Dubbelcolumn Olav & Joost, deel 3: Triviale ergernissen

Olav Heijt is schrijver van de pocket ‘Levensliefde’ en columnist voor De Weekkrant. Hij schrijft met veel humor en gevoel over wat hem overkomt in het dagelijks leven. Soms over bijzondere gebeurtenissen, maar vaker juist over de kleine details die de meeste mensen ontgaan.

Ongeveer een jaar geleden, toen Olav en ik nog collega’s waren, ontstond het idee om samen een onderwerp te bedenken en daar elk op eigen wijze een stukje over te schrijven. Een paar weken geleden kwam het er eindelijk van en nu zijn we alweer toe aan onze derde dubbelcolumn, met als onderwerp “Triviale ergernissen”. Hieronder eerst Olav’s invulling van dit onderwerp, daarna die van mij.

Olav:

Vlak voor ik op mijn werk ben kom ik altijd door de kern van een klein dorpje, zo’n gehucht waarin je eigenlijk geboren moet zijn om er je spaarzame tijd door te willen brengen. Op de één of andere manier heb ik altijd haast, wat voornamelijk voortkomt uit mijn afwijking altijd net even te laat weg te rijden. Ook vandaag zit ik weer op het randje van te laat komen als ik stuit op een de kopman in mijn race tegen de klok. Hij rijdt net dertig kilometer per uur en ik vloek in mijn binnenste. “Hoe kan je nu in godsnaam dertig gaan rijden?” mompel ik hardop en kijk of ik er niet langs kan zonder een argeloze mede-verkeersdeelnemer te verwonden. Schuin opzij zie ik uit mijn ooghoek een bord, een bord met daarop “dertig kilometer zone” en kalmeer. Respect voor de kopman dus, ook al ben ik een paar minuten te laat. Ik stap binnen en als ik mijn tas onder het bureau smijt zegt mijn collega gekscherend, “Hee, de avondploeg is er ook al”. “Kutopmerking” denk ik nog maar weet dat hij ergens een beetje gelijk heeft, ik ben gewoon te laat. Mijn collega laat me weten een leuk filmpje te hebben gezien op YouTube en in de etenspauze besluit ik snel even te kijken. Ik klik en krijg eerst een advertentie te zien die ik na een seconde of 4 al weer weg kan klikken. Die 4 seconden duren echt een uur en ik klik bijna de hele handel weg. “Bezig met bufferen” zegt Mr YouTube en dan heb ik het niet meer. Daar wordt ik dus, blijkbaar, zo moe van, niet van het werken. Uiteindelijk is het wel een leuk filmpje dus dat compenseert gelukkig en ik stabiliseer.

Na een heerlijke werkdag zonder al te veel frustraties rij ik weer huiswaarts en moet wachten bij een rotonde. Er komt een oudere dame aan die geen richting aangeeft en toch gewoon afslaat. Sta ik daar gewoon een seconde of drie van mijn kostbare tijd te verdoen aan zo’n bejaard dametje. “Rij dan geen auto” hoor ik mezelf nog net denken en heb daar na een halve minuut alweer spijt van. Het had mijn moeder kunnen zijn tenslotte, en die doet niks fout.

Ik moet tanken om thuis te kunnen komen en sta bij de kassa achter een man die een ander bonnetje wil. “hier staat geen btw op” zegt hij geïrriteerd tegen de jonge onervaren kassabediende. “Ik heb geen andere bonnetjes” zegt het mannetje en kijkt angstig naar de grote “btw-bonbeer” De beer draait zich om naar mij en vraagt, “Jij krijgt toch ook altijd een btw bon, of niet?” Ik heb wel het idee dat hij gelijk heeft, en niet alleen door zijn postuur, en kijk naar zijn bonnetje. Er staat inderdaad geen btw op vermeld, en ik geef het terug terwijl ik denk aan mijn kostbare seconden die ik aan het verdoen ben door dit onzinnige geleuter. “Ik heb nog wel wat btw bonnetjes voor je hoor” zeg ik hulpvaardig, maar die wil hij niet. Al met al duurt dit hele drama zeker vijf minuten en net voor ik mezelf helemaal opgevreten heb mag ik betalen.

Mijn tijdsverspilling nog verwerkend stap ik weer in en vervolg mijn weg.

Voor ik naar huis ga duik ik nog even snel de Jumbo in en als ik vanuit de parkeergarage naar de slagboom rij besef ik dat ik mijn kaartje niet betaald heb aan de automaat en er dus niet uit kan. Weer geïrriteerd loop ik naar de man die achter de kassa zit, van mij uit gezien dan, en betaal hem contant. Ook dit kost me weer een berg tijd, misschien wel drie minuten, en ik vervolg mijn weg naar huis.

Hijgend stap ik binnen en zet mijn tas op het aanrecht.

Ik plof in de stoel en zucht. Uiteindelijk zit ik een paar minuten naar buiten te staren, een paar minuten en besef dat ik helemaal geen haast had en mijn ergernissen eigenlijk helemaal geen ergernissen zijn.

Haast, haast altijd…

Joost:

De reclamespotjes van Kruidvat, waarin een veel te enthousiaste mevrouw bijna een spontaan orgasme krijgt omdat de bodylotions deze week 30% goedkoper zijn. Mensen die “me” als bezittelijk voornaamwoord gebruiken. Voetbalhaters die het nodig vinden om na een belangrijke wedstrijd die door jouw club verloren is op te merken dat het “maar een spelletje” is (al is dat nog altijd iets minder erg dan “Och, hebben die sukkels alweer verloren?”). Een kassière die je tijdens het afrekenen het gevoel geeft dat je haar stoort, omdat ze net met die collega van een kassa verderop aan het bespreken was of het zaterdag de Time Out gaat worden of toch maar weer het Stratumseind. Om daarna chagrijnig weg te kijken als je “tot ziens” zegt. Mensen die een betoog waar je je totaal niet in kunt vinden afsluiten met “Ja toch?” als een retorische vraag om instemming.

Ik heb een hoop triviale ergernissen. Kleine dingetjes die nauwelijks mijn energie waard zijn, maar die me toch net iets teveel irriteren om ze volledig te kunnen negeren. Zaken die mijn bloed niet laten koken, maar het wel een paar graadjes boven de normale lichaamstemperatuur uit laten komen. En da’s prima. Niks mis mee.

Het leuke aan triviale ergernissen is, de term zegt het al, dat ze zo lekker onbelangrijk zijn. Aan burgeroorlogen, kinderverkrachters, grensrechterdoodschoppers en enge ziektes irriteer je je niet, dat zijn zaken van een ernstigere orde. Maar die lul die je vanochtend afsneed op de snelweg, die trut die luidruchtig haar kind uitkafferde in de trein, die nieuwe single van Kane en die eikel met dat bomvolle winkelwagentje die snel even voordrong bij de kassa die net open ging, die zijn over een paar minuten weer weg. En je eventjes inwendig heel erg druk maken over een probleem waarvan je weet dat het zich op korte termijn weer op zal lossen, dat is best prettig. Lekker even krabben aan een mentale jeuk. Je onzichtbaar flink opfokken, in je hoofd een rijtje enge ziektes en politiek incorrecte opmerkingen rondsmijten waar de voltallige Bond tegen Vloeken een rolberoerte van zou krijgen, en wat later is de bron van ergernis gewoon weer weg. Was het met alle problemen maar zo makkelijk.

Er is een hoop muziek die ik nauwelijks kan verdragen. Het kraaiende gekras van Anastacia of Macy Gray. Het kronkelige geblaat van Destiny’s Child, Boyz II Men en alles wat daar op lijkt. Eigenlijk alle muziek die geschikt is om op te linedancen. De uitgekauwde stadionrock van Bon Jovi en Nickelback en het onuitstaanbare gemekker van de bijbehorende zangers. Het glibberige, bronstige muzikale voorspel van John Legend. Het nummer ‘Teenage Dirtbag’ van Wheatus, met dat afschuwelijke knijpstemmetje. Of ‘Around the World’ van Daft Punk, wellicht de meest eentonige plaat ooit gemaakt. Dat vreselijk jengelende ‘Unbreak My Heart’ van Toni Braxton. Het zanikende gejank van Starsailor op ‘Alcoholic’, ik kan er nauwelijks naar luisteren. En dan ben ik nog niet eens begonnen over het volledige techno-genre met alle zielloze aftakkingen die daar bij horen.

Toch moet ik bekennen dat het af en toe best lekker is om een gedrocht op de radio voorbij te horen komen. Heel soms zoek ik zelfs bewust op YouTube iets wanstaltigs als ‘Casanova’ van Ultimate Kaos of ‘Achy Breaky Heart’ van Billy Ray Cyrus op. Je staat dan meteen weer helemaal op scherp. Eigenlijk net zozeer als je favoriete nummers laten de platen die aankomen als een belediging voor je goede smaak je weer voelen hoe groot je passie voor muziek ook alweer is. En wat klinkt elk nummer dat je daarna hoort dan ineens lekker…

Ik hoorde jaren geleden iemand (irritant genoeg kan ik me niet meer herinneren wie) iets interessants zeggen over irritaties. Het kwam er op neer dat als je je ergert aan iemand, dat diegene dan hoogstwaarschijnlijk iets doet wat jij van jezelf niet mag. Omdat je vader of moeder, een leraar, een politieagent of gewoon je eigen aangeboren goede fatsoen je geleerd heeft dat je het moet laten. Iets waar jij nèt iets te beschaafd, te slim, te handig, te alert of te empathisch voor bent. Dat hou ik sindsdien in m’n achterhoofd. Het geeft bijna elke ergernis een positief randje, een irritatie wordt een complimentje aan jezelf. Want jij bent wèl een heer in het verkeer. Jij schreeuwt niet in het openbaar. Jij schopt niet tegen fietsen van mensen die je niet kent. Jij liet laatst wèl zonder hoorbare diepe zucht een oud mensje voorgaan in de winkel. Jij gebruikt niet om de twee zinnen steeds hetzelfde stopwoord. Jij schrijft geen blogs waarin je de favoriete muziek van half Nederland wanstaltig noemt. Elke keer dat je je ergert aan een ander wordt het je duidelijker: mensen zouden eens een voorbeeld aan jou moeten nemen.

Een triviale ergernis, volgens de letterlijke betekenis is dat iets onbelangrijks wat je als vervelend ervaart. Maar misschien is het meer iets wat je graag vervelend vindt.

Vond je dit stukje niet leuk om te lezen, dan hoop ik je in elk geval een beetje te hebben geïrriteerd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: