De mensen die normaal gesproken niet doodgaan

Het is een gegeven dat iedereen ooit dood gaat en dat je nooit de garantie hebt dat je morgenvroeg weer op zult staan. Van kinds af aan groei je op met die wetenschap. Tot 11 november 2001, aanstaande vrijdag tien jaar geleden, was dat voor mij echter nog grotendeels een theoretische wetenschap. Destijds had ik alleen een opa en een oma verloren, afgezien daarvan was mijn directe omgeving nog volledig gespaard gebleven. Doodgaan was iets exclusiefs voor ouderen en mensen die ik niet persoonlijk kende. Dat veranderde met een berichtje op een internetforum. “Godverdomme!” was de titel van het berichtje, geloof ik. De boodschap: de zanger van de hardcoreband Guilty, Robb, en zijn goede vriend Adam waren omgekomen bij een auto-ongeluk. Op dat moment werkte mijn brein even in slow motion, alsof er in mijn bewustzijn nog even een estafettestokje doorgegeven moest worden. Guilty? Die band ken ik! Sterker nog, ik ken iedereen in die band persoonlijk. Robb dus ook. En zijn vriend Adam? Die ken ik ook! Wacht even, die hebben een ongeluk gehad?

Ik zou overdrijven als ik zou zeggen dat ik Robb en Adam tot mijn beste vrienden mocht rekenen. Wel zag ik ze regelmatig. Rob was geboren en getogen in hetzelfde dorp als ik, Adam woonde twee dorpjes verderop. We behoorden tot het relatief selecte groepje mensen dat hield van hardcore punk, dat schept automatisch toch een beetje een band. We hadden veel wederzijdse vrienden en kennissen en bezochten vaak dezelfde optredens, soms gingen we daar ook in dezelfde auto of hetzelfde busje naartoe. De band waar Robb in zong repeteerde elke dinsdagavond in hetzelfde gebouwtje als de band waar ik gitaar in speelde. Hun drummer was de broer van onze bassist, hun voormalige bassist de broer van onze andere gitarist. En Adam’s zus was de vriendin van onze zanger.

Met Robb had ik persoonlijk niet zoveel, zijn karakter was heel anders dan het mijne. Luidruchtig, middelpunt van de belangstelling, weinig subtiel, onbezonnen. Riep dat hij “New York violence” in de pit wilde zien terwijl hij in een gemoedelijk Brabants kroegje achter een biljarttafel op stond te treden. Niet mijn stijl. Toch mocht ik hem wel. Ik kende hem niet anders dan sympathiek en vriendelijk. Als iemand een bandje afzeikte nam hij het voor ze op, hoe slecht ze ook mochten zijn. Voelde zich voor niemand te cool. Ik hoorde eens dat hij, helemaal uit eigen beweging, ooit naar het politiebureau was gegaan om het verkeersbord te betalen dat hij de vorige avond in een dronken bui gesloopt had.

Met Adam had ik wat meer. Een brede, kaalgeschoren jongen met tattoo’s van onder meer PSV en Guiness, maar ook van de Maagd Maria en zijn moeder. Die veel minder bedreigend was dan hij er wellicht voor sommigen uitzag. Hij zal ongetwijfeld, zoals iedereen, z’n minder aardige kanten hebben gehad, maar persoonlijk heb ik daar nooit wat van meegekregen. Hem sprak ik, in tegenstelling tot Robb, ook wel eens één op één. Ik herinner me met name een avond op Pukkelpop in 2000. Iedereen die we kenden ging naar Limp Bizkit kijken op het hoofdpodium, alleen wij stonden voor Vision bij de Skate Stage en hadden vooraf een hartstikke goed gesprek. Tijdens één van onze andere gesprekken zei hij dat hij wist dat hij niet oud zou worden. Misschien dertig, hooguit veertig. Ik zei dat hij uit z’n nek lulde.

Met drie auto’s propvol vrienden op pad gaan. Dat was altijd een feest, maar niet op die toepasselijk grauwe zondagochtend van 11 november 2001. In plaats van de gebruikelijke puberale grappen, oeverloze discussies over bandjes en keiharde muziek was er nu niets meer te horen dan de motor van de auto en af en toe een diepe zucht. Alle gezichten stonden op onweer en je voelde dat elk woord dat je zou zeggen er één teveel zou zijn. De ouders en zus van Adam kende ik als vriendelijke en hartelijke mensen, toch zag ik op dat moment huizenhoog op tegen een bezoek aan hen. Denk aan op weg zijn naar een tandartsbezoek met direct daarna een sollicitatiegesprek en je komt ongeveer halverwege dat gevoel. Je moet er naartoe, ergens wil je er heel graag naartoe, maar tegelijk wil je er ook helemaal niet naartoe. Wat zeg je in hemelsnaam tegen iemand die zijn of haar zoon of broer enkele uren daarvoor heeft verloren? En wat ga je aantreffen? Woede, hysterie, ongemakkelijke stilte, hartverscheurend verdriet, of zou de impact nog niet helemaal zijn doorgedrongen?

In de dagen die volgden leefde ik in een waas en voelde ik me als een zombie. Op 3FM was meerdere keren per dag de nieuwe single van Linkin Park te horen met de zin “And in the end it doesn’t even matter”. ‘Waarheen, Waarvoor’ in een modern jasje. Het hielp bepaald niet dat ik dagelijks twee keer vijf kwartier moest reizen van en naar mijn stageplek en daardoor iets teveel gelegenheid had tot piekeren. Toen de anderen weer op bezoek gingen bij Adam’s ouders ging ik niet mee. De laatste keer dat ik Adam zag had hij een grijns op zijn gezicht en een glas bier in elke hand. Dat beeld wilde ik niet inruilen voor een beeld van zijn levenloze lichaam. Een volgende reality check kwam toen ik de volledige namen van Robb en Adam las in een krantenartikel. Ik vond het een bizar gezicht. Die namen in dat artikel, in die context, dat klopte gewoon niet. Mensen van mijn leeftijd die ik persoonlijk kende, ik wist dat die in theorie ook dood konden gaan, maar in de praktijk gebeurde zoiets gewoon niet. Een dikke twee weken later overleed George Harrison. Alhoewel ik een grote Beatles-fan was, en nog altijd ben, deed het nieuws me vrij weinig. Hij behoorde immers tot de groep van mensen waarvoor het wel normaal is om dood te gaan.

Met degenen die op die grauwe zondagochtend in die drie auto’s zaten heb ik vandaag de dag niet meer zoveel contact. Af en toe een e-mail of een berichtje op Facebook, dat is het in de meeste gevallen wel. We zijn een beetje uit elkaar gegroeid en velen van hen wonen niet meer in de buurt. Dus of ik met Robb en Adam wel nog contact zou hebben gehad als tien jaar geleden die boom niet precies op de verkeerde plek had gestaan, dat betwijfel ik. Desondanks word ik nog dagelijks aan ze herinnerd. Het affiche van het herdenkingsconcert voor ze hangt ingelijst in mijn keuken. Met mijn band speel ik tijdens repetities nog regelmatig het voor hen geschreven nummer ‘We’ll Meet Again’. Hun rouwkaartjes en de krantenartikelen over het ongeluk heb ik bewaard. Elke dag kom ik op weg van en naar mijn werk langs een electriciteitshuisje waar de letters AJH, Adam’s initialen, nog altijd in enorme graffitiletters op staan. Elke dag kijk ik dan even opzij. Het nummer ‘When the Angels Sing’ van Social Distortion, gedraaid op de begrafenis van Rob en de crematie van Adam, laat me nog altijd niet koud. En dan is er nog dat shirt.

Op een avond ergens in 2001 stond ik in een kroeg. Ik droeg een tweedehands workshirt met achterop een print van de band Agnostic Front en voorop een naamplaatje van de oorspronkelijke eigenaar, een loodgieter die toevallig Adam heette. Die avond kwam ik Adam tegen. Een shirt van een band die hij goed vond, met een naamplaatje met zijn eigen naam, dat vond hij toch wel erg gaaf. Hij wilde het eigenlijk wel hebben. Hij vroeg of hij het mocht kopen en hoeveel ik ervoor moest hebben. Ik zou er nog even over nadenken. Toen ik naar huis liep bedacht ik me dat ik Agnostic Front toch niet zo’n boeiende band vond en dat ik het shirt wel een keer gewoon aan hem zou geven. Zodra je besluit dat je iets aan iemand wil geven is het voor je eigen gevoel niet meer van jou. Daarom ligt het shirt nog altijd netjes opgevouwen in mijn kledingkast, al tien jaar niet meer gedragen.

Advertenties

8 Reacties so far »

  1. 1

    Olav Heijt said,

    Mooi verhaal Joost. Nu heb ik het ook een beetje meegemaakt….

  2. 2

    Mam said,

    Geweldig mooi…..

  3. 3

    D.K. said,

    Dat heb je goed verwoord Joost ! Mis hun ook nog elke dag.
    H2O GO !!! Daar sloten ik en Adam elk telefoongesprek of sms mee af.

    H2O GO !

    D.K.

  4. 4

    Annelies said,

    Indrukwekkend beschreven Joost, complimenten!
    Annelies

  5. 5

    vader said,

    Geweldig …..indrukwekkend

  6. 6

    john en monique hoogerwerf said,

    Prachtig Joost !
    Erg subtiel verwoord en een prachtig sfeerbeeld van iemand uit de omgeving van Adam toen.
    Ben ook erg blij met verhalen en nieuws over Adam”s leven zodat het niet lijkt of alles stilstaat en voorbij is!

  7. 7

    Loes said,

    Heel indrukwekkend

  8. 8

    Marco said,

    Mooi beschreven Joost! Ik haal de dag zò terug in mijn gedachten, d’n 11e van d’n 11e is sinds 2001 niet meer hetzelfde…


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: