vrijwel elke vereniging in het dorp zitten, een loopbaan in de lokale politiek en schrijven voor twee kranten. Die laatste twee bezigheden zorgden voor de opmerkelijke situatie dat lezers van het Eindhovens Dagblad of het Nieuwsblad van het Zuiden soms doodleuk een artikeltje van correspondent Sjef van Gisbergen over gemeenteraadslid Sjef van Gisbergen konden lezen.

Na zijn werkzame leven en het vroeg overlijden van zijn vrouw, mijn oma werd slechts 61 jaar oud, vond opa het volgens mij qua activiteiten wel mooi geweest. Hij had nog wel zijn duiven (die hij steevast naar binnen probeerde te lokken met de mantra “Kom! Kom! Kom mèr!”) en dansavondjes, maar ik kan me hem eigenlijk nauwelijks anders herinneren dan tevreden zittend in zijn luie stoel voor de tv. En altijd met een sigaar in zijn mond. Opa grapte soms dat hij in z’n leven waarschijnlijk meer sigaren gerookt had dan hij er als sigarenmaker vervaardigd had. Hij was zo’n kettingroker dat hij in al zijn volwassen jaren wellicht meer sigarenrook dan schone lucht in heeft geademd.

Het was dan ook geen hele grote verrassing dat opa uiteindelijk longkanker kreeg. Hij deed daar dan ook helemaal niet dramatisch over. Hij was al 79 en zei dat hij al die sigaren waar hij zolang van had genoten niet had willen ruilen voor wat extra jaren.

Alhoewel hij zijn lot accepteerde was de manier waarop hij in zijn laatste weken wegzakte niet fraai. Op het einde was hij nog maar af en toe bij bewustzijn, had hij waanbeelden en sprak hij nauwelijks nog. Ik denk dat ik één van de laatste mensen was tegen wie hij nog iets gezegd heeft, kort voordat hij er op een mooie zomerdag in 1997 tussenuit kneep.

Ik kan het me nog vrij goed herinneren. Er was me al verteld dat het goed mogelijk was dat mijn opa me niet meer zou herkennen. En praten was hem al even niet meer gelukt. Ik voelde me dan ook een beetje ongemakkelijk toen ik naast zijn bed kwam staan. Glazig keek hij me aan. Moeizaam wist hij toch nog een paar woorden uit te brengen.

“Je wordt al groot.”

Advertenties

1 Response so far »

  1. 1

    S.van Gisbergen said,

    Mooi verhaal van mijn vader


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: