Dubbelcolumn Olav & Joost, deel 8: Vegetarisme

Olav:

Net als m’n bakkie koffie heb ik sterk het idee dat ik vlees nodig heb. Zonder een stuk vlees of vis heb ik niet gegeten voor mijn gevoel. Natuurlijk weet ik dat het maar net is wat je gewend bent maar ik mis het dan gewoon. Het is misschien wel net zoiets als roken. Het zit voornamelijk tussen je oren en krijg dat er maar eens uit. In mijn naaste omgeving ken ik wat vegetariërs en heb daar wel respect voor. Voor de een wat meer als de ander. Als je in een vegetarisch gezin grootgebracht wordt is het een stuk makkelijker vegetarisch te zijn en blijven. Er zijn ook mensen die eerder altijd een stukje vlees aten en besluiten er dan toch mee te stoppen. Dat is dan weer een stuk knapper. Dat getuigt dan wel weer van een stukje karakter, waarom je het ook doet.

Dierenleed wordt vaak als propaganda gebruikt om maar geen vlees meer te eten, maar zelf vind ik dat het een losstaand Item is waar zeker veel aandacht aan zou moeten worden besteed. Ook ik weet dat de varkens anders van A naar B kunnen en de manier van vroegtijdige euthanasie kan ook wat diervriendelijker. Met paardenvlees eten heb ik niet zo’n groot probleem, als ik het maar van tevoren weet zodat ik daar zelf over kan beslissen. Legbatterijen en plofkippen zijn ook uit den boze voor mij. De enige schrijnende troost is dan nog dat de arme beestjes vaak niet beter weten. Als die dieren van hun vrijheid beroofd zouden worden en vervolgens opgesloten hun leventje moeten voortzetten, krijg ik toch ook wel een naar gevoel in mijn maag. Mijn eigen kinderen hadden een konijn in een kooi van 80 x 40. “Maar we laten hem wel eens los lopen hoor” verdedigde mijn dochtertje het dierenleed. Ik ben al blij dat het beest weggelopen is om eerlijk te zijn.

Dan heb je nog de half-vegetariërs. Geen vlees eten maar wel met leren laarzen en jas door het leven gaan. Misschien niet helemaal zoals het een vegetariër betaamd, maar dan doe je toch weer wel een halve duit in het zakje. “Ik zou het niet kunnen” roep ik al heel mijn leven, maar het is een kwestie van willen natuurlijk. Te simpel denk ik dan “wat verandert er als ik er mee stop” en daar heb ik eens goed over nagedacht. Laten we dan een groep creëren van minimaal 1000 mensen die er ook zo over denken. Een groep die geen druppel op de gloeiende plaat willen laten vallen maar een emmer. Laten we dan een jaar lang proberen die groep zo groot te maken dat je je zou schamen als je na dat jaar nog vlees zou blijven eten. Vanaf nu tot een jaar verder. Geen druppel maar een emmer, misschien wel twee.

Met die gedachte kan ik het wel…

Joost:

Lange tijd was er weinig of niets dat ik lekkerder vond dan hamburgers, frikandellen, worstenbroodjes, gehaktballen en Gelderse schijven. Ik hield van vlees. Maar op een dag besloot ik dat ik eens moest proberen om het een tijdje niet meer te eten. Mijn poging duurde welgeteld twee dagen. De aantrekkingskracht van een pizza Hawaii die me voorgeschoteld werd bleek even sterker te zijn dan mijn zelfdiscipline. Maar zodra die pizza op was begon ik direct vol goede moed aan poging twee. Die tweede poging was succesvoller en duurt inmiddels al meer dan tien jaar.

Gedurende de eerste drie weken van deze tweede poging heb ik het vlees nog behoorlijk gemist en viel het me best zwaar om “nee” te zeggen als een collega worstenbroodjes uit kwam delen of als er gehaktballen op tafel kwamen. Maar daarna was de knop wel om en ging het vegetariër zijn me steeds makkelijker af. Inmiddels vind ik de aanblik en de geur van vlees zelfs ronduit onsmakelijk. Enige tijd geleden bleek een kaasbroodje dat ik gekocht had bij nader inzien toch een saucijzenbroodje te zijn. Ik spuugde de onverwachte hap vlees meteen in een servetje en werd bijna onpasselijk van de smaak in mijn mond.

Ik werd ruim tien jaar geleden overtuigd door een quote van de Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar George Bernard Shaw. “Hoe kunnen we ideale omstandigheden verwachten op deze aarde, terwijl we zelf de levende graven zijn van vermoorde beesten?”. Hij noemde mensen levende begraafplaatsen. En dàt zette me behoorlijk aan het denken. Wilde ik nog wel verantwoordelijk zijn voor de vroegtijdige dood van wezens die aantoonbaar emoties kennen, die pijn kunnen ervaren, die kunnen horen, zien, proeven, voelen en ruiken? Wilde ik vervolgens hun dode lichamen in m’n buik hebben? Vond ik dat het feit dat een dier een lagere intelligentie en een lager bewustzijnsniveau heeft dan ik mij het recht geeft om dat wezen te degraderen tot een onderdeel van mijn avondeten? Vond ik het eerlijk dat koeien en varkens aanzienlijk minder compassie krijgen dan niet of nauwelijks intelligentere dieren zoals honden en katten, alleen maar omdat die een hogere aaibaarheidsfactor hebben? Op al die vragen moest ik ontkennend antwoorden.

Maar er zijn talloze redenen waarom mensen vegetariër worden. Om gezondheidsredenen. Of om religieuze redenen. Omdat ze het eten van vlees niet vinden passen in een beschaafde samenleving (een standpunt dat toch bepaald niet domme jongens als Einstein, Edison, Gandhi en Da Vinci er op nahielden). Uit onvrede met de leefomstandigheden van dieren in de bio-industrie. Vanwege de negatieve effecten die de vleesproductie heeft op het milieu, of op de globale voedselverdeling. Of omdat de mens anatomisch toch een stukje af staat van de vleesetende dieren, waarvan het overgrote merendeel prima in staat is om zonder hulpmiddelen z’n prooi uit te schakelen en vervolgens rauw aan stukken te scheuren met slechts z’n blote klauwen en tanden. Probeer dat als mens maar eens te doen met een koe of varken… Maar zelfs al zou de mens van nature een alleseter zijn, gaan we er doorgaans niet prat op dat door onze voortschrijdende mate van beschaving en ons rationele denken de mens zich van de dieren is gaan onderscheiden en los is gekomen van z’n oerdriften?

Inmiddels heb ik ondervonden dat je heel makkelijk zonder vlees kunt. Als je in een gemiddelde supermarkt alle vlees- en visproducten wegdenkt dan hou je nog aardig wat schappen vol voedsel over. Voor wie de textuur van vlees niet kan missen heeft elke winkel tegenwoordig bovendien een koeling vol met prima vleesvervangers (ik kan vooral Tivall’s spinazie-kaasrondo en burger royaal en eigenlijk alles van Valess van harte aanraden). Bijna één op de twintig Nederlanders is vegetariër, waardoor verreweg de meeste restaurants inmiddels ook aardig rekening houden met “ons”. De schijf van vijf laat dan ook meer dan genoeg ruimte over voor vegetarisme: zuivel, kaas, bonen, peulvruchten, noten en vleesvervangers zitten op die schijf in dezelfde categorie als vlees en vis. Je kunt dus heel eenvoudig vegetariër zijn en toch dagelijks netjes de hele schijf afwerken. Ik ben de afgelopen tien jaar geen dag ziek thuis gebleven en iedereen die me kent zal kunnen bevestigen dat ik er niet uitzie alsof ik iets tekort kom qua voeding.

Het enige wat ik ècht vervelend vind aan vegetariër zijn, is dat je regelmatig te maken hebt met niet-vegetariërs die preventief in de verdediging gaan. Je krijgt soms een vermeende aanvallende houding in de schoenen geschoven die ik niet eens in wìl nemen. Dat kan leiden tot discussies waar ik niet altijd zin in heb. Dat kan ook leiden tot bijdehante opmerkingen of tot makkelijke provocaties waar ik eigenlijk nooit zin in heb. “Je weet niet wat je mist!”. “Stel je niet aan, pak ook gewoon een worstenbroodje”. “Wat geeft het, die koe is nu toch al dood”. Of het altijd hilarische “Ach, dan eet ik vanavond wel een extra biefstukje, ter compensatie”. Of ze wijzen je erop dat je zelf misschien niet altijd 100% consequent bent. Dat ben ik ook niet. Ik eet nooit vlees of vis en draag geen leer, maar ik knijp nog wel eens een oogje dicht voor producten waar stremsel of gelatine inzit. Beter inconsequent goed dan consequent fout, denk ik dan maar.

Deels begrijp ik die defensieve houding wel. Het kan nou eenmaal confronterend zijn als iemand iets wat voor jou heel normaal is afkeurt, zelfs al keurt hij dat alleen voor zichzelf af. Maar net als een politieke of religieuze overtuiging vind ik dat vegetarisme een persoonlijke keuze moet zijn die je nooit aan iemand op moet dringen. Aan het denken willen zetten en informeren is prima, willen bekeren niet. Ik ga er vanuit dat elk volwassen mens prima in staat is om de voors en tegens op een rijtje te zetten en dan zelf een conclusie te trekken.

Maar welke conclusie je ook trekt, besef dat zelfs die ene individuele keuze van jou wel degelijk effect heeft. Geld uitgeven in de supermarkt is een beetje als stemmen. Net zoals jouw ene stem bij de Tweede Kamerverkiezingen bijdraagt aan hoe groot of klein een partij wordt, zo bepalen ook jouw euro’s welk product meer of minder geproduceerd zal worden. Op minder vraag volgt minder aanbod. Op minder vleesconsumptie volgen minder slachtingen. En denk niet dat één vegetariër geen verschil maakt. Schattingen over het aantal runderen, varkens, schapen en kippen dat de gemiddelde Nederlander in z’n leven opeet komen doorgaans uit tussen de vijfhonderd en duizend. Niet echt een te verwaarlozen aantal.

Ja, ik heb een goed gevoel over mijn tweede poging tot vegetariër zijn. Ik denk dat ik die nog wel even vol ga houden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: