Van Surfin’ Safari tot Brian Wilson Reimagines Gershwin

Sinds een jaar of zeven ben ik een grote fan van The Beach Boys. Vooral vanwege de discografie van de band. Dat klinkt natuurlijk logisch, maar het zijn niet alleen hun goede platen die dit voor mij zo’n interessante band maken. Het totaalplaatje met alle hoge pieken en diepe dalen, inclusief de prachtige, de vreemde, de afwijkende, de ondergewaardeerde maar ook de mislukte en de gewoon ronduit hondsberoerde platen, fascineert mij enorm.

Het vroege werk, de muziek waar het grote publiek The Beach Boys voornamelijk van kent, is overwegend opgewekt en catchy. Nummers als ‘I Get Around’, ‘Surfin’ USA’ en ‘Fun, Fun, Fun’ zijn primitief vergeleken bij wat later zou komen, maar bijna vijftig jaar later werken ze desondanks nog net zo goed als op de dag dat ze uitkwamen. Luister naar de eerste tien Beach Boys-albums (uitgebracht in slechts een dikke drie jaar tijd) in chronologische volgorde en je kunt de groep bijna letterlijk met de maand horen groeien. Elk nieuw album, zelfs als het slechts vier maanden na het vorige uitkwam, is een flinke stap voorwaarts.

De muziek die de groep rond 1966-1967 maakte is naar mijn mening nooit meer door iemand overtroffen. Diep, rijk, vernieuwend, sprookjesachtig, ambitieus, avontuurlijk, gecompliceerd maar toch toegankelijk en vooral ontzettend mooi. Luister naar de a capella-mix van een willekeurig nummer op ‘Pet Sounds’ en het klinkt op zichzelf al geweldig. Luister dan naar de instrumentale “backing track” en ook die klinkt geweldig. Voeg ze samen en je krijgt iets heel uitzonderlijks. De vocalen, de composities, de arrangementen, de instrumentatie, het is allemaal prachtig.

Alhoewel het moeilijk tegen te spreken is dat The Beach Boys rond 1966-1967 op hun creatieve en artistieke hoogtepunt waren vind ik de periode 1967-1973 misschien zelfs nog interessanter. Gedurende die jaren liep het succes hard achteruit, met als gevolg dat er op elke nieuwe plaats iets nieuws geprobeerd werd. Elk nieuw album was totaal anders dan het vorige, maar op z’n eigen manier toch weer heel erg goed. Zuur is dat deze albums nauwelijks verkochten en dus voorbij gingen aan vrijwel iedereen behalve de hardnekkige fans.

De latere platen zijn op een paar uitzonderingen na niet best, maar desondanks voor mij ook erg boeiend. Enerzijds omdat ik het fascinerend vind dat de mensen die verantwoordelijk waren voor ‘Pet Sounds’ en ‘Good Vibrations’ zo’n 15-20 jaar later nauwelijks meer in staat bleken te zijn om zelfs maar een acceptabel stukje muziek neer te zetten. Anderszijds omdat zelfs op de allerslechtste albums toch altijd weer een paar lichtpuntjes te vinden zijn. Dat ene prachtige refreintje of dat ene zanglijntje dat dan toch weer bewijst dat ze het toch nog niet helemaal verleerd zijn. En als je zo’n lichtpuntje weet te vinden is dat alsof je iets waardevols vindt op een vuilstortplaats.

1962-1964 – “The sun & fun years”

Het eerste album van The Beach Boys klinkt weinig veelbelovend. Het rudimentaire Surfin’ Safari (oktober 1962) laat nog maar weinig horen van de potentie die de groep later zal blijken te hebben. De vocalen klinken nog wat onzeker, de liedjes primitief en weinig geïnspireerd, de arrangementen kaal en sober en de teksten vrij kinderlijk. Alleen de singles ‘Surfin”, ‘Surfin’ Safari’ en ‘409’ zijn wel aardig, de rest is opvulmateriaal dat vandaag de dag bovendien behoorlijk gedateerd klinkt. Met Surfin’ USA (maart 1963) probeert de groep wat meer credibiliteit te krijgen bij de echte surfers. Vijf van de twaalf nummers zijn gitaarinstrumentaaltjes in de stijl van Dick Dale (twee van die nummers zijn zelfs covers van Dale), competent uitgevoerd maar niet interessant. Boeiender zijn de energieke titeltrack en de prachtige ballade ‘Lonely Sea’ (één van de meest ondergewaardeerde vroege Beach Boys-nummers), die heel ver uitstijgen boven alles op het vorige album. Nadat de groep zich op de eerste twee albums nauwelijks aan ballades heeft durven wagen zijn er op Surfer Girl (september 1963), het derde en laatste Beach Boys-album dat in het teken staat van surfen, vier te vinden (waaronder de klassiekers ‘Surfer Girl’ en ‘In My Room’). Voor het eerst zijn ook strijkers en harpen te horen. Ook op de vlottere nummers (‘Catch a Wave’, ‘Little Deuce Coupe’, ‘Our Car Club’, ‘Hawaii’) is, mede dankzij het toenemende gebruik van sessiemuzikanten, veel vooruitgang te horen. Little Deuce Coupe (oktober 1963) is een thema-album over auto’s. Het is het vierde Beach Boys-album in dertien maanden en dat blijkt: vier nummers van de vorige drie albums worden schaamteloos herhaald, veel van de “nieuwe” nummers zijn opgewarmde kliekjes. Shut Down Volume 2 (maart 1964) (‘Volume 1’ is geen Beach Boys-album maar een compilatie met diverse artiesten) is misschien wel het meest wisselvallige album dat de groep ooit maakte. ‘Fun, Fun, Fun’, ‘Don’t Worry, Baby’, ‘The Warmth of the Sun’ en ‘Keep An Eye on Summer’ behoren tot de beste Beach Boys-nummers uit de vroege jaren. Daar tegenover staat een te groot aantal ongeïnspireerde of ronduit stompzinnige opvullertjes. Zeker vijf nummers hadden beter achterwege kunnen blijven. Uit de “sun & fun” jaren is All Summer Long (juli 1964) met gemak het beste album, met klassiekers als ‘I Get Around’ en ‘Little Honda’ en bijzonder fraaie albumtracks als ‘Don’t Back Down’, ‘Wendy’ en ‘Girls on the Beach’. Christmas Album (oktober 1964) begint met vijf door de band zelf geschreven en ingespeelde kerstliedjes, waarvan de singles ‘Little Saint Nick’ en ‘The Man with All the Toys’ leuk zijn. De overige zeven nummers zijn overbekende klassiekers (o.a. ‘Frosty the Snowman’, ‘White Christmas’, ‘Auld Lang Syne’, ‘Santa Claus is Coming to Town’), uitgevoerd met een veertigkoppig orkest. Van deze nummers is het erg stemmige ‘We Three Kings of Orient Are’ het hoogtepunt.

1965 – De overgangsperiode

The Beach Boys Today! (maart 1965) is de “missing link” tussen de beginjaren van de groep en het ‘Pet Sounds’-tijdperk. Op kant A wordt het geluid van de vroegere platen naar een hoger niveau getilt met nog beter in elkaar zittende en rijkelijker gearrangeerde nummers als ‘Dance, Dance, Dance’ en ‘When I Grow Up (To Be a Man)’. Kant B bestaat vrijwel geheel uit melancholische ballades en is een voorproefje op ‘Pet Sounds’. Nummers als ‘She Knows Me Too Well’, ‘Please Let Me Wonder’, ‘Kiss Me, Baby’ en ‘In the Back of My Mind’ zouden op ‘Pet Sounds’ niet hebben misstaan. Afgezien van het korte interview op het einde van het album is dit bovendien de eerste LP zonder vullertjes. Summer Days (And Summer Nights!!) (juni 1965) valt om twee redenen op: voor het eerst sinds tijden is een nieuw Beach Boys-album niet beter dan het vorige (met name de A-kant is relatief zwak) en de ballades ontbreken nu vrijwel geheel (wellicht werden ze al opgespaard voor ‘Pet Sounds’). Op dit erg opgewekte album zijn met ‘California Girls’, ‘Help Me, Rhonda’ en ‘Then I Kissed Her’ wel enkele van de grootste hits van de groep te vinden en met ‘Girl Don’t Tell Me’ en ‘Summer Means New Love’ ook een paar hele fraaie minder bekende werkjes. Party! (november 1965) is een wat goedkoop zoethoudertje. Het erg rommelige album is geheel akoestisch opgenomen, zogenaamd op een feestje (in werkelijkheid zijn de feestgeluiden achteraf toegevoegd), met op een hele slechte medley van ‘I Get Around’ en ‘Little Deuce Coupe’ na alleen covers. Interessant is dat er onder meer drie Beatles-covers gespeeld worden. De Regents-cover ‘Barbara Ann’ wordt erg verrassend één van de grootste hits van The Beach Boys.

1966-1967 – ‘Pet Sounds’ en ‘SMiLE’

Pet Sounds (mei 1966) wordt universeel erkend als één van de beste popalbums ooit gemaakt. De verzameling overwegend melancholische en rijkelijk georkestreerde zieleroersels laat zich aanhoren als een stemmige droomvlucht. ‘God Only Knows’, ‘Wouldn’t It Be Nice’ en ‘Sloop John B.’ worden wereldhits, maar eigenlijk is op ‘Pet Sounds’ geen enkel nummer te vinden dat niet van heel hoog niveau is. SMiLE (niet uitgebracht) moet ‘Pet Sounds’ op alle fronten overtreffen en nog ambitieuzer, progressiever en avontuurlijker worden. De wereldhit ‘Good Vibrations’, die uit heel diverse muzikale flarden bestaat die samen toch wonderwel blijken te werken, is de blauwdruk voor het album. Talloze muzikale flarden (of “feels”, zoals Brian Wilson ze noemt) moeten nummers gaan vormen die op hun beurt weer drie themasecties vormen. Eén sectie moet een psychedelische reis door koloniaal Amerika worden, één gaat de levenscyclus van de mens volgen en één is gewijd aan de elementen aarde, water, lucht en vuur. Geplaagd door mentale problemen en druk van buitenaf slaagt Brian er niet in om de enorme puzzel van “feels” te voltooien, waarop ‘SMiLE’ onvoltooid in de archieven verdwijnt.

1967-1973 – “The wilderness years”

Terwijl Brian Wilson, tot dan toe als songschrijver, producer, arrangeur en prominent zanger verantwoordelijk voor het leeuwendeel van al het Beach Boys-materiaal, een verslagen man is geworden die steeds minder productief is moeten de andere Beach Boys weer aan de slag om nieuw werk te leveren en een nieuwe richting te vinden. Het eerste nieuwe album dat volgt is het bizarre Smiley Smile (september 1967). Het bestaat voor een deel uit ‘SMiLE’-composities, maar dan opnieuw opgenomen in een radicaal andere jas. De uiterest nauwkeurig opgenomen orkestrale versies zijn vervangen door kale demo-achtige uitvoeringen (de instrumentatie bestaat vaak uit weinig meer dan orgel, bas en percussie) waarop de band knetterstoned klinkt. Het is even wennen aan de spontane giechelige lachbuien en gekke stemmetjes, maar op den duur werkt de ontspannen sfeer aanstekelijk. Daarbij komt dat de ‘SMiLE’ composities ook in hun inferieure nieuwe incarnaties recht overeind blijven. De singles ‘Good Vibrations’ en ‘Heroes and Villains’, die wel (ongeveer) verschijnen zoals ze op ‘SMiLE’ te horen zouden zijn geweest, zijn vreemde eenden in de bijt. Wild Honey (december 1967) is een wat spartaans en primitief klinkend album. De beroemde Beach Boys-harmonieën ontbreken grotendeels, daarvoor in de plaats krijg je zalig ontspannen niks-aan-de-hand-liedjes (‘Aren’t You Glad’, ‘Country Air’, ‘I’d Love Just Once to See You’) en relatief stevig werk met een opvallende soul-inslag (‘Wild Honey’, ‘Darlin”, de Stevie Wonder-cover ‘I Was Made to Love Her’). Friends (juni 1968) borduurt voort op de meest relaxte liedjes van het voorgaande album. Net als de vroegste Beach Boys-albums brengt het effectief het zomergevoel over, al is nu het perspectief verplaatst van een zinderende zomerdag op het strand naar een luie lome zomeravond in de achtertuin. Ondanks het bescheiden, pretentieloze songmateriaal een meer dan heerlijk album, één van de meest prettige albums uit de Beach Boys-discografie. Ten tijde van 20/20 (februari 1969) is Brian zo ver weggezakt dat hij niet eens meer te zien is op de bandfoto op de hoes. Het album is een bonte lappendeken van songmateriaal dat uit alle hoeken en gaten bij elkaar is verzameld. Het bestaat uit de een half jaar eerder uitgebrachte single ‘Do It Again’ (een Britse nummer één), vier covers (waaronder de hit ‘I Can Hear Music’ en een compositie van de latere seriemoordenaar Charles Manson), de eerste twee volwaardige composities van drummer Dennis Wilson en een nummer van bassist/toetsenist Bruce Johnston. De absolute hoogtepunten zijn echter de vier niet eerder uitgebrachte briljante Brian Wilson-composities die uit het archief gevist zijn, waarvan ‘Time to Get Alone’ en de ‘SMiLE’-nummers ‘Our Prayer’ en ‘Cabinessence’ behoren tot het allerbeste wat The Beach Boys ooit uit zouden brengen. Sunflower (februari 1970), ironisch genoeg het op één na slechtst verkopende Beach Boys-album ooit, wordt door heel veel fans en critici gezien als het beste album van de groep na ‘Pet Sounds’ (en door mij als hun allerbeste album). Dennis Wilson levert vier uitstekende composities (waaronder het schitterende ‘Forever’), Bruce Johnston laat zich van zijn beste en meest zoetsappige kant horen (onder meer op de Nederlandse top tien-hit ‘Tears in the Morning’) en gitarist Al Jardine draagt een wat kinderlijk doch charmant nummer bij. Uitblinker is toch weer Brian Wilson, die een korte creatieve comeback maakt en met het briljante ‘This Whole World’ en het spookachtige ‘All I Wanna Do’ nog even twee van zijn meest ondergewaardeerde (en zelfs twee van zijn allerbeste) composities levert. Op Surf’s Up (augustus 1971) is Brian’s productiviteit weer flink afgenomen. Bovendien is Dennis dit keer nauwelijks van de partij (hij heeft na een ruzie met broer Carl zijn composities teruggetrokken) en heeft de groep het minder geslaagde idee gekregen om zich aan te passen aan de trend van het moment, met enkele milieubewuste en maatschappijkritische teksten. Ondanks alles pakt dit album toch verrassend goed uit. Carl Wilson ontwikkelt zich plotseling tot verdienstelijk songschrijver met twee uitstekende en sfeervolle nummers. Bruce Johnston levert ook weer een suikerzoete bijdrage en Al Jardine doet zijn best met respectievelijk een matig, een charmant en een stemmig nummer. Toch is de hoofdrol wederom voor de nog niet geheel verdwenen Brian Wilson, die diepe indruk maakt met het donkere, introspectieve ”Til I Die’ en de briljante, majestueuze ‘SMiLE’-compositie ‘Surf’s Up’. Het uit slechts acht nummers bestaande Carl and the Passions “So Tough” (mei 1972) is het werk van vier afzonderlijk werkende koppeltjes die elk twee nummers voor hun rekening nemen. Brian Wilson en manager Jack Rieley maken weinig indruk, de twee gloednieuwe zwarte Zuid-Afrikaanse bandleden Blondie Chaplin en Ricky Fataar zelfs nog minder (hun nummers klinken bovendien helemaal niet als The Beach Boys). Dennis Wilson en goede vriend Daryl Dragon leveren één heel matig en één overweldigend mooi nummer (‘Cuddle Up’). De verrassende winnaars zijn Al Jardine en Mike Love, met het grappige, jubelende ‘He Come Down’ en het prachtig sfeervolle, samen met Carl Wilson geschreven ‘All This is That’. Nooit kwamen The Beach Boys dichter bij het maken van een echte rockplaat dan op het in het Nederlandse Baambrugge opgenomen Holland (januari 1973). Hoogtepunten op het album zijn de rockers ‘Sail On, Sailor’ en ‘The Trader’, en de ‘California Saga’ van Mike en Al, een fraaie driedelige ode aan hun thuisstaat. Op de bij ‘Holland’ horende bonus-EP Mt. Vernon and Fairway (januari 1973) is een door Brian Wilson geschreven sprookje te horen, als hoorspel met wat muziekflarden.

1976-1996 – De nadagen

Daarna duurt het drie en een half jaar voordat er weer een nieuw album komt. Op het voor de helft uit jaren vijftig-covers bestaande 15 Big Ones (juli 1976) is een opvallend schorre Brian weer prominenter van de partij dan hij in tien jaar geweest is. Desondanks maken de ruwe uitvoeringen, de ronkende primitieve synthesizers en het niet altijd even smaakvolle songmateriaal dit bepaald geen goed album. Spaarzame hoogtepunten zijn het naar het oude geluid teruggrijpende ‘It’s OK’, het charmante ‘Had to Phone Ya’, Brian’s jubelende, gospel-achtige ‘That Same Song’ en de hartverscheurend rauwe Righteous Brothers-cover ‘Just Once in My Life’. Love You (april 1977) is min of meer een soloalbum van Brian Wilson. Hij schrijft niet alleen bijna alle nummers in zijn eentje maar speelt ook het merendeel van de instrumenten zelf in. Met z’n dikke opeengestapelde synthesizerlagen en erg kinderlijk naieve songteksten (niet zelden tegen het genante aan) is ‘Love You’ een “love it or hate it” album dat al sinds het uitkomen zorgt voor grote verdeeldheid onder Beach Boys-fans. Nummers als ‘The Night Was So Young’ en ‘Let Us Go on This Way’ zijn hoe dan ook erg fraai en ronduit maffe liedjes als ‘Johnny Carson’, ‘Ding Dang’ en ‘Solar System’ zijn op z’n minst geinig. Ten tijde van MIU Album (oktober 1978) is Brian zijn interesse alweer grotendeels verloren en zijn Dennis en Carl Wilson door een ruzie met Mike Love en Al Jardine vrijwel afwezig. Het is dan ook hoofdzakelijk aan die laatste twee mindere goden en een ietwat ongeïnspireerde Brian om dit album vol te schrijven. ‘MIU Album’ is voor het merendeel vlakjes voortkabbelend muzikaal behang met zo nu en dan een bescheiden uitschietertje naar boven (het swingende ‘She’s Got Rhythm’, de vrolijke doo wop-cover ‘Come Go with Me’) of naar een genante diepte (het tekstueel zorgwekkende ‘Hey, Little Tomboy’, het wel erg cheesy ‘Belles of Paris’). Op LA (Light Album) (maart 1979) zetten alle Beach Boys (inclusief de teruggekeerde Bruce Johnston, die zeven jaar eerder afscheid heeft genomen van de band) er maar weer even de schouders onder. Dat levert een paar heel behoorlijke hoogtepunten op met het fraaie ‘Good Timin”, Al Jardine’s “finest hour” ‘Lady Lynda’ (deels gebaseerd op een melodie van Bach) en Dennis Wilson’s bezielde ‘Baby Blue’. De bijna een kwartier (!) durende disco-versie van ‘Here Comes the Night’ is goed voor wat het is, maar veel te lang en veel te misplaatst. Het overige materiaal op dit album is gewoon matig. Keepin’ the Summer Alive (maart 1980) heeft aangename momenten, zoals de redelijk catchy nummers ‘Some of Your Love’ en ‘Goin’ On’, de erg relaxte liedjes ‘Livin’ with a Heartache’ en ‘Santa Ana Winds’ en de ietwat vreemde zelfode ‘Endless Harmony’. Desondanks is goed te horen dat van The Beach Boys niet veel creatieve hoogstandjes meer verwacht hoeven worden. The Beach Boys (mei 1985) is zelfs ronduit slecht. Opener ‘Getcha Back’ is catchy, ‘California Calling’ een aardig muzikaal broertje van ‘Surfin’ USA’ en ‘Where I Belong’ is fraai, het overige materiaal is gewoon beroerd. De door synthesizers, drumcomputers en gefilterde zang gedomineerde jaren tachtigproductie maakt het er bepaald niet beter op. Still Cruisin’ (augustus 1989) is een eigenaardige verzameling met recente hitsingles (‘Wipe Out’, ‘Kokomo’), stokoude hits (‘I Get Around’, ‘Wouldn’t It Be Nice’ en ‘California Girls’) en nieuw werk. Dat nieuwe materiaal varieert in kwaliteit van behoorlijk matig tot toch weer verrassend aangenaam (‘Somewhere Near Japan’, ‘Island Girl’), al is het ietwat pijnlijk om te horen hoe keihard deze recente hoogtepuntjes weg worden geblazen door de golden oldies. Summer in Paradise (augustus 1992), feitelijk een soloalbum van Mike Love met gastbijdrages van Al Jardine, Carl Wilson en Bruce Johnston, is het absolute dieptepunt in de Beach Boys-discografie. De nummers variëren in kwaliteit, zonder uitzondering, van vrij matig tot gewoon heel erg slecht en de lelijke digitale productie maakt het allemaal nog een stuk erger. ‘Summer of Love’ (waarop Mike Love probeert te rappen) en de nieuwe versie van het oudje ‘Surfin” (met electronische beats en scheurende gitaren) zijn misschien wel het allerslechtste wat The Beach Boys ooit uitbrachten. Ook Stars and Stripes Vol. 1 (augustus 1996) is een dieptepunt. Op het tot dusver laatste nieuwe Beach Boys-album (en sowieso het laatste met de in 1998 overleden Carl Wilson) worden oude Beach Boys-hits in een countryjasje gestoken en gezongen door bekende en onbekende countryzangers en -zangeressen, waaronder Willie Nelson (die wel een prachtige versie van ‘The Warmth of the Sun’ neerzet), Timothy B. Schmit en Toby Keith. The Beach Boys zelf fungeren alleen als achtergrondkoortje en productieteam.

Live-albums

Naast de studioalbums brengen The Beach Boys vier officiële livealbums uit. Op Concert (oktober 1964) speelt het originele vijftal, nog zonder extra muzikanten, ruwe versies van eigen hits en opvallend veel covers (acht stuks) van recente hits van anderen voor een redelijk hysterisch publiek. Wegens technische problemen en een niet helemaal smetteloos optreden worden enkele nummers even over gedaan in de studio en voorzien van publieksgeluiden. Op Live in London (mei 1970) zijn The Beach Boys veel verder als liveband. Met een blazerssectie worden prima versies gespeeld van hoofdzakelijk recent werk, waaronder ook uitstekende minder bekende albumtracks als ‘Wake the World’ en ‘Aren’t You Glad’. Op de dubbel-LP In Concert (november 1973), een compilatie met liveopnames uit 1972 en 1973, is de groep een goed geoliede livemachine geworden met een aantal gelouterde extra muzikanten. Opvallend is dat de tracklist grotendeels bestaat uit hits en albumtracks uit de jaren 1966-1972 en dat er maar een handjevol vroege hits te horen is. Nog opmerkelijk is de aanwezigheid van ‘We Got Love’, een nummer waarvan de studioversie tot op heden onuitgebracht is gebleven. Good Timin’: Live at Knebworth 1980 (oktober 2002), verkrijgbaar op CD, DVD of als set met beiden, bevat het merendeel van het optreden van de band op het festival Knebworth in 1980. Alle vijf de originele bandleden zijn van de partij, iets wat na het midden van de jaren zestig niet vaak meer voor is gekomen. De band speelt een degelijke set met bijna alle grote hits.

Compilaties

De hoeveelheid Beach Boys-compilaties is niet meer te overzien. Deze zijn in te delen in drie groepen. De compilaties met zeldzaam en/of niet eerder uitgebracht materiaal, de “greatest hits” verzamelaars en de schimmige budgetreleases die absoluut vermeden moeten worden. In de laatste categorie gaat het meestal om CD’s met opnames van de Hite Morgan-sessies. Dit zijn de allereerste demo’s van de groep. Er zijn vele tientallen releases, vaak met misleidende titels als ‘Greatest Hits 1961-1963’ en ‘Best of the Beach Boys’, waarop deze primitieve opnames aangevuld zijn met instrumentale surfliedjes die helemaal niet van The Beach Boys zijn. De tweede categorie is ook aardig vertroebeld omdat Capitol Records sinds de vroege jaren zeventig de gewoonte heeft ontwikkeld om steeds na enkele jaren en nieuw “definitief” hitoverzicht uit te bregen. Wil je een compilatie op één CD met alle grote hits, dan is Sounds of Summer (juni 2003) met afstand de beste, meest complete keuze. Deze release maakt alle voorgaande hitverzamelaars overbodig. Heb je hierna nog niet genoeg, dan moet je The Warmth of the Sun (mei 2007) hebben, dat geldt als de “volume two” van ‘Sounds of Summer’. Ook een prima, maar iets duurdere, optie is de drie CD-box The Platinum Collection (december 2005). Het type compilatie waar ik me hier vooral op wil richten zijn de verzamelaars met zeldzaam en exclusief materiaal. Op Stack-O-Tracks (augustus 1968) staan de instrumentale versies (“backing tracks”) van vijftien Beach Boys-nummers. Interessant omdat ze aardig wat subtiele muzikale verrassingen onthullen die voorheen begraven lagen onder de koortjes, maar natuurlijk ook bruikbaar voor karaoke-doeleinden, als dat je ding is. The Beach Boys’ Biggest Beach Hits (1969) is de allereerste releases waarop de eerdergenoemde Hite Morgan-sessies te horen zijn. Rarities (augustus 1983) is een bonte, interessante mix met niet eerder uitgebrachte nummers en alternatieve versies. Dit album is echter wel vrij zeldzaam en (behalve in Japan) alleen op vinyl uitgebracht. Lost and Found 1961-1962 (februari 1991) is een compilatie met Hite Morgan-sessies, nu met een veel betere geluidskwaliteit dan op de budgetreleases en met verschillende extra demo’s en alternatieve takes. Good Vibrations: Thirty Years of the Beach Boys (november 1993) is een box met vijf CD’s, essentieel voor elke gevorderde fan en tevens een absolute aanrader voor elke beginner die wat meer te besteden heeft. In deze box zijn alle grote hits, veel belangrijke albumtracks, een hoop niet eerder uitgebrachte nummers (waaronder aardig wat materiaal van ‘SMiLE’) en een berg alternatieve versies te vinden. Een team van Beach Boys-experts zorgde voor een erg compleet en representatief carrière-overzicht van de groep. The Pet Sounds Sessions (november 1997) is een box met vier CD’s die geheel in het teken staan van het album ‘Pet Sounds’. Je krijgt van elk nummer minstens vijf versies: de originele mono-mix, een sprankelende nieuwe stereo-mix, een a capella-mix, de instrumentale backing track en een “the making of” compilatie. Daarnaast zijn er tientallen alternatieve versies te horen. Een absolute schat voor iedereen die dit briljante album nader wil bestuderen. Endless Harmony (augustus 1998) is een verzameling niet eerder uitgebrachte nummers, alternatieve versies en live-opnames. Ultimate Christmas (september 1998) bevat het kerstalbum ‘Christmas Album’ (1964), opnames uit de late jaren zeventig voor een onuitgebracht tweede kerstalbum en een paar alternatieve versies. De dubbel-CD Hawthorne, CA (mei 2001) is qua samenstelling een vervolg op ‘Endless Harmony’. Op Songs from Here & Back (mei 2006) staan zeven niet eerder uitgebracht live-opnames uit 1974 en 1989, plus van Brian Wilson, Mike Love en Al Jardine elk een nieuwe solo-track.

Brian Wilson solo

Als je na al deze albums te hebben gehoord nog niet genoeg gehad hebt zijn er ook nog aardig wat soloalbums van de originele leden te vinden. Brian Wilson is verreweg de meest productieve soloartiest van het stel. Zijn solodebuut is Brian Wilson (augustus 1988), dat ontsierd wordt door een elektronische productie die wat plastic overkomt. Op een overwegend wat vlak album weet Brian toch nog indruk te maken met ‘Love and Mercy’ (uitgegroeid tot het “themanummer” van Brian als soloartiest), het a capella-werkje ‘One for the Boys’ en de ruim acht minuten durende “suite” ‘Rio Grande’. Op de documentairesoundtrack I Just Wasn’t Made for These Times (augustus 1995) worden enkele (overwegend minder bekende) Beach Boys-nummers en twee werkjes van Brian’s eerste album smaakvol uitgevoerd met een kleine nachtclubachtige band. Orange Crate Art (oktober 1995) is een samenwerkingsverband met Van Dyke Parks (die in 1966/1967 de teksten schreef voor ‘SMiLE’). De nummers zijn geschreven en geproduceerd door Parks, Brian zingt ze in. Op dit charmante, nostalgische album dat voornamelijk beïnvloed is voor vooroorlogse muziek is het titelnummer het hoogtepunt. Imagination (juni 1998), Brian’s tweede reguliere soloalbum, heeft wederom te lijden onder een te klinische productie. Desondanks zijn ‘Your Imagination’ en ‘Lay Down Burden’ hoogtepunten in Brian’s solocarrière. Naast nieuw materiaal zijn hier ook verschillende heropnames te horen van uitgebrachte en onuitgebrachte Beach Boys-nummers. De dubbel-CD Live At The Roxy Theatre (juni 2000) is een live-album dat met een opvallend groot aantal obscuurdere albumtracks (hoofdzakelijk van The Beach Boys) en ook enkele nooit eerder uitgebrachte nummers vooral interessant is voor de fans. Pet Sounds Live (juni 2002) is, zoals de titel al aangeeft, het volledige album ‘Pet Sounds’ integraal live uitgevoerd, door Brian en zijn begeleidingsband. Gettin’ In Over My Head (juni 2004) is, ondanks gastbijdrages van legendes als Elton John, Eric Clapton en Paul McCartney, een onthutsend zwak en zielloos album. Brian Wilson Presents SMiLE (september 2004) is het in 1967 onvoltooid achtergelaten Beach Boys-album ‘SMiLE’ (zie boven), alsnog in z’n volledigheid opgenomen door Brian en zijn band. Het resultaat is indrukwekkend, al mis je toch de originele Beach Boys-stemmen. Op het aangename kerstalbum What I Really Want for Christmas (oktober 2005) worden overbekende kerstklassiekers gecombineerd met heropnames van de Beach Boys-kersthits ‘The Man with All the Toys’ en ‘Little Saint Nick’ en twee nieuwe composities, waarvan vooral de titeltrack fraai is. That Lucky Old Sun (september 2008) is met gemak het beste Beach Boys-gerelateerde album sinds 1971. Brian neemt hierop de rol aan van de oudere man die op een mooie zomerdag door Los Angeles wandelt, de omgeving in zich opneemt en intussen erg openhartig de pieken en dalen van zijn leven overdenkt. Dit schitterende album klinkt als een vloeiende geheel, de afzonderlijke nummers zijn aan elkaar geplakt met gesproken tussenstukjes (met teksten van Van Dyke Parks) en flarden van de stokoude evergreen ‘That Lucky Old Sun’. Op Reimagines Gershwin (augustus 2010) neemt Brian dertien composities onder handen van de legendarische songschrijver George Gershwin, één van zijn persoonlijke helden. Naast klassiekers als ‘Rhapsody in Blue’, ‘Summertime’ en ‘They Can’t Take That Away from Me’ zijn twee nooit eerder opgenomen nummers te horen. Deze werden door Gershwin onvoltooid nagelaten en door Brian, met toestemming van de erfgenamen, voltooid.

De anderen solo

Van de solo-albums van de andere Beach Boys is alleen Pacific Ocean Blue (september 1977) van Dennis Wilson volmondig aan te raden. Dit bezielde album staat vol gevoelige ballades en rauwe rockers, waarvan vooral ‘River Song’ en ‘Farewell My Friend’ zich moeiteloos kunnen meten met het allerbeste werk van The Beach Boys uit de jaren zeventig. In juni 2008 is ‘Pacific Ocean Blue’ heruitgebracht als dubbel-CD (en op vinyl als driedubbelaar) met maar liefst 21 bonustracks. Hiertoe behoren ook de nummers die Dennis opnam voor zijn nooit uitgebrachte tweede album ‘Bambu’. Carl Wilson heeft twee solo-albums op zijn naam staan, Carl Wilson (maart 1981) en Young Blood (februari 1983), beiden gevuld met bloedeloze, ongeinspireerde softrock die zelfs niet gered kan worden door zijn prachtige stem. Mike Love’s Looking Back with Love (oktober 1981) staat vol met gladde, plastic wegwerpliedjes zonder een spatje creativiteit. Al Jardine’s live-album Live in Las Vegas (september 2001), waarop nog maar eens alle overbekende Beach Boys-hits voorbijkomen, is voor de grootste diehards een leuk hebbedingetje. Tot Jardine’s band op dit album behoren zijn zoons Adam en Matt, Brian Wilson’s dochters Carnie en Wendy en verschillende veteranen uit de tourband van The Beach Boys. Jardine’s aangename eerste studio-album A Postcard from California (juni 2010) verschijnt aanvankelijk alleen als download maar zal later dit jaar ook op CD uitkomen. Hierop zijn gastbijdrages te horen van onder meer Neil Young, Steve Miller, de band America, acteur Alec Baldwin, Flea van de Red Hot Chili Peppers, acteur Alec Baldwin en alle andere nog levende Beach Boys.

De toekomst

Dit jaar bestaan The Beach Boys vijftig jaar. Dennis en Carl Wilson zijn inmiddels overleden. Mike Love is zeventig, Brian Wilson, Al Jardine en Bruce Johnston hopen die leeftijd in 2012 te bereiken. Toch zijn ze nog niet klaar. Brian brengt in oktober zijn nieuwe solo-album ‘Songs in the Key of Disney’ uit, een CD met covers van klassiekers uit Disney-films. De nog levende bandleden hebben eindelijk toestemming gegeven voor het uitkomen van een CD-box met de ‘SMiLE’-sessies, te verschijnen in november van dit jaar. En intussen worden de geruchten over een nieuw Beach Boys-album steeds hardnekkiger. Ik kijk er alvast naar uit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: