Archive for september, 2011

Het spreekwoordelijke kwartje

Sommige mensen zeggen dat er maar twee soorten muziek zijn: goede muziek en slechte muziek. Maar dat is onzin. Het valt immers niet te defineren wat goede en wat slechte muziek is, dat is subjectief. Daarom is het wellicht beter om een onderscheid te maken tussen muziek waarbij het kwartje bij jou wel valt en muziek waarbij het kwartje niet valt.

Het is verleidelijk om hier toch nog een derde categorie aan toe te voegen: muziek die kwalitatief, volledig objectief bekeken, gewoon zo slecht is dat er helemaal geen spreekwoordelijk kwartje is. Er zijn twee soorten muziek die wellicht in aanmerking zouden kunnen komen voor die categorie. Eén: muziek die niet is gemaakt met de directe intentie om echt iets goeds neer te zetten. Lollig bedoelde muziek, doorgaans. Twee: muziek gemaakt door muzikanten die niet begaafd genoeg zijn om hun muziek uit te voeren zoals ze deze eigenlijk bedoeld hebben. Maar eigenlijk is hier nog te veel ruimte voor discussie om te kunnen stellen dat iets per definitie slecht is.

Als je een stompzinnig, vervelend liedje maakt over een lief klein konijntje, een krokodil die Schnappi heet of een toeter op je waterscooter en je kunt van de gevolgen daarvan een goede boterham eten, dan doe je toch ergens iets heel goed. Een stompzinnig, vervelend liedje bedenken kan iedereen, maar het slim genoeg maken om er duizenden singles van verkopen en honderden schnabbels aan over te houden is een talent dat niet heel veel mensen gegeven is. Of je nu als bezielde kunstenaar of als gehaaide zakenman omgaat met het maken van muziek, er is toch een bepaald talent voor nodig om het grote publiek dat ideetje van jou optimaal te laten “begrijpen”.

De eerder genoemde technische beperkingen hoeven ook lang niet altijd een onoverkomelijk probleem te zijn. Zolang je die beperkingen kent en er mee om leert te gaan. Kurt Cobain kon niet gitaarspelen als Jimi Hendrix, maar aangezien hij dat ook niet probeerde was dat geen probleem. Een gemiddeld getalenteerde leek zal aan een paar maanden flink oefenen genoeg hebben om het gehele Ramones-repertoir op gitaar na te kunnen spelen of te kunnen drummen in The White Stripes. Johnny Ramone en Meg White zullen daar niet wakker van liggen. In sommige gevallen kun je beperkingen zelfs in je voordeel laten werken, omdat muziek over het algemeen bepaald niet slechter wordt van een beetje extra karakter en textuur. Zangers als Neil Young, Shane MacGowan, Bob Dylan en Tom Waits zouden bij Idols of X-Factor ongetwijfeld al tijdens de auditieronde naar huis gestuurd worden. Het heeft hun carrières nooit geschaad. In tegendeel.

De enige muziek die wat mij betreft echt in het hokje “spreekwoordelijk kwartje niet aanwezig” gestopt mag worden wordt gemaakt door beperkte muzikanten die hun eigen beperkingen niet kennen. Gitaristen die Jimi Hendrix willen zijn, terwijl ze nauwelijks Johnny Ramone’s partijen strak uit hun instrument kunnen krijgen. Zangers die klinken als Tom Waits maar denken dat ze Robert Plant zijn. Maar deze categorie blijft gelukkig doorgaans verstopt in repetitiehokken, open mic-avonden, eigen beheer-demo’s en YouTube en is dus marginaal genoeg om hier verder buiten beschouwing te blijven.

Normaal gesproken is elk album een lange reeks van wat ooit in het brein van minste één persoon hele goede ideeën waren. Zodra je in je hoofd of op je instrument op een reeks noten stuit die het samen lekker doen maak je er een riff of een zanglijntje van. Vervolgens verwerk je dat in een nummer. Als de ruwe basis van een nummer je bevalt werk je het uit, schaaf je het bij en geef je het een kop en staart. Als je het voltooide nummer vervolgens goed genoeg acht neem je het op. En als de opname naar wens is breng je die uit. Oftewel: elk nummer is door een hele reeks beoordelingsfases gegaan waarin de schepper ervan steeds heeft gedacht: ja, dit is een goed idee, dit moet voltooid, vastgelegd en gehoord worden. En doorgaans zijn bij met name de eindfases van dit proces meerdere mensen betrokken: bandleden, een producer, een mixer, mensen van de platenmaatschappij. Tenzij die allemaal met een 9-tot-5-mentaliteit werken en alles best vinden zolang ze hun gemaakte uren uitbetaald krijgen heb je dus een aardig team aan mensen die op enige wijze hun goedkeuring hebben gegeven aan het eindproduct.

Met dat in het achterhoofd probeer ik altijd te blijven realiseren dat slechte muziek niet (of in elk geval nauwelijks) bestaat, hooguit muziek waarbij bij mij het kwartje niet wil vallen. Zo begrijp ik bijvoorbeeld totaal niet waarom Bob Dylan gerekend wordt tot de grootste genieën in de popgeschiedenis. Dat wil uiteraard niet zeggen dat hij slechte muziek maakt. Hele volksstammen luisteren er met erg veel plezier naar, geven er bakken van hun zuurverdiende geld aan uit of zijn er zelfs door geobsedeerd. Ik kan dus niet concluderen dat deze muziek niets heeft wat het echt speciaal maakt. Het zit er wel degelijk in, dat is een feit, veel andere mensen horen het immers wèl. Dat ik het dan niet hoor ervaar ik eigenlijk wel als een gemis. Als ik op een knopje kon drukken waardoor ik ineens in Bob Dylan’s muziek kon horen wat zijn grootste fans er in horen, dan deed ik het onmiddelijk. Dylan heeft 34 studioalbums uitgebracht, het lijkt me heerlijk om daar in te kunnen duiken en te weten dat het zich uit zal betalen.

Het idee dat vrijwel alle muziek de moeite waard is maakt muziek op zich meteen een stuk fascinerender. Een platenzaak wordt ineens een schatkamer met tienduizenden goede tot briljante ideeën. Of je daar als luisteraar het optimale uit kunt halen is afhankelijk van die onverklaarbare klik die je wel of niet hebt met de uitvoerende artiest, net zoals je op menselijk vlak zonder duidelijk reden wel of niet een klik kunt hebben.

Lucky Fonz III (bij wiens muziek het kwartje bij mij absoluut niet wil vallen, maar dat terzijde) deed eens een uitspraak die ik interessant vond: “Mijn muziek bestaat pas als het gehoord wordt. Een liedje is pas af op het moment dat het bij iemand anders via het oor naar binnen gaat en zich daar vermengt met diens eigen specifieke emoties. Dat is de laatste stap, daar moet het gebeuren.” En zo is het. Het is die laatste stap die voor elke luisteraar muziek maakt of breekt. En die laatste stap zegt niet per sé iets over de vorige stappen.

Advertenties

Leave a comment »

Blast from the past: Express!

In 2002 begon ik een hardcore fanzine, dat ik Express! noemde. Ik voltooide één nummer, waarvoor ik zestig pagina’s (op A5-formaat) in m’n eentje volschreef. De inhoud: interviews met MM, New Winds, One In A Million, Mike Ski (over zijn artwork), Dan O’Mahony, Sri en Act Of Ignorance, een artikel over Gorilla Biscuits, een column en een kleine vijftig recensies. Ik heb het echter nooit uitgebracht. Tegen de tijd dat ik het blaadje goed genoeg vond om naar de copyshop te brengen vond ik de helft van de inhoud eigenlijk alweer te gedateerd.

Onlangs vond ik op mijn zolder een uitgeprint exemplaar terug van dat enige nummer van Express! Toen ik het teruglas vond ik eigenlijk dat met name het interview met Mike Ski te interessant was om ongepubliceerd te blijven. Dus bij deze, met negen jaar vertraging, alsnog.

This interview was originally not intended to be a fanzine interview. This is how it came together.

A few months ago, I got an assignment from my art history teacher. I had to write a paper about a graphic designer who was born after 1950. And because I always try to combine school assignments with my biggest hobby, music, I knew I just had to go for someone who designed concert flyers or CD covers or anything like that. Pretty soon I decided that Mike Ski had to be the one.

This workaholic played bass for Run Devil Run and sings for Brother’s Keeper, but also designs CD covers, T-shirts, tattoos, logos and lots more, mostly for music related projects. He is very allround and gets most of his influences from the streets: graffiti, advertisements and tattoos.

So I wrote Mike an e-mail, asking him if he wanted to answer a few of my questions. Unfortionately I didn’t get a reply. A while later, I went to a Brother’s Keeper show. My friend Filip was also there, and he wanted to interview Mike for his fanzine Definite Choice. Some other friends and me joined him and it turned out to be a very cool and long discussion that lasted for over two hours. Mike turned out to be a very cool guy. I told him about the paper I had to write for school, and that I never got a reply to my e-mail that I’d send him. He apologized about ten times and gave me his private e-mail address, instead of the overflooded commercial address that I had e-mailed to earlier.

So a few days lated I e-mailed him my questions and that same day I got a pretty long e-mail back with very detailed answers. I think the interview turned out too well to just be used for my school paper, that’s why I’m re-using it here.

For which companies did you work as a designer?

“While I was in college, I worked my way through both as a freelance designer and a tattoo artist. Because I was doing so much work, I created the name “Art Inferno” that I used as my own sort of company identity. I mention this because I think it’s interesting that a lot of people I meet ask questions about it, they think it is a store or a shop… Or whatever. In my case, it was me in my spare room at my apartment or at the computer lab at my college through all hours of the night. I had business cards and a website, so people assumed it was this big thing. I did do tons of work, I ended up pying my way through school this way and contiued after I graduated. I still do it and plan to expand in the near future. Through my work and from my relationships with many of the bands I work with, I began doing freelance projects for some bigger bands through Blue Grape Merchandising in New York. From their experience working with me they asked me to come to New York and interview for the position of art director. I did so and a month later I moved there to work for them. It was really the first “real” job I had in years, but it was really cool and a fn athmosphere. I was in charge of all the artwork and ended up doing stuff for some crazy bands like Slipknot, System Of A Down, Type O Negative, Coal Chamber, Fear Factory… I have since moved on and worked at a tattoo shop in Long Island called Lotus Tattoo (which is owned by Civ – JvG). I worked there full time for a bit until I left to go on tour with my band Brother’s Keeper. We toured the US and Europe for over two months, so now I’m back home and doing freelance stuff for my own Art Inferno.”

Is your work in any way influenced by your own principles and political views?

“I can say that I am straight edge and vegan… And it is through my involvement in the hardcore scene and issues that I have come into contact with that has largely shaped my world view. I am a strong supporter that artists should use their talents to promote ideas rather than products… So I try to reflect that in my work, even when it is for someone else’s band or whatever it may be. It’s important for me to be familiar with the message of the bands or clients I work for as to not contradict my own attitudes or feelings.”

Who had or still has the biggest influence on your work?

“I’m really influenced by tons of things in small doses. Sometimes I’ll find myself in a video store or a record store just looking at CD or movie covers… Seeing cool logos and photos, an idea for a cool way to fold the package, etcetera. Posters in the subway, on the sides of busses, or something I read in a book. Maybe it’s just one sentence or a phrase or even a word that sets off an idea. As far as people’s work… I love the work of Shepard Fairey, the photography or Glenn E. Freidman, the tattoos of Brady Duncan, Scott Sylvia, Civ, Seth Cifari. I read Adbusters Magazine, which really influenced my design “philosophy” so to speak. Also, I listen to a lot of music which inspires me… My professors in school had a big influence on my work, not in terms really of the way it looked or what it was, but in motivating me. I was lucky to have a lot of talented instructors who really got involved with me and helped me out along the way… Ever since the time I was in 8th grade, my art teacher really inspired me.”

When you get an assignment, how do you start, and how does the process usually go?

“It depends on the project really. Since I do a lot of record covers and it”s one of the things I enjoy the most… I’ll use that to illustrate a typical mehodology: first I have the band send me all the lyrics for the record so I can get a feel for what the record is about. It helps to actually have the record first, but that’s not always possible. I don’t work with bands I’ve never heard before… I always require some sort of sample of recorded material first, but most of the bands I do stuff for, I know them already or have some knowledge of the band’s identity. Next, I require the title of the record and a description (if any) of what ideas the band has and what look they hope to achieve. Sometimes this can help or hinder the final product. Sometimes I just do whatever I want! A lot of times a band wants that, but sometimes it can backfire… The band will hate it and I lose a lot of time… So it’s helpful to have a band that is both open and has good ideas themselves. I like to think that I thrive under pressure and can turn things around quickly, but it”s always best to have the most time possible so you can think about it for a while. I always say that my stuff is 80% thinking and 20% doing. A good concept is worth a hell of a lot more than something that just looks cool. I don’t do “cool”. I like things that reveal themselves after you look at it for a long time. You see it and it looks interesting, and two weeks later, you”re like “wow, that’s awesome… I get it now”. Of cours ethat always depends on the client too, so I try to factor that in when I do things. There”s usually a lot of back and forth, bouncing ideas off the client and getting their input. It”s bet to get most of that out of the way before you even start. In the end, hopefully you get something that you both feel is successful.”

How do you see your future as a visual artist?

“I always want to keep learning and stay open and flexible. One of my main goals is to be well rounded in my artwork. Stay diverse and able to pick up an airbrush, a camera, a tattoo machina, a paintbrush, pencil, or a computer mouse and be able to make something awesome. I’d like to focus more on just making artwork as well. Everything I do is “for something”. I have a ton of ideas that I wish I could just do for myself sometime… A huge project that I am just beginning to undertake is to launch a magazine. It’s going to be directed towards teenagers and young adults and promote anti-corporate, anti-consumerist ways of living. It will examine art, music, fashion, etcetera, and challenge people to re-examine their perspectives on those and other issues. It’s a really huge project, and I’m excited about it and have been planning it for a long time.”

How did you develop your style?

“It’s funny that you ask, because I always try to get away from having a style so to speak. My favorite thing is when people can”t believe that I did something. I guess I’m really known for the whole tattoo style thing, but it just became something that I was known for early on. I still enjoy that type of thing, especially when I’m tattooing of course. But when it comes to being a designer, that whole thing really pigeon holed me and made it hard to convince people that I could do anything otherwise. I had to go out of my way everytime I approached someone or at least reassure them once it had begun that “it won’t be some bright, colorful tattoo drawing”. That doesn”t work for everybody, and I”m not really happy only doing one thing. I like to keep people guessing and on their toes.”

Which materials do you use?

“Uhm, geez, it’s hard to say. Again, it depends on the project. When it comes to graphic design I always like to do as much of it “by hand” as I can. I had a big thing in college against all the kids who just got into it because they sucked at art and they thought they could make a lot of money by faking it on a computer. I started as an illustrator, so I like to have my hand in anything I do. I also have a minor in photography and like to incorporate it in my work when it is called for. One of the fun things about what I do is the search for how to get the right look. Sometimes it’s something as simple as scribbling with a marker or tearing up a piece of paper and adding it somehow. Some of the most succesful stuff I’ve done was made by scratching all over it with a crayola crayon.”

What do you think is your best work?

“I only like something for about two months, then I wish I could do it all over again. That’s the curse of always trying to progress. You always hate everything you’ve done.”

Leave a comment »

Nutteloze muzieklijstjes, delen 1, 2 en 3

Nutteloze muzieklijstjes, deel 1: Tien muzikale moordenaars.

1. Phil Spector

Phil Spector (1939) is in de jaren zestig wellicht de bekendste producer in de popwereld. Zijn beroemde “Wall of Sound” wordt vaak gekopieerd, hij stampt verschillende succesvolle meidengroepen uit de grond (The Crystals, The Ronettes) en werkt met onder meer The Beatles, Ramones, The Righteous Brothers en Ike & Tina Turner. Op 3 februari 2003, dezelfde datum waarop producer Joe Meek in 1967 zijn huisbazin en daarna zichzelf doodschoot, krijgt de politie een alarmerend telefoontje van Spector’s chauffeur. Bij aankomst in Spector’s huis in Alhambra, Californië vinden ze het levenloze lichaam van B-actrice Lana Clarkson, die door haar mond is geschoten. “I think I killed somebody”, zou Spector even daarvoor met het moordwapen nog in de hand hebben gezegd tegen één van zijn werknemers. Later verklaart hij echter dat Clarkson per ongeluk zelfmoord pleegde. Spector komt op borgtocht vrij. In 2007 loopt een rechtzaak nog op een mislukking uit als de jury niet tot een unaniem oordeel kan komen. Op 29 mei 2009 lukt dat wel en wordt Spector veroordeeld tot een gevangenisstraf van 19 jaar tot levenslang. Hij zit momenteel zijn straf uit in een gevangenis in Corcoran.

2. Sid Vicious

Sid Vicious, in 1957 geboren als Simon Ritchie, wordt in 1977 bassist van de punkband Sex Pistols als vervanger van Glen Matlock. Vicious kan nauwelijks spelen, maar heeft exact de uitstraling waar de band naar op zoek is. Vicious groeit uit tot een punkicoon en na het vertrek van zanger Johnny Rotten heeft de band Britse top tien-hits met de door Vicious gezongen covers ‘My Way’, ‘Something Else’ en ‘C’mon Everybody’. Op 12 oktober 1978 verblijft Vicious met zijn vriendin Nancy Spungen (die door haar onmogelijke gedrag “Nauseating Nancy” genoemd wordt) in het Chelsea Hotel in New York. Daar overlijdt Spungen in de badkamer aan een steekwond. Vicious verklaart aanvankelijk dat hij haar neer heeft gestoken tijdens een ruzie, later zegt hij dat Spungen incidenteel in het mes gevallen is. Vicious komt op borgtocht vrij en overlijdt zelf op 2 februari 1979 aan een overdosis. In zijn afscheidsbrief staat dat hij een “death pact” met Spungen gesloten had. Sid en Nancy gaan de boeken in als de tragische Romeo en Julia van de punkscene. Over hen wordt in 1986 de film ‘Sid & Nancy’ gemaakt.

3. Leadbelly

Alhoewel deze in 1888 als Huddie Ledbetter geboren folklegende overleed in 1949, nog voor de geboorte van de rock ‘n’ roll, is zijn invloed op de popmuziek groot. Onder meer The Beach Boys, The Doors, ABBA, Johnny Cash, Led Zeppelin, Creedence Clearwater Revival, Van Morrison en Nirvana brachten covers van zijn nummers uit. In januari 1918 is Ledbetter een voortvluchtige gevangene die ontsnapt is tijdens werkzaamheden in een “chain gang”. Hij krijgt met een familielid ruzie om een vrouw en brengt hem om het leven. Ledbetter wordt veroordeelt tot een celstraf van zeven tot 35 jaar in de gevangenis Sugar Land in Texas. Daar maakt hij zich al snel populair door zijn goede gedrag en omdat hij optredens geeft voor bewakers en medegevangenen. Ook gouverneur Pat Morris Neff is een liefhebber van zijn muziek, hij brengt zelfs zo nu en dan gasten mee naar de gevangenis om naar Leadbelly’s muziek te komen luisteren. Nadat hij zeven jaar gezeten heeft dient Ledbetter een gezongen verzoek om gratie in bij Neff, die hem daarop vrijlaat. Enkele jaren later verdwijnt hij weer achter de tralies nadat hij, dit keer zonder fatale gevolgen, een man neer heeft gestoken. Wederom hoeft hij slechts het minimum van zijn straf uit te zitten. In 1937 verschijnt een artikel over hem in het tijdschrift Life met de titel ‘Bad Nigger Makes Good Minstrel’.

4. Bertrand Cantat

De Franse zanger/gitarist Bertrand Cantat (1964) richt in 1983 de rockband Noir Désir op. De band is met name succesvol in eigen land, waar verschillende albums goud, platina en zelfs dubbel platina worden. In 2002 wordt de single ‘Le Vent Nous Portera’ (‘de wind die ons draagt’) een grote internationale hit. Op 1 augustus 2003 verblijft Cantat met zijn vriendin, de Franse actrice Marie Trintignant, in een hotel in Vilnius, Litouwen. Het stel krijgt ruzie over Trintignant’s contacten met haar ex, waarop Cantat haar in elkaar slaat. Ze wordt daarbij 19 keer op het hoofd geraakt en verliest haar bewustzijn. Ze raakt in coma en overlijdt enkele dagen later. Cantat wordt veroordeeld tot acht jaar cel, kort daarna wordt zijn huis in brand gestoken. Het eerste halfjaar van zijn straf zit Cantat uit in Litouwen, waarna hij overgeplaatst wordt naar een Franse gevangenis. Ondanks hevige protesten van Trintignant’s moeder en feministische groeperingen aan het adres van president Sarkozy komt Cantat vrij nadat hij de helft van zijn straf uit heeft gezeten.

5. Joe Meek

Joe Meek (1929) is in de jaren zestig één van de belangrijkste Britse muziekproducers. Hij is een pionier in het gebruik van geluidseffecten in muziek en produceert grote hits voor onder meer John Leyton, The Honeycombs, Mike Berry en The Tornadoes. Voor die laatste groep schrijft hij, alhoewel hij geen noten kan lezen, geen enkel instrument kan bespelen en toondoof is, het instrumentale nummer ‘Telstar’, dat de eerste Britse single wordt die in Amerika de eerste plaats haalt. Meek staat te boek als excentriek. Hij is volledig geobsedeerd door bovennatuurlijke zaken (hij brengt regelmatig nachten door met opnameapparatuur op begraafplaatsen), kampt met depressies, paranoia en een drugsverslaving en is homoseksueel, iets wat dan nog verboden is in Groot-Brittannië. Op 3 februari 1967, de achtste verjaardag van de dood van zijn grote idool Buddy Holly (waarmee Meek zegt te communiceren), draait de producer door. Hij grijpt een buks die hij in beslag heeft genomen van Tornados-bassist Heinz Burt en schiet er zijn huisbazin Viola Shenton mee dood. Vervolgens berooft hij zichzelf van het leven.

6. Claudine Longet

De Franse Claudine Longet (1942) werkt als danseres in Las Vegas als ze in 1960 de bekende Amerikaanse zanger Andy Williams ontmoet, waarmee ze een jaar later trouwt. Met hem aan haar zijde bouwt ze een carrière op als actrice en zangeres. Grote hitsingles scoort Longet niet, wel wordt haar debuutalbum ‘Claudine’ goud en verkopen ook haar volgende twee LP’s goed. Later heeft ze een relatie met de Olympische skiër Vladimir “Spider” Sabich. Op 21 maart 1976 komt deze te overlijden door een schotwond in de buik, die hij oploopt in zijn huis in Aspen. Longet beweert dat Sabich zichzelf incidenteel neer heeft geschoten toen hij haar het vuurwapen liet zien, maar verschillende overtuigende bewijzen spreken haar verhaal tegen. Door blunders van de politie van Aspen mogen enkele van de meeste bezwarende bewijzen echter niet gebruikt worden in de rechtzaal. Longet komt er genadig vanaf, ze wordt veroordeeld wegens nalatigheid, krijgt een bescheiden geldboete en hoeft maar dertig dagen in de cel door te brengen, op een door haarzelf te bepalen tijdstip. Ze kiest ervoor de straf drie maanden later uit te zitten, nadat ze op vakantie geweest is met haar advocaat. Sinds het incident leeft Longet in de anonimiteit.

7. Jim Gordon

Jim Gordon (1945) is in de jaren zestig en zeventig één van Amerika’s meestgevraagde sessiedrummers. Hij speelt op talloze hits van onder meer The Beach Boys, Eric Clapton, John Lennon, The Byrds en Frank Zappa. Daarnaast speelt hij de partijen in van Muppets-drummer Animal, ook is hij enige tijd lid van Eric Clapton’s supergroep Derek & The Dominos. In de late jaren zeventig begint Gordon te klagen over stemmen in zijn hoofd, hij hoort voornamelijk die van zijn moeder. Alhoewel later zal blijken dat Gordon schizofreen is worden de stemmen aanvankelijk toegeschreven aan de gevolgen van alcoholmisbruik. Op 3 juni 1983 draait Gordon door en brengt hij zijn moeder om met een hamer en een mes. Ondanks zijn schizofrenie wordt hij toerekeningsvatbaar verklaard en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar tot levenslang. Hij zit nog altijd vast.

8. Varg Vikernes

De Noorse black metalband Mayhem verliest in 1991 zanger Dead (echte naam Per Yngve Ohlin) als deze zichzelf in de gezamelijke woning van de band door het hoofd schiet. In zijn afscheidsbriefje staat alleen de korte boodschap “Excuses voor het bloed”. Gitarist Euronymous (Øystein Aarseth) is degene die het lijk ontdekt, het eerste wat hij vervolgens doet is er wat foto’s van maken (die later verschijnen op de hoes van een bootleg). Twee jaar later komt Aarseth zelf gewelddadig om het leven. Op 10 augustus 1993 wordt hij in zijn appartement met 23 messteken doodgestoken door de gitarist van zijn band, Kristian “Varg” Vikernes. Vikernes verklaart later dat hij handelde uit zelfverdediging omdat Aarseth hèm zou hebben willen vermoorden. Vikernes wordt veroordeeld tot 21 jaar cel, niet alleen wegens de moord maar ook voor brandstichting in vier kerken. Hij blijft in de gevangenis lo-fi Burzum-albums maken en komt in 2009 vrij.

9. Grad Hölzken

In 1978 heeft het Eindhovense zangduo Arno & Gradje een hit met de suikerzoete smartlap ‘Pappie, Ik Zie Tranen In Uw Ogen’. Na een wat kleinere tweede hit, ‘Jantje’s SOS’, verdwijnt het tweetal weer in de anonimiteit. Later blijkt het duo minder zoetsappig dan hun muziek deed vermoeden. In 1994 duikt Grad Hölzken, de “vader” van het duo, weer op in het nieuws als hij zes jaar cel krijgt wegens betrokkenheid bij een dodelijke schietpartij in het Eindhovense café Ontdek Je Plekje. “Zoon” Arno is zeven jaar eerder zelf het slechtoffer geworden van fataal geweld, hij komt in 1987 om bij een campingruzie.

10. Big Lurch

Op de avond van 10 april 2002 rookt rapper Antron Singleton, alias Big Lurch, PCP met een vriend. In een vlaag van waanzin brengt hij de vriendin van zijn vriend om. Daarop snijdt hij haar borst open, eet hij van haar longen en tracht hij ook happen uit haar gezicht te nemen. Vervolgens loopt hij naakt en bedekt met bloed de straat op. Hij wordt gearresteerd terwijl hij midden op de weg naar de lucht staat te staren. Singleton probeert zich ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren maar krijgt toch levenslang. Vier maanden na zijn veroordeling komt Singleton’s eerder opgenomen debuutalbum ‘It’s All Bad’ uit. De moeder van het slachtoffer sleept daarop platenlabel Black Market Records voor de rechter met de claim dat zij Singleton drugs hebben gegeven en aan hebben gespoord tot het plegen van misdaden omdat dit zijn reputatie als “gangsta rapper” ten goede zou komen. Het merendeel van de straf die Singleton tot dusver uit heeft gezeten zat hij in eenzame opsluiting.

Nutteloze muzieklijstjes, deel 2: Tien hoogst omstreden nummers

1. Body Count – Cop Killer (1992)

In 1992 brengt rapper Ice-T met zijn metalproject Body Count een titelloos debuutalbum uit, waarop het nummer ‘Cop Killer’ te horen is. Het nummer heeft al snel een grote impact, zelfs president George Bush en vice-president Dan Quayle spreken hun afschuw uit over de verbale aanval op de wetshandhavers. Politieorganisaties in heel Amerika roepen op tot een boycot van alle producten van Time-Warner, het moederbedrijf van platenlabel Sire, om het zo te dwingen het album ‘Body Count’ uit de handel te halen. Tipper Gore, vrouw van Al en geestelijk moeder van muziekcensuurbond PMRC, vergelijkt het verkopen van het album zelfs met Adolf Hitler’s verspreiding van anti-semitisme. Een winkel in Greensboro, North Carolina krijgt van de lokale politie te horen dat ze in geval van nood niet meer op hun hulp hoeven rekenen zolang ‘Body Count’ bij hen in de schappen ligt. Als verschillende bestuursleden en aandeelhouders van Warner Bros. dreigen het bedrijf te verlaten houdt Ice-T de eer aan zichzelf en wordt ‘Body Count’ heruitgebracht zonder ‘Cop Killer’. Originele exemplaren van het album zijn inmiddels zeer gewilde collector’s items.

2. Serge Gainsbourg & Jane Birkin – Je t’Aime… Moi Non Plus (1969)

In 1969 is dit nummer met tekstregels als “Je vais et je viens, entre tes reins” (“Ik ga en ik kom, tussen je lendenen”) en de gekreunde zang voor veel mensen nog een stuk te heftig. Ook voor Gainsbourg’s oorspronkelijke zangpartner (en destijds zijn minnares) Brigitte Bardot, die hem smeekt om de met haar opgenomen originele versie niet uit te brengen. Gainsbourg neemt het daarom opnieuw op met een nieuwe vlam, de Engelse actrice Jane Birkin. Het liedje wordt verbannen in onder meer Italië, Polen, Portugal, Spanje en Groot-Brittanië en in een publiek statement afgekeurd door het Vaticaan. Desondanks bereikt de single in Engeland de tweede plaats op de hitlijst, een hogere positie wordt voor even onmogelijk gemaakt omdat platenmaatschappij Fontana de plaat uit de handel neemt. De Nederlandse koningin Juliana, een belangrijk aandeelhoudster van Fontana’s moederbedrijf Philips, schijnt hiervoor hoogstpersoonlijk verantwoordelijk te zijn. Een heruitgave op het onafhankelijke Major Minor Records haalt alsnog de eerste plaats.

3. The Kingsmen – Louie, Louie (1963)

In 1963 brengt de rockband The Kingsmen een cover uit van Richard Berry’s ‘Louie, Louie’, een nummer over een Jamaicaanse zeeman die thuiskomt van een lange reis en zijn liefje weer terugziet. Op de Kingsmen-versie zingt zanger Jack Ely zo onduidelijk dat het onmogelijk is om hem precies te verstaan. Al snel ontstaat het gerucht dat Ely opzettelijk zo zingt om te verhullen dat hij allerlei obsceniteiten uitslaakt, wat in 1963 nog volstrekt ongehoord is in een popliedje. Briefjes met de “echte” songtekst beginnen te circuleren onder fans en het nummer wordt voor talloze Amerikaanse radiostations verbannen. In de staat Indiana verbiedt governeur Matthew Wells het draaien van de single. Zelfs de FBI bemoeit zich met de zaak en stelt een heus onderzoek in. Na 31 maanden moeten de “Feds” concluderen dat ze de wartaal niet kunnen ontcijferen.

4. Sex Pistols – God Save The Queen (1977)

Na het uitkomen van de eerste Sex Pistols-single ‘Anarchy In The UK’ wordt de band in een live tv-uitzending geïnterviewd door Bill Grundy. Tijdens het gesprek neemt gitarist Steve Jones drie keer het woord “fuck” in de mond, het is respectievelijk de derde, vierde en vijfde keer in de geschiedenis van de Britse tv dat dit woord in een uitzending uitgesproken wordt. Heel Engeland spreekt er schande van, Grundy verliest zijn programma en de Pistols verliezen hun platencontract bij EMI. ‘Anarchy In The UK’, dat op dat moment 31e staat in de Britse hitlijst, wordt uit de handel genomen. Ook de tweede single ‘God Save The Queen’, die tijdens het 25e jubileum van Koningin Elizabeth II uitgebracht wordt en spreekt over een “fascistisch regime” van hare majesteit, stuit op veel tegenstand. Het nummer wordt geboycot door bijna alle Britse tv- en radiozenders en geweigerd door verschillende platenzaken. Zelfs de samenstellers van de officiële Britse hitlijst werken de Sex Pistols tegen, alhoewel de single een tijdlang de bestverkochte plaat van Groot-Brittannië is zetten ze ‘God Save the Queen’ uit protest op de tweede plaats.

5. Ozzy Osbourne – Suicide Solution (1980)

In 1980 is op het solo-album ‘Blizzard of Ozz’ van Black Sabbath-zanger Ozzy Osbourne het nummer ‘Suicide Solution’ te horen. Het nummer gaat over alcohol en is geschreven als ode aan de door alcoholmisbruik overleden AC/DC-zanger Bon Scott. De tekst is echter makkelijk verkeerd te interpreteren als promotiepraatje voor zelfmoord, wat zorgt voor de nodige kritiek en afschuw. De kritiek wordt vier jaar later heviger als de ouders van ene John McCollum Osbourne voor de rechter slepen, omdat hun zoon zichzelf door het hoofd zou hebben geschoten terwijl hij naar ‘Suicide Solution’ luisterde. Osbourne wordt vrijgesproken. Later zal het scenario zich herhalen, als ook de zelfmoord van ene Eric A. geweten wordt aan Osbourne’s onbedoeld aangedragen “oplossing”.

6. Guns N’ Roses – One in a Million (1988)

Teksten als “Police and niggers […] get out of my way” en “Immigrants and faggots / They make no sense to me” zou je wellicht verwachten van een obscure extreem rechtse skinhead-band. Ze zijn echter te horen in het nummer ‘One in a Million’, dat te vinden is op het met dubbel platina bekroondd album ‘G N’ R Lies’ van één van de grootste rockbands van de jaren tachtig en negentig, Guns N’ Roses. Zanger Axl Rose probeert later wel zijn woorden te ontkrachten door te melden dat homoseksuele artiesten als Elton John en Freddie Mercury tot zijn idolen behoren en dat de moeder van gitarist Slash Afro-Amerikaans is. Overigens is ‘One in a Million’ niet het enige nummer op ‘G N’ R Lies’ dat bij veel mensen slecht valt, ook ‘Used To Love Her’ veroorzaakt enige opschudding. In het opmerkelijk vrolijk klinkende nummer zingt Rose dat hij zijn zeurende vriendin om zeep heeft geholpen en haar heeft begraven in zijn achtertuin.

7. Beenie Man – Damn (1999)

In zijn nummer ‘Damn’ zingt de Jamaicaanse reggae-ster Beenie Man de hoogst homo-onvriendelijke regel “I’m dreaming of a new Jamaica / Come to execute all the gays”. Het zal hem nog lang blijven achtervolgen. In 2004 wordt hij verbannen bij de MTV Music Awards-ceremonie, waarvoor hij aanvankelijk was uitgenodigd. In 2010 wordt hij door de organisaties van het Nederlandse Parkpop en het Belgische festival Couleur Cafe geschrapt van de line-ups, na protesten van homorechtengroeperingen. Helaas is Beenie Man onder Jamaicaanse reggaesterren bepaald geen uitzondering, ook landgenoten als Elephant Man, Bounty Killer, TOK, Capleton, Buju Banton en Babycham hebben nummers op hun naam staan waarin wordt opgeroepen tot het vermoorden, verbranden, verkrachten of martelen van homoseksuelen.

8. Anti-Nowhere League – So What? (1981)

De Engelse punkband Anti-Nowhere League brengt in 1981 een ruwe cover van Ralph McTell’s aanvankelijk zo brave ‘Street Of London’ uit als single. Op de B-kant staat hun eigen ‘So What?’ Zanger Animal meldt in de tekst onder meer dat hij skank en speed gebruik heeft, urine heeft gedronken en seks heeft gehad met schapen, geiten, schoolmeisjes en oude mannen. Uiteraard gebruikt hij daarbij talloze obscene woorden als “fuck”, “piss”, “cunt” en “cock”. In platenzaken door heel Engeland worden exemplaren van de single wegens deze obsceniteiten door politiemedewerkers in beslag genomen om te worden vernietigd. ‘So What?’ groeit uit tot het lijflied van Anti-Nowhere League en wordt gecovered door talloze bands, waaronder Metallica.

9. NWA – Fuck Tha Police (1988)

In 1988 brengt de hip hop-groep NWA (Niggaz Wit Attitudes) het inmiddels legendarische album ‘Straight Outta Compton’ uit. Hierop staat het nummer ‘Fuck Tha Police’, waarop de politie neergezet wordt als een misdadige, racistische bende. Voor de FBI en US Secret Service is het reden om per brief hun ongenoegen te laten blijken aan platenmaatschappij Ruthless Records. NWA wordt tevens verbannen door verschillende concertzalen. Uiteraard blijkt de ophef prima voor de platenverkoop: ‘Straight Outta Compton’ wordt dubbel platina. In 1989 krijgt het Australische radiostation Triple J, dat ‘Fuck Tha Police’ dan al een half jaar zonder problemen op de playlist heeft staan, te horen dat het nummer door de Australian Broadcasting Corporation in de ban is gedaan. Uit protest draait Triple J daarop 24 uur lang non-stop NWA’s ‘Express Yourself’.

10. Prince – Darling Nikki (1984)

‘Darling Nikki’ van het album ‘Purple Rain’ wordt niet uitgebracht als single, desondanks heeft het nummer onbedoeld een enorme impact. De seksueel beladen songtekst waarin onder meer het woord “masturbating” valt is voor Tipper Gore, dan de vrouw van de latere vice-president Al Gore, de directe aanleiding voor de oprichting van de Parents Music Resource Center (PMRC). Dit conservatieve clubje dat voornamelijk bestaat uit echtgenotes van belangrijke politici wordt al snel een plaag voor met name de rock- en hip hop-wereld door het organiseren van censuuracties. Onder meer de bekende “Explicit Lyrics” stickers, die waarschuwen voor grove taal en/of songteksten over seks, geweld, drank, drugs of occulte zaken, zijn hun werk.

Nutteloze muzieklijstjes, deel 3: Tien muzikanten die in het harnas stierven

1. Ty Longley (2003)

Op 20 februari 2003 speelt de dan al 25 jaar oude hardrockband Great White, vooral bekend van de hit ‘Once Bitten, Twice Shy’ uit 1989, in nachtclub The Station in West Warwick, Rhode Island. Tijdens het openingsnummer steekt tourmanager Daniel Biechele vuurwerk af dat bij de liveshow hoort. Door dit vuurwerk vat het geluidswerende foam aan het plafond van het podium vlam en korte tijd later staat de hele club in brand. Van de 462 mensen in de zaal komen er exact honderd om het leven, 230 mensen raken gewond. Het is de op drie na meest dodelijke nachtclubbrand in de Amerikaanse geschiedenis. De 31-jarige gitarist Ty Longley, die dan pas drie jaar in Great White speelt, is het enige bandlid dat het drama niet overleeft.

2. Dimebag Darrell (2004)

In 2003 valt de populaire metalband Pantera na 22 jaar uit elkaar na een stevige ruzie tussen broers “Dimebag” Darrel Abbott (gitaar) en Vinnie Paul Abbott (drums) enerzijds en frontman Phil Anselmo anderzijds. De gebroeders Abbott beginnen een nieuwe band, Damageplan. Op 8 december 2004 spelen ze daarmee in de Alrosa Villa in Columbus, Ohio. Een halve minuut na het begin van het optreden springt ex-marinier Nathan Gale, een 25-jarige Pantera-fan die Dimebag ziet als hoofdschuldige voor het uiteenvallen van zijn favoriete band, op het podium waarna hij de 38-jarige gitarist doodschiet. Ook clubmedewerker Erin Halk (29), securitymedewerker Jeff Thompson (40) en Nathan Bray (23), een toeschouwer die Dimebag probeert te reanimeren, lopen dodelijke schotwonden op. Gale komt zelf om het leven als hij neergeschoten wordt door een politieagent.

3. Leslie Harvey (1972)

Zanger/gitarist Alex Harvey is in de jaren zeventig met zijn Sensational Alex Harvey Band een grote ster in het glamrockgenre. Wat minder bekend is zijn jongere broer Leslie, die ook gitarist is. Leslie lijkt in maart 1965 nog een engeltje op zijn schouder te hebben als hij een tourbusongeluk overleeft dat wèl het leven kost aan twee andere leden van zijn toenmalige band, Blues Council. Op 3 mei 1972 heeft hij minder geluk als hij met de band Stone The Crows op het podium staat van de Top Rank Ballroom in Swansea, Wales. Met natte handen pakt hij een microfoon vast, waarop hij geëlektrocuteerd wordt en overlijdt. Hij is 27 jaar oud. Zijn latere vervanger in de band, Jimmy McCulloch, zal de leeftijd van 27 jaar niet eens halen: hij bezwijkt op 26-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne. Broer Alex Harvey wordt evenmin oud, hij overlijdt tien jaar na zijn jongere broer aan een hartaanval, één dag voor zijn 47e verjaardag.

4. Wong Ka-Kui (1993)

Wong Ka-Kui is zanger, gitarist en de voornaamste songschrijver van de nationaal erg succesvolle rockband Beyond uit Hong Kong. Op 24 juni 1993 moet hij met zijn band ter promotie van een nieuw album optreden in de Japanse tv-spelshow Ucchan-Nanchan No Yarunara Yaraneba in de Fuji Television-studio in Tokyo. Tijdens een spelletje vallen Wong Ka-Kui en presentator Uchimura van een glibberig, drie meter hoog platform. De muzikant valt op zijn hoofd en belandt in een coma. Zes dagen later overlijdt hij op 31-jarige leeftijd. Zijn begrafenis veroorzaakt grote verkeersopstoppingen in het centrum van Hong Kong.

5. Mark Sandman (1999)

De Amerikaanse band Morphine baart in de jaren negentig opzien door rock te spelen met een uniek instrumentarium. Het trio heeft geen gitarist, zanger/bassist Mark Sandman speelt op een tweesnarige slide-bas en wordt ondersteund door een baritonsaxofonist en een drummer. Op 3 juli 1999 speelt de groep op het Nel Nome del Rock-festival in Palestrina, Italië als Sandman op het podium instort. Hij overlijdt aan een hartaanval. Morphine houdt direct op te bestaan. In juli 2009, tien jaar na Sandman’s dood, speelt de band echter weer in Palestrina onder de naam Members Of Morphine met Jeremy Lyons als vervanger van Sandman.

6. Tiny Tim (1996)

Onder het pseudoniem Tiny Tim heeft de Amerikaanse zanger Herbert Khaury in 1968 een novelty-hit met zijn in een falsettostemmetje gezongen cover van ‘Tiptoe Through The Tulips’. In september 1996, hij is dan 64 jaar oud, krijgt Tiny Tim een hartaanval tijdens een optreden op een ukulelefestival in Montague, Massachutsetts. Hij overleeft het, maar krijgt te horen dat zijn hartproblemen dusdanig zijn dat hij nooit meer op mag treden. Hij blijft dit echt toch gewoon doen. Op 30 november 1996 krijgt hij in The Woman’s Club in Minneapolis, Minnesota tijdens het zingen van zijn grootste hit wederom een hartaanval op het podium. Dit keer komt hij er minder genadig vanaf, hij overlijdt dezelfde dag in een ziekenhuis.

7. Lord Ulli (1999)

De Duitse beatgroep The Lords begint in 1959 en heeft in eigen land met name in de jaren zestig veel succes. Opmerkelijk aan de leadzanger van de groep, “Lord” Ulli Günter, is dat hij zelfs na tientallen jaren Engelstalige nummers zingen geen woord Engels spreekt. Op 9 oktober 1999 geeft de band een jubileumconcert in Potsdam ter ere van het veertigjarige bestaan. Tijdens het optreden stort Lord Ulli in en valt hard op zijn hoofd. Vier dagen later overlijdt hij op 57-jarige leeftijd aan een schedelbasisfractuur.

8. Johnny “Guitar” Watson (1996)

De in 1935 geboren zanger/gitarist Johnny “Guitar” Watson wordt bij het grote publiek voornamelijk bekend van de hit ‘A Real Mother for Ya’ uit 1977. Minder bekend is dat hij van grote invloed is op muzikanten als Jimi Hendrix, Frank Zappa en Stevie Ray Vaughan en gezien wordt als één van de geestelijke vaders van de hip hop. Samples van zijn muziek zijn dan ook te horen in nummers van onder meer Ice Cube, Snoop Dog, Dr. Dre en Jay-Z. Op 17 mei 1996 speelt Watson live in Yokohama, Japan. Tijdens de solo van zijn nummer ‘Ain’t That A Bitch’ krijgt hij een hartaanval. Hij overlijdt ter plaatse. Ironisch genoeg zijn “Ain’t that a bitch” (vrij te vertalen als “dat is mooi klote”) zijn laatste woorden.

9. Philippé Wynne (1984)

De Amerikaanse soulgroep The Spinners (om verwarring met de Britse groep met dezelfde naam te voorkomen ook bekend als The Detroit Spinners), scoort in de jaren zestig, zeventig en tachtig talloze hits, waaronder ‘It’s a Shame’, ‘I’ll Be Around’, ‘Could It Be I’m Falling in Love’ en ‘Games People Play’. Eén van de twee leadzangers van de band is de als Phillip Walker geboren Phillipé Wynne. Op 12 juli 1984 bezwijkt hij tijdens een optreden in de nachtclub Ivey’s in Oakland, Californië aan een hartaanval. De volgende ochtend overlijdt hij in het ziekenhuis.

10. Onie Wheeler (1984)

De Amerikaanse Tweede Wereldoorlogveteraan Onie Wheeler behoort in de jaren vijftig tot de subtop van de rock ‘n’ roll. Hij staat onder contract bij het legendarische platenlabel Sun en gaat op toernee met de allergrootsten, waaronder Elvis Presley, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins. Op 26 mei 1984 speelt hij met Rev. Jimmie Snow in de legendarische Grand Ole Opry, het mekka van de country & western, als hij op het podium een hartaanval krijgt en overlijdt. Hij is dan 62 jaar oud.

Comments (2) »