Het meest waardeloze muziekjaar sinds tijden

Ik had het me nog zo voorgenomen: voorlopig even geen stukjes meer over iemand die overleden is. Ik had er op deze site al drie staan, dat vond ik voor nu wel even voldoende. Maar wist ik veel dat Tony Sly er op zijn 41e in zijn slaap tussenuit zou knijpen? Een idool wil ik hem eigenlijk niet noemen (ik ben immers geen bakvis), een held ook niet (die term kan beter exclusief blijven voor mensen die hulpeloze slachtoffers uit een brandend gebouw redden, of zoiets), maar mocht je een betere term weten voor iemand die je al je halve leven (in mijn geval dus al een kleine zeventien jaar) weet te raken, vermaken en inspireren, dan hou ik me aanbevolen.

Ik was een jaar of zestien, zeventien toen punkrock op mijn radar verscheen. Ik had er over gelezen in de Popencyclopedie en in bladen als Oor, Watt en Webber en ik was bekend met het handjevol bands in het genre dat toegankelijk genoeg was om op de radio en MTV te komen (Green Day, The Offspring, De Heideroosjes), daardoor was mijn interesse gewekt. Ik kende nog niemand die naar dat soort muziek luisterde en toegang tot het internet had ik ook nog niet. Nieuwe bands leren kennen was dus nog niet zo gemakkelijk. Gelukkig hadden de meeste platenlabels de goede gewoonte om eens in de zoveel tijd een zogenaamde label sampler uit te brengen, waarmee ze hun bands onder de aandacht brachten. Voor zo’n verzamel-cd’tje betaalde je doorgaans ongeveer een tientje (in guldens) en daarvoor kreeg je zo’n vijftien tot dertig nummers. Lekker laagdrempelig dus. Via dit soort cd’s leerde ik veel van de punk- en hardcorebands kennen die ik nog altijd tot mijn favorieten reken. Dankzij ‘Punk-O-Rama Vol. 2’ van Epitaph maakte ik kennis met onder meer Bad Religion, Rancid, Pennywise en Descendents, door ‘In-Flight Program’ van Revelation Records leerde ik Gorilla Biscuits, Youth Of Today, Shelter en Ignite kennen, op ‘Go Ahead Punk, Make My Day’ van Nitro Records hoorde ik The Vandals en AFI voor het eerst en ‘Survival of the Fattest’ van Fat Wreck Chords introduceerde me tot Lagwagon, NOFX, Good Riddance, Propagandhi en No Use For A Name. Ik was al snel helemaal verkocht.

Daarna ging ik regelmatig in Eindhoven naar platenzaak Bullit (destijds nog op het Stratumseind), om op zoek te gaan naar cd’s van de bands die mij op die samplers het meest aanspraken. Eén van die bands was No Use For A Name, waarvan ik het nummer ‘Justified Black Eye’ dus gehoord had op ‘Survival of the Fattest’. Dat nummer was afkomstig van hun derde album ‘¡Leche Con Carne!’, dat ik al snel in huis haalde. No Use For A Name werd destijds nog vaak afgedaan als een lichtelijk opgevoerde kopie van het almachtige Bad Religion, maar alhoewel het eigenlijk vloeken in de punkrockkerk is om dat toe te geven vond ik No Use beter dan Bad Religion. En om nog eerlijker te zijn: dat vind ik eigenlijk nog steeds. ‘¡Leche Con Carne!’ bleek bovendien een heerlijk album te zijn voor een beginnend gitarist, wat ik destijds was. De ritmepartijen waren makkelijk mee te spelen, de solo’s en andere riedeltjes waren voor mij ook nog wel haalbaar maar zagen er als ik ze speelde ongetwijfeld best moeilijk uit. Althans, in mijn beleving.

Vanaf het vijfde album ‘More Betterness!’ uit 1999 begon No Use steeds meer krediet te verspelen bij de oude fans, omdat de nummers steeds een beetje langzamer, melodieuzer en melancholischer begonnen te worden. Oftewel: minder punk, wat dat ook mag betekenen (en waarbij je je sowieso mag afvragen wat nou meer “punk” is: doen wat je achterban van je verlangt, of je eigen pad volgen). ‘More Betterness!’, nog altijd één van mijn favoriete albums aller tijden, heb ik in de maanden nadat het uit was gekomen helemaal grijs gedraaid in mijn stereo en in mijn discman, in de bus op weg naar het Grafisch Lyceum. Wellicht ook een beetje omdat ik destijds nog verdrong dat ik stiekem eigenlijk net zoveel hield van goede popliedjes als van de punkrock waar ik inmiddels vrijwel exclusief naar luisterde. Want Tony Sly, zanger, gitarist en songschrijver van No Use For A Name, was eigenlijk helemaal geen punker. Hij was dan wel de voorman van een band die gebruik maakte van snelle drums, gitaren met een flinke bak distortie en klettere basgitaar, maar hij schreef gewoon bitterzoete popliedjes. Geen maatschappijkritische tirades, maar kwetsbare teksten over liefde (doorgaans onbereikbaar of in de verleden tijd), angsten en twijfels. Liedjes die bij vrijwel elke andere songschrijver trage klaagzangen zouden zijn geworden, maar die in zijn handen juist energieke punkrockliedjes werden. Melancholie hoeft helemaal niet subtiel naar de luisteraar gebracht te worden, dat kun je er minstens zo effectief ook keihard inrammen, zo bleek op schitterende nummers als ‘On the Outside’, ‘International You Day’ en ‘Not Your Savior’.

Jaren later, toen ik inmiddels schreef voor het maandblad Up Magazine, kreeg ik twee keer de gelegenheid om Sly te interviewen. In het voorjaar van 2005 en nogmaals in het voorjaar van 2008. Eerlijk gezegd vond ik dat doodeng, tegelijk was het ook wel een kick. Om thuis de telefoon te nemen, een nummer in te toetsen en enkele tellen later de stem te horen die al ontelbare keren uit je stereotoren en je oordopjes kwam. Gelukkig bleek Sly een aangename gesprekspartner. Vriendelijk, geduldig, wel een tikkeltje gereserveerd. Precies goed om het beeld in stand te houden dat je wil hebben van iemand die je toch een beetje als een idool ziet (vooruit, ik breek even met mijn eerdere stelling over die term). Onlangs heb ik die twee interviews nog eens teruggelezen. Duidelijk is dat Sly geen vrolijke peer was. In 2005 vertelde hij me dat het destijds net uitgekomen album ‘Keep Them Confused’ voortkwam uit het nare, dubbele gevoel dat hij kreeg van het idee dat zijn pasgeboren dochter op moest groeien in een verdeeld land vol politici die gedreven werden door haat. Dat hij niet langer wilde proberen om zijn publiek tevreden te stellen en nu voor zichzelf had gekozen. Dat hij de eerste albums van zijn eigen band eigenlijk onbeluisterbaar vond. Dat het hem een beetje frustreerde dat zijn platenlabel zijn akoestische solo-opnamen niet uit wilde brengen (dat zouden ze overigens later wel doen). Drie jaar later zei hij dat hij het eerder genoemde ‘Keep Them Confused’ achteraf eigenlijk helemaal geen goede plaat vond.

Op 1 augustus kwam dus het bericht dat Tony Sly overleden was. Tsja, wat moet je daarmee? Ik kende hem niet persoonlijk en zal er dus in de praktijk weinig van merken. Het aantal concerten van No Use For A Name dat ik gezien heb zal definitief blijven staan op zeven (de eerste keer op Lowlands 1998, de laatste keer in de Melkweg in 2010) en het aantal reguliere albums van de band op acht. Daar komt nooit meer wat bij, daar moet ik het vanaf nu mee doen. Maar groter is het effect voor mij persoonlijk eigenlijk niet. En toch is het vreemd. Zoals ik eerder al schreef luister ik al mijn halve leven naar de muziek van No Use For A Name. Als 17-jarige middelbare scholier schoof ik regelmatig een cd van die band in mijn stereo en als 33-jarige doe ik dat nog steeds. Als de stem van en het brein achter die muziek er ineens niet meer blijkt te zijn, dan doet dat wat met je.

Ik luister betrekkelijk veel naar oudere muziek, veel van mijn favoriete muzikanten zijn de pensioengerechtigde leeftijd dan ook al ruimschoots gepasseerd. De twee muzikanten die ik hoger heb zitten dan wie dan ook, Brian Wilson en Paul McCartney, zijn inmiddels zeventigers en ik besef dat ze misschien geen twintig jaar meer mee zullen gaan. So be it. Maar dat in minder dan drie maanden tijd zowel Adam Yauch als Tony Sly als veertigers het leven zouden laten, dat was potverdomme niet de bedoeling. 2012 duurt nog ruim vier maanden en heeft al best wat leuke platen opgeleverd (waaronder ironisch genoeg ook Tony Sly’s tweede split-album met Joey Cape), maar wat mij betreft is het nu al het meest waardeloze muziekjaar sinds tijden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: