Dubbelcolumn Linda & Joost: Internetdaten

Het concept achter deze dubbelcolumns is simpel: ik kies samen met een andere schrijver een onderwerp waar we vervolgens elk op eigen wijze een stukje over schrijven. Recentelijk kon je hier al drie dubbelcolumns lezen waaraan Olav Heijt zijn medewerking verleende, maar het leek me leuk om voor de variatie ook andere gastschrijvers uit te nodigen.

Linda Spiegelberg’s werk is reeds gepubliceerd in enkele medische vakbladen, maar dit is haar eerste poging tot “recreatief schrijven”. Ze koos voor het onderwerp “Internetdaten”.

Linda:

In de huidige tijd van de social media, waarin steeds meer zich op internet afspeelt, is het ook niet zo gek dat het internetdaten steeds meer in opkomst is. Je kent het wel, van die reclames waarin twee mensen die ontzettend goed bij elkaar passen de meest geweldige dates hebben. Altijd knappe, vlotte en spontane mensen, want internetdaten is niet voor de wanhopigen onder ons die niemand kunnen krijgen. Toch zullen stiekem veel mensen het een beetje als zodanig zien. En ik was er daar stiekem, heel stiekem, ook één van. Want zeg nou zelf; zo moeilijk kan het toch niet zijn om in het ‘echte’ leven iemand tegen te komen? Niet zomaar iemand, maar als het even kan de man van je dromen? Bij de generaties voor ons, die het nog moesten doen zonder de wonderen van het wereldwijde web, is het toch ook altijd gelukt?

Totdat ik, 27 lentes jong, toch de stap eens waagde en me inschreef op zo’n site. Onder het motto: waarom ook niet? Tot dan toe was ik schrikbarend weinig mannen van m’n dromen tegengekomen op straat, bij het voetbal, bij concerten of in de kroeg. De enige keren dat het erop begon te lijken was op vakantie. Blijkbaar ben ik dan op m’n leukst. Of sta ik er het meest voor open. Maar met iemand een relatie beginnen aan andere kant van de wereld leek me toch ook weer niet zo praktisch. Ik zag me al bijna in het programma ‘Grenzeloos Verliefd’.

Nee, dan toch maar dichter bij huis zoeken. Onder lichte dwang van wat collega’s maakte ik op een anderszins vruchteloze middag op het werk dan toch maar eens een profiel aan. Erg serieus nam ik het niet: er ontbrak de eerste tijd zelfs een profielfoto. En dan begrijp ik best dat je weinig reacties kan verwachten. Na een half jaartje besloot ik dan toch een foto en wat meer tekst toe te voegen. Vanaf dat moment kwamen er gestaag wat meer berichten binnen. Want zelf ‘op zoek gaan’ en berichtjes sturen, daar was ik nog niet aan toe. Ik bleef wel gewoon wachten totdat de man van mijn dromen mij zou vinden. Want zo ‘wanhopig’ was ik immers niet. Er kwamen berichtjes van mannen (of jongens) met profielteksten als: ‘van mij mag een vrouw best een eigen willetje hebben’ (Ah, dat is goed om te horen, die heb ik namelijk wel) en ‘ik hou van leuke dingen doen’ (Da’s nou jammer, daar houd ik helemáál niet van). Eenmaal kreeg ik, na wat uitgebreider mailcontact en het uitwisselen van meer foto’s, doodleuk te horen dat hij aan die foto’s kon zien dat ik een laag zelfbeeld had en het daarom niet zag zitten. (Ah, een heuse amateurpsycholoog, maar dat stond niet in zijn profiel).

Zo’n profiel is natuurlijk wel handig. Voordat je ook maar ergens aan gaat beginnen, kan je filteren op de favoriete eigenschappen van je toekomstige droomman. Je weet meteen wat iemands lievelingsdier is, wat ‘ie graag eet en zelfs of en hoeveel kinderen er zouden moeten komen. Toch handig om alvast te weten, hoef je dat tijdens de eerste date in ieder geval niet meer te vragen. En toch is zo’n eerste date meer dan spannend. In plaats van gaandeweg erachter te komen of jullie interesses bij elkaar passen, weet je dat van tevoren al. Maar of de zogenaamde klik er is, merk je pas bij de eerste echte ontmoeting.

Via de datingsite heb ik maar één keer een eerste date gehad. Daarna hield ik het voor gezien en heb ik mijn profiel verwijderd. Inmiddels zijn Joost en ik bijna anderhalf jaar bij elkaar, en wonen sinds kort samen.

Joost:

Ik liep de toiletruimte uit, langs het podium waar de leden van de band die net klaar was met spelen nog wat na stonden te praten. Ik wurmde me in de goedgevulde kroeg tussen de menigte door en zag haar staan aan een tafeltje. Ik kende haar al bijna anderhalf jaar en was er inmiddels wel van overtuigd dat ik in m’n hele leven nooit meer iemand zou gaan ontmoeten die beter bij me zou passen dan zij. Had me de computer uit ‘Weird Science’ even geleend en ik zou iets hebben gecreëerd wat verdacht veel op haar zou lijken. Met haar uiterlijk had ze mijn aandacht al op het eerste gezicht weten te grijpen en aan mijn basiseisen, lief en intelligent zijn, voldeed ze meer dan ruimschoots. Maar wat haar vooral zo bijzonder maakte was dat in de categorie “geen vereiste eigenschap, wel een pluspunt” haar scorekaart inmiddels lang genoeg was om over te struikelen. We hadden zoveel gemeen dat het bijna griezelig werd. Ik naderde haar. Ze keek me aan met haar kalme bruine ogen en een vriendelijke glimlach. Ineens vroeg ik me af of ik op haar af zou durven stappen om haar mee uit te vragen.

Dat wil zeggen: ik vroeg me af of ik dat zou hebben gedurfd als ik haar hier nu zo tegen zou zijn gekomen en ze niet al anderhalf jaar mijn vriendin zou zijn geweest. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik daar niet met zekerheid bevestigend op zou kunnen antwoorden. De wil zou me zeker niet hebben ontbroken, het lef en de daadkracht waarschijnlijk wel.

Sommige mensen hebben er geen moeite mee om zo nu en dan een versierpoging te doen. Sommige mensen zien er leuk genoeg uit om anderen aan te zetten tot het ondernemen van zo’n poging. En sommige mensen krijgen wat hulp van het lot. De rest blijft alleen, of meldt zich vroeg of laat toch maar eens aan op een datingsite. Dat laatste is dus wat ik deed, een dikke twee jaar geleden. Alleen om even rond te kijken natuurlijk, want toegeven dat je “op zoek bent” lijkt zelfs op datingsites nog een beetje een taboe te zijn.

Ik kan niet zeggen dat ik mijn belevenissen op die datingsite als heel leuk heb ervaren. De toon was uiteraard anders, maar ik vond het allemaal verdacht veel overeenkomsten hebben met solliciteren. Je doorzoekt berichtjes op zoek naar een profiel dat bij je zou kunnen passen en doet vervolgens je best om jezelf te verkopen in een pakkend berichtje, al wetend dat er een hele grote kans is dat je een standaard afwijzingsmailtje gaat krijgen of gewoon helemaal geen reactie. Enkele keren kwam het tot een date. En, alhoewel uiteraard wel een stuk gezelliger, had ook dat wel iets weg van een sollicitatiegesprek. In enkele gevallen bleek de persoon waarmee ik al tijdje erg leuk aan het mailen was in het echt toch een beetje tegen te vallen. Eén keer zag ik het zelf wel zitten maar was dat niet wederzijds. En dat is pijnlijk. Bij een sollicitatiegesprek wijzen ze je af als werknemer, in dit geval als persoon. Dat komt toch anders aan. Maar zoals bij zoveel dingen heiligt het doel de middelen en het einde van dit verhaal is dat ik mijn vriendin leerde kennen.

Ook in dit tijdperk waarin vrijwel alles via het internet gedaan kan worden lijkt internetdaten voor sommige mensen nog een beetje een taboe. Een allerlaatste strohalm voor de meest wanhopigen onder ons. Zeggen dat jij en je partner elkaar via internet hebben ontmoet wil nog wel eens voor reacties zorgen die je het idee geven dat je zojuist een gênante bekentenis gedaan hebt.

Maar soms wordt ik ’s nachts even wakker na weer een topdag met een vriendin die eigenlijk te leuk is om waar te zijn en zie ik haar vredig slapen met haar hoofd half op mijn kussen. Op zo’n moment vraag ik me eigenlijk nooit af of ze misschien leuker zou zijn geweest als ik haar gewoon ouderwets in de kroeg had ontmoet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: