Live

Op 2 juli 1995 mocht ik als zestienjarige met een oudere neef en zijn vrienden mee naar Rock Werchter. Grote namen die op dat festival speelden waren REM, The Cure, Therapy?, The Offspring en, met terugwerkende kracht (want toen nog lang niet zo bekend als nu), Jeff Buckley. Ik had daarvoor al wel wat locale bandjes zien spelen in kroegen en zaaltjes, maar dit was mijn eerste echte concert, met bands die daadwerkelijk iets uitgebracht hadden en die speelden voor meer mensen dan alleen hun eigen vrienden en familie en toevallig aanwezige stamgasten.

In de jaren daarna bezocht ik elke zomer twee of drie festivals. In 1997 begon ik ook naar optredens in popzalen te gaan. Aanvankelijk maar zo af en toe, vanaf 1999 vrijwel wekelijks. Meestal ging ik dan met vrienden naar punk- en hardcorebands kijken. En vanaf 2001 stond ik met de bands waar ik inmiddels zelf in speelde steeds vaker op het podium, met als bijkomend voordeel dat ik de bands die voor en/of na ons speelden gratis kon zien. Dat duurde tot 2005. Mijn twee meest actieve bands werden opgeheven, vrienden verhuisden en mijn behoefte aan weer vier of vijf bands zien per weekend nam drastisch af. Tegenwoordig ga ik niet zo heel vaak meer naar optredens kijken, gemiddeld nog een keer of tien per jaar. En elke keer neem ik me dan voor om toch weer eens wat vaker te gaan.

Als ik vijf optredens die ik gezien heb zou kunnen herbeleven, welke zou ik dan kiezen? Op chronologische volgorde:

Shelter @ Biebop, Vosselaar (B), 27 februari 1998
Vanaf 1996 ging ik naar het Grafisch Lyceum in Eindhoven. Dat betekende dat ik dagelijks twee keer een uur met de bus moest gaan reizen. Veel van die uren heb ik doorgebracht met m’n discman en een cd van mijn destijds favoriete band, Shelter. Meestal ‘Beyond Planet Earth’ uit 1997 of ‘Attaining the Supreme’ uit 1993, soms voor de afwisseling ‘Mantra’ uit 1995 of ‘Quest for Certainty’ uit 1992. Alleen ‘Perfection of Desire’ uit 1990 negeerde ik doorgaans, die vond ik wat minder sterk. Voor mij was Shelter op dat moment de perfecte band. Ik hield van de energie, snelheid en attitude van punk en hardcore, maar stiekem ook van goeie, frisse, pakkende popliedjes. Ik hield van bands die muzikaal wat meer te bieden hadden dan alleen maar een eenvoudig rijtje powerakkoorden, maar die ook weer niet dermate moeilijk deden dat ik als destijds beginnend gitarist niet met hun cd’s mee kon spelen. En van groepen met een macho-houding moest ik sowieso niets hebben, ik was zelf immers geen macho en had ook niet de behoefte om te doen alsof. In al die opzichten was ik bij Shelter aan het juiste adres. De band speelde een uniek mengsel met invloeden uit hardcore, punk, pop, rock, new wave en oosterse muziek, voorzien van intelligente teksten die me aanspraken en nieuwsgierig maakten. Dat zanger Ray Cappo en gitarist John Porcelly zich actief bezig hielden met het verspreiden van de Hare Krishna-leer vond ik niet storend, je hoeft immers niet noodzakelijk religieus te zijn om je te kunnen vinden in songteksten met kritiek op egoïsme, materialisme, racisme, massaconsumptie en de vleesindustrie. Toen ik Shelter voor de eerste keer live zag, in februari 1998 in een kleine zaal in het Belgische Vosselaar, bleek bovendien dat de groep live veel meer was dan slechts een band die de nummers speelde die ik al zo vaak uit mijn discman had horen komen. Cappo was de beste frontman die ik ooit aan het werk zag. Energiek, charismatisch, overtuigend, bevlogen. De helft van de tijd lag hij op of hing hij tussen het publiek dat al zijn teksten luidkeels mee schreeuwde, de rest van de tijd stuiterde hij over het podium alsof er springveren onder zijn schoenen zaten. Als hij praatte hing ik aan zijn lippen, ik ging bijna begrijpen hoe mensen zich konden laten inpakken door een welbespraakte sekteleider. Het was magisch. Na die avond heb ik Shelter nog negen keer live gezien, elke keer brokkelde de magie wat verder af. Toen de heren in 2000 weer op tournee kwamen was het ineens een stuk plichtmatiger en zag ik Cappo, eens een vrome Krishna-monnik, na optredens fans die een praatje wilde maken afwimpelen omdat hij meer interesse had in een stel groupies. In 2005 nam hij niet eens meer de moeite om de rest van de band mee te nemen uit Amerika en zag ik hem in de Tilburgse 013 op het podium staan met haastig bij elkaar gesprokkelde en nauwelijks op elkaar ingespeelde Nederlandse muzikanten. Het was ronduit beschamend. Ook de laatste twee albums van de band waren om te janken. Eens in de zoveel tijd zoek ik op YouTube weer wat beelden op van Shelter uit de jaren negentig, zelfs op de meest krakkemikkige video’s spat de kracht er nog vanaf. Ik heb niks met religieus fanatisme, maar mocht Cappo ooit weer terug het klooster ingaan dan juich ik dat volledig toe en sta ik bij de eerstvolgende Shelter-tournee weer vooraan.

Beastie Boys @ Lowlands, Biddinghuizen, 28 augustus 1998
Als middelbare scholier had ik zo’n enorme afkeer van de destijds populaire muziek (2 Unlimited, 2 Brothers Of The 4th Floor, Snap, etcetera) dat ik jarenlang m’n toevlucht zocht in de zoete, nostalgische muziek van de jaren vijftig en vroege jaren zestig. Pas toen ik in 1994 het album ‘Ill Communication’ van de Beastie Boys ontdekte liet ik me het muzikale heden in sleuren. Vrijwel gelijktijdig kwam ik in aanraking met Green Day’s doorbraakalbum ‘Dookie’. Deze plaat werd één van mijn voornaamste redenen om toch maar eens te gaan leren spelen op die gitaar die al jaren decoratief stond te zijn op mijn slaapkamer, tevens smaakte het genoeg naar meer om me serieus te gaan verdiepen in het genre punkrock, met alle gevolgen van dien. Er zijn dus weinig of geen albums die een grotere invloed hadden op mij als tiener en ik heb ze allebei helemaal aan gort gedraaid. Het was dan ook een behoorlijk wrede speling van het lot dat op de eerste avond van Lowlands 1998 Green Day en de Beastie Boys vrijwel gelijktijdig geprogrammeerd stonden. Green Day van half tien tot half elf in de Golf-tent, de Beastie Boys van tien uur tot half twaalf in de Alpha-tent. Ik stond voor groot dilemma, maar na lang wikken en wegen besloot ik om met pijn in het hart Green Day maar op te offeren. Ik pikte de eerste vijftien, twintig minuten van hun optreden nog even mee en ging daarna naar de Alpha-tent om een beetje vooraan te kunnen staan bij de Beastie Boys. Het optreden van mijn helden uit New York was een puinhoop. Omdat de Alpha-tent veel te vol stond dreigden de dranghekken vooraan het te begeven, waardoor de rappers zich verschillende malen genoodzaakt zagen om nummers te onderbreken. Het kwam ze op steeds luider boe-geroep te staan, onterecht natuurlijk. Een wat meer storende factor vond ik de nieuwe DJ van de groep, Mix Master Mike, die strooide met overbodige scratches en regelmatig de originele backing track van een nummer halverwege verwisselde voor een nieuwe beat. Maar veel gaf dat allemaal niet. De setlist van die avond had ik zelf niet veel beter samen kunnen stellen. In een mooie, evenwichtige mix met nummers van hun destijds laatste drie albums, plus een paar oudjes, kwamen bijna al mijn favoriete kwamen voorbij: ‘Sure Shot’, ‘Shake Your Rump’, ‘Time For Livin”, ‘Flute Loop’, ‘Alright Hear This’, ‘Egg Raid on Mojo’, ‘Tough Guy’, ‘Root Down’, ‘Gratitude’. Alles kon ik meezingen. Dus spijt dat ik niet naar Green Day was gegaan? Geen minuut. Die zou ik later nog wel een keertje kunnen zien, dacht ik. Inmiddels zijn we veertien jaar verder en zowel Green Day als de Beastie Boys heb ik tot dusver geen tweede keer gezien. Maar Green Day staat komend jaar op Pinkpop en Rock Werchter en na het overlijden van Adam Yauch in mei van dit jaar zit een herkansing bij de Beastie Boys er hoogstwaarschijnlijk niet meer in.

The Polyphonic Spree @ Pukkelpop, Hasselt-Kiewit (B), 18 augustus 2005
Ik vind naar een concert gaan toch het leukst als ik bijna alle nummers ken, of ten minste herken. Hoe goed een band ook is, zonder herkenningspuntjes is het moeilijk om een heel optreden lang geboeid te blijven. Ondanks dat ik maar één nummer van hen goed kende, ‘Section 12 (Hold Me Now)’, wilde ik op Pukkelpop 2005 toch erg graag The Polyphonic Spree zien. Hun melodieuze, bombastische, rijkelijk georkestreerde sound sprak me aan en wat ik over de groep wist maakte me nieuwsgierig. De band bestond uit ongeveer 25 leden die op het podium allemaal dezelfde gewaden droegen en hun nummers noemden ze “sections”: debuutalbum ‘The Beginning Stages Of…’ bestond uit “sections” één tot en met tien, album twee ‘Together We’ve Heavy’ ging vrolijk verder met elf tot en met twintig. Op de eerste dag van Pukkelpop 2005 betrad de groep onder leiding van frontman Tim DeLaughter om acht uur het podium van de Marquee-tent: een drummer, een bassist, twee gitaristen, een paar toetsenisten, een harpiste, een blazers- en strijkerssectie en een koor. Wat volgde was een explosie van geluid die te omschrijven was als het muzikale equivalent van wakker worden op een dag in de juli, de gordijnen opentrekken en verblind worden door een stralende zon. Een grote brei van geluiden, allemaal mooi, melodieus en reikend naar de hemel. En de band stond op het podium als een sekte die zojuist de Messias in eigen persoon op bezoek had gekregen, alle pak ‘m beet 25 gingen ze volledig uit hun plaat. Eén zorgde nog even voor een spannend momentje toen hij met een trommel onder een arm besloot om één van de masten van de tent te beklimmen. Toen hij weer beneden was begon hij als een bezetene door het publiek te rennen. Ik hoorde gedurende het optreden dus maar één bekend nummer, maar ondanks het vrijwel ontbreken van herkenningspunten had The Polyphonic Spree van mij nog uren door mogen spelen. Even later zag ik No Use For A Name elders op het festivalterrein spelen, één van mijn favoriete bands. Ik vond ze eigenlijk maar een beetje saai, die avond.

Paul McCartney @ GelreDome, Arnhem, 9 december 2009
Vooropgesteld: ik ben een grote fan van The Beatles, na The Beach Boys is het mijn favoriete band. En Paul McCartney is altijd mijn favoriete Beatle geweest. Het merendeel van mijn favoriete Beatles-liedjes zijn composities van Paul, ik vind hem een betere zanger en muzikant dan John en bovendien lijkt het me een wat aardigere vent. Daarnaast hebben we het één en ander gemeen: donkerbruin haar, vegetariër zijn, linkshandig gitaar en bas spelen maar rechtshandig drummen, zijn grote liefde heette Linda en zo heet die van mij ook. Toch was de muziek niet eens mijn voornaamste reden om op 9 december 2009 in mijn eentje (ik kon niemand vinden die er ook 75 euro en de rit naar Arnhem voor over had) naar de GelreDome te gaan. Als je een collage maakt met mensen die van invloed waren op de naoorlogse Westerse cultuur, dan horen John, Paul, George en Ringo daar groot tussen te staan. Ik ben er van overtuigd dat The Beatles over enkele eeuwen dezelfde status hebben als Shakespeare, Mozart, Bach of Rembrandt. Om die reden stond Paul McCartney ooit nog eens op zien treden (of desnoods, als het niet anders kon, Ringo Starr) hoog op mijn “to do list”. Om The Beatles live te kunnen zien ben ik een jaar of dertig te laat geboren, maar met één Beatle die Beatles-nummers zong wilde ik graag genoegen nemen. Ik stond dus in de Gelredome voornamelijk met het idee dat ik mijn eventuele kleinkinderen later ooit nog zou kunnen vertellen dat ik ‘Let It Be’ en ‘Hey Jude’ uit de mond had zien komen van de man die deze klassiekers schreef en die de originele opnames in zong (niet dat ik verwacht dat je daar in het midden van de 21e eeuw nog erg veel indruk mee maakt op een kind, maar dat terzijde). En als het concert dan ook nog eens de moeite waard zou zijn, dan zou ik dan zien als een bonus. En een bonus werd het. De al ruimschoots pensioengerechtigde McCartney zong en speelde twee en een half uur lang uitstekend, met een energie die menig half zo oude collega niet op zou kunnen brengen. En onder de 36 nummers die hij speelde waren er 22 van The Beatles. Voornamelijk klassiekers uit zijn eigen pen, maar bij wijze van eerbetoon deed hij er ook eentje van John (‘A Day in the Life’) en eentje van George (‘Something’). Nummers als ‘Yesterday’ en ‘Get Back’ klinken al bijna een halve eeuw bij vrijwel iedereen in de Westerse wereld bekend in de oren, we hebben ze allemaal bijna tot vervelens toe gehoord. Om die nummers uitgevoerd te zien worden door de enige persoon op aarde die kan claimen dat die liedjes van hem zijn was toch wel een kick. Sinds een kleine drie jaar kan ik dus zeggen dat ik een Beatle live heb gezien. En ik kan er bij zeggen dat hij nog steeds erg goed was.

The Beach Boys @ Lokerse Feesten, Lokeren (B), 7 augustus 2012
Er was een hoop aan te merken op dit concert. Mike Love was de vleesgeworden wansmaak, Brian Wilson was apathisch en de instrumenten van hem, Al Jardine en Bruce Johnston stonden niet of nauwelijks hoorbaar aan. Glaszuiver was het ook niet helemaal en als ik de setlist samen had mogen stellen zou die er radicaal anders uit hebben gezien (waarschijnlijk had ik slechts een dozijn van de 32 gespeelde nummers laten staan). Maar dit was één van die heel zeldzame momenten waarop desondanks alles ineens klopte. Zo’n moment waarop je eigenlijk op een pauze-knop zou willen kunnen drukken om het gevoel een paar dagen vast te houden. Een moment dat je op zou willen kunnen slaan, om weer te kunnen openen de eerstvolgende keer dat je ’s ochtends veel te vroeg op een veel te koude winterdag je autoruiten staat te krabben. Voor de eerste keer in mijn leven zag ik de band die al een jaar of acht een lichte obsessie voor me was live spelen. Alle nog levende bandleden waren van de partij, hoe onwaarschijnlijk dat een jaar eerder door alle onderlinge strubbelingen nog leek. Het was heerlijk warm weer op deze fraaie zomeravond en ik had het vooruitzicht dat ik over iets meer dan drie weken met mijn vriendin op vakantie zou gaan. En toen speelden ze ‘God Only Knows’, mijn favoriete nummer aller tijden. Ik sloeg mijn armen om mijn vriendin heen en op dat moment was het enige wat me dwars zat de wetenschap dat dit liedje slechts een kleine drie minuten zou gaan duren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: