De afstand van de Frederiklaan naar de Aalsterweg

De aankomst

Zondag 18 september 2011. Met mijn vader en broer steek ik in Eindhoven de Frederiklaan over, waaraan het Philips Stadion van PSV staat. Het imposante gebouw staat prominent en niet te missen op een steenworp afstand van het centrum. Samen met het Evoluon en de Witte Dame is het één van dè gezichtsbepalers van de vijfde stad van Nederland. In een omtrek van meer dan een kilometer staat op elk stukje grond dat ook maar enigszins kan dienen als parkeerplaats een auto. Het is ook rondom het stadion een drukte van belang met mensen die zoeken waar ze naartoe moeten, wat eten of drinken of gewoon nog even de sfeer opsnuiven. Er staan flinke rijen voor alle 36 ingangen van het gebouw. Het stadion met meer dan 35.000 plaatsen is, zoals meestal tijdens competitiewedstrijden, tot op de laatste stoel uitverkocht. Vandaag had het stadion ongetwijfeld minstens dubbel gevuld kunnen worden met belangstellenden. We hebben geluk dat we kaarten hebben kunnen regelen via een vriend van mijn broer, die werkt voor PSV. Via de reguliere verkoop was dat erg lastig geweest.

Bijna een maand later, zondag 16 oktober 2011. Eveneens in Eindhoven, zo’n vier kilometer verderop. Ik loop naar het knusse Jan Louwers Stadion van FC Eindhoven aan de Aalsterweg, dat buiten de stad in een groene omgeving verstopt ligt tussen een sporthal, een zwembad, hockeyvelden en tennisbanen. Het is dat de lichtmasten overal bovenuit steken, anders zou je je een ongeluk kunnen zoeken naar deze locatie als je niet weet waar je moet zijn. Het stadionnetje met 4.600 plaatsen zit al decennia lang nooit vol, alleen toen stadsgenoot PSV drie maanden geleden voor een oefenpotje op bezoek kwam mocht het bordje “uitverkocht” weer eens onder een dikke laag stof vandaan gehaald worden. Alhoewel de thuisclub vandaag goede hoop heeft op aardig gevulde tribunes valt dit toch een beetje tegen. Ik arriveer een minuut of tien voor aanvang van de wedstrijd en zie dat ongeveer de helft van de stoeltjes nog leeg zijn. En op de weg naar het stadion toe is het niet overdreven druk.

De clubs

Frederiklaan. Vandaag staat één van de absolute topwedstrijden in het Nederlandse voetbal op het programma, PSV tegen Ajax. PSV heeft 21 landstitels, een Europa Cup I en een UEFA Cup op de erelijst staan en belandde de afgelopen 35 seizoenen maar twee keer buiten de Nederlandse top drie. Ajax kan zelfs nog een imposanter lijstje overleggen: dertig nationale kampioenschappen, vier keer de Europa Cup I/Champions League-titel, een Europa Cup II, een UEFA Cup en twee Wereldbekers. Uit historisch oogpunt mogen eigenlijk alleen de wedstrijden tussen Ajax en Feyenoord “klassiekers” genoemd worden, de laatste decennia zijn de ontmoetingen tussen Ajax en PSV echter meestal belangrijker geweest.

Aalsterweg. Ook deze wedstrijd is een topper, zij het op een niveau lager. En een regioderby bovendien. In de Jupiler League (de Eerste Divisie) staat FC Eindhoven momenteel uiterst verrassend op de tweede plaats. De tegenpartij van vandaag is het Tilburgse Willem II en deze club staat, zoals de kersverse degradant uit de Eredivisie aan z’n stand verplicht is, derde. Beide clubs zijn ook ooit landskampioen geweest, al is dat even geleden. Eindhoven was in 1954 de laatste landskampioen in het amateurtijdperk, Willem II een jaar later de eerste in het proftijdperk. Dat was voor Eindhoven de eerste titel, voor Willem II de derde en voor beiden tot op heden de laatste. Inmiddels zijn de clubs dus afgedaald naar het tweede niveau. Eindhoven 33 jaar geleden al, Willem II pas afgelopen lente, na enkele jaren aanmodderen in de onderste regionen van de Eredivisie. De twee Brabants clubs hebben nog wat dingen met elkaar gemeen. Allebei hebben een rijke geschiedenis en zijn meer dan een eeuw oud. En allebei stonden ze in recente jaren aan de rand van de afgrond door financiële problemen.

De stadions

Frederiklaan. We zijn even naar de fanshop geweest, een mooie grote winkel waarin je de meest uiteenlopende gebruiksvoorwerpen, hebbedingetjes en kledingstukken kunt vinden, uiteraard voorzien van PSV-logo. We hebben al snel weer rechtsomkeer gemaakt omdat de rijen voor de kassa zo lang zijn dat we het begin van de wedstrijd zouden missen als we hier iets zouden kopen. We sluiten even verderop aan in de rij voor onze ingang. We moeten onze kaartjes laten scannen en zoeken dan via een eindeloze trap door een betonnen trappenhuis onze plaats op. We zitten op rij 44, onnodig om te vermelden dat dit best hoog is. Sterker nog, hoger kun je niet zitten, direct achter ons houden de tribunes op. Voor zo ongeveer de slechtste plaatsen van het stadion hebben we ieder 25 euro betaald, relatief zijn dat best goedkope kaartjes. Ondanks de omvang en de massieve zee van tienduizenden stoeltjes die het speelveld omringen heeft het Philips Stadion toch een knusse sfeer, met steile tribunes dicht op het veld. Alhoewel 35.000 plaatsen voor Europese topvoetbalnormen een relatief bescheiden capaciteit is had het stadion de eer om als decor te fungeren van de UEFA Cup in 2006 en drie wedstrijden op het EK van 2000, wat wel iets zegt over de status van deze fraaie arena. Mijn broer biedt aan om even bier te gaan halen. Daar moet je FanTasty-muntjes voor hebben, plastic muntjes die je voor € 2,10 per stuk uit automaten kan halen waar uiteraard ook steevast lange rijen voor staan. Mijn broer komt terug met cola in plaats van bier. Risicowedstrijd en dus geen alcoholverkoop, zo blijkt.

Aalsterweg. Ik sta voor het ietwat gammele hek bij een hoek van het stadion, van deze ingang maken alle toeschouwers gebruik, afgezien van de mensen op de hoofdtribune en de supporters van de tegenpartij. Er staat geen rij. Ik moet wel even een identiteitsbewijs laten zien, om aan te tonen dat ik niet stiekem een Tilburger ben die bij het thuispubliek wil gaan zitten, en kan dan meteen doorlopen. Ik passeer een marktkraampje waarop wat shirtjes en sjaaltjes uitgestald liggen die nauwelijks de aandacht trekken van potentiële kopers. Ik loop langs de korte zijde van het veld door een smal strookje niemandsland achter één van de twee doelen. Links van me staat geen tribune maar kijk je uit op een troosteloze bouwput, rechts staat een hoog, roestig hek dat volkomen nutteloos is omdat het even verderop ophoudt. Ik wandel naar de langste tribune, aan de overkant. Deze eenvoudige Noud van Melis-tribune heeft lichtblauwe stoeltjes die ooit gewoon blauw waren. Je kunt gewoon met contant geld bier kopen bij een piepklein bakstenen hokje, of de cateringwagen die daar wegens verwachte relatieve drukte langs staat. Op mijn kaartje van 14 euro lees ik dat ik op rij één zit, maar de plaatsaanduiding op de toegangskaarten van FC Eindhoven staat er eigenlijk alleen voor de sier op. Op de Noud van Melis-tribune gaat iedereen gewoon zitten waar hij of zij wil. Ik ga ook nu in de hoogste mogelijke rij zitten, hier is dat rij acht. Nog altijd lekker dicht op het veld. Aan de overkant staan drie verschillend vormgegeven tribunes aan elkaar geplakt, wat een rommelige en amateuristische aanblik biedt. Ondanks de lelijkheid heeft het bescheiden stadionnetje een charmante nostalgische uitstraling die meer doet denken aan de jaren zeventig en tachtig dan aan 2011. Een bijna uitgestorven soort sfeer die bij de meeste andere Nederlandse profclubs al lang is weggerenoveerd, -verbouwd en gesloopt.

De teams

Frederiklaan. De teams komen het veld op. Alhoewel je voor de echte wereldsterren niet in de Nederlandse competitie moet zijn is het toch geen misselijke verzameling spelers die hier de grasmat opkomt. Maar liefst 18 van de in totaal 22 basisspelers mogen zichzelf international noemen, de twee clubs hebben gezamenlijk nog eens ongeveer een dozijn spelers met die status op de bank en de tribune zitten. Met spelers als Kevin Strootman, Tim Matavz, Dries Mertens (PSV), Theo Janssen, Siem de Jong en Christian Eriksen (Ajax) zullen vandaag enkele van de grootste smaakmakers van het Nederlandse voetbal in actie komen. PSV en Ajax hebben een begroting van respectievelijk 60 en 62 miljoen euro, daarmee kun je nog eens wat.

Aalsterweg. De begroting van FC Eindhoven, anderhalf miljoen euro, is de laagste van alle Nederlandse betaald voetbalclubs en welgeteld 2,5% zo groot als die van stadsgenoot PSV. Vergeleken bij FC Eindhoven is tegenstander Willem II een rijke club, hun begroting past toch nog precies tien keer in die van Ajax. Logisch dat de spelers die hier het veld opkomen van een wat andere orde zijn dan een maand eerder aan de Frederiklaan. Willem II heeft met onder meer Stephan Keller, Mitchell Piqué, Donny de Groot en Jonas Kolkka nog een paar spelers met aardig wat Eredivisie-ervaring. Wat klinkende namen betreft kan Eindhoven daar weinig meer tegenover stellen dan veteraan Theo Lucius, een oud-speler van PSV en Feyenoord die in 2005 drie interlands speelde, en het bij FC Groningen mislukte talent Serhat Koc.

Het publiek

Frederiklaan. Om ons heen is geen lege stoel te bekennen. Het merendeel van de mensen heeft iets roods aan met de naam PSV en/of het logo van de club. Sommigen zijn zichtbaar bloednerveus, zelfs nog voordat de eerste bal getrapt is. Zodra de wedstrijd begonnen is, is het oorlog. Als er “Wie niet springt die is een Jood” gezongen wordt schudt het stadion op z’n grondvesten. Gezang of spreekkoren uit het uitvak wordt steevast direct overstemd door een striemend massaal fluitconcert. Ook de de jonge Ajax-verdediger Nicolai Boilesen wordt, zonder enige aanleiding, op zo’n fluitconcert getrakteerd als hij geblesseerd het veld moet verlaten. Om de simpele reden dat hij een Ajax-shirt draagt en dus De Vijand is. Als niet lang daarna PSV-doelman Przemyslaw Tyton roerloos op de grond blijft liggen met een op het oog ernstige hoofdblessure hoeft hij dan ook niet op erg veel sympathie van het Amsterdamse publiek te rekenen. “Laat maar liggen, hij is dood” zingen ze. De rivaliteit lijkt bij sommigen in de buurt te komen van echte haat. Bij de Eindhovense goals ontploft het Philips Stadion, bij de Amsterdamse goals wordt hartgrondig gevloekt. Je hebt het gevoel dat er een allesvernietigende veldslag uit zou breken als je de hekken rond het uitvak weg zou halen.

Aalsterweg. De stoelen links en rechts van me en voor me zijn leeg. Elders in het tribunevak zitten wat plukjes toeschouwers, opvallend veel vrouwen, kinderen en ouderen. FC Eindhoven is een uitje voor de hele familie. Blauw is hier een licht dominerende kleur, maar echt uitgedoste toeschouwers zie je niet zo veel. Opvallend is dat je ook kinderen ziet met PSV-shirts. Bij de oudere generaties zul je niet bijzonder veel sympathie vinden voor “Philips” (zoals PSV hier steevast genoemd wordt), de jongeren weten niet beter dan dat het kwaliteitsverschil tussen beide Eindhovense clubs veel te groot is om te kunnen spreken van serieuze rivaliteit. Opvallend is dat van vloeken na een doelpunt van de tegenpartij, er vallen er vanmiddag drie, nauwelijks sprake is. Er wordt zo gelaten op gereageerd dat een tegengoal je zou kunnen ontgaan als je focust op het publiek in plaats van op de wedstrijd. De doorgewinterde Eindhoven-supporter is gewend aan ploeteren in het rechterrijtje van de Eerste Divisie en kijkt niet meer op van een tegengoal meer of minder, zo lijkt het. In mijn tribunevak zitten drie politieagenten. Twee kijken naar de wedstrijd, één zit te SMS-en. Het enige moment waarop ze moeten ingrijpen is als een oude man die slecht ter been is hulp nodig heeft bij het beklimmen van de tribune. De ergste vorm van agressie die te bespeuren is komt van een man die “koekenbakker” roept naar de scheidsrechter. Het enige vak dat zich gedurende de wedstrijd laat horen, tevens het enige vak dat vol zit, is het uitvak met Willem II-supporters.

Na afloop

Frederiklaan. Eindstand 2-2. Jammer, PSV was beter en verdiende meer. Maar er is goed gespeeld en hard gewerkt, wat hoop biedt voor de rest van het seizoen. En het belangrijkste doel, hoe dan ook niet verliezen van Ajax (en zeker niet thuis) is behaald. De sfeer was geweldig. Overweldigend en intens. In tegenstelling tot de meeste PSV-supporters ben ik niet echt anti-Ajax, maar vandaag was ik dat even wel. Kapot moesten ze. En mocht ik ooit vergeten waarom ik zo hou van PSV, dan heb ik gewoon weer een wedstrijd nodig zoals dit. Ik moet vaker naar PSV gaan, denk ik.

Aalsterweg. Eindstand 2-3. Ik vind het prima, ik heb sympathie voor beide clubs, was neutraal en wilde gewoon een leuke wedstrijd zien. En dat was het wel. In het Jan Louwers Stadion lijkt de tijd al een jaar of dertig stil te staan, in een vreemd soort schemerzone tussen het flitsende profvoetbal en het kneutigere amateurvoetbal. Het gevoel van toch wel enigszins vergane glorie voegt daar nog een mooi, bitterzoet, melancholisch sausje aan toe. En als er dan ook nog vijf goals vallen is het helemaal mooi. Ik moet vaker naar FC Eindhoven gaan, denk ik.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: