Dubbelcolumn Olav & Joost, deel 5: Homofobie

Dit keer behandelen Olav Heijt en ik een wat gevoeliger onderwerp: homofobie.

Olav:

Mijn oudste zoon pakt zijn zusje van zes op en ze lacht, ze lacht eigenlijk altijd. “Homootje, met je homopetje!” roept ze ineens en trekt aan z’n cap. Ik weet niet goed hoe ik er op moet reageren en begin te lachen. Tegelijkertijd vraag ik me af waar ze die woorden vandaan zou hebben. Zeer waarschijnlijk van haar twee broers, die al redelijk beginnen te snappen waar het allemaal om draait in het leven, maar die zeker nog niet door hebben wat wel en vooral niet belangrijk is. Maar dat komt vanzelf.

Aan de ene kant merk ik wel dat de taboes, ook wat homo’s betreft, behoorlijk doorbroken zijn, maar aan de andere zijde merk ik toch ook weer wel dat de acceptatie niet 100% is en misschien ook wel nooit zal worden. Niet vaak maar toch gebruik ik het ongemerkt zo nu en dan als een soort van scheldwoord. “Homo, watje”, alsof er iets mis mee zou zijn. Misplaatst en “not done”, zeker weten, want ik heb absoluut geen hekel aan homo’s of lesbiennes, in geen geval. Ik ken er verschillende en het zijn vaak ook gewoon alleraardigste mensen. Natuurlijk zijn er in die “categorie” ook misbaksels, net zo goed als onder de “heteromensen”.

Lang geleden draaide ik me om in een kroeg en er stonden twee mannen te tongzoenen en ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet zo lang naar kon kijken. Het is niet perse vies maar gewoon een niet zo veel voorkomend beeld en dat choqueerde me nog het meeste denk ik. Frappant is dan weer wel dat als ik het twee vrouwen zie doen, ik er toch net iets langer naar kan kijken.

Waar ik minder goed tegen kan zijn de rebellerende homo’s, die zich altijd aangevallen voelen en op ieder moment en plaats hun geaardheid erg breed en luidruchtig uit moeten dragen. Natuurlijk moet je je laten horen als je je “onderdrukt” voelt, maar dat kan ook op andere manieren. Ik heb het idee dat je op deze manier de hetero’s alleen maar tegen je keert.

Ik heb dus absoluut geen hekel aan homo’s maar wel aan aanstellers, van welke geaardheid dan ook.

Op Koninginnedag stond ik met een “homokennis” te praten en ik pakte wat op van de grond. Terwijl ik een beetje draaide zei hij, “Ja, zo vraag je er wel om natuurlijk”.

Daar kan ik dan weer wel om lachen.

Joost:

Op het station zie ik wel eens posters van de Bond tegen Vloeken, met spreuken als “Een vloek mist ieder doel” en “Als een vloek valt breekt er iets”. Dat soort betuttelende betweterigheid heeft op mij altijd een averechts effect. “Rot op met je bullshit”, denk ik dan. Ik ben over het algemeen welgemanierd genoeg om niet met schuttingtaal te smijten als het echt niet gepast is. Maar zo nu en dan een krachtterm om stoom mee af te blazen, daar is volgens mij niks mis mee. “Af en toe wat schuttingtaal, da’s eigenlijk toch heel normaal”. Zet dàt maar op een poster bij een bushokje. Als je met een hamer op je duim slaan dan is “drommels” nou eenmaal niet afdoende, als je een vaas kapot laat vallen lucht “grutjes” gewoon niet op en ‘Killing in the Name’ van Rage Against The Machine zou toch een stuk minder overtuigend hebben geklonken als Zack de la Rocha in het refrein “No sir, I won’t do what you tell me” had staan blaffen.

Of je zit voetbal te kijken, een speler van je clubje weet op magistrale wijze een manier te vinden om een onmisbare kans tòch te missen, dan bekt “Kun je nou helemaal niks, ontzettende homo?” verdomd lekker. Ik floep er wel eens wat uit van een dergelijke strekking. En dat is iets waar ik me eigenlijk wèl voor schaam. Terwijl ik “homo” helemaal geen beledigend woord vind. Maar dat is nou eigenlijk het punt: door het woord in een denigrerende context te plaatsen, alsòf het een belediging is, beledig ik juist iedereen die homoseksueel is. En indirect ook mezelf. Ik zou immers de indruk kunnen wekken dat ik een homofoob ben.

Homofobie. Bij dat woord denk ik aan mannen die geen enkele vrouw kunnen krijgen, maar die er wel van overtuigd zijn dat elke homoseksuele man hen zou willen bespringen. Aan mensen die in een wereld waarin al hindernissen genoeg zijn het toch nodig vinden om andere mensen het leven zuur te maken, ook al doen die geen vlieg kwaad. Aan ouders die liever hebben dat hun lesbische dochter alleen blijft of trouwt met een man waar ze nooit van zal kunnen houden, dan dat ze zielsgelukkig wordt met een vrouw. Aan mensen die stug blijven beweren dat homoseksualiteit een ziekte is, of aangeleerd gedrag, terwijl wetenschappelijk allang bewezen is dat dit niet zo is. Aan mannen die vinden dan homo’s hun geaardheid zoveel mogelijk verborgen moeten houden, maar die zelf geen mogelijkheid onbenut laten om te benadrukken hoe heteroseksueel ze zelf zijn. Aan mensen die het moeilijk vinden om te accepteren dat niet iedereen hetzelfde in elkaar zit.

Homoseksualiteit. Bij dat woord denk ik aan mensen die een andere voorkeur hebben dan de meerderheid, maar die uiteindelijk gewoon de mooiste gevoelens die je van nature mee kunt krijgen volgen. Niets meer en niets minder.

Homo genoemd worden of homofoob, ik weet wel welke van de twee ik op zou vatten als een belediging.

Dus de eerstvolgende keer dat ik Arjen Robben weer een kansloze poging zie ondernemen om dwars door een verdediger heen te dribbelen dan zal ik m’n best doen om me in te houden en hem gewoon, heel netjes, een stomme klootzak te noemen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: