Archive for april, 2013

Concertrecensies: Groezrock 2013 Dag 2 en Bootleg Beatles

Groezrock, Dag 2 @ Meerhout-Gestel, 28 april 2013

In 1992 werd in het Vlaamse gehuchtje Gestel, bij Meerhout, een klein rockfestivalletje georganiseerd: Groezrock. Vier bandjes waar je vast nog nooit gehoord hebt (Grandma’s Toy, Buckle Juice, Dinky Toys en Pitti Polak) mochten voor zo’n tweehonderd bezoekers hun ding doen. Vijf edities lang bleef Groezrock (de eerste helft van de naam is plaatselijk dialect voor gras) een marginaal festival met pop- en rockbandjes die niet direct als grote publiekstrekkers te boek stonden. Toen kreeg de organisatie in de gaten dat er een doelgroep was die geen bands nodig had die de hitlijsten domineerden om toch redelijk massaal op te komen draven: de punkrockers. Vanaf 1997 stonden op het affiche van Groezrock alleen nog punkrockbands.

De eerste keer dat ik het festival bezocht was in 1999. Alhoewel Groezrock inmiddels al een viercijferig aantal bezoekers trok was het nog altijd een vrij kleinschalig opgezet evenement. Het duurde een halve dag en vond plaats in een tent op een grasveldje midden in een woonwijk. Leden van de plaatselijke wielervereniging stonden het entreegeld te innen (waarvoor je een stempel op je hand kreeg) en de buurvrouwen zorgden met van thuis meegenomen frituurpannen voor de catering. In rondjes geknipte stukjes vloerzijl dienden als drankbonnen. Je auto kon je nog gewoon vlakbij het festivalterrein langs de weg zetten en de festivalcamping was niet veel groter dan een flinke achtertuin.

Sinds 1999 heb ik geen enkele editie van Groezrock meer gemist, ik heb het geleidelijk zien groeien tot wat het nu is: een tweedaags evenement met vijf podia, bijna honderd bands, zo’n 40.000 bezoekers en vrij pittige prijzen. Voor twee dagen festival plus camping betaal je 125 euro, parkeren kost een tientje en voor een snack ben je al snel vier euro kwijt. Veel gevorderde Groezrock-gangers klagen al jaren steen en been over de massaliteit, de vercommercialisering en de toegangsprijs van het festival, maar dat alles heeft ook zo z’n voordelen: het begint er met het jaar meer op te lijken dat er binnen de punkrock en aanverwante genres vrijwel geen bands meer zijn die voor de organisatie niet haalbaar zijn. Hele grote jongens als NOFX, Rancid, Bad Religion, Rise Against en Dropkick Murphys stonden de afgelopen jaren meerdere malen in Gestel, terwijl reünieoptredens van lang geleden gestopte bands als Gorilla Biscuits, DYS, Lifetime, Refused, Face To Face en CIV de line-up soms een bijna surrealistisch tintje gaven.

Om verschillende praktische en financiële redenen besloten mijn vriendin en ik dit jaar mijn vijftiende en haar tweede editie van Groezrock te beperken tot alleen de zondag, de laatste van de twee festivaldagen. Met pijn in het hart liet ik dus de zaterdag en daarmee onder meer Pennywise, Pulley, Texas Is The Reason, Joey Cape’s Bad Loud, Kid Dynamite, Walter Schreifels en Russ Rankin schieten. Gelukkig had de zondag nog genoeg interessants te bieden: op mijn tijdschema omcirkelde ik alvast persoonlijke favorieten als Bad Religion, Black Flag, Into Another, Strung Out en The Ataris.

Op de zonnige, droge maar voor de tijd van het jaar nog behoorlijk frisse ochtend van 28 april 2013 betreden we na een hele wandeling vanaf de geïmproviseerde parkeerplaats het festivalterrein. Er spelen voorlopig nog even geen bands die ik per sé hoef te zien (mijn vriendin is vooral voor de gezelligheid en het festivalgevoel mee gegaan en hoeft sowieso niet specifiek iets te zien), maar dat geeft niet zoveel. Je kunt op goed geluk bij één van de vijf podia naar een bandje gaan kijken. Op de Monster Stage spelen vooral de grotere punkrockbands, voor bands met meer metalinvloeden is er de Impericon Stage, voor hardcore kun je bij de Etnies Stage terecht, de Acoustic Stage heeft een bonte mix van singer/songwriters en (leden van) punkbands die gestripte versies van hun nummers spelen en op de kleine MacBeth Stage mag relatief onbekend talent zich in de kijker proberen te spelen. En heb je sowieso even geen zin in optredens, dan kun je in één van de twee merchandise-tenten cd’s, platen en kleding gaan kopen, op het gras een biertje drinken of wat gaan eten. Sinds vorig jaar wordt gelukkig ook voor de vegetariërs goed gezorgd, met een rij standjes die uitsluitend vegetarisch en veganistisch voedsel verkopen.

De eerste band die we zien is The Flatliners op de Monster Stage. Van dit soort melodieuze punkrockbands met een rauw randje gaan er voor mijn gevoel dertien in een dozijn. Daarna is het op dat zelfde podium de beurt aan The Ataris, dat ik op cd een aardige band vind (voornamelijk op de vroege albums), maar dat me live nooit erg heeft kunnen bekoren. Frontman Kris Roe maakt op de één of andere manier nooit een erg sympathieke indruk en wekt vandaag ook enige irritatie door na bijna elk nummer opnieuw zijn gitaar te stemmen. Dat de band afsluit met de Don Henley-cover ‘The Boys of Summer’ en mijn persoonlijke favoriet ‘San Dimas High School Football Rules’ compenseert wel wat. Strung Out-frontman Jason Cruz, tegenwoordig voorzien van een afzichtelijke Freddie Mercury-snor, laat weten dat hij high wil worden voordat hij vanavond naar headliner Bad Religion gaat kijken. Zijn praatjes tussen de nummers door wekken de indruk dat hij sowieso al iets geestverruimends geconsumeerd heeft. Zijn band werkt het optreden geroutineerd af, maar dat is het eigenlijk wel.

Op het Acoustic Stage speelt wat later de Nederlandse folk/punk-troubadour Tim Vantol, waar ik al veel òver maar nog nooit wat vàn had gehoord. Zijn opgefokte Americana-sound, compleet met contrabas, banjo en viool, is niet naar mijn smaak en dus kan ik er ook niet zoveel mee. Rocky Votolato, die later helemaal in z’n eentje op datzelfde podium speelt met alleen een akoestische gitaar en mondharmonica, maakt heel wat meer indruk op me. Alhoewel ik nog totaal onbekend met hem en zijn muziek ben had ik best nog heel wat langer dan veertig minuten naar zijn soepele, heldere stem en fraaie, eenvoudige, melodieuze liedjes kunnen luisteren. Op de Monster Stage is daarna The Used aan de beurt. Muzikaal doet de wat rommelige punkrock van de band me niets en de arrogante houding en rockstermaniertjes van frontman Bert McCracken gaan al snel irriteren. Dat de band er gedurende één nummer in slaagt om twee keer een “wall of death” te laten mislukken is bovendien lachwekkend. De groep lijkt nog even wat punten te gaan scoren als na de aankondiging “This is the best song ever written!” het intro van Nirvana’s ‘Smells Like Teen Spirit’ klinkt, maar na een paar seconden schakelt men helaas weer over op een eigen werkje. Op de Etnies Stage speelt wat later Into Another, een uit de New Yorkse hardcorescene voortgekomen rockband die actief was in de eerste helft van de jaren negentig, om na 16 jaar inactiviteit in 2012 de draad weer op te pikken. Met z’n relatief trage, groovy sound is het gezelschap een wat vreemde eend in de bijt op Groezrock, wat te merken is aan een maar heel matig gevulde tent. Zonde.

De wellicht meest opmerkelijke naam op het programma van Groezrock 2013 is Flag, dat bestaat uit vier ex-leden van de legendarische hardcoreband Black Flag (die bestond van 1976 tot 1986), aangevuld met All- en Descendents-gitarist Stephen Egerton. Dat veteranen Keith Morris (57), Dez Cadena (51), Chuck Dukowski (59) en Bill Stevenson (49) op het podium niet meer zo wild en maniakaal overkomen als op de oude Black Flag-platen valt hen nauwelijks kwalijk te nemen. De vele stagedivers en de setlist vol klassiekers als ‘Fix Me’, ‘Nervous Breakdown’, ‘Six Pack’, ‘Depression’ en ‘Gimmie Gimmie Gimmie’ (ik hoor een man naast me zeggen dat hij meer nummers herkent dan hij van Black Flag dacht te kennen, waarschijnlijk gaat dit voor meer mensen wel op) maken echter een hoop goed. Ietwat pijnlijk is het dat halverwege de set de toch al niet overdreven goed gevulde tent deels leegloopt om bij de Monster Stage naar Bad Religion te gaan kijken. Het feit dat daar de tent echter ook niet overdreven vol staat bevestigd het vermoeden dat deze editie van Groezrock toch niet zo goed bezocht is als de vorigen. Bad Religion maalt er niet om. De Californische punkiconen, die al 33 jaar onafgebroken actief zijn, staan zonder opgaaf van reden vanavond maar met z’n vieren op het podium, ritmegitarist Greg Hetson ontbreekt en dat doet toch een beetje afbreuk aan de sound. Met inmiddels zestien studio-albums op hun naam kunnen de heren uit een flink repertoir putten, vandaag weten ze daar al vroeg in de set bijna al mijn favorieten uit te pikken: ‘Generator’, ‘You’, ‘No Control’, ‘Punk Rock Song’, ‘Do What You Want’, ‘We’re Only Gonna Die’, ‘Sinister Rouge’.

Omdat Bad Religion al zo vroeg de nummers die ik graag wilde horen afwerkte is het wat minder pijnlijk om een kwartiertje voor het einde van de set toch maar weer de auto op te gaan zoeken om de grote drukte voor te zijn. Op weg naar de auto passeren we de camping en ben ik toch wel blij om vanavond gewoon in een bed te kunnen slapen, met een schoon toilet op een paar meter afstand. Het lijkt erop dat ik een ouwe lul begin te worden. Zeker omdat ik me bedenk dat Bad Religion, Flag en Rocky Votolato, oftewel een 33 jaar oude band, een 37 jaar oude band en een akoestische singer/songwriter, de hoogtepunten waren van mijn vijftiende Groezrock. Toch zou ik hier best nog vijftien keer terug willen komen.

The Bootleg Beatles @ Effenaar, Eindhoven, 17 april 2013

Een ouwe lul voel ik me niet zozeer op 17 april 2013 in de Effenaar, aangezien de helft van het publiek hier oud genoeg is om mijn vader of moeder te zijn. Sterker nog, mijn ouders en die van mijn vriendin zijn er ook. De nummers die vanavond gespeeld gaan worden zijn dan ook allemaal tussen de 43 en 51 jaar oud. De band die ze uit zal gaan voeren is de hoogst aangeschreven staande Beatles-coverband ter wereld, The Bootleg Beatles. Zeker voor een cover-act heeft deze groep toch een imponerend cv op weten te bouwen: men trad in 33 jaar tijd (in verschillende samenstellingen) zo’n vierduizend keer op, onder meer in het voorprogramma van Oasis, op het gouden jubileum van de Britse koningin en op grote festivals als Glastonbury. Daarnaast mocht leadgitarist Andre Barreau van Robbie Williams de solo’s inspelen op zijn hitsingle ‘Angels’.

The Bootleg Beatles zijn dan ook meer dan zomaar een bandje dat zomaar wat bekende Beatles-hits naspeelt. Muzikaal klinken de Britten akelig authentiek, de stemmen komen heel aardig in de buurt van het echte werk en de maniertjes, uitspraken en lichaamshoudingen van John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr worden tot in de puntjes gekopieerd. Paul McCartney-imitator Steve White is zelfs zover gegaan dat hij, alhoewel van nature rechtshandig, net als “Macca” nu linkshandig speelt. Wel moet je voor het gemak even vergeten dat Barreau (als enige al sinds de oprichting in 1980 van de partij) en White veel te oude koppen hebben om nog door te kunnen gaan voor respectievelijk George en Paul als twintigers. Nieuwkomer Adam Hastings lijkt daarentegen op werkelijk alle fronten griezelig veel op John Lennon in zijn Beatles-jaren. Het “Orchestra” dat volgens de aankondigingen met de band mee zal spelen is overigens nogal karig, het bestaat uit slechts drie personen.

De set is verdeeld in vier delen die elk staan voor een fase uit de loopbaan van The Beatles. Deel één is “Beatlemania”, waarin vroege hits als ‘I Want to Hold Your Hand’, ‘Please Please Me’, ‘She Loves You’ en ‘Love Me Do’ worden gespeeld, uiteraard in de kostuums die de band circa 1963 droeg, met bijpassende pruiken. White doet zijn best om net als de jonge Paul McCartney schatting met zijn hoofd te schudden en grote ogen op te zetten, Barreau en drummer Hugo Degenhardt blijven gepast op de achtergrond en Hastings maakt licht bijtende Lennon-achtige grapjes. “Where did the screaming go?”, vraagt hij zich af. Terwijl het geluid van de echte Beatles vroeger verzoop in dat van duizenden hysterisch schreeuwend tienermeisjes moeten The Bootleg Beatles het nu doen met beleefd applaus. In het tweede deel hebben de heren zich omgekleed en dragen ze de kleding die hun voorbeelden droegen tijdens het legendarische optreden in Shea Stadium in 1965. De setlist neemt een iets avontuurlijkere wending, hits als ‘Help!’ en ‘Ticket to Ride’ worden nu afgewisseld met wat minder bekende albumtracks als ‘Run for Your Life’ en ‘She’s a Woman’.

Na een korte pauze is de groep terug voor deel drie van het concert. In de bekende Sgt. Pepper-pakken wordt de psychedelische fase van The Fab Four onder handen genomen, met nummers als ‘Strawberry Fields Forever’, ‘Penny Lane’ en ‘Lucy in the Sky with Diamonds’. Nadat eerder “John” ‘You’ve Got to Hide Your Love Away’ solo heeft mogen spelen is nu “George” aan de beurt voor zijn momentje in de spotlight, met een fraaie, in zijn eentje akoestisch uitgevoerde versie van ‘While My Guitar Gently Weeps’. Direct daarna begint het laatste deel van de set, in de kleding die The Beatles droegen tijdens hun laatste publieke optreden, het befaamde “Rooftop Concert” in 1969 (een optreden dat The Bootleg Beatles dertig jaar later op dezelfde plek dunnetjes over mochten doen). Nu komen latere rock ‘n’ roll-hits als ‘Come Together’, ‘Get Back’ en ‘The Ballad of John and Yoko’ voorbij. Uiteraard is ‘Hey Jude’ de onvermijdelijke uitsmijter van de reguliere set. De avond wordt afgesloten met een korte toegift die bestaat uit ‘Back in the USSR’ en de Beatles-versie van Little Richard’s ‘Long Tall Sally’. Daarmee zit het ongeveer twee en een half uur durende concert er op. Zelfs de mensen in het publiek die geen echte grote Beatles-fans zijn zullen op een handjevol albumtracks na alle nummers herkend hebben. En dan zijn nog niet eens alle Beatles-klassiekers gespeeld, onder meer ‘Let It Be’, ‘All You Need is Love’, ‘Yellow Submarine’ en ‘Yesterday’ ontbraken.

Een kans om de echte Beatles ooit nog eens live te zien krijg je natuurlijk niet meer. Het beste alternatief is om nog eens een concert van Paul McCartney mee te pikken, die nog altijd uitsteken in vorm is en zijn setlist voor 2/3 vult met Beatles-klassiekers. Maar meteen daarna zijn The Bootleg Beatles het beste surrogaat.

Advertenties

Leave a comment »