De koning

Toen ik een jaar of zeven, acht was had de voetbalclub waar ik lid van was de gewoonte dat er jaarlijks in de kantine een bingoavond gehouden werd voor de jongste jeugdspelers. Er was een tafel vol met prijzen en zodra je bingokaart vol was mocht je iets uitkiezen. Aan het eind van de avond werden de kleine prijsjes die nog over waren verdeeld onder de spelers die de hele avond nog niets hadden gewonnen. Ik was één van die ongelukkige deelnemers.

Het prijsje dat ik kreeg was een ketting met een plastic hanger, waar een foto opgedrukt stond van een ernstig doch stoer in de camera kijkende jonge man met donker haar. Natuurlijk wilde ik wel even weten wie die man was. Ik vroeg het aan mijn ouders. Volgens hen heette hij Elvis en was hij een zanger die al jaren eerder overleden was. Ik vroeg aan mijn moeder of ze muziek van hem had. Ze wist het niet zeker. Ik spitte haar bescheiden collectie van enkele tientallen LP’s en cassettebandjes door en vond een cassette, ‘Elvis’ Christmas Album’. Een bandje met overwegend zeikerige ballades, maar de stem die ik hoorde sprak me direct enorm aan. Dat bandje besloot ik dus maar eventjes te lenen (mam, mocht je ‘m missen, ik heb ‘m nog).

Het merendeel van mijn basisschooljaren ben ik obsessief fan geweest van Elvis Presley. Als ik met mijn ouders op bezoek moest bij familie of vrienden werd, indien aanwezig, steevast de LP-collectie aldaar doorgespit. Als ik een plaat van Elvis vond werd de eigenaar daarvan dringend verzocht die zo snel mogelijk op te nemen op een cassettebandje. Een niet onaanzienlijk deel van mijn zakgeld ging op aan voorbespeelde cassettebandjes van Elvis, met echte gedrukte hoesjes. Het rekje met deze bandjes stond direct langs mijn hoofdkussen, zodat ik er naar kon kijken voordat ik in slaap viel. De muren van mijn kamer waren versierd met vierentwintig Elvissen, afkomstig uit twee uit elkaar gehaalde Elvis-kalenders. De Duitse TV zond regelmatig op vrijdagmiddag Elvis-films uit, nagesynchroniseerd uiteraard, die mistte ik nooit. Soms kreeg ik van mijn moeder een Elvis-verbod voor de rest van de dag. Mijn obsessie kon zo uit de hand lopen dat ze zich zo nu en dan genoodzaakt zag om me te verbieden om tot de volgende dag nog over Elvis te praten of zijn muziek te draaien.

Op een dag kreeg ik een oud platenspelertje van kennissen van mijn ouders. Dat ik toen ging sparen voor De Heilige Graal, oftewel een echte plaat van Elvis, is logisch. Wekenlang spaarde ik de paar gulden zakgeld die ik kreeg op, totdat ik genoeg had voor een LP. Met het geld op zak fietste ik vervolgens naar de plaatselijke (inmiddels allang niet meer bestaande) platenzaak aan de Wilhelminalaan om daar heel zorgvuldig een keuze te maken uit het vakje met Elvis-platen. De keuze was uiteindelijk helemaal niet moeilijk. Ik had één keiharde eis: mijn destijds favoriete nummer ‘Viva Las Vegas’ moest op de plaat staan. Ze hadden er twee waar die opstond, bij één daarvan zat gratis een grote poster van de film ‘Love Me Tender’. Die keuze was dus snel gemaakt, het werd ‘Elvis in Hollywood’. Mijn allereerste plaat.

Ik heb me vaak afgevraagd wat er nou eigenlijk zo bijzonder was aan Elvis Presley. Er was toch aardig wat aan te merken op hem als artiest. Muzikale integriteit had hij nauwelijks. Een kwaliteitsgarantie kreeg je bij hem nooit. Hij schreef zijn nummers niet zelf. Hij boekte in de 23 jaar tussen zijn doorbraak en zijn dood geen enkele progressie. En hij eindigde als een ietwat tragische toeristische attractie in Las Vegas. Als een parodie op zichzelf. Daarbij maakte hij, ondanks zijn onovertroffen stemgeluid, bestaande nummers niet per sé beter. Luister voor bewijs maar naar zijn covers van ‘You Don’t Have To Say You Love Me’, ‘Something’, ‘Bridge Over Troubled Water’ of ‘Unchained Melody’ en zet daarna de versies van respectievelijk Dusty Springfield, The Beatles, Simon & Garfunkel en The Righteous Brothers op.

Waarschijnlijk komt het bijzondere aan Elvis juist het best tot uiting in zijn meest lullige liedjes. ‘Wooden Heart’, ‘Teddy Bear’ of ‘Return to Sender’, dat werk. Ik kan me met de beste wil geen enkele andere artiest bedenken van wie ik zulke nummers zou tolereren. Een niet onaanzienlijk deel van de honderden nummers die Elvis in zijn loopbaan opnam was gewoon matig tot slecht, dat zullen zelfs de grootste Elvis-diehards toegeven. Met zijn stem kon Elvis er echter voor zorgen dat alles acceptabel klonk en door zijn uitstraling durfden mensen er ook openlijk naar te luisteren. Zonder The King tekort te willen doen: Elvis kon elk pakketje schoot een verdomd mooi laagje chroom geven. En dat is in de muziek een vrij bijzondere gave. Misschien wel een unieke.

Toen ik naar de middelbare school ging begon mijn interesse in Elvis sterk af te nemen. Na een jarenlange overdosis was het eventjes wel mooi geweest. Een paar jaar geleden heb ik Elvis’ muziek toch weer helemaal herontdekt. Ik ben lang niet meer zo’n geobsedeerde fan als vroeger, maar hij is nog wel te vinden in mijn huis. In het klein als poppetje in zijn beroemde gouden pak in de vitrinekast. Op de in mijn logeerkamer ingelijste filmposter van ‘Love Me Tender’ die ik gratis kreeg bij mijn eerste LP. En in mijn CD-kast, waar naast de CD’s die ik nog had van vroeger ook verschillende CD’s staan die ik er de afgelopen jaren bij heb gekocht.

Op de bingo-avond van de voetbalclub won ik dus een troostprijsje dat niemand anders wilde. Toch denk ik niet dat iemand die avond een prijs gewonnen heeft waar hij uiteindelijk langer plezier van gehad heeft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: