Dubbelcolumn Olav & Joost, deel 1: Verhuizen

Olav Heijt is schrijver van de pocket ‘Levensliefde’ en columnist voor De Weekkrant. Hij schrijft met veel humor en gevoel over wat hem overkomt in het dagelijks leven. Soms over bijzondere gebeurtenissen, maar vaker juist over de kleine details die de meeste mensen ontgaan.

Ongeveer een jaar geleden, toen Olav en ik nog collega’s waren, ontstond het idee om samen een onderwerp te bedenken en daar elk op eigen wijze een stukje over te schrijven. Nu is het er eindelijk van gekomen. Het thema werd “verhuizen”, een onderwerp waar Olav veel ervaring mee heeft en waar ik recentelijk nog mee te maken had. Lees hier wat Olav daar over te vertellen heeft, met daarna mijn eigen schrijfsel.

Olav:

Verhuizen is niet leuk, helemaal niet zelfs.

In het begin verhuis je uit luxe. Weg van je bemoeizuchtige ouders, naar een kruiphok van vier bij vier, wat natuurlijk ook veel te veel moet kosten per maand. Dat is niet erg, want je moet zo nodig op jezelf gaan wonen en voor jezelf gaan zorgen, wat je helemaal niet kunt, en alleen God weet waarom.

Als je dan na een paar jaar uitgeraasd bent en zonder noemenswaardige ziektes aan je edele delen je jeugd doorgeworsteld bent ga je met het meisje van je dromen samenwonen. Op een gegeven moment moet je dan natuurlijk naar een mooier en groter huis, gewoon omdat het kan. Een paar jaar daarna verhuis je omdat je naar het huis van je dromen kunt. Er moet wel een verbouwing plaatsvinden die natuurlijk zwaar boven het zorgvuldig gestelde budget uit komt, maar dan doen we de vloer die we graag wilden later wel een keer. Als je dan eenmaal aan kinderen begonnen bent heb je ineens kamers te weinig dus ga je weer op zoek naar een ander huis. Twee kamers extra kan geen kwaad, je weet tenslotte nooit wat er allemaal nog uit je vriendin komt floepen. Dan gaat het mis en ga je scheiden dus dat wordt, juist ja, verhuizen. Zij blijft daar en jij gaat weg. Minder eisen en minder huur. Wel genoeg kamers maar in een andere buurt. Je vindt een andere baan maar weer uit de buurt en dat heen en weer rijden raak je beu, verhuizen dus. Eenmaal daar is het leuk en goed maar het werk stagneert. Je krijgt iets aangeboden, helemaal de andere kant op. Juist, verhuizen. Te snel gekozen en iets leukers gezien, meer kamers en minder huur, verhuizen! Na 23 keer mijn hok leeg te hebben getrokken voor een beter stekkie heb ik het wel een beetje gehad. Zit nu wel lekker en heb al het dierbare kort om me heen, dus ga hier maar eens blijven voorlopig.

Een droom heb ik nog steeds. Dat is wakker worden, opstaan, naar buiten kijken en de zee zien. Een huis in de duinen of aan het strand, eender welk strand of welke zee.

Die rust vind je nergens anders, heerlijk lijkt me dat.

Verhuizen, OK, nog één keer dan…

Joost:

Ik leg mijn huissleutels op het aanrecht en zet vervolgens mijn handtekening onder het controleformulier. De man van de huurstichting geeft me een hand.
“Nou meneer, de woning is netjes achtergelaten. Zo zien we het graag. Dan zijn wij nu klaar. U kunt gaan, dan ga ik nog even wat afhandelen met de nieuwe huurster.”
Terwijl hij zich bij haar voegt loop ik, inmiddels de oude huurder, door de kale gang van wat bijna vier jaar lang mijn thuis was. Het doet me eigenlijk verrassend weinig om voor de laatste keer de deur achter me dicht te trekken. Je huis helemaal leeg zien is een beetje als een bekende in een mortuarium zien liggen. Je wil best nog een keertje kijken omdat je weet dat het daarna niet meer kan. Tegelijk is het een opluchting om voor de laatste keer je blik af te wenden van iets wat slechts nog een troosteloos omhulsel is van iets wat ooit waarde voor je had.

Een week later ben ik weer in Reusel. Ik ben in het dorp geboren en getogen en heb er 34 jaar lang onafgebroken gewoond. Nu ben ik voor de eerste keer te gast en heb ik hier geen adres meer. Dat is een raar gevoel, geen eigen plekje meer hebben in wat altijd je natuurlijke omgeving geweest is. Nadat ik zoals op elke dinsdagavond bij mijn ouders ben gaan eten, een traditie die we natuurlijk gewoon in ere houden ook nu ik wat verder weg woon, rij ik nog maar een keertje door mijn oude straat. Het is niet zo ver om, zoals eigenlijk niets binnen Reusel heel ver om is. De lucht is grijs, de meeste gordijnen en luxaflexen zijn zoals gebruikelijk gesloten en na vier jaar is de straat nog altijd een sfeerloze, zielloze bouwput. Ik werp door mijn autoruit een vluchtige blik op de donkerblauwe voordeur waardoor ik een paar duizend keer thuis kwam. Achter het keukenraam staan bloemen en frisdrankflessen die ik daar niet neergezet heb. Ik voel er weinig bij. In dat huis staan mijn spullen niet meer. En wat heb ik hier nou eigenlijk achtergelaten? Een vooral op gewenning gebaseerde band, maar die zal ik in Eindhoven uiteindelijk ook wel krijgen. Herinneringen, maar ook daarvan komen er op den duur vanzelf weer een hoop aanwaaien. En een kleinere afstand naar mijn ouders en mijn broers, maar de huidige afstand is nog altijd makkelijk te overbruggen.

Intussen begin ik me al wel een beetje thuis te voelen in Eindhoven, dertig kilometer verderop. Mijn vriendin, die voorheen een dikke honderd kilometer van me vandaan woonde, slaapt nu elke avond naast me. De straat waar we in wonen is een stuk drukker en daarmee ook wel wat gezelliger dan ik gewend was. Er zit een winkelcentrum op vijf minuten lopen. Om naar de Effenaar, het PSV-stadion, de bioscoop, een paar van mijn favoriete platenzaken en boekenwinkels, de kroegen van het Statumseind of de terrasjes van de Eindhovense Markt te gaan hoef ik niet meer een dik half uur in de auto te zitten, maar nog slechts een kleine tien minuten op de fiets. In plaatsen als Amsterdam, Utrecht, Nijmegen of Den Bosch ben je vanuit Eindhoven een stuk sneller dan vanuit Reusel. En binnen de inmiddels van een mooi zonnig kleurtje voorziene muren van het huis dat er een paar weken geleden nog zo leeg en ongezellig uitzag staan inmiddels al mijn spulletjes. Mijn bank, mijn tafel, mijn kasten, mijn boeken, mijn veel te grote verzameling cd’s en platen, mijn gitaren, mijn dozen vol oude rotzooi die alleen voor mij waarde heeft. Het was een heel gedoe om dat allemaal naar Eindhoven te krijgen. Pas als je gaat verhuizen ga je beseffen hoeveel rommel je eigenlijk hebt. In mijn geval zo’n tien auto-, zeven aanhangwagen- en twee minibusladingen. Hoe vaak mijn vader, mijn broers en ik ook met volle handen naar buiten liepen, tot op de laatste dag van de verhuizing leek het of het huis maar niet leeg wilde raken.

Na ruim een maand in onze nieuwe woning in Eindhoven kan ik zeggen dat het van mij nog wel even mag duren tot de volgende verhuizing. Al was het maar omdat ik nu al moe word bij de gedachte dat al die zooi ooit weer eens van onze nieuwe A naar een volgende B zal moeten…

Advertenties

2 Reacties so far »

  1. 1

    Mam said,

    Wat en schattig verhaaltje. Zo verknocht aan Reusel en eigenlijk ook weer niet. Home is where your hart is!

  2. 2

    Olav Heijt said,

    Mooi verhaal Joost. Ik was er ook bij…


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: