Warm Sounds

Als het om muziek gaat heb ik een paar afwijkingen die een beetje neigen naar het obsessieve. Als ik een nummer hoor dat ik echt mooi vind, dan moet ik per sé weten hoe het heet en van wie het is. Vervolgens moet ik het uiteraard hebben. Op een officiële CD of beter nog, op vinyl. Muziek downloaden of een CD kopiëren is niet goed genoeg. En zodra een band of artiest echt indruk op me gemaakt heeft neem ik geen genoegen meer met alleen de reguliere albums. Dan wil ik ook de B-kantjes, live-opnames, demo’s en slechte repetitieopnames horen. Dan wil ik niet alleen de officiële bandbio lezen, maar wil ik bij wijze van spreken ook weten wat het favoriete eten en de favoriete kleur van elk bandlid is. En elk muziekfeitje dat eenmaal mijn hoofd in gaat blijft daar doorgaans ook heel stug hangen. Wat mijn eigen telefoonnummer is, wat voor T-shirt ik eergisteren droeg of wat de naam was van mijn wiskundeleraar in mijn examenjaar zou ik je niet kunnen zeggen al hing mijn leven er van af, maar de negen gitaristen van de Red Hot Chili Peppers, de 28 studio-albums van The Beach Boys of de tracklisting van ‘Nevermind’ opdreunen is niet zo’n probleem. Als nuttige informatie net zo makkelijk bleef hangen als onbenullige muziekfeitjes dan zou mijn schoolloopbaan er heel anders uit hebben gezien (en sowieso korter zijn geweest).

Zomer 1990. Ik ben ik elf jaar oud en met mijn ouders en broers een weekje op vakantie in de Duitse Eiffel. Het is een hele mooie week die één van mijn meest dierbare jeugdherinneringen zal worden. Elke dag mooi weer, overdag over groene heuvels rijden naar leuke stadjes en oude kastelen, elke namiddag en avond voetballen met een hele groep kinderen uit Nederland, België en Engeland. Als we in de auto zitten staat steevast Radio Tour de France op. Eén van de presentatoren daarvan is Felix Meurders, die zich om de één of andere reden heeft voorgenomen om een behoorlijk obscuur singletje uit 1967 uit de vergetelheid te sleuren. Hij draait het dan ook met enige regelmaat. Ik val meteen als een blok voor het nummer. Het heeft misschien wel de mooiste melodieën die ik ooit heb gehoord, het is catchy en zonnig op de oppervlakte, maar heeft tegelijk een vreemde, donkere en ietwat sinistere ondertoon. Ik slaag er niet in om op te vangen wat de naam van de uitvoerende of de titel van het liedje is, ik kom alleen te weten dat in één van beiden het woord “birds” zit. Meurders’ pogingen blijven redelijk vruchteloos, waardoor het na die vakantie nog verschillende jaren zal duren voor ik het nummer weer te horen krijg. Maar ik blijft me altijd exact herinneren hoe het klonk. Het wordt voor mij bijna een mythisch iets: het onbekend liedje dat kwam, dat in mum van tijd mijn favoriete nummer werd en vervolgens weer verdween in het niets.

Een jaar of twaalf later. In al die tijd heb ik het nummer nog een keer of twee voorbij horen komen op de radio. Ik ben er eindelijk in geslaagd om de naam van de uitvoerende en de titel te achterhalen. ‘Birds and Bees’ van Warm Sounds, dat was ‘m. Het is voor mij niets minder dan een missie geworden om een geluidsdrager te vinden waar dit nummer op staat. Dat valt nog niet mee. Warm Sounds blijkt nooit een album uit te hebben gebracht, laat staan dat er CD’s zijn. Een exemplaar vinden van het originele singletje op een rommelmarkt is ook vrijwel uitgesloten, ‘Birds and Bees’ heeft de Nederlandse top 40 immers nooit van dichtbij gezien. En met sites als eBay en Markplaats ben ik sowieso nog niet bekend. Na wat gespeur op internet weet ik een de site te vinden van een Engelse platenhandelaar die een exemplaar van de single te koop heeft voor een pond of twintig. Een bedrag wat ik er graag voor wil betalen. Ongeveer een week later valt het pakje met de single op de deurmat. Ik maak het snel open, leg het plaatje op de platenspeler, zet de naald op het vinyl en even later hoor ik pas voor waarschijnlijk de derde keer sinds die vakantie in 1990 het intro: “Pap-pap-pap, pap-pap-pap-pap…”. Tot mijn opluchting blijk ik het nummer niet te hebben geromantiseerd door de jaren. Het is nog net zo magisch en net zo mooi als ik het me herinnerde.

Tot op de dag van vandaag vind ik ‘Birds and Bees’ één van de mooiste nummers aller tijden. Specifieker: op ‘God Only Knows’ van The Beach Boys na het allermooiste. Na het eerste deel van dit stuk te hebben gelezen zal het je niet verbazen dat ik dus ook wel wat meer wilde weten over Warm Sounds. Ik heb nooit veel kunnen vinden. Googlen op de bandnaam levert genoeg resultaten op, maar alle concrete informatie lijkt te komen uit één en dezelfde beknopte bio. Wat ik uiteindelijk te weten kom is dat Warm Sounds een samenwerkingsverband was tussen twee singer/songwriters, Barry Husband (ook bekend als Barry Younghusband) en Denver Gerrard (ook bekend als Denny Gerrard). ‘Birds and Bees’ werd uitgebracht in de befaamde “Summer of Love” van 1967 op Deram Records, een quasi-progressief sublabel van Decca. De single ging naar nummer één op de hitlijst van het toonaangevende piratenstation Radio London, maar bleef op de officiële lijst hangen op 27, wat een record betekende: geen enkele lijstaanvoerder van Radio London had het ooit slechter gedaan op het reguliere hitoverzicht. Warm Sounds bracht in 1967 en 1968 nog twee singles uit, die beiden totaal flopten. Wat begrijpelijk is, de tweede single ‘Sticks and Stones’ is niet zo best (al is B-kant ‘Angeline’ wel heel aardig) en de psychedelische, experimentele derde single ‘Nite is a Comin” was zelfs voor het tijdperk nog wat te vreemd. Na deze derde single viel Warm Sounds uiteen. Ik heb ergens gelezen dat er nog een album op zou zijn genomen dat nooit uit is gebracht, maar hoe betrouwbaar die informatie is weet ik niet. Hoe dan ook, de officiële erfenis van Warm Sounds bestaat uit slechts zes liedjes, uitgebracht op drie singles die sinds de late jaren zestig nooit meer heruitgebracht zijn.

Na in Warm Sounds te hebben gespeeld was Husband kortstondig lid van Donovan’s begeleidingsband Open Road, terwijl Gerrard het onsuccesvolle en behoorlijk matige soloalbum ‘Sinister Morning’ maakte. En dat is waar het spoor lijkt te eindigen. Tot dusver heb ik nooit ook maar het kleinste beetje informatie weten te vinden over wat Husband en Gerrard sinds de late jaren zestig uitgespookt hebben. Het lijkt er dus op dat ze destijds uit de muziekbusiness gestapt zijn. Het maakt me benieuwd naar wat ze nu doen. Ze moeten rond de zeventig zijn, zouden ze nog leven? Zouden ze nog muziek maken? Zouden ze nog ooit in een conversatie laten vallen dat ze vroeger een paar singletjes gemaakt hebben? Zouden ze verbitterd zijn over hun korte en in commercieel opzicht weinig succesvolle carrières? Zouden ze kleinkinderen hebben die niet eens weten dat hun opa ooit muziek maakte? Ik ben normaal helemaal niet zo’n type fan dat contact gaat zoeken met zijn idolen, maar uiteindelijk werd mijn nieuwsgierigheid naar die twee mannen die verantwoordelijk waren voor een liedje dat al een jaar of twintig een bescheiden obsessie voor me was toch zo groot dat ik eens een poging besloot te wagen. Bewapend met een computer, Google en Hotmail ging ik er voor.

De eerste persoon die ik wist te achterhalen was “Candy” John Carr, de studiodrummer die op ‘Birds and Bees’ speelde. Hij bleek nog altijd te drummen en een eigen website te hebben. Ik stuurde een mailtje naar Carr, kreeg een uiterst vriendelijk antwoord, maar helaas ook de melding dat hij na het Warm Sounds-tijdperk nooit meer wat van Husband of Gerrard had vernomen. O ja, en of ik hem even wat wilde laten weten als ik ze zou vinden. De volgende persoon die ik vond was Tony Hill, die gitaar speelde op Gerrard’s solo-album. Ook hij bleek nog altijd actief te zijn en een eigen website te hebben en ook hij bleek al bijna veertig jaar geen contact meer te hebben met Husband of Gerrard. En wederom: “Laat maar wat weten als je ze mocht vinden”. Ik kreeg het idee om contact op te nemen met Isoteric Records, het label dat recentelijk Gerrard’s soloalbum had heruitgebracht op CD. Ik nam aan dat ze Gerrard wel royalties zouden betalen. Helaas, Isoteric bleek geen idee te hebben waar Gerrard uithing, ze wisten niet eens of hij nog leefde, ze hadden de albumrechten gekocht van Decca en dat was dat. Ik deed nog één poging, ik stuurde een mailtje naar Decca, maar dat leverde slechts de reactie op dat de namen Warm Sounds, Denver Gerrard and Barry Husband geen belletje deden rinkelen.

Alle sporen eindigen dus eind jaren zestig, begin jaren zeventig. En eigenlijk is het ook wel prima zo. Het is leuk om alles te weten wat er te weten valt over je helden. Maar er zit ook een mooi, romantisch kantje aan obscuriteit. Over nummers als ‘Bohemian Rhapsody’, ‘Stairway to Heaven’ en ‘Smells Like Teen Spirit’ kun je genoeg informatie verzamelen om een boek te vullen. Minpunt is dat die nummers lijden onder het feit dat ze publiek bezit zijn. Je hebt ze nèt wat te vaak voorbij horen komen op de radio, nèt wat te ernstig verkracht horen worden door coverbandjes, nèt wat te hoog in de Top 2000 zien staan. Dat soort dingen maken een liedje toch bewust of onbewust wat ordinair en versleten. Dan heeft het wel wat om bij een liedje het gevoel te hebben dat je het bijna helemaal voor jezelf hebt. Dat het half begraven ligt in de grond, achtergelaten is door mysterieuze vreemdelingen en daarna vrijwel vergeten is. Als een schatkist.

Ik ben erg blij dat Felix Meurders een dikke twintig jaar geleden besloot te gaan proberen om ‘Birds and Bees’ uit de vergetelheid te sleuren. En stiekem ook een klein beetje blij dat het hem niet gelukt is.

Advertenties

2 Reacties so far »

  1. 1

    C said,

    Denny Gerrard woont in Zuid-Afrika en zit weer in de antiekbusiness.
    Daarnaast zijn er nog 2 onbekende nummers van ze op een BBC transcription LP, titels weet ik niet meer.

  2. 2

    Maarten said,

    Wat een leuke post. Mijn ervaring vertoont gelijkenissen met de jouwe. Ik kan me nog herinneren dat Felix Meurders dit nummer ooit draaide, dat ik er helemaal weg van was, en dat het me ook heel veel moeite kostte om het te pakken te krijgen. Hij kondigde het namelijk niet af en de titel haal je inderdaad niet direct uit het liedje zelf.

    Nog steeds vind ik het een prachtig, heerlijk optimistisch nummer. Heb je Denny Gerrard kunnen vinden in Zuid-Afrika?

    Als “tegenprestatie” voor het interessante verhaal wil ik je wijzen op een uitvoering van God Only Knows, die je misschien niet kent (en die ik geweldig vind, zowel in geluid als in beeld): https://www.youtube.com/watch?v=XqLTe8h0-jo

    Dank en groet!


Comment RSS · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: