Passend werk

Een dag in oktober, iets na twaalf uur ’s middags. Ik word gebeld door het uitzendbureau waarbij ik me zojuist in heb laten schrijven. Ze hebben werk voor me, bijna letterlijk per direct. Of ik een dikke anderhalf uur later al kan beginnen. Het zal geen echt leuk werk zijn, maar ik zit inmiddels dermate lang in de WW dat ik me echt niet meer de luxe kan veroorloven om wat voor betaalde baan dan ook af te wijzen. Elk werk is in deze fase passend werk, zo vind men bij de uitkeringsinstantie UWV. Geen probleem, ik ben het daar eigenlijk wel mee eens. Dus stap ik kort daarna in de auto om eindelijk weer eens aan de slag te gaan.

Om twee uur die middag sta ik in één van de meest deprimerende gebouwen die ik ooit van binnen heb gezien. Ik schat dat het ernstig gedateerde fabriekspand moet stammen van rond de oorlog en vermoed dat het sindsdien nooit noemenswaardig opgeknapt is. Op mijn hoofd heb ik een haarnetje, ik draag een viezige bedrijfspolo en -broek waarvan ik betwijfel of ze wel gewassen zijn sinds één van mijn voorgangers ze voor de laatste keer uittrok en om mijn voeten heb ik verschrikkelijk onprettig zittende werkschoenen waarvan de aankoopprijs van mijn eerste salaris af zal worden gehouden. In de hal waar ik in sta is verder geen mens te bekennen, ik zie om me heen alleen pallets vol met stapels karton en het enige wat ik hoor is het lawaai van de machines in de aangrenzende ruimtes. Mijn taak voor de eerstvolgende uren: stapels karton met de hand verplaatsen van het ene naar het andere pallet. Na enige tijd sjouwen gok ik voorzichtig dat ik toch al minstens twee uur bezig moet zijn en kijk even op mijn telefoon. Ik blijk er pas een dikke drie kwartier op te hebben zitten.

Ik ben aan het begin van de dag kort geïnstrueerd door een nogal chagrijnige man die verschillende keren luidkeels liet weten dat hij eigenlijk al vrij had moeten zijn, daarna wisselt pakweg vijf uur niemand een woord met me. Er is me verteld dat ik gedurende mijn achturige dienst recht heb op twee pauzes van een kwartier, die uiteraard van mijn werktijd afgetrokken zullen worden. Ik breng die pauzes moederziel alleen door in een schemerige kantine met de gezelligheid van een gemiddelde begraafplaats, met een bekertje automaatkoffie waarvoor ik heb moeten betalen. De laatste drie uur van mijn werkdag ben ik eindelijk weer even onder de mensen als ik stukken karton in een vouwmachine mag gaan stoppen. Ik doe mijn best om het zo snel en zo nauwkeurig mogelijk te doen en met een beetje moeite kan ik het tempo van de machine bijbenen. Zo nu en dan komt een nogal potige vrouwelijke collega me even “helpen”, door opzichtig te laten zien dat ze dit vèèl sneller kan dan ik. Tijdens een snelle plaspauze kijk ik even op mijn telefoon om de sms-jes te lezen van mijn vriendin, die me een beetje op de hoogte houdt van de stand van zaken bij de interland Turkije – Nederland. Die moet ik vanavond helaas missen, evenals mijn wekelijkse bezoekje op dinsdagavond aan mijn ouders, mijn broers en mijn nichtje van bijna drie.

Om kwart over tien ’s avonds ben ik na acht uur hard werken eindelijk weer thuis. Ik schoffel nog even wat eten naar binnen, kan een kwartiertje met mijn vriendin op de bank zitten en moet daarna echt naar bed. Ik zet mijn wekker op tien over vijf. Want precies acht uur na het einde van mijn eerste werkdag zal mijn tweede al beginnen. Dus sta ik ’s ochtends om zes uur weer in dezelfde fabriekshal, evenals de ochtend daarna. Ik haat elke minuut die ik er doorbreng en krijg met het uur meer respect voor mensen die dit soort werk jarenlang doen, of zelfs hun hele leven. Ik werk zo hard en zo goed als ik kan. De tijd gaat dan toch wat sneller, bovendien wil ik mijn goede wil tonen omdat het best zou kunnen dat ik hier nog enkele weken of maanden moet blijven werken. Ik moet er maar het beste van maken. En dat lijkt wel aardig te lukken. Ik hoor geen kwaad woord van mijn leidinggevenden. In tegendeel. Ze complimenteren me als ik klaar ben met wat ik moest doen en na weer acht uur vol te hebben gemaakt word ik naar huis gestuurd met een glimlach en een schouderklopje. Na mijn derde dag hoef ik echter niet meer terug te komen. Zonder opgaaf van reden sta ik niet meer ingepland.

Een week later loop ik naar buiten bij een ander bedrijf. Nu niet uit een aftandse fabriek, maar uit een modern kantoorgebouw. Ik heb een positief sollicitatiegesprek achter de rug, eindelijk, en ik mag weer aan het werk. Nu op een comfortabele bureaustoel, achter een computer, in mijn eigen kleding en gympen, in een mooie ruimte met een radio, gratis koffie en op het eerste oog allervriendelijkste collega’s. Ik mag weer gaan DTP-en! Heel veel zekerheid heb ik nog altijd niet, ik krijg in eerste instantie een contract voor twee maanden, maar na veertien maanden thuis te hebben gezeten en tussen de honderd en honderdvijftig sollicitatiebrieven te hebben verstuurd mag ik eindelijk mijn eigen beroep weer uit gaan oefenen.

Nog voordat ik weer thuis ben van mijn sollicitatiegesprek gaat mijn telefoon. Het is mijn werkcoach van het UWV. Hij heeft feedback gekregen van het bedrijf waarvoor ik vierentwintig uur lang stapels karton heb verplaatst voor het minimumloon (minus de kosten van mijn werkschoenen). Volgens mijn complimentjes en schouderklopjes uitdelende leidinggevenden aldaar heb ik er dusdanig de kantjes vanaf gelopen dat ze het idee hebben gekregen dat ik me bewust onmogelijk heb gemaakt. En daarom wordt de uitbetaling van mijn WW-uitkering tot nader order maar eens geblokkeerd.

De week daarna ga ik weer DTP-en. Als ik op weg ben naar m’n nieuwe baan merk ik dat het karton verplaatsen toch nog wat opgeleverd heeft. Ik ben zelden met een beter humeur naar m’n werk gegaan dan nu.

Advertenties

2 Reacties so far »

  1. 1

    Ralph said,

    Ongeveer 21 jaar geleden zat ik ook in de WW en heb ketels gepoetst van binnen, zakken gevuld met kippenvoer, en ’s nachts in een broodfabriek gewerkt. Op een bepaalde manier was het heilzaam, ik heb het een half jaar volgehouden. Het heeft me wel bewust gemaakt dat ergens in onze economie hard gewerkt moet worden en dat veel mensen hun neus er voor ophalen. Onze economie stimuleert opleiding en kantoorwerk. Hij draait als je iets doet waar andere mensen geld voor over hebben. We neigen te vergeten dat ergens productie moet worden gedraaid, anders is er geen kantoorwerk… Goed dat je het werk hebt aangepakt. Die ervaring heb je mooi meegenomen.
    Ralph

  2. 2

    Annelies said,

    Ik ben het er in principe helemaal mee eens dat er niets mis is met het uitvoeren van passend werk. Ook als dat werk niet op je lijf geschreven is en de arbeidsomstandigheden niet ideaal zijn. Je wordt er ook niet stommer van. Waar ik last van heb is de eenzijdige benadering van ons aller UWV (en ik had er al geen hoge pet van op). Om alleen maar uit te gaan van de informatie van het inhurende bedrijf en zonder nader onderzoek een uitkering stop te zetten vind ik ronduit schandalig. Je reinste machtsmisbruik.
    Joost, heel veel succes met je nieuwe baan en ik hoop van harte dat je er nog heel lang mag blijven werken.


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: