Album top 10

10. Red Hot Chili Peppers – Mother’s Milk (1989)
De Red Hot Chili Peppers maken tegenwoordig best aardige albums met altijd wel een paar leuke liedjes. En hun concerten zijn een gezellig avondje uit voor het hele gezin. Prima, maar doe mij toch maar de Red Hot Chili Peppers die 24 jaar geleden ‘Mother’s Milk’ maakten. Ze schreven destijds veel betere nummers dan nu, dat is mijn mening, maar ze stopten er ook oneindig veel meer energie, gekte, enthousiasme en hitsigheid in dan nu. En dat is een feit. Afgelopen zomer zag ik de band live in het Goffertpark in Nijmegen. Hartstikke leuk hoor, maar ik had er wat voor gegeven als ze een paar van die redelijk inwisselbare recentere hits hadden ingeruild voor enkele nummers van hun vierde album uit 1989. Zoals mijn persoonlijke favoriet, het hoogst melodieuze en minstens zo energieke ‘Knock Me Down’. Of het funky ‘Subway to Venus’ met z’n opgewekt borrelende blazers. Het snelle, freaky ‘Nobody Weird Like Me’, het lekker springerige ‘Stone Cold Bush’, of het relaxte en sfeervolle ‘Taste the Pain’. De in een aanzienlijk hogere versnelling gegooide Jimi Hendrix-cover ‘Fire’. Of, doe eens gek, het schitterende instrumentaaltje ‘Pretty Little Ditty’ (prominent gesampled in Crazy Town’s hit ‘Butterfly’) dat z’n titel volledig waard is. ‘Mother’s Milk’ ontstond na een waardeloze periode voor de band, waarin Hillel Slovak overleed aan een overdosis, drummer Jack Irons vervolgens ontslag nam en wegzakte in een diepe depressie en zanger Anthony Kiedis, minstens zo’n grote junk als Slovak, een heftige reality check kreeg. Volledig herboren keerden de Peppers daarna terug met Chad Smith (een hardere drummer dan Irons), John Frusciante (een nog betere gitarist dan Slovak) en een voorlopig cleane Kiedis. Het resultaat was een spetterende adrenalinebom vol geweldige refreintjes, briljante riffs en baslijntjes en frisse melodieën En vooral met die spreekwoordelijke rode, hete chilipeper in de reet die ik tegenwoordig zo node mis bij de band.
Beste nummer: Knock Me Down

9. Beastie Boys – Ill Communication (1994)
Voor velen zijn de Beastie Boys altijd de oppervlakkige, seksistische macho’s gebleven van “party anthems” als ‘Fight for Your Right (To Party!)’ en ‘No Sleep Till Brooklyn’ uit 1986. Dat het New Yorkse trio later tot grote creatieve hoogtes steeg en teksten ging schrijven als “The disrespect of women has got to be through / To all the mothers and the sisters and the wives and friends / I want to offer my love and respect to the end” zal lang niet iedereen zijn opgevallen. Of dat ze zichzelf op elk album opnieuw uitvonden. De leeghoofdige rap met rockgitaren van ‘Licensed to Ill’ (1986) werd op ‘Paul’s Boutique’ (1989) vervangen door frisse, fruitige en belachelijk funky hip hop en op ‘Check Your Head’ (1992) door een extreem uiteenlopende mengeling van verschillende stijlen die op papier onmogelijk lijkt te kunnen werken. Jazzy hip hop, instrumentale funky jams, rammelende en piepende hardcore punk, dromerige new age en lo-fi blues: de lijst lijkt te gevarieerd voor een makkelijk beluisterbaar album. Maar de creativiteit, het enthousiasme en de zelfverzekerdheid maken alles goed en zorgen voor een meer dan overtuigend album. Op ‘Ill Communication’ besloten de Beastie Boys daarna om eens niet het roer om te gooien, maar nog even vast te houden aan de formule van ‘Check Your Head’ (wat eigenlijk dus wil zeggen dat er wederom geen formule was, alleen prettige muzikale anarchie) en die nog wat verder te perfectioneren. Het bekendste nummer van het album, ‘Sabotage’, staat eigenlijk symbool voor de hele plaat. In theorie zou het nummer gewoon niet moeten werken. Adrock’s schelle geschreeuw gaat door merg en been en hij rammelt op zijn gitaar zonder daadwerkelijk noten of akkoorden te spelen, MCA speelt op zijn bas wel noten maar die zijn dusdanig vervormd dat je ze nauwelijks kunt onderscheiden en intussen proberen drummer Mike D. en percussionist Eric Bobo hun drum- en trommelvellen doormidden te hakken. Hoe ze het klaarspeelden zal geen muziekdocent je uit kunnen leggen, maar ze leverden hiermee één van de meest aanstekelijke nummers van de jaren negentig af.
Beste nummer: Sabotage

8. The Beach Boys – Friends (1968)
In 1966 waren The Beach Boys “on top of the world”. De hitsingles bleven al vier jaar lang onophoudelijk komen, het album ‘Pet Sounds’ en de single ‘Good Vibrations’ waren bovendien artistieke triomfen en in een lezerspoll van het Britse muziekblad NME werden The Beach Boys uitgeroepen tot beste band, nog boven The Beatles en The Rolling Stones. In 1967 donderde alles in elkaar. Het album dat het volgende meesterwerk van de groep had moeten worden, ‘Smile’, verdween onvoltooid in de archieven en bandleider Brian Wilson werd langzaam maar zeker een steeds minder actieve kluizenaar. En in 1968? Toen besloten The Beach Boys het eens rustig aan te doen, met een volstrekt ontspannen, luchtig en ambitieloos klinkend album. Een plaat die geen enkele behoefte lijkt te hebben om een meesterwerk te zijn, maar juist mede daardoor een kalmerende en uitzonderlijk aangename luisterervaring wordt. Als de vroege Beach Boys-albums waren als een ritje in een prachtige blinkende auto over een boulevard langs een zonovergoten strand vol prachtige vrouwen, dan is ‘Friends’ als een luie, broeierige zomeravond in een hangmat in je achtertuin, met een koud drankje binnen handbereik. De songteksten gaan dan ook over bijna ontnuchterend eenvoudige huis, tuin en keuken-onderwerpen als ’s ochtends wakker worden en ’s avonds weer naar bed gaan, vrienden, vogels, vissen en eenvoudigweg niets doen. In ‘Busy Doin’ Nothin” vult Brian Wilson zelfs, ondersteund door een Spaanse gitaar en een bossa nova-beat, een heel couplet met een routebeschrijving naar zijn huis. Als je naar ‘Friends’ luistert is het nauwelijks nog te geloven dat dezelfde band ruim een jaar eerder nog verwikkeld was in een duizelingwekkende artistieke wedloop met The Beatles en dat Brian Wilson toen de beste sessiemuzikanten van Los Angeles nog tot wanhoop dreef met zijn extreme perfectionisme en drang om briljant muziek te maken. Die drang is hier volledig weg, het gevoel van opluchting is er voor in de plaats gekomen. En op z’n eigen manier is ‘Friends’ daarmee stiekem toch aardig briljant.
Beste nummer: Friends

7. No Use For A Name – More Betterness! (1999)
No Use For A Name uit San Jose, Californie begon als een heel matig punkbandje. Toen in 2007 de verzamel-cd ‘All the Best Songs’ uitkwam stond daar geen enkel nummer op van de eerste twee albums van de groep, wie luistert naar die platen weet waarom. Daarna werkte het geesteskindje van zanger, gitarist en songschrijver Tony Sly zich op tot een verdienstelijke volgeling van de succesvollere genregenoten Bad Religion en NOFX. Daar bleef het echter niet bij. Sly ontpopte zich tot misschien wel de beste liedjesschrijver van het punkrockgenre. Terwijl drummer Rory Koff en bassist Matt Riddle achter hem onverminderd door bleven stomen en de distortieknoppen op de gitaarversterkers van Sly en leadgitarist Dave Nassie (de opvolger van de naar de Foo Fighters vertrokken Chris Sliflett) lekker hoog bleven staan werden de composities van Sly steeds mooier, melodieuzer en melancholischer. En punkrock of niet, hij schroomde er niet voor om cello’s, violen en orgels op zijn nummer te gebruiken als hij dat nodig achtte. Zo staat het sfeervolle ‘More Betterness!’ vol met prachtige bitterzoete popliedjes vermomd als snelle, energieke punkrocknummers, een combinatie van het beste van mijn twee favoriete muzikale werelden. En alhoewel de muziek ondanks alle mineurakkoorden op de oppervlakte nog alle kenmerken heeft van de typische vlotte, zonnige Californische skatepunk is het op ‘More Betterness!’ tekstueel allemaal wat minder rooskleurig. De meeste tracks zijn mini-portretjes van mensen die om verschillende redenen het leven niet zo heel goed aankunnen. En soms is Sly zelf de hoofdpersoon in de trieste verhaaltjes. Sly’s eigen verhaal kende uiteindelijk geen gelukkig einde. Hij overleed afgelopen juli, pas 41 jaar oud, volledig onverwacht in zijn slaap. Hij laat een vrouw en twee dochters achter. En wat mij betreft enkele van de beste melodieuze punkrockplaten ooit gemaakt, met ‘More Betterness!’ als absoluut hoogtepunt.
Beste nummer: Not Your Savior

6. The Beatles – Magical Mystery Tour (1967)
In creatief opzicht was 1967 een glorieus jaar voor The Beatles. Ze brachten drie erg sterke of op z’n minste erg slimme singles uit: ‘All You Need is Love’, ‘Hello Goodbye’ en de dubbele A-kant ‘Strawberry Fields Forever’ en ‘Penny Lane’ (waarop John Lennon en McCartney elk één van hun allerbeste Beatles-composities leveren). Daarnaast verscheen ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’, inmiddels universeel beschouwd als het beste Beatles-album en volgens velen zelfs het beste popalbum ooit gemaakt. Opvallend is dat de voorgenoemde hitsingles niet te vinden zijn op ‘Sgt. Pepper’. The Beatles hadden immers de gewoonte om nummers op een single of een album te zetten, maar doorgaans niet op allebei. Niet helemaal alles wat The Fab Four in 1967 ondernamen was een succes. Hun psychedelische filmproject ‘Magical Mystery Tour’ flopte, ondanks de geweldige muziek. De soundtrack hiervan was geen volwaardig album, in het thuisland van de Britse groep verscheen deze als dubbel-EP met slechts zes nummers. In Amerika was het EP-formaat echter nooit een groot succes geweest, dus werd ‘Magical Mystery Tour’ daar, tegen de wens van de band, uitgebracht als volledige LP. Met het materiaal van de originele dubbel-EP op kant A en de eerder genoemde singles verzameld op de B-kant. ‘Magical Mystery Tour’ is dus bijna een compilatie te noemen en wordt om die reden vaak gediskwalificeerd voor de status van volwaardig album. Desondanks durf ik wel te stellen dat geen enkele andere Beatles-LP over de gehele linie beschikt over sterker songmateriaal. Op kant B staan vier internationale nummer één-hits en kant A is met briljante albumtracks als ‘Magical Mystery Tour’, ‘The Fool on the Hill’ en ‘I Am the Walrus’ nauwelijks zwakker. ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ mag dan worden gezien als het beste album van The Beatles. Maar volwaardig album of niet, ‘Magical Mystery Tour’ is toch echt het beste overzicht van waar de groep op z’n creatieve piek toe in staat was.
Beste nummer: Penny Lane

5. Lagwagon – Let’s Talk About Feelings (1998)
In 1990 werd in het Californische stadje Goleta Section 8 opgericht, een melodieuze punkband, aanvankelijk nog met duidelijke metalinvloeden. De groep beschikte over een aftands tourbusje dat zo traag was dat deze de bijnaam Lagwagon kreeg, niet veel later nam de band die naam over. In 1992 verscheen het debuutalbum ‘Duh’, dat al liet horen dat het gezelschap onder aanvoering van zanger en songschrijver Joey Cape op twee benen hinkte. Enerzijds was er de melige kant: een kinderlijke cartoon op de hoes, een olijke cover van het themanummer van de tekenfilmserie ‘Inspector Gadget’, de scheetgeluiden op ‘Beer Goggles’, het hyperactieve ‘Mr. Coffee’. En op het podium wilde ukkie Cape de twee koppen grotere gitarist Chris Flippin nog wel eens als klimrek gebruiken. Daar tegenover stonden melancholische composities van Cape met verbitterde teksten die lieten blijken dat de ellende die hij waarnam in zijn eigen omgeving en via het journaal zwaar wogen op zijn humeur. Op het vijfde album van Lagwagon, ‘Let’s Talk About Feelings’ uit 1998, was dat contrast er nog steeds. De maffe cartoons op het cd-hoesje, de liftgeluiden op de relaxte brug van ‘After You My Friends’ en de lollige filmsamples lijken een pokerface voor het overwegend erg serieuze karakter van het album, dat vol staat met prachtige mineurtonen en verre van opgewekte teksten. Als je dit album niet zou kennen en de songteksten en akkoordenschema’s onder ogen zou krijgen zou je ongetwijfeld een verzameling treurige klaagzangen verwachten. De meeste muzikanten zullen geneigd zijn om droefheid op een subtiele manier te brengen. Maar als je het er, zoals Lagwagon, op hoog tempo, met een flinke bak herrie en een hoop energie doorheen ramt dan komen regels als “Old friend, see you there / I will be proud from afar”, “Leave the bedsheets unclean / And they will reek of you / Still cover me in resolve” en “I can stay up late / In and out of bed / Cleaning up the mess / Inside my head” minstens zo hard aan.
Beste nummer: Leave the Light On

4. The Beach Boys – Smile (2011)
Na de artistieke triomf van het album ‘Pet Sounds’ zette Beach Boy Brian Wilson zijn zinnen op een volgend project dat nog ambitieuzer, nog complexer, nog experimenteler en nog gevarieerder moest worden. Op de wereldhit ‘Good Vibrations’ had Wilson al met veel succes verschillende losse muzikale secties (die hij “feels” noemde) aan elkaar gesmeed tot één verrassend vloeiend geheel, het album ‘Smile’ moest helemaal op die manier ontstaan, als een psychedelische lappendeken van aan elkaar geplakte miniatuurtjes. En dat geheel moest dan weer “movements” vormen met elk een thema: een reis van oost naar west door koloniaal Amerika, kinderlijke onschuld, en de vier elementen water, aarde, lucht en vuur. Uiteindelijk verslikte Wilson zich, geplaagd door onder meer mentale problemen, overmatig drugsgebruik en tijdsdruk, in het project. De onvoltooide tapes voor ‘Smile’ werden in 1967 opgeborgen en het album kreeg als beroemdste onuitgebrachte album uit de popgeschiedenis een mysterieuze, bijna mythische status. In 2011 werd het alsnog uitgebracht. Alhoewel fans en critici het er overwegend over eens waren dat de torenhoge verwachtingen van ‘Smile’ ingelost waren is dit album niet direct gemakkelijke kost. De enorme hoeveelheid ideeën de chaos, de gekte en het feit dat enkele nummers hoorbaar onvoltooid zijn bemoeilijken de eerste luisterbeurten. Geef je dit album echter de tijd om te groeien, dan openbaren zich verschillende meesterwerken van hetzelfde kaliber als ‘Good Vibrations’. Nummers als ‘Heroes and Villains’, ‘Surf’s Up’ en ‘Cabin Essence’ zijn misschien wat minder commercieel, maar minstens zo goed, minstens zo knap in elkaar gedraaid en minstens zo mooi. Maar ook relatief eenvoudigere werkjes als ‘Our Prayer’, ‘Wonderful’, ‘Wind Chimes’ en ‘Vega-Tables’ zijn hoogtepunten in de Beach Boys-discografie. De abstracte songteksten van psychedelische woordkunstenaar Van Dyke Parks scheppen bovendien prachtige surrealistische “mental pictures” bij deze nummers. Een unieke luisterervaring!
Beste nummer: Surf’s Up

3. Elliott Smith – XO (1998)
De loopbaan van de geboren Texaan Elliott Smith (echte voornaam Steve, maar dat vond hij te macho klinken) kende een opmerkelijk verloop. Als zanger en gitarist van rockband Heatmiser had hij bescheiden successen, maar nadat een akoestische demotape die hij thuis in de kelder op had genomen door platenlabeltje Cavity Search prompt tot volwaardig album werd gepromoveerd koos hij voor een solo-carrière. Zijn amateuristisch opgenomen eerste drie albums leverden hem een kleine doch fanatieke fanbasis op, waartoe ook filmregisseur Gus Van Sant behoorde, die zes van zijn nummers verwerkte in zijn succesvolle film ‘Good Will Hunting’. Het liedje ‘Miss Misery’ werd onverwacht genomineerd voor een Oscar, waarna de schuchtere Smith zichtbaar bloednerveus voor 57 miljoen tv-kijkers tijdens de uitreikingsceremonie moest spelen. Zijn nieuwe bekendheid leverde hem wel een platencontract op bij Dreamworks, met het bijbehorende vette opnamebudget. Dat gebruikte Smith om The Beatles, The Beach Boys en Simon & Garfunkel achterna te gaan met grootste, meeslepende, soms bijna epische popmeesterwerkjes waarin niet wordt gekeken op een orgeltje, een koortje of een lading violen meer of minder. En toch blijven zijn elegante akoestische gitaar en zijn bescheiden, bijna verlegen klinkende stem, de hoofdingrediënten van zijn eerdere albums, centraal staan. Daardoor wordt het dromerige karakter van zijn muziek behouden. Het is niet moeilijk om te raden wie de voornaamste inspiratiebronnen van Elliott Smith waren toen hij ‘XO’ maakte. Paul McCartney, Paul Simon, Cat Stevens en Brian Wilson, enkele van de meeste succesvolle songschrijvers uit de popgeschiedenis, klinken duidelijk door op dit album. Smith is echter niet slechts een volgeling van deze grote namen, ik waag zonder te overdrijven te stellen dat hij zich hier op een vergelijkbaar niveau bevindt. Het is eeuwig zonde dat dit achter grotendeels voorbij ging aan het grote publiek: zowel in Engeland als Amerika wist ‘XO’ niet de bovenste honderd te halen van de albumlijst.
Beste nummer: Waltz #2 (XO)

2. The Beach Boys – Pet Sounds (1966)
Begin 1966 was Brian Wilson voor zijn band en platenmaatschappij al enkele jaren de spreekwoordelijke kip met de gouden eieren. Als zanger, bassist, toetsenist, songschrijver, producer en arrangeur van The Beach Boys had het pas 23 jaar oude genie reeds tien studio-albums en evenzoveel top tien-hits afgeleverd. Toen kwam echter de ommekeer: Wilson wilde niet langer vrolijke zomerhits blijven maken, maar zijn eigen ding gaan doen. Diepere muziek maken met persoonlijkere teksten. Mede-bandlid Mike Love vreesde al voor zijn banksaldo en gebood Wilson “Don’t fuck with the formula!”, terwijl platenmaatschappij Capitol uit paniek haastig een hitcompilatie uitbracht om toch van de gebruikelijke inkomsten verzekerd te zijn. Wilson ging toch zijn gang, met ‘Pet Sounds’ als gevolg. De plaat kan een thema-album genoemd worden (alleen ‘Sloop John B.’ is dan een vreemde eend in de bijt) waarop de verschillende fases voor, tijdens en na een turbulente liefdesrelatie centraal staan. Dat levert hoop (‘I’m Waiting for the Day’), vrolijkheid (‘Wouldn’t It Be Nice’) en gelukzaligheid (‘God Only Knows’, ‘You Still Believe in Me’) op, maar ook twijfels en vrezen (‘That’s Not Me’, ‘I Know There’s an Answer’, ‘I Just Wasn’t Made for These Times’) bitterheid (‘Here Today’) en weemoed (‘Caroline, No’). Ondanks de wrange en soms ietwat duistere emoties waarmee dit album grotendeels doordrenkt is heeft ‘Pet Sounds’ altijd iets sprookjesachtigs, iets hemels, iets majestueus en wordt de stemming nooit kil en koud. Daarvoor vloeien de luchtige zanglijntjes, koortjes, blazers, strijkers en wat al niet meer veel te mooi en dromerig door elkaar heen. Zoals Brian Wilson zelf al ooit opmerkte is ‘Pet Sounds’ een album dat het beste werkt als je er in het donker naar luistert via een hoofdtelefoon, zodat je alles optimaal kunt absorberen. Desondanks werkt dit album ook oppervlakkig op de achtergrond prima: ondanks de grote vrezen van Mike Love en Capitol Records leverde het met ‘Sloop John B.’, ‘Caroline, No’, ‘Wouldn’t It Be Nice’ en ‘God Only Knows’ netjes vier hitsingles af.
Beste nummer: God Only Knows

1. The Beach Boys – Sunflower (1970)
Van 1962 tot 1967 scoorden The Beach Boys in Amerika precies 25 top 40-hits, voornamelijk met luchtige liedjes over mooie meisjes, zonovergoten stranden en snelle auto’s. Juist dat succes bleek een grote last toen ze in latere jaren andere muzikale paden ging verkennen. Veel oude fans konden zich niet vinden in het nieuwe materiaal, terwijl de hippere nieuwe doelgroep afgeschrikt werd door het brave, suffe imago van de band. Het album ‘Sunflower’ werd dan ook volkomen genegeerd en kwam in Amerika niet hoger dan een sneue 151e plaats. Doodzonde, want terwijl de albums ‘Pet Sounds’ en ‘Smile’ inmiddels universeel zijn geaccepteerd als muzikale meesterwerken verdient deze plaat wellicht dezelfde titel. Wat niet wil zeggen dat ‘Sunflower’ vergelijkbaar is met de voorgenoemde klassiekers, in tegendeel eigenlijk. Die albums zijn diep, complex, ambitieus en vernieuwend, als geheel artistieke statements op zichzelf en feitelijk zijn ze beiden soloprojecten, grotendeels ontsproten uit het getergde, melancholische brein van de briljante Brian Wilson. ‘Sunflower’ is geen van die dingen. Wat dit dan wel is? Simpelweg de meest aangename luisterervaring die The Beach Boys ooit op een LP wisten te zetten. Ook is dit de plaat waarop de groep piekt als collectief, nu eens niet als het geesteskind van Brian maar als een verbond van zes individuen, elk met hun eigen kwaliteiten. Enkele van de beste nummers die Dennis Wilson en Bruce Johnston ooit schreven zijn hier te vinden, Brian is ook nog altijd in topvorm en vocaal levert elk bandlid topprestaties. Dat resulteert in een fijn, toegankelijk, fris en fruitig, erg fraai georkestreerd en vooral zeer gevarieerd album. Elk nummer is heel anders dan het vorige, maar steeds een fraai gearrangeerd werkstukje. Met onder meer ‘This Whole World’, een doo wop-achtige achtbaanrit door duizelingwekkende akkoordenschema’s en prachtige melodieën, het spookachtige ‘All I Wanna Do’ en de ultieme ballade ‘Forever’ beschikt ‘Sunflower’ over enkele van de best bewaarde geheimen uit de popgeschiedenis.
Beste nummer: This Whole World

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: