Archive for augustus, 2013

Driedubbelcolumn Mark, Jelmer & Joost: Religie

Religie is altijd een gewichtig en beladen onderwerp. Daarom nu voor het nodige evenwicht eens een driedubbelcolumn met drie uiteenlopende standpunten, met medewerking van Mark Hellings en Jelmer Anker.

Mark was tot enkele jaren geleden Jehovah’s getuige, maar is nu atheïst. Jelmer gaat regelmatig naar de kerk. En ik zweef ergens twijfelend in het midden.

Mark:

“Als ik maar genoeg woorden gebruik, zit de waarheid er vanzelf tussen.”
(Freek de Jonge)

Omgeven door warmte, liefde, belangstelling. Ik kan mijn opvoeding en mijn kinderjaren niet anders omschrijven. Ouders die van je houden, voor je zorgen, met je bidden en die met je naar de kerk gaan. Ouders die je laten zien, dat de Bijbel een schitterende toekomst belooft voor ons ‘nederige’mensen, man wat mooi.

Ik vond mezelf echt bevoorrecht. Ik wist dat God mij kon en wilde helpen om een beter mens te worden, maar ook beloofde eeuwig te leven. Eeuwig leven op een aarde die veranderd zou zijn in een paradijs.
In mijn pubertijd werd ik ernstig ziek, chronisch. Maar mijn droom, mijn verlangen naar het paradijs werd hierdoor alleen maar groter. Mijn verlangen om mijn geloof, mijn hoop en mijn toekomst met anderen te delen was dan ook immens.

Ik wilde echt graag dat iedereen mijn God leerde kennen. Mijn God was er een van liefde; mensen die zeiden dat God ‘dood was’ begrepen het niet. Ik moest en zou ze helpen. En ik ging samen met mijn “broers” en zussen” langs de deur met een Bijbel en een glimlach. Daar heb ik zowel schaamte als plezier aan beleefd. Tussen twee haakjes, veel Jehovah’s getuigen vinden dit ‘langs de deur gaan’ waarbij de gemeente met je meekijkt of je dat wel vaak genoeg doet, een moeilijke taak. Een taak die vaak uit groepsdruk gedaan wordt.

‘Twijfels over mijn religie’ vraag je? Ik had in mijn jeugd nog niet zo veel twijfels. Waarom zou ik twijfels hebben? De wereld om mij heen was niet mooi, ik kreeg altijd tranen in mijn ogen van het nieuws of de krant. Vond het wel lang duren voordat mijn paradijs kwam. Maar twijfels horen erbij en die werden in mijn kerk dan ook uitgebreid besproken. Satan was voor mij en mijn kerk een reëel persoon en zorgde er op veel verschillende manieren voor dat je het geloven in God moeilijk zou vinden.

Maar de twijfels kwamen zeker, steeds vaker en steeds harder. Het meisje waar ik van hield bleek nogal wat meegemaakt te hebben als klein meisje. Mijn onkunde om te dealen met zulke zaken was ontzaglijk. De wereld werd voor mij daardoor nog zwarter. En dat paradijs, dat was er nog steeds niet. Ik werd er geestelijk en lichamelijk ziek van.

Toen ik in het ziekenhuis lag, 26 jaar oud, besloot ik : geloven in God is niet goed voor mij en ik wil niets meer met God te maken hebben. Ik stopte met het bezoeken van mijn kerk. Daarnaast ging ik mij verdiepen in de wereldreligies, evolutietheorie en de psychologie. Schitterend! Man man man wat mooi, om te zien hoe het allemaal werkt. En wat schitterend om te zien wat ‘we’ allemaal nog niet weten! De grote moeilijkheid echter van breken met het geloof bij de Jehovah’s getuigen is natuurlijk het breken met al je vrienden en gelovige familieleden. Dit was extreem zwaar en is tot op de dag van vandaag een traumatische ervaring gebleken. Voor mijn ouders is het onbegrijpelijk dat ik God en hen dit aangedaan heb en het weinige contact dat we hebben wordt daardoor overschaduwd.

Na een tijd was mijn geloof in God verdwenen, maar niet alleen mijn geloof in God was verdwenen, ik kwam tot de schokkende conclusie dat mijn geloof in het paradijs ook weg was.

De afgelopen 7 jaar breng ik mijn tijd dan maar door met carrière maken, een gezin, een band, vrienden, een hond, films en games. Vrij saai allemaal als je dat vergelijkt met mijn paradijs,.. Maar nu wel, echt en oprecht!

Maar religie is voor mij uiteindelijk typisch zo’n gevalletje “als je maar genoeg woorden gebruikt…”. Dat de waarheid er tussen zit heeft geen waarde zolang gelovigen niet aanvaarden dat er tussen hun kleine beetjes waarheid te weinig waarheid zit.

Jelmer:

Ik geloof in God.

Er was een tijd dat ik daar niet zo openlijk voor durfde uit te komen. Ondanks dat ik altijd op een Christelijke school heb gezeten leek het wel of mijn klasgenoten niet geloofden en niet naar de kerk gingen. Zelf heb ik het geloof van huis uit meegekregen. Mijn ouders gingen (en gaan nog steeds) vrijwel elke zondag naar de kerk en uiteraard namen zij hun kinderen mee en werden zij gedoopt. De eerste jaren ging ik mee omdat er geen alternatief was en ik ook nog te klein was om andere opties te zien. De bijbelverhalen en de psalmen en gezangen zijn in die tijd al wel in mijn geheugen gegrift, maar bewust van mijn geloof was ik absoluut nog niet.

Omdat ik fanatiek aan sport deed en er veel wedstrijden op zondag gespeeld werden moesten mijn ouders toen ik een jaar of twaalf was de keuze maken of ik die mocht spelen of dat de kerk toch echt voorging. Het poldermodel bleek in ons gezin al goed ingevoerd, ik mocht aan bepaalde (belangrijke) wedstrijden meedoen, maar aan de wat onbeduidende zondagse toernooien niet. Achteraf ben ik blij dat mijn ouders er op deze manier instonden, en dit heeft mijn geloof ook beïnvloed. Het geloof dat ik belijd is er niet om mensen vervelende regels op te leggen, maar dient ter inspiratie voor het leven van nu en morgen. Aan de andere kant is het ook niet iets om lichtzinnig mee om te gaan.

De inspiratie voor mijn geloof vind ik in de bijbel, voor sommigen een stoffig boek met oude verhalen, voor mij de basis van mijn wezen. Het is wel zaak om de belangrijke punten eruit te halen waar je nu iets mee kunt, anders blijven het slechts verhalen. Als vrijwilliger in de jeugdkerk heb ik me een tijd hierin verdiept en dan kom je tot de conclusie dat in vrijwel ieder verhaal een thema zit waar je in het leven anno 2013 nog inspiratie uit kunt halen. En het is fijn om met jongeren met dit soort dingen bezig te zijn, het verandert vaak de manier waarop je tegen dingen aankijkt. Is de keuze die je maakt in een bepaalde situatie geïnspireerd door de leefregels van God en Jezus of bepaal je zelf wat goed is? Voor mij een eenvoudige vraag.

Nu ik zelf volwassen ben en de zorg heb over mijn eigen kinderen is het ook aan mij (en mijn vrouw) om hen te leren over het geloof. Hierbij is het zaak om het goede voorbeeld te geven, maar ik weet zeker dat er momenten zullen zijn dat dit lastig is. Of dat er vragen komen waar ik het antwoord niet op weet. Hopelijk kan ik de meiden een goede basis geven zodat zij het geloof als waardevol ervaren. Zij moeten uiteindelijk voor zichzelf beslissen of zij ook geloven in God en op welke manier zij hier invulling aan geven. Ik zal ze hierin (misschien af en toe met wat lichte dwang) ondersteunen, zoals ook mijn ouders dat bij mij hebben gedaan. En hopelijk zeggen zij dan uit zichzelf over een jaar of wat:

Ik geloof in God.

Joost:

Ik ben opgegroeid in een van oudsher katholieke omgeving. Mijn ouders hebben de tijd waarin de pastoor de dienst uitmaakte in het dorp nog meegemaakt. In mijn jeugd speelde het katholicisme echter niet zo’n grote rol meer. Het praktiseren van het geloof was grotendeels verdwenen uit de huis- en slaapkamers en de kerkelijke rituelen vonden, volgens het toepasselijke gezegde, vooral nog plaats voor het oog van het kerkvolk. Omdat het zo hoorde, niet zozeer omdat het daadwerkelijk nog wat betekende. Je ging naar een katholieke basisschool omdat alle kinderen uit de buurt daar nou eenmaal op zaten, de enige openbare basisschool in het dorp bleef door deze vicieuze cirkel klein. Dat was tekenend.

Ik was nog vrij jong toen me iets op begon te vallen aan portretten van Jezus Christus. Hij werd meestal afgebeeld met een lichte haarkleur, een bleke huid, een rechthoekige kaaklijn en felblauwe ogen. En zo zagen de mensen die uit zijn deel van de wereld kwamen er helemaal niet uit. Het leek me dus niet erg realistisch om aan te nemen dat De Verlosser een ariër was. Ik wil niet voor de Zoon van God spreken, er zijn al te veel mensen die dat menen te moeten doen, maar ik zou me niet erg vereerd voelen als mensen bewust een verkeerde weergave van mij, gebaseerd op hun eigen ideaalbeeld, zouden verkiezen boven een rationeel gezien realistischer beeld. Langzaam begon ik me af te vragen of er in de kerk nou werkelijk zoveel waarde gehecht werd aan de waarheid, of dat men liever vast bleef houden aan vastgeroeste opvattingen, tradities en wishful thinking.

Tijdens mijn niet heel frequente kerkbezoekjes, we gingen vroeger alleen op kerstavond en bij speciale gelegenheden, twijfelde ik over steeds meer dingen. Dat rare gewaad dat de pastoor droeg, zou God dat nou echt nodig vinden? Die stokoude liedjes die keer op keer opgedreund werden, moest dat nou werkelijk van onze Hemelse Vader? Die rituelen met kruisen, kaarsen, wijn en wat al niet meer, zou de almachtige Schepper van het volledige universum ons wat minder leuk vinden als we ons daar niet mee bezig zouden houden? Ik kon het me niet voorstellen. Toch werd er in de kerk bijzonder gewichtig over gedaan. Intussen kwam Het Vaticaan steeds vaker in het nieuws met standpunten over zaken als homoseksualiteit, vrouwenrechten, anticonceptie, abortus en euthanasie die loodrecht tegenover mijn eigen rechtvaardigheidsgevoel stonden. Toen werd het wel duidelijk: bij dit clubje hoor ik niet thuis.

Mijn geloof ben ik echter nooit volledig verloren, met overtuigde atheïsten kan ik me net zo min identificeren als met streng gelovigen. Daarvoor ben ik toch teveel een agnost. Religie en geloof zijn sowieso twee verschillende dingen. Een religie is een set cultureel bepaalde regels en rituelen die ooit door mensenhanden vastgelegd zijn, je moet het daarbij maar voor lief nemen dat niemand met zekerheid vast kan stellen wat de bron van die regels was en dat die regels op sommige punten aantoonbaar vertroebeld zijn door vertaalfouten, censuur en uiteenlopende interpretaties. Geloof echter is een “gut feeling” waarvan ik niet weet waarom het niet overeind zou kunnen blijven staan als je alles wat religies er aan toevoegen weglaat.

Of er een leven na de dood bestaat of niet vind ik niet zo’n interessant discussiepunt. Het enige wat we over dit onderwerp zeker weten is dat we er geen invloed op uit kunnen oefenen en dat we er tijdens dit leven nooit onomstotelijke zekerheid over zullen krijgen. Je kunt een bibliotheek aan boeken lezen die volgeschreven zijn over dit vraagstuk, maar aan het einde van het liedje heb je er nog net zo weinig zekerheid over als toen je met je duim in de mond in de wieg lag. Gelukkig is er wel een leefregel waar geen enkele twijfel over hoeft te bestaan. Een uitspraak die toegeschreven wordt aan zowel Confucius, Mahavira, Boeddha, Isocrates en Mohammed als Jezus Christus, maar waar ook vrijwel geen atheïst iets tegenin zal kunnen brengen:

“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden”.

Als iedereen hier zich oprecht en consequent aan zou houden, dan zouden alle andere leefregels overbodig zijn. Geloof ik.

Comments (4) »