Goedkoper dan de Blokker

Zomaar wat reisherinneringen.

Dinsdag 26 juli 2005. Alexandrië, Egypte. Het is, zoals vrijwel altijd hier, stralend weer en het strand aan de Middellandse Zee ligt goed vol. Al snel begint het ons op te vallen dat alle strandgangers mannen en jongens zijn. Als je al eens een vrouw ziet is ze volledig gekleed en past ze op de spullen terwijl manlief en/of zoons zich vermaken in het water. Even later zitten we in de hotellobby. Tegenover ons zit een vrouw. Althans, dat neem ik aan. Er is geen vierkante centimeter van haar te zien, ze draagt een boerka en zelfs haar ogen zijn bedekt met een gaasje. Ze heeft twee kleine kinderen bij zich, een jongen en een meisje. Ik denk dat ze een jaar of drie, vier zijn. Er wordt opgewekte Arabisch muziek gedraait. De twee kinderen laten zich van de bank glijden en beginnen allebei vrolijk te dansen en te huppelen. De vrouw staat op. Ze pakt het meisje hardhandig bij een arm en zet haar terug op de bank. In het Arabisch snouwt ze haar iets toe. Uiteraard kan ik het niet verstaan, maar waarschijnlijk zegt ze zoiets als “Zitten! Doe normaal en gedraag je!”. Het jongetje danst en springt vrolijk verder.

Maandag 18 juni 2007. Acapulco, Mexico. Ik zou nu graag even onzichtbaar willen zijn. Ik hoopte hem ongemerkt te kunnen passeren, maar hij heeft me gezien en komt op me af. Tijdens deze stadswandeling was het aantal keren dat iemand “Pssst, amigo!” naar me riep nauwelijks te tellen en elke keer kreeg ik dan van een akelig mannetje te horen dat hij “anything you want” kon regelen. De man die het nu op mij voorzien heeft is de koning van de enge mannetjes in Acapulco. Lang, graatmager, shirtloos, helemaal vol tattoos, grote zonnebril, bek vol zilveren tanden, lange sik. Type biker. Hij gaat met een intimiderende pose in mijn looprichting staan en spreekt me aan, in het Engels met een Amerikaans accent. Ik speel dommetje en zeg in het Nederlands dat ik geen Engels spreek. Hij trapt er niet in. Hij wil dat ik met hem mee ga naar de seksclub waar hij voor werkt. Ik zeg dat ik geen interesse heb. “Why not?” wil hij weten. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik echt niet zit te wachten op wat hij te bieden heeft, maar dat accepteert hij domweg niet. Ik besluit gewoon weg te lopen en maar te hopen dat hij me dan met rust laat. Pas een meter of honderd verderop durf ik weer achterom te kijken.

Donderdag 2 april 2009. Amman, Jordanië. De sfeer in het café is opperbest. Het enige wat we hier een beetje missen is een pilsje, alcohol wordt hier niet geschonken. We vragen één van de vriendelijk obers of hij niet toch wat kan regelen. Hij gaat even overleggen met zijn collega’s en komt dan terug. Hij weet wel een adresje. Voor 50 dinar (zo’n 55 euro) kan hij tien halve literblikken bier regelen. Een beetje duur, maar we gaan ermee akkoord. Even later zien we één van zijn collega’s buiten een taxi nemen. Het duurt zo’n drie kwartier voordat hij weer terug komt. Blijkbaar moet je midden in deze miljoenenstad een minuut of twintig rijden om ergens bier te kunnen krijgen. Er wordt een discreet zwart plastic tasje op onze tafel gezet. Daarin zit nog zo’n discreet zwart tasje. En daarin zitten tien blikken bier. Het voelt bijna alsof we zojuist een veel sterker verdovend middel besteld hebben dan bier. We merken dat de obers toch een beetje zenuwachtig worden als we de blikken openmaken. Als we elk aan ons tweede blik willen beginnen komen ze ons toch vriendelijk verzoeken of we die ergens anders op willen gaan drinken. We stoppen de blikken terug in het discrete zwarte tasje en gaan naar één van onze hotelkamers. Stiekem bier drinken.

Woensdag 12 juli 2006. Camagüey, Cuba. De bar in de stad was niks. Als een net iets te mooie en net iets te jonge vrouw je direct op de man af vraagt in welk hotel je verblijft, dan begrijp je wel dat ze niet zomaar aan het flirten is. En van dat soort vrouwen liepen er iets te veel rond. We gaan maar in de bar van ons hotel zitten, al is die met z’n felle TL-lampen niet erg gezellig. Gelukkig verkopen ook ongezellige bars middeltjes waardoor ze vanzelf wat gezelliger worden. Onze Cubaanse reisleider komt bij ons zitten, samen met een vriend van hem die hier woont. Die vriend is een opvallend figuur. Zijn postuur, zijn manier van praten, zijn manier van lachen, zijn manier van dansen, zijn scheve petje, alles aan hem komt erg klungelig over. De rum, die hier spotgoedkoop is en er vlot doorheen gaat, maakt dat alles er niet beter op. Naarmate de avond verstrijkt wordt het steeds moeilijker om hem niet hardop uit te lachen en uiteindelijk lukt dat dan ook niet meer. De man lijkt het allemaal wel prima te vinden en lacht vrolijk met ons mee. De volgende ochtend zit onze reisleider met een monumentale kater in de bus. Het wordt al snel duidelijk dat we vandaag weinig van hem zullen gaan horen. Hij weet wel heel nonchalant nog wat te vertellen over zijn vrolijke vriend. Dat blijkt hier een hele grote jongen te zijn in de georganiseerde misdaad. De reisleider brengt het nieuws alsof het gaat om een handige zakenpartner. Het wil immers wel eens voorkomen dat van één van zijn gasten een portemonee of camera gejat wordt. Eén telefoontje naar zijn vriend is dan genoeg om die in een kwartiertje terug te laten bezorgen.

Dinsdag 12 juni 2007. San Juan Chamula, Mexico. Het gaat er in deze kerk wat anders aan toe dan wij gewend zijn. Banken staan er niet en de vloer ligt bezaaid met dennennaalden, bloemen en theelichtjes. Mensen bidden niet met woorden, maar door lekker hard te boeren. De lucht die je dan uitstoot nemen al je gedachtes mee naar boven, geloven ze hier. Veel mensen hebben dan ook een fles Coca-Cola bij, dat bidt wat makkelijker. Hoofdontvanger van deze bijzondere gebeden is niet Jezus Christus, maar Johannes de Doper, die hier belangrijker geacht wordt. Overbodig om te melden dat de katholieke kerk walgt van deze geheel eigen interpretatie van het katholicisme met invloeden uit inheemse godsdiensten. Katholieke priesters zetten hier dan ook alleen een voet over de drempel als er kinderen gedoopt moeten worden, de rest van de tijd zoeken ze het hier zelf maar uit. Het is erg zonde dat het in deze bijzondere ruimte ten strengste verboden is om foto’s te maken. Met fotocamera’s hebben de Chamula’s sowieso heel weinig op. De plaatselijke bevolking mag onder geen beding gefotografeerd worden, als je dat doet steel je immers een deel van hun ziel. Overtreding van deze regel kan je op een pak slaag, een kapotte camera of een nachtje cel komen te staan, of een combinatie daarvan.

Het is een interessante wereld. Wat je op de ene plaats opgedrongen wordt is op de andere verboden. Wat voor de ene cultuur een gebruik is, is voor de andere een zonde. Wat in het ene land vanzelfsprekend is, is in het andere ondenkbaar. Maar als je als bleke Hollander langs een souvenirkraampje loopt merk je echter dat sommige dingen overal hetzelfde zijn.

“Hey, friend! Come look! Kijken, kijken, niet kopen! Allemachtig prachtig! Goedkoper dan de Blokker!”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: