Dubbelcolumn Nina & Joost: Schrijven

Nina Kurt doet momenteel een Master studie Creative Writing aan de Newcastle University. Dus toen ik haar vroeg om een onderwerp voor te stellen voor een dubbelcolumn had ik het antwoord al aan kunnen zien komen: schrijven. Waarom doen we dat eigenlijk?

Nina:

‘Schrijfster. Of zangeres.’ Dat was standaard mijn antwoord wanneer iemand vroeg wat ik later wilde worden, al sinds ik een jaar of zeven was. Op een van deze manieren moest en zou ik mijn ziel uiten en de illusie van onsterfelijkheid bereiken. Na een paar jaar zanglessen en gitaarlessen te hebben gevolgd, had ik nog steeds het idee dat ik pas een ‘beginner’ was op het gebied van muziek maken en dat ik dat ook altijd zou blijven. Songteksten schrijven, dat ging me redelijk goed af – ik had altijd wel wat te zeggen – maar daarbij muziek te verzinnen, dat lukte me nauwelijks. Het is dan misschien ook niet zo verrassend dat die ‘lyrics’ langzaam maar zeker in gedichten veranderden. Einde van een relatie: ik schrijf erover. Overleden huisdier: ik schrijf erover. Mooie momenten tijdens een buitenlandverblijf: ik schrijf erover. Iemand vertelt me een bizar verhaal: ik zie het boek al voor me. Vooral ’s nachts, als ik eigenlijk wil slapen, komen de ideeën in mijn hoofd. Dan moet ik ze opschrijven, anders blijven ze in mijn hoofd rondspoken en kan ik niet slapen.

Dus, toen mijn afstuderen naderde en ik nog steeds geen concreet beroep voor ogen had, moest ik dat idee van schrijven toch maar eens serieus gaan nemen. Misschien kon ik beginnen met wat vertaalwerk, om maar geld te kunnen verdienen, maar mijn eigen creaties schrijven, dat bleef mijn enige ambitie. Toen ik de Master studie ‘Creative Writing’ ontdekte, bleek er eindelijk een plek te zijn voor mensen zoals ik. Een plek waar mensen me zouden aanmoedigen en helpen om mijn droom te bereiken. En mocht het niet zo lukken, ach, dan had ik toch nog een jaar extra aan de universiteit gestudeerd, wat toch nooit zomaar weggegooide tijd is!

Tijdens het eerste college van het vak ‘Profession of Writing’ werd ons gevraagd: Wat hoop je en verwacht je van dit vak te leren? Ik moest hier even over nadenken, maar één van mijn klasgenoten, een man van minstens veertig, zei meteen: ‘Dat ik nu eindelijk eens mezelf een schrijver zal durven noemen.’ Dit antwoord had een verbluffend effect op mij. Hij had gelijk, want: Waarom zou de wereld ons serieus nemen als schrijvers, als we dat zelf nog niet eens konden? Waarom zouden ze onze boeken willen kopen, als we zelf nog niet honderd procent geloofden dat deze hun geld waard waren? Dus wat ik nodig had, was een verandering van attitude.

Stap één: Ik schafte een stapeltjes kleurrijke Moleskine notitieboekjes aan, die mooie, professioneel uitziende boekjes die ik voorheen altijd had laten liggen omdat ik ze te duur vond. Nu zei ik tegen mezelf: een vakman heeft goed gereedschap nodig. Als zo’n Moleskine fijner is om mee te schrijven, en ook niet onbelangrijk, een uitstraling heeft die mij het gevoel geeft dat ik iets erg belangrijks en poëtisch aan het schrijven ben, al zou het maar een boodschappenlijstje zijn, dan heb ik nu een zeer goede reden om hier geld aan te besteden.

Stap twee: Op een dag zette ik mijn laptop uit, verliet ik het huis en liep naar de dichtstbijzijnde Starbucks. Hier bestelde ik een Pumpkin Spice Latte – enkel om een tafeltje te mogen bezetten – en nam mijn Moleskine en mijn fijnste pen uit mijn tas. Ik had geen flauw idee waarover ik zou schrijven, maar ik begon gewoon. Kijk, kijk, hier zit een schrijver. Hoe vaak heb ik wel niet een interview gelezen waarin een beroemd auteur zei ‘Het idee voor dit verhaal kwam toen ik in dat café zat’… hoe vaak ben ik wel niet op een bekende locatie in Parijs, Londen of Dublin geweest, waar een trotse plakkaat verkondigde ‘Hier schreef [Hemingway, Wilde, Joyce] zijn eerste versie van […]’. Niet dat ik thuis niet kan schrijven, maar het gaat om het gevoel dat ik bij mijn omgeving heb. Plus, thuis is de verleiding te groot om de dag te verspillen aan internet.

Stap drie? Ik kan nog niet zeggen dat ik de vraag ‘En wat doe jij?’ beantwoord met ‘Ik ben schrijver’, maar dat hoeft ook niet. Op dit moment is mijn antwoord ‘Ik studeer Creative Writing’ en dat heeft eigenlijk hetzelfde effect. ‘Ohh, wat cool! Wat voor soort teksten schrijf je?’ En zo krijg ik toch elke keer weer dat blije gevoel van binnen: ik doe iets “creatiefs”, ik werk full-time aan mijn hobby. Ik schrijf. (Sowieso zijn er genoeg mensen die naast het schrijven een part-time of full-time baan op een totaal ander vakgebied hebben, en dat werkt waarschijnlijk ook prima. Ik wil niet de suggestie wekken dat iedereen zijn hele leven maar moet omgooien om het aan het schrijverschap te wijden)

Ik moet nog veel leren, maar daarvoor ben ik hier. Wekelijks lees ik een zelfgeschreven gedicht of kort verhaal voor aan klasgenoten en krijg ik zeer positieve feedback. Dit geeft me meer zelfvertrouwen. Ik ben zelfs begonnen met het insturen van gedichten naar verschillende online literaire magazines. Onbetaald, maar geldzaken komen na mijn studie wel aan de orde. De docenten kunnen soms pijnlijk kleine verbeteringspuntjes aanwijzen. Ook dat brengt me verder. Het belangrijkste is dat ik er nu serieus mee bezig ben. Ik hoef niet langer te zeggen ‘Als ik groot ben, wil ik graag schrijven.’ Ik hoef niet langer excuses te maken: ‘Ja ooit zou het leuk zijn iets te schrijven, maar ik heb er nooit tijd voor.’ Nee, nu mag niets meer in de weg staan. Ik ben een schrijver, het is een full-time commitment.

Joost:

Er word wel eens gezegd dat de reis belangrijker is dan het doel. Ik zou dat kunnen vertalen naar schrijven: het gaat me eigenlijk nog meer om de bezigheid dan om het resultaat.

Natuurlijk is het prachtig om gelezen te worden. Het is een geweldige motivatie en het kan best een streling van je ego zijn. Ik vind het een eer dat ik merk dat er toch steeds weer mensen zijn die even de tijd willen nemen om mijn stukjes te lezen. En er zijn weinig dingen waar ik trotser op ben dan het feit dat ik sinds kort twee boeken op mijn naam heb staan. Toch schrijf ik nog net iets meer om het schrijven dan om het gelezen worden.

Beginnen met een blanco beeldscherm en er vervolgens in slagen om daarop iets fraais te scheppen, dat blijft een fascinerende bezigheid. Je bent dan toch een heel klein beetje God. Je kunt het heden of verleden vastgrijpen en met jouw eigen twist vastleggen. Ja kunt objectief blijven of het juist mooier of dramatischer maken. Er je eigen stempel opzetten. Om maar te zwijgen over de mogelijkheden van het schrijven van fictie. Je kunt personages en gebeurtenissen, maar ook hele steden, landen en tijdperken uit je mouw schudden.

Maar schrijven is voor mij niet alleen creativiteit. Het kan ook een soort therapie zijn. Je neemt iets wat door je hoofd spookt en probeert het er uit te halen. Iets in mooie, gestructureerde woorden op papier of een beeldscherm zetten kan een prima methode zijn tegen piekeren en malen. Je exporteert je hersenspinsels naar papier of een beeldscherm, daarna zijn ze ineens concreet. Ze liggen vast en kunnen geïmporteerd worden, door je vrienden en familie, door wildvreemden en misschien over enkele decennia door je oudere zelf. Je teksten kunnen jou ineens overleven. Als wat ooit in je grijze massa omging ergens vereeuwigd ligt, dan ben je na je overlijden toch een beetje minder dood.

De blogs die ik probeer te schrijven zijn ruwweg in twee groepen te verdelen. Er zijn de monologen en er zijn de dialogen met mezelf. De monologen zijn makkelijk. Ik weet wat ik wil zeggen en moet alleen nog even de woorden tot een lekker leesbaar geheel zien te kneden. Maar zo makkelijk gaat het lang niet altijd. Als ik schrijf dan is het soms alsof ik in een Word-bestandje een pittige discussie met mezelf aan het voeren ben. Waarin ik mezelf tegenspreek. Waarin ik me afvraag wat nou eigenlijk het punt is dat ik wil maken. Waarin ik mijn meningen ter plekke vorm, bijstel en schrap. Negen van de tien stukjes uit de eerste categorie zet ik uiteindelijk online. Negen van de tien uit de tweede categorie belanden in mijn digitale prullenbak (het stukje dat je nu leest behoort dus tot een minderheid). Maar juist die stukjes zijn voor mezelf vaak het meest leerzaam. En dan is schrijven ècht belangrijker dan gelezen worden.

Ik vind het hartstikke leuk dat je dit hebt willen lezen. Echt waar, hartelijk dank daarvoor. Hopelijk vind je het niet erg dat je toch een beetje op de tweede plaats komt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: