Concertrecensie: Green Day @ Pinkpop 2013

Op 28 augustus 1998 stond ik voor een groot dilemma. Ik was op het festival Lowlands en de optredens van Green Day en de Beastie Boys, twee bands die ik destijds al enkele jaren zowat verafgoodde, zouden elkaar deels gaan overlappen. Ik koos er uiteindelijk voor om twintig minuten van Green Day mee te pikken, daarna ging ik als een speer maar met pijn in het hart naar het Alpha-podium voor de Beastie Boys. Dan zou ik Green Day een ander keertje nog wel zien, nam ik mezelf voor. In de jaren die volgden deed Green Day Nederland nog meerdere keren aan, maar om verschillende redenen was ik daar steeds niet bij. Nu, vijftien jaar later, vond ik dat het er maar eens van moest komen.

Enigszins opgelucht lopen mijn vriendin en ik rond elf uur het festivalterrein van Pinkpop op, waar een uurtje later de derde en laatste dag van de 44e editie van dit festival zal beginnen. De bijna verdacht goedkoop op Marktplaats gekochte kaartjes blijken gelukkig niet te mooi om waar te zijn, als de barcodes gescand worden gaan de lampjes gewoon op groen. En een financiële meevaller is op Pinkpop (of elk ander groot festival) nooit weg, aangezien de prijzen er ronduit belachelijk zijn: zelfs voor iets simpels als een Magnum-ijsje, een schijfje meloen of een wit bolletje kaas plus een bekertje melk betaal je hier vijf euro.

De eerste band die we op de al aangenaam warme voormiddag zien is Puggy, een in België gebaseerd trio dat bestaat uit een Engelse zanger/gitarist, een Zweedse drummer en een Franse bassist, vandaag op enkele nummers aangevuld met een Belgische toetsenist. De band speelt op de Brand Bier Stage fijne popliedjes vol variatie, sterke melodiën, mooie koortjes en hoge stemmetjes, maar met name de energieke drummer Egil Franzén zorgt dat er ook altijd genoeg pit in zit. Met System Of A Down’s ‘Toxicity’ wordt daarnaast een verrassende cover gespeeld. Het enige wat op het optreden van dit kleine internationale gezelschap aangemerkt kan worden is dat er best wat minder drum- en percussie-intermezzo’s in mogen zitten, desondanks: een aangename verrassing.

Na, van een afstandje, flarden van Trixie Whitley en het bijzonder vervelende Will & The People mee te hebben gekregen gaan we bij de 3FM Stage kijken naar de Nederlandse singer/songwriter Johannes Sigmond, beter bekend als Blaudzun. Hij heeft een uitgebreide band bij en 3FM-hits als ‘Flame on my Head’ en ‘Elephants’ in z’n repertoir, maar weet op dit grote podium toch niet volledig te overtuigen. Sigmond is geen grote podiumpersoonlijkheid en zijn trucjes worden al snel eentonig: steeds die klaagstem, steeds die afwisseling tussen zacht en hard, steeds weer die monotoon doordreunende percussie op de hevigere gedeeltes.

Op hetzelfde podium zien we even later Stereophonics. Een opvallende keuze van de Pinkpop-programmeurs: de band uit Wales scoort in Groot-Brittanië nog wel zo nu en dan een klein hitje, maar is in Nederland al enige tijd uit beeld verdwenen bij het grote publiek. Menigeen zal ‘Have a Nice Day’, ‘Maybe Tomorrow’ en de Chris Farlowe-cover ‘Handbags and Gladrags’ nog mee kunnen zingen, maar deze nummers zijn inmiddels tien tot twaalf jaar oud. De band van frontman Kelly Jones lijkt er niet bijzonder op te zijn gebrand om zieltjes (terug) te winnen. Veel van hun nummers kabbelen ongeïnspireerd voorbij of proberen geforceerd lichtjes te rocken en de mannen staan op het podium met het enthousiasme van een stel ambtenaren op maandagochtend. Interactie met het publiek blijft grotendeels beperkt tot aankondigingen als “This is the first single from our new album”.

Liggend op het grote grasveld voor het hoofdpodium horen we daarna dat het optreden van Ben Howard in de smaak valt, vooral bij het vrouwelijke deel van het publiek. Als de Britse singer/songwriter klaar is gaan we naar het afgeschermde voorste vak om alvast een goede plek te hebben bij Green Day. De band komt om half negen het podium op na maar liefst drie introliedjes (‘Bohemian Rhapsody’ van Queen, ‘Blitzkrieg Bop’ van de Ramones en ‘The Good, the Bad and the Ugly’ van Ennio Morricone) en een stukje cheerleaden door een man in een roze konijnenpak.

Green Day is inmiddels allang niet meer de band waar ik in 1994 als zestienjarige zo gek op werd. Die Green Day was een band zonder franje. Drie bandleden, liedjes van iets meer dan twee minuten met vier à vijf akkoorden, optredens in T-shirts en afgeknipte spijkerbroeken. Die Green Day bestaat niet meer. Tegenwoordig maken de heren lang(dradig)e epische punkpop-opera’s en staan ze op het podium met drie extra muzikanten. Niet omdat alle liedjes dat nou zo heel erg nodig hebben, maar vooral omdat frontman Billie Joe Armstrong dan z’n handen vrij heeft om heel veel theater te maken en zich de punkrockversie van Freddie Mercury te kunnen wanen. Zijn gitaar hangt vooral nog als een accessoire om zijn schouwers. Van de twee doelgroepen die de formatie uit Oakland inmiddels te bedienen heeft komt, zoals verwacht, eerst de meeste recente aan bod. Relatief nieuwere hits als ‘Know Your Enemy’, ‘Oh Love’, ‘Holiday’ en ‘Boulevard of Broken Dreams’ gaan er bij het merendeel van het publiek in als koek.

Dan hangt Billie Joe zijn herkenbare lichtblauwe, met stickers bedekte Fernandes Stratocaster om (of één van de exacte replica’s die hij daarvan schijnt te hebben laten maken) en weten mijn generatiegenoten en ik dat wij aan de beurt zijn. Nu gaan er nummers komen van ‘Dookie’, het album dat in 1994 één van mijn hoofdredenen was om gitaar te gaan leren spelen en naar punkrock te gaan luisteren, twee beslissingen waar ik nog vrijwel dagelijks plezier aan beleef. Met ‘Burnout’, ‘Welcome to Paradise’, ‘Longview’, ‘Basket Case’, ‘When I Come Around’ en ‘She’ worden uiteindelijk zes nummers gespeeld van deze plaat, een bevredigend aantal, bovendien worden ze onberispelijk uitgevoerd. Een fan uit het publiek krijgt de dag van zijn leven als hij met grote ogen een deel van ‘Longview’ mag zingen en als bedankje een gitaar mee naar huis krijgt. Voor mij is het allemaal genoeg om Billie Joe & co de tenenkrommende carnavalsshow te vergeven die vervolgens op het podium uitbreekt, inclusief malle hoedjes, grote brillen en BH’s en een melige covermedley. Ze doen maar.

Na twee uur verlaat Green Day even het podium, om uiteraard snel weer terug te komen voor een toegift. Ik heb vooraf enkele recente setlists van de band doorgenomen en weet dat er voor mij niets interessants gespeeld meer zal worden. We verlaten om de grootste drukte voor te zijn het festivalterrein. De temperatuur is nog aangenaam en terwijl we de Wilhelminaberg beklimmen op weg naar onze parkeerplaats spelen mijn oude jeugdhelden in de verte nog een paar nummer van na mijn tijd.

Advertenties

1 Response so far »

  1. 1

    maarten said,

    Goede recensie man!


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: