Het spreekwoordelijke kwartje

Sommige mensen zeggen dat er maar twee soorten muziek zijn: goede muziek en slechte muziek. Maar dat is onzin. Het valt immers niet te defineren wat goede en wat slechte muziek is, dat is subjectief. Daarom is het wellicht beter om een onderscheid te maken tussen muziek waarbij het kwartje bij jou wel valt en muziek waarbij het kwartje niet valt.

Het is verleidelijk om hier toch nog een derde categorie aan toe te voegen: muziek die kwalitatief, volledig objectief bekeken, gewoon zo slecht is dat er helemaal geen spreekwoordelijk kwartje is. Er zijn twee soorten muziek die wellicht in aanmerking zouden kunnen komen voor die categorie. Eén: muziek die niet is gemaakt met de directe intentie om echt iets goeds neer te zetten. Lollig bedoelde muziek, doorgaans. Twee: muziek gemaakt door muzikanten die niet begaafd genoeg zijn om hun muziek uit te voeren zoals ze deze eigenlijk bedoeld hebben. Maar eigenlijk is hier nog te veel ruimte voor discussie om te kunnen stellen dat iets per definitie slecht is.

Als je een stompzinnig, vervelend liedje maakt over een lief klein konijntje, een krokodil die Schnappi heet of een toeter op je waterscooter en je kunt van de gevolgen daarvan een goede boterham eten, dan doe je toch ergens iets heel goed. Een stompzinnig, vervelend liedje bedenken kan iedereen, maar het slim genoeg maken om er duizenden singles van verkopen en honderden schnabbels aan over te houden is een talent dat niet heel veel mensen gegeven is. Of je nu als bezielde kunstenaar of als gehaaide zakenman omgaat met het maken van muziek, er is toch een bepaald talent voor nodig om het grote publiek dat ideetje van jou optimaal te laten “begrijpen”.

De eerder genoemde technische beperkingen hoeven ook lang niet altijd een onoverkomelijk probleem te zijn. Zolang je die beperkingen kent en er mee om leert te gaan. Kurt Cobain kon niet gitaarspelen als Jimi Hendrix, maar aangezien hij dat ook niet probeerde was dat geen probleem. Een gemiddeld getalenteerde leek zal aan een paar maanden flink oefenen genoeg hebben om het gehele Ramones-repertoir op gitaar na te kunnen spelen of te kunnen drummen in The White Stripes. Johnny Ramone en Meg White zullen daar niet wakker van liggen. In sommige gevallen kun je beperkingen zelfs in je voordeel laten werken, omdat muziek over het algemeen bepaald niet slechter wordt van een beetje extra karakter en textuur. Zangers als Neil Young, Shane MacGowan, Bob Dylan en Tom Waits zouden bij Idols of X-Factor ongetwijfeld al tijdens de auditieronde naar huis gestuurd worden. Het heeft hun carrières nooit geschaad. In tegendeel.

De enige muziek die wat mij betreft echt in het hokje “spreekwoordelijk kwartje niet aanwezig” gestopt mag worden wordt gemaakt door beperkte muzikanten die hun eigen beperkingen niet kennen. Gitaristen die Jimi Hendrix willen zijn, terwijl ze nauwelijks Johnny Ramone’s partijen strak uit hun instrument kunnen krijgen. Zangers die klinken als Tom Waits maar denken dat ze Robert Plant zijn. Maar deze categorie blijft gelukkig doorgaans verstopt in repetitiehokken, open mic-avonden, eigen beheer-demo’s en YouTube en is dus marginaal genoeg om hier verder buiten beschouwing te blijven.

Normaal gesproken is elk album een lange reeks van wat ooit in het brein van minste één persoon hele goede ideeën waren. Zodra je in je hoofd of op je instrument op een reeks noten stuit die het samen lekker doen maak je er een riff of een zanglijntje van. Vervolgens verwerk je dat in een nummer. Als de ruwe basis van een nummer je bevalt werk je het uit, schaaf je het bij en geef je het een kop en staart. Als je het voltooide nummer vervolgens goed genoeg acht neem je het op. En als de opname naar wens is breng je die uit. Oftewel: elk nummer is door een hele reeks beoordelingsfases gegaan waarin de schepper ervan steeds heeft gedacht: ja, dit is een goed idee, dit moet voltooid, vastgelegd en gehoord worden. En doorgaans zijn bij met name de eindfases van dit proces meerdere mensen betrokken: bandleden, een producer, een mixer, mensen van de platenmaatschappij. Tenzij die allemaal met een 9-tot-5-mentaliteit werken en alles best vinden zolang ze hun gemaakte uren uitbetaald krijgen heb je dus een aardig team aan mensen die op enige wijze hun goedkeuring hebben gegeven aan het eindproduct.

Met dat in het achterhoofd probeer ik altijd te blijven realiseren dat slechte muziek niet (of in elk geval nauwelijks) bestaat, hooguit muziek waarbij bij mij het kwartje niet wil vallen. Zo begrijp ik bijvoorbeeld totaal niet waarom Bob Dylan gerekend wordt tot de grootste genieën in de popgeschiedenis. Dat wil uiteraard niet zeggen dat hij slechte muziek maakt. Hele volksstammen luisteren er met erg veel plezier naar, geven er bakken van hun zuurverdiende geld aan uit of zijn er zelfs door geobsedeerd. Ik kan dus niet concluderen dat deze muziek niets heeft wat het echt speciaal maakt. Het zit er wel degelijk in, dat is een feit, veel andere mensen horen het immers wèl. Dat ik het dan niet hoor ervaar ik eigenlijk wel als een gemis. Als ik op een knopje kon drukken waardoor ik ineens in Bob Dylan’s muziek kon horen wat zijn grootste fans er in horen, dan deed ik het onmiddelijk. Dylan heeft 34 studioalbums uitgebracht, het lijkt me heerlijk om daar in te kunnen duiken en te weten dat het zich uit zal betalen.

Het idee dat vrijwel alle muziek de moeite waard is maakt muziek op zich meteen een stuk fascinerender. Een platenzaak wordt ineens een schatkamer met tienduizenden goede tot briljante ideeën. Of je daar als luisteraar het optimale uit kunt halen is afhankelijk van die onverklaarbare klik die je wel of niet hebt met de uitvoerende artiest, net zoals je op menselijk vlak zonder duidelijk reden wel of niet een klik kunt hebben.

Lucky Fonz III (bij wiens muziek het kwartje bij mij absoluut niet wil vallen, maar dat terzijde) deed eens een uitspraak die ik interessant vond: “Mijn muziek bestaat pas als het gehoord wordt. Een liedje is pas af op het moment dat het bij iemand anders via het oor naar binnen gaat en zich daar vermengt met diens eigen specifieke emoties. Dat is de laatste stap, daar moet het gebeuren.” En zo is het. Het is die laatste stap die voor elke luisteraar muziek maakt of breekt. En die laatste stap zegt niet per sé iets over de vorige stappen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: