Greatest misses, deel 1: de jaren zestig

Dit is het begin van een serie die je op deze blogpagina kunt gaan volgen.

Het concept: uit elk decennium (van de jaren zestig tot en met de jaren nul) selecteer ik de naar mijn mening tien mooiste popliedjes (maximaal één per uitvoerende) die nooit ergens in de top 40 hebben gestaan.

Deel één: de jaren zestig.

1. The Beach Boys – Time To Get Alone (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=QM7vec73eSg

CD: Friends + 20/20 (Capitol)

Tot 1966 lijkt het er nog op dat Beach Boy Brian Wilson de hits uit zijn mouw kan schudden. Nadat hij circa 1966-1967 een muzikaal progressievere richting ingaat en daarop mentaal vastloopt komt daar echter stevig de klad in. Zijn medebandleden zijn vervolgens zuinig op elk meesterwerkje dat ze nog uit hem kunnen persen. Ze zijn dan ook verre van enthousiast als ze in 1967 de opnames horen die Brian geproduceerd heeft voor een nieuw bandje dat hij ontdekt heeft, Redwood. Brian blijkt twee nieuwe eigen composities aan die groep te hebben gegeven, ‘Darlin” en ‘Time To Get Alone’, en die klinken beiden verre van verkeerd. Carl Wilson, Mike Love en Al Jardine vinden dat zij recht hebben op de nieuwe nummers en confronteren Brian daarmee, die hen in tranen hun zin geeft. De Redwood-vocalen worden van de tape gewist en vervangen door die van The Beach Boys zelf. Daarmee is ook het beoogde samenwerkingsverband tussen Redwood en Brother Records, het nieuwe eigen platenlabel van The Beach Boys, van de baan. ‘Darlin” wordt een hit voor The Beach Boys, ‘Time To Get Alone’ blijft tot 1969 onuitgebracht en verschijnt dan relatief anoniem als track op het album ’20/20′. Onder de nieuwe bandnaam Three Dog Night wordt Redwood later één van de succesvolste Amerikaanse bands van de jaren zeventig.

2. The Zombies – Care of Cell 44 (1968)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=EWfRbW-ObHk

CD: Odessey & Oracle (Big Beat)

De band The Zombies wordt in 1961 opgericht in het Engelse St. Albans door enkele schoolvrienden. Na het winnen van een bandcompetitie van de London Evening News sleept de groep een platencontract bij Decca in de wacht, wat leidt tot het uitkomen van de single ‘She’s Not There’ (later een grote hit voor Santana) in 1964. De single gaat in Engeland naar nummer twaalf en in Amerika naar nummer twee. Later dat jaar scoort de groep nog een Amerikaanse top tien-hit met ‘Tell Her No’, maar daarna blijft het succes uit. Maar liefst veertien singles floppen. Ook de single ‘Care of Cell 44’ van het album ‘Odessey and Oracle’ doet niets. Toetsenist Rod Argent, schrijver van het nummer, begrijpt er niets van. Ondanks de eigenaardige tekst die gericht is aan een vrouwelijke partner die vast zit in de gevangenis ziet hij het als een bijzonder commercieel nummer. In 1968 zijn de frustraties dermate hoog opgelopen dat The Zombies er een punt achter zetten. Een jaar later wordt de single ‘Time of the Season’ zeer verrassend alsnog een Amerikaanse nummer één-hit, maar de band weigert opnieuw bij elkaar te komen. Enkele andere bands zien hun kans schoon en beginnen te toeren als The Zombies. Zanger Colin Blunstone, die aanvankelijk kiest voor een nieuwe carrière in de verzekeringsbranche, scoort later nog enkele hits onder zijn eigen naam en onder het pseudonym Neil MacArthur (onder deze naam scoort hij een hit met een “cover” van ‘She’s Not There’). Ook is hij te horen als leadzanger op verschillende nummers van The Alan Parsons Project, waaronder de hit ‘Old and Wise’. Toetsenist Rod Argent heeft nog enkele hits met zijn nieuwe band Argent. Sinds 2001 zijn Blunstone en Argent weer samen actief, aanvankelijk onder hun eigen namen en sinds 2004 weer als The Zombies. Het succes dat in de jaren zestig grotendeels uitbleef voor de groep is later alsnog gekomen. Het album ‘Odessey and Oracle’, dat bij uitkomen weinig deed, staat in recentere jaren in de top honderd van “beste albums aller tijden” lijstjes van toonaangevende bladen als Rolling Stone, The Guardian, Mojo, NME en Q Magazine.

3. Sagittarius – My World Fell Down (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=Qs-oGEhDP0E

CD: Present Tense (Sundazed)

Gary Usher wordt geboren op 14 december 1938. Hij brengt in 1960 zijn eerste solo-singletje uit, dat niets doet. Succes heeft hij wel als hij in 1962 samen begint te werken met een buurjongen van een oom, Brian Wilson van The Beach Boys. Samen met Wilson schrijft Usher onder meer de Beach Boys-hits ‘409’ en ‘In My Room’. Snel daarna groeit hij uit tot een productieve songschrijver en producer in voornamelijk het surfgenre en stampt hij verschillende studiobandjes uit de grond. In 1967 werkt hij als producer samen met het duo Chad & Jeremy. Hij wil met hen het nummer ‘My World Fell Down’ opnemen, dat eerder al zonder succes opgenomen is door de Britse band The Ivy League. Chad & Jeremy wijzen het liedje af, waarna Usher er zelf mee aan de slag besluit te gaan. Voor de zangpartijen laat hij zijn vrienden Glen Campbell (later een zeer succesvol countryzanger), Bruce Johnston (van The Beach Boys) en Terry Melcher (de zoon van Doris Day, die voorheen samen met Johnston het duo Bruce & Terry vormde) opdraven, de muziek wordt ingespeeld door sessiemuzikanten. Hij brengt de single uit onder de naam Sagittarius, zijn eigen sterrenbeeld (boogschutter). Het plaatje komt niet verder dan de 70e plaats, maar door het erg rijke en uitgebreide arrangement en de eigenaardige non-muzikale geluidscollage die het nummer onderbreekt ontstaat al snel het hardnekkige gerucht dat ‘My World Fell Down’ eigenlijk een outtake is van de ‘SMiLE’-sessies van The Beach Boys. In 1968 volgt een volledig album van Sagittarius, ‘Present Tense’, waarop Usher nauw samenwerkt met zanger, songschrijver en producer Curt Boettcher. Het album is geen succes. Een tweede album, ‘The Blue Marble’, volgt in 1969 en doet eveneens heel weinig. Daarna komt het Sagittarius-project weer ten einde. Tot zijn dood in 1990 blijft Usher actief als producer en songschrijver, al is dat zonder veel commercieel succes.

4. Love – Alone Again Or (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=7yVBMUXr4xo

CD: Forever Changes (Elektra)

In 1965 heeft Arthur Lee zijn sporen al enigszins verdiend in de soul en rhythm & blues, hij heeft onder meer gewerkt met een jonge Jimi Hendrix. Na het zien van een optreden van The Byrds besluit Lee zijn muziek een dosis folk mee te geven, wat leidt tot de oprichting van de band Love. In de popscene van Los Angeles, met grote namen als The Byrds, The Doors en Buffalo Springfield, groeit Love al snel uit tot één van de meest spraakmakende live-acts (die bovendien opvalt door de bezetting met zowel blanke als zwarte leden), al vertaalt dat zich uiteindelijk nauwelijks in commercieel succes. Dit mede omdat de groep weinig zin heeft om al te ver buiten Los Angeles te spelen en nooit lang dezelfde bezetting weet te behouden. Het onbetwiste meesterwerk van Love is het album ‘Forever Changes’ en daarvan is ‘Alone Again Or’ het nummer dat het meeste indruk maakt. Opmerkelijk, omdat het geschreven is door gitarist Bryan MacLean en niet door frontman Arthur Lee, die verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van het materiaal van de groep. Lee weet het nummer uiteindelijk toch naar zich toe te trekken, tijdens het mixen laat hij het volume van zijn eigen tweede stem aanmerkelijk verhogen waardoor MacLean’s leadvocalen naar de achtergrond verdwijnen. Arrangeur David Angel voorziet de opname van een strijkersectie en een mariachi-band, die producer Bruce Botnick kort daarvoor nog heeft gebruikt voor een opname met The Tijuana Brass. MacLean en Lee leven uiteindelijk beiden niet lang en gelukkig. MacLean gaat stevig aan de drank en drugs en verlaat in 1968 de band. Hij krijgt een solocontract bij Elektra Records, maar de demo’s die hij vervolgens opneemt worden afgekeurd. Hij wordt kort daarna fanatiek Christen en bezwijkt op Eerste Kerstdag 1998, pas 52 jaar oud, in een restaurant aan een hartaanval. Lee blijft lange tijd het enige constante lid van Love en belandt verschillende keren in de gevangenis wegens illegaal wapenbezit, drugsbezit en mishandeling. Hij sterft in 2006 op 61-jarige leeftijd aan leukemie. ‘Alone Again Or’, dat als single nooit verder kwam dan een 99e plaats, is inmiddels alsnog uitgegroeid tot een klassieker, met coverversies door onder meer The Damned, The Oblivians, UFO, Sarah Brightman, The Boo Radleys, Chris Pérez Band, Calexico, Matthew Sweet & Susanna Hoffs en Les Fradkin.

5. The Doors – The Soft Parade (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=1XlqCFi6o-E

CD: The Soft Parade (Elektra)

Als The Doors in 1969 hun vierde album ‘The Soft Parade’ uitbrengen valt dat bij veel fans en critici niet goed. De prominente blazers en strijkers en poppy liedjes als ‘Touch Me’, ‘Do It’, ‘Easy Ride’ en ‘Runnin’ Blue’ gaan ten koste van het rauwere geluid van de eerdere albums van de groep. De afsluitende titeltrack is echter een overtuigend goedmakertje. Het nummer ‘The Soft Parade’ duurt maar liefst 8 minuten en 37 seconden en beweegt zich in vijf secties door verschillende genres, waaronder spoken word, psychedelische pop en bluesrock. Na ‘The Soft Parade’ maken The Doors nog twee album met zanger Jim Morrison, die in 1971 lid van de Forever 27 Club wordt als hij dood gevonden wordt in de badkuip van zijn hotelkamer in Parijs. The Doors maken daarna nog twee albums als trio.

6. The Beatles – For No One (1965)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=J6iAykoKLog

CD: Revolver (Parlophone)

The Beatles schreven zoveel klassiekers dat het er teveel waren om ze allemaal als single uit te kunnen brengen. Je kunt een aardig indrukwekkend lijstje maken met nummers die bijna iedereen kent maar toch nooit (althans niet in de Beatles-uitvoering) in de hitlijsten te bekennen waren. ‘For No One’ van het album ‘Revolver’ is één van de nummers die voor elke andere band één van de toppers zou zijn geweest, terwijl het voor The Beatles slechts een albumtrack is. Paul McCartney begint dit nummer te schrijven in de badkamer van een Zwitsers ski-resort na een ruzie met zijn vriendin Jane Asher. Hij neemt het uiteindelijk bijna solo op en begeleidt zijn eigen leadzang op klavichord, piano en bas, de enige andere muzikanten zijn Ringo Starr op drums en tamboerijn en de gerespecteerde klassieke muzikant Alan Civil (die later ook mee zou spelen op het Beatles-nummer ‘A Day in the Life’) op Franse hoorn. John Lennon, doorgaans publiekelijke niet overdreven complimenteus als het ging over McCartney’s werk, liet zich eens ontvallen dat ‘For No One’ één van zijn favoriete nummers van zijn mede-Beatle was.

7. The Yellow Balloon – Stained Glass Window (1967)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=G13Ze1ndjfA

CD: The Yellow Balloon (Sundazed)

In 1966 besluiten Jan & Dean (bekend van hits als ‘Surf City’, ‘The Little Old Lady from Pasadena’ en ‘Dead Man’s Curve’) om het liedje ‘Yellow Balloon’ van producer/songschrijver Gary Zeckley op te nemen. Zeckley is vereerd, maar is niet zo te spreken over de versie van Jan & Dean. Hij denk dat het nummer meer potentie heeft, verzamelt een groepje sessiemuzikanten en neemt snel zijn eigen versie op. Om Jan & Dean voor te kunnen zijn wordt niet eens de tijd genomen om een B-kantje op te nemen, op de achterkant van het plaatje staat ‘Noollab Wolley’, wat eenvoudigweg de A-kant achterstevoren afgespeeld is. Zeckley krijgt gelijk: zijn versie van ‘Yellow Balloon’ gaat naar nummer 25, die van Jan & Dean blijft steken op 111. Door het succes ziet Zeckley zich genoodzaakt om van The Yellow Balloon een echte band te maken. Hij stelt een lineup samen met onder meer Don Grady, een bekende acteur uit de destijds razend populaire TV-serie ‘My Three Sons’. Omdat deze niet wil teren op zijn bekende naam en het als muzikant wil redden op basis van zijn talent werkt Grady onder het pseudonym Luke R. Yoo. Zeckley en Grady schrijven samen de derde Yellow Balloon-single ‘Stained Glass Window’, die nergens iets doet. De groep laat nog een prima titelloos album na, maar verdwijnt al snel weer uit beeld.

8. Crosby, Stills & Nash – Long Time Gone (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=rOWJAS0MhHQ

CD: Crosby, Stills & Nash (Atlantic)

Het in 1968 opgerichte Crosby, Stills & Nash (soms uitgebreid met Neil Young tot Crosby, Stills, Nash & Young) is één van de eerste echte supergroepen met leden die elders al naam gemaakt hebben. David Crosby is lid geweest van The Byrds, Stephen Stills maakte voorheen onderdeel uit van Buffalo Springfield, terwijl de Brit Graham Nash in The Hollies zat. De groep kent een vliegende start: hun titelloze debuutalbum gaat naar nummer zes en levert twee top 40-hits, terwijl het gezelschap z’n tweede optreden ooit afwerkt voor een half miljoen mensen op Woodstock. Alhoewel het niet uitgebracht wordt als single vergaart een nummer van het debuutalbum, ‘Long Time Gone’ (geschreven als reactie op de moord op senator Robert F. Kennedy), bekendheid als het prominent verwerkt wordt in de uiterst succesvolle documentaire over het Woodstock-festival. Door onderlinge ruzies valt de groep in 1970 alweer uit elkaar, waarna elk van de de vier leden (inclusief Young) een solo-album uitbrengt dat de top vijftien haalt. Sinds 1977 zijn Crosby, Stills & Nash weer actief, alhoewel zonder overdreven veel productiviteit: in 34 jaar tijd verschijnen slechts zes studioalbums.

9. Elvis Presley – Roustabout (1964)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=fTTtxFwrUjg

CD: Roustabout (RCA)

In 1964 speelt Elvis Presley in ‘Roustabout’, de zestiende film waar hij in acht jaar tijd de hoofdrol in vertolkt. De film en het soundtrackalbum ervan ondergaan hetzelfde lot: ze zijn beiden een groot commercieel succes maar worden door critici de pan in gehakt. Het gebrek aan kwaliteit op het soundtrackalbum, waarvan alleen het titelnummer de moeite waard is (het is tekenend dat geen enkel nummer van het album als single wordt uitgebracht), is vrij eenvoudig te verklaren. Omdat Presley’s manager Tom Parker van alle songschrijvers die materiaal bijdragen eist dat ze een deel van hun copyrights afstaan haken gevestigde liedjesschrijvers als Doc Pomus, Mort Shuman, Otis Blackwell, Winfield Scott en Don Robertson af. Blackwell en Scott schrijven nog wel een titelsong voor de film, ‘I’m a Roustabout’, maar deze wordt gedumpt en vervangen door een alternatieve titelsong, ‘Roustabout’, van het schrijversteam Bernie Baum, Florence Kaye en Bill Giant, dat al talloze hits heeft geschreven voor Elvis. De achtergrondvocalen op ‘Roustabout’ worden verzorgd door The Mellomen, een vocale groep die te horen is in talloze Disney-films en op platen van onder meer Bing Crosby, Doris Day en Peggy Lee.

10. Mark Eric – Night of the Lions (1969)

YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=EPas1VG9rOw

CD: A Midsummer Day’s Dream (Now Sounds)

Mark Eric Malmborg lijkt in 1969 nog in een bevoorrechte positie te zitten. Hij is pas achttien jaar oud, maar krijgt van het platenlabel Revue Records de gelegenheid om een album op te nemen dat geheel uit door hemzelf geschreven materiaal bestaat. Hij krijgt daarvoor een indrukwekkend groepje sessiemuzikanten ter beschikking, waaronder gitarist James Burton (Elvis Presley, Ricky Nelson, John Denver), drummer Jim Gordon (The Beach Boys, The Byrds, Eric Clapton, The Muppet Show) en bassist Lyle Ritz (The Beach Boys, The Righteous Brothers). Malmborg’s album ‘A Midsummer’s Day Dream’ staat bol van de Beach Boys-invloeden, het enige nummer wat sterk van de formule afwijkt is het groovy ‘Night of the Lions’, waarmee Malmborg voornamelijk indruk maakt op Jim Gordon. Het album krijgt om onduidelijke redenen volstrekt geen steun van het label en doet dan ook helemaal niets. De ambitieuze plaat flopt zo jammerlijk dat Malmborg zich er zelfs voor begint te schamen. Vrijwel gelijktijdig wordt hij door zijn ouders het huis uit geschopt en door zijn vriendin verlaten voor een ander. Voordat zijn muzikale carrière goed en wel begonnen is geeft hij er gedesillusioneerd de brui er weer aan. Hij weet nog even het hoofd boven water te houden als fotomodel en met kleine rolletjes als acteur. Dan gaat hij toch maar weer muziek maken, nu als entertainer in restaurants, hotels en op cruiseschepen. Vlak na de millenniumwisseling wordt zijn volledig vergeten album herontdekt door pophistoricus Domenic Priore. Het leidt ertoe dat Malmborg voor het eerst in zijn leven een volledig optreden geeft met eigen werk en dat zijn album, met bonustracks, wordt heruitgebracht op CD.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: