De vraag

20190416_195707Ik app:
“Zeg maar dat je moeder morgen niet bij ons op hoeft te komen passen, ik breng de kinderen wel naar je ouders toe.”
Ze reageert:
“Ze heeft al gezegd dat ze naar ons komt. Vindt ze niet erg, hoor.”

Maar dat is dus niet de bedoeling. Mijn schoonvader komt dan immers niet mee. En hem moet ik ook spreken. Ik app de volgende ochtend rechtstreeks naar mijn schoonouders:
“Het is lekker weer en ik wil wel even een stukje lopen met die twee, dus ik kom ze toch naar jullie brengen, OK?”

Ik ga dus op mijn papadag naar hen toe. Naar mijn schoonouders. Als je al zeven jaar een relatie hebt met hun dochter en ze de grootouders zijn van je kinderen, dan heb je het niet meer over “de ouders van mijn vriendin”.

Ik ga nu bij ze langs om te vragen of ze ook officieel mijn schoonouders willen worden.

Ik weet het, ik ben wat laat. Als je het écht doet zoals het hoort volgens de traditie, dan vraag je je partner ten huwelijk, ga je trouwen en pas daarna ga je samenwonen en eventueel aan kinderen beginnen. Die traditie hebben we al ruimschoots verbroken. Maar toch ben ik op dit vlak nog een beetje ouderwets. Ik heb me altijd voorgenomen dat als ik ooit een huwelijksaanzoek ga doen, dat ik dan vooraf netjes toestemming ga vragen aan mijn schoonouders. En dat ik het aanzoek doe zoals het hoort. Op één knie, met een ring. En liefst op een beetje een originele manier.

Leuke ideeën heb ik heus wel gehad. Haar grote held Eddie Vedder inschakelen, bijvoorbeeld. En hem dan eerst ‘Can’t Help Falling in Love’ laten zingen (Linda zei eens dat ze dit wilde horen als we ooit zouden gaan trouwen) en hem daarna zoiets laten zeggen als, “Ik ben helaas niet meer beschikbaar, maar deze kerel hier wil je wat vragen”.

Tijdens het bekijken van onze vakantiefoto’s kreeg ik een iets makkelijker uitvoerbaar idee. Ik ging een fotoalbum maken met onze gezamenlijke hoogtepunten. Onze reizen door onder meer Laos, Kroatië, Nicaragua, El Salvador, Ecuador en Griekenland kregen sowieso elk één pagina. Daarna bedacht ik steeds meer dingen die een bladzijde moesten krijgen. Klussen in ons huis toen we samen gingen wonen. Linda’s promotie. Het eerste kampioensfeest van PSV dat we samen meemaakten. De geboorte van Sam en Anne. De vakanties met de kinderen in Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal… Ik had al snel meer dan genoeg om een aardig album mee te vullen.

En op de eerste pagina kwam de allereerste foto van ons samen, gemaakt tijdens onze vierde date, in de Efteling. Zichtbaar nog wat schuchter zitten we naast elkaar in een karretje van Carnaval Festival. Ongeveer een uurtje daarna wist ik eindelijk genoeg moed te verzamelen om voor de eerste keer haar hand vast te pakken. En de volgende dag om haar bij mij thuis uit te nodigen.

De belangrijkste foto zette ik ergens in het midden. Onder het kopje “O ja, even tussendoor…”, kwam een foto van Sam en Anne met een spandoekje. Met daarop de tekst “Mama, wil je met papa trouwen?”.

We zijn in Scheveningen. Als cadeautje voor Valentijnsdag heb ik hier een overnachting geboekt. Hoewel ik bewapend ben met grof geschut, ik gooi immers onze allermooiste herinneringen én onze kinderen in de strijd, ben ik toch behoorlijk zenuwachtig als ik haar vlakbij ons hotel het strand op lok, met het smoesje dat ik eerst nog even naar de zee wil kijken voordat we de tram naar Den Haag nemen. Dat is niet mijn enige smoesje. Ik geef haar het album als cadeautje, zogenaamd omdat we vandaag precies zes jaar samenwonen (wat overigens wel waar is). Met uitzicht op zee bladert ze het door, terwijl ze steeds dichter tegen me aan komt staan. Als ze bij de cruciale pagina komt, ga ik op één knie en haal ik de ring tevoorschijn. Ze zegt meteen “Ja!”. Ik zie een traantje. “Komt ook wel een beetje door de wind, hoor…”, zegt ze.

Even later bedenk ik me dat het fotoalbum nu al een pagina achter loopt.

Advertenties

Leave a comment »

Bus Stop

20190207_203638

Graham Gouldman is op zich geen naam die volle zalen trekt. Dat blijkt wel op deze milde winteravond in februari 2019 in Eindhoven. De 72-jarige Engelsman treedt op in de kleine zaal van het plaatselijke Muziekgebouw Frits Philips. Deze ruimte heeft een capaciteit van maar vierhonderd plaatsen en die zijn niet allemaal bezet.

Maar ook als de naam Graham Gouldman je niets zegt, dan nog is de kans vrij groot dat je toch aardig wat liedjes kent die hij heeft geschreven. In de jaren zestig componeerde hij wereldhits voor anderen, zoals ‘Bus Stop’ voor The Hollies, ‘No Milk Today’ voor Herman’s Hermits en ‘For Your Love’ voor The Yardbirds. In 1972 was hij mede-oprichter van de band 10cc, waarvoor hij klassiekers schreef als ‘Dreadlock Holiday’, ‘I’m Not in Love’ en ‘The Wall Street Shuffle’. En in de jaren tachtig scoorde hij als de helft van duo Wax met ‘(Building a) Bridge to Your Heart’.

Gouldman zal wellicht al in 1965 het gevoel hebben gekregen dat zijn composities mogelijk bekender zouden worden dan zijn naam. Hij maakte toen deel uit van het anonieme bandje dat wekelijks het publiek van het populaire tv-programma Top of the Pops op moest warmen voordat de uitzending begon. Op een avond moest hij met lede ogen aanzien hoe even later The Yardbirds optraden, voor een enthousiast publiek en camera’s die nu wél draaiden. Ze speelden hun hitsingle. Zíjn ‘For Your Love’.

Maar het is nou ook weer niet zo dat Gouldman een nobody bleef in de muziekgeschiedenis. Hij was immers lid van 10cc, een band die meer dan dertig miljoen albums verkocht.

En toch staat staat hij vanavond, in Eindhoven, aangekondigd als 10cc’s Graham Gouldman & Heart Full Of Songs, dus tegenover maar enkele honderden toeschouwers. Ik ben één van hen. Ik ben niet heel specifiek een liefhebber van 10cc en niet overdreven bekend met Gouldman’s werk, afgezien van de hits. Maar ik woon op maar tien minuten fietsen van het Muziekgebouw, ‘Bridge to Your Heart’ verdient een prominent plaatsje op de soundtrack van mijn jeugd en als groot liefhebber van popmuziek uit de jaren zestig heb ik een flinke zwakke plek voor evergreens als ‘Bus Stop’ en ‘No Milk Today’. Ik ben het aan mezelf verplicht om hier te zijn.

De popveteraan uit Manchester wordt vandaag vergezeld door twee multi-instrumentalisten en een percussionist. Grotendeels akoestisch spelen ze een set die bestaat uit alle voorgenoemde wereldhits, enkele minder bekende composities en recenter werk van Gouldman’s in 2012 en 2017 in eigen beheer uitgebrachte solo-cd’s. Het klinkt allemaal prima en voor mijn gevoel vliegt de tijd voorbij. Zodra ik me af begin te vragen of er nog een pauze zal komen, is het al tijd voor de toegift.

De uitvoeringen van de tijdloze klassiekers ‘Bus Stop’ en ‘No Milk Today’ klinken misschien zelfs nog mooier dan de bekende hitversies. ‘I’m Not in Love’ blijft ook zonder de in de studio uit tientallen lagen opgebouwde koortjes prima overeind. Ik word verrast door fraaie liedjes die ik nog niet kende, zoals ‘Sunburn’, ‘Daylight’ en ‘Love’s Not For Me’. En ik krijg eventjes een brokje in m’n keel bij het refrein van ‘Bridge to Your Heart’, een liedje dat me altijd eventjes terugbrengt naar de pleintjes en paadjes waar ik in de jaren tachtig speelde als kind. Het enige liedje dat ik een beetje mis is ‘Nowhere to Go’, een verschrikkelijk mooie en diep melancholische solo-single van Gouldman uit 1972 die ik ken van een verzamel-cd met obscure, jammerlijk geflopte pareltjes uit dat tijdperk. Maar het is hem vergeven.

Gouldman vertelt hier en daar wat anekdotes bij zijn liedjes en legt teksten uit. Hij vertelt dat hij van zijn vader, een toneelschrijver, leerde om verhaaltjes te halen uit onbenullige dingetjes. Zo ontstond ook ‘Bus Stop’. Zoonlief reed elke dag met de bus van werk naar huis en kreeg zodoende het vage idee om een liedje te schrijven over een bushalte. Maar wat kon hij daar dan over schrijven? Gouldman senior gaf hem een beginnetje cadeau: het regent, er staat een leuke vrouw bij die bushalte, jij hebt een paraplu en biedt haar aan om die te delen. Junior ging naar zijn kamer en schreef de rest.

Gouldman en zijn begeleider Iain Hornal wisselen verder wat grapjes uit over hun respectievelijke solo-cd’s die verkrijgbaar zijn in de lobby. En met enige trots vertelt hij ook dat hij in 2014 op is genomen in de Songwriters Hall of Fame. En dat hij bij de inwijding één liedje uit zijn omvangrijke repertoire live uit mocht voeren. Maar welk nummer dan? Hij koos uiteindelijk voor ‘Bus Stop’, met als simpele reden dat hij het misschien wel het beste liedje vindt dat hij ooit schreef.

Ik vond dat wel mooi. Middels een liedje over een simpele paraplu die leidt tot een huwelijk, leidde een simpel busritje in de avondspits tot Gouldman’s zelfgekozen hoogtepunt in een mooie muzikale carrière die inmiddels al 54 jaar duurt.

Leave a comment »

Zwembad

“Heb jij de handdoeken?”
“Nee, die liggen in de tas in jouw kluisje. Had jij nou mijn telefoon al opgeborgen?”

Linda en ik staan met onze twee kinderen te klungelen bij de kluisjes van het zwembad. Er komen twee meisjes naar ons toe, van een jaar of acht à tien. Ze zijn hun moeder kwijt, zeggen ze in het Engels met een Oost-Europees accent. Of wij die alsjeblieft even voor ze willen bellen. Eén van de twee heeft het nummer op een armbandje staan. Linda reageert terughoudend, ik snap meteen waarom. Er klopt iets niet. Ze maken een te emotieloze indruk, zeker voor jonge kinderen die in een vreemd land hun moeder kwijt zijn. De manier waarop ze praten klinkt ingestudeerd. En is het niet logischer om naar een badmeester te gaan? Er lopen er meer dan genoeg rond. Waarom spreek je dan bezoekers aan? Uitgerekend bezoekers die staan te klungelen bij twee open kluisjes?

Die laatste vraag beantwoordt zichzelf, vrees ik.

Ik zeg tegen de meisjes dat ze maar even met me mee moeten lopen en dat ik wel een badmeester voor ze zal zoeken. Eén van hen zegt vluchtig “Okay, thank you” en voor ik het weet zijn ze verdwenen, een hoekje om.

Een uurtje later zien we de meisjes weer. Ze worden door twee badmeesters naar buiten geleid. Ze zien er niet uit als kinderen die opgelucht zijn omdat die aardige meneren hun moeder voor ze gaat zoeken. En eigenlijk ook niet als kinderen die bang en geschrokken zijn omdat ze zojuist betrapt zijn bij iets wat niet mag. Ze lijken nog steeds redelijk emotieloos, hooguit een beetje bozig. “Verdomme, wéér mislukt”.

We hebben even daarvoor melding gemaakt van de situatie bij een badmeester, hij komt ons nu vertellen dat hij door meer mensen is aangesproken, dat er inderdaad iets niet in de haak was en dat ze het uit gaan zoeken.

Ik heb wel vaker te maken gehad met diefstal en oplichting of pogingen daartoe. Wie niet? Dat maakte me altijd boos en soms ook een beetje bang. (Zoals toen ik er in een bus in Ecuador achter kwam dat de tas die de hele tijd tussen mijn benen had gestaan van achteren open was gesneden. Of toen een man die ons in Marrakesh even de weg had gewezen ineens een hoop geld begon te eisen).

Maar nu heb ik vooral medelijden. Je zal later maar terug moeten denken aan zo’n jeugd. Aan al die keren dat je met je ouders lekker naar het zwembad mocht.

Leave a comment »

Kievitstraat

Kievitstraat

Van mijn geboorte tot mijn 21e woonde ik in de Kievitstraat in Reusel. Letterlijk vanaf mijn geboorte, ik kwam daar ter wereld, in één van de drie slaapkamers van nummer 46. Mijn ouders waren er twee jaar eerder gaan wonen, als eerste bewoners. In de nieuwbouwstraat wemelde het van de jonge, pasgetrouwde stelletjes en die begonnen allemaal zo snel mogelijk met kinderen krijgen, zoals toen nog bijna vanzelfsprekend was. Gevolg is dat mijn twee jongere broers en ik daar opgroeiden met heel veel leeftijdsgenoten. Er staan niet veel huizen in de Kievitstraat waar ik als kind nooit over de vloer ben geweest.

Het was een perfecte straat om in te wonen en niet eens alleen vanwege de vele leeftijdsgenoten. In een ideale wereld zou elk kind opgroeien in een Kievitstraat. De huizen stonden in drie rijen rondom een speeltuin en een steenworp verderop lag een voetbalveldje. Was dat bezet door kinderen waar je niet mee wilde (of mocht) voetballen, dan lagen er in de buurt nog meer dan genoeg andere grasveldjes. Verkeer reed er amper.

Naast ons woonde aan de ene kant een gezin met eveneens drie zoons. We hadden een goede band met ze. Hun middelste zoon zat bij mij in de klas. En als mijn ouders een avondje weg moesten, dan werd de babyfoon bij de buren neergezet. Buurman Cor kreeg regelmatig verzoekjes via de babyfoon, waar hij voor zover ik me kan herinneren altijd zonder veel morren aan voldeed. Dan mocht hij weer even de deur uit om bijvoorbeeld een glaasje water te komen brengen. Overigens hadden we die babyfoon amper nodig, want de huizen waren behoorlijk gehorig. De buren konden we soms letterlijk verstaan. Het is meer dan eens gebeurd dat mijn vader ’s avonds, terwijl wij al sliepen, de slaapkamer in kwam stormen. “Gaan jullie nou onderhand eens slapen?”. Maar dan had hij dus de buurjongens gehoord. (Het werd helemaal leuk toen later twee van mijn buurjongens naar keiharde metal gingen luisteren.)

Onze andere buren waren een verhaal apart. Een wat ouder stel, veruit de oudste mensen in de straat. De vrouw, die uit het westen kwam en een nogal snerpende stem bezat, had een dochter die het huis al uit was, haar man was heel lang vrijgezel geweest en had niet zoveel te zeggen thuis (op latere leeftijd verloor hij zijn spraak, in de buurt ontstond natuurlijk al snel het grapje dat hij gewoon gestopt was met proberen er een speld tussen te krijgen). Vooral de buurvrouw had een eigenschap die niet zo handig is als je tegenover een speeltuin woont: ze kon werkelijk niets verdragen van kinderen. Bij het minste of geringste werd geklaagd bij je ouders, of zelfs de politie gebeld. Wat het voor de kinderen in de buurt natuurlijk alleen maar een grotere uitdaging maakte om met blaaspijpen papieren pijltjes door hun open slaapkamerraam te schieten. De buren kregen uiteindelijk de gemeente zo gek om een muurtje te bouwen bij de zandbak, zodat het zand niet meer richting hun huis zou waaien. Maar het was geen erg stevig muurtje en je zult wel begrijpen dat het niet heel lang overeind heeft gestaan.

In mijn jeugd had je nog geen internet, iPads, of tv-zenders die de hele dag door tekenfilms uitzonden. Als het weer het toestond, dan was het in de speeltuin en op straat bijna altijd druk met kinderen uit de buurt. We voetbalden, hielden fietscrosswedstrijdjes en speelden verstoppertje. En soms speelden we oorlogje. De kinderen uit de Kievitstraat en de Sperwerstraat samen tegen die uit Den Dries, die dan soms hulp kregen uit Den Drink. Zo’n oorlog kon een hele zomerdag duren. Soms was het heel onschuldig. Soms werd er echt gevochten en werden er kinderen “ontvoerd”. Ik herinner me dat er een enkele keer zelfs met een geopend zakmes is gegooid, waarmee een jongen die bij ons om de hoek woonde in zijn been werd geraakt. En dat iemand eens aan kwam zetten met een hondenschedel, die vervolgens op een stok meegedragen werd, als een afschrikwekkende staf.

Ik heb dus veel herinneringen liggen in de Kievitstraat. Ik zou makkelijk nog een hele alinea kunnen schrijven over het wat onhandige voetbalveldje, waarop maar één doel stond. Of over de fietscrosswedstrijdjes, die dwars door alle paadjes tussen de huizen en garages gingen. Over de forse vrouw die tegenover ons woonde, die regelmatig luid schreeuwend in pyama achter haar zoon aan ging, als hij het weer eens had gewaagd om naar school te gaan zonder eerst even netjes gedag te zeggen tegen zijn zusjes. Over de twee broers uit de Sperwerstraat, die ook vaak in het speeltuintje rondhingen en bijna dagelijks wel een keertje met elkaar op de vuist gingen.

December 1999 was een vreemde maand. Ik was net begonnen met werken op een nieuwe stageplaats, in Geldrop. Op een ochtend werd ik wakker op een matras op de grond in mijn al vrijwel lege kamer aan de Kievitstraat. Bijna alle spullen waren al verhuisd naar het nieuwe huis in de Kruisstraat. Het was de laatste maand van de twintigste eeuw. Voor de allerlaatste keer daalde ik de trap af van het huis waarin ik mijn hele leven had gewoond. Als ik ooit een moment gehad heb dat echt voelde als het einde van een tijdperk, dan was het moment waarop ik daarna de voordeur achter me dichttrok.

Leave a comment »

Ill Communication

20181209_210329Ik denk dat bijna iedereen die wat fanatieker met muziek bezig is, wel één album kan noemen dat alles veranderde. Een plaat die voelde als een flinke ruk aan het stuur. Die ervoor zorgde dat je nooit meer helemaal hetzelfde zou zijn. Op z’n minst op muzikaal gebied, maar misschien zelfs als mens.

Ik ben geboren in 1978, maar gek genoeg was ik als kind en jonge tiener volledig geobsedeerd door muziek uit de jaren vijftig en de vroege jaren zestig. En die had ik niet eens meegekregen van mijn ouders, want thuis stond altijd Hilversum III op, de voorloper van Radio 3FM. Ik was als kind van een jaar of acht-negen in de ban geraakt van de stem van Elvis Presley en was daarna op zoek gegaan naar de muziek van zijn tijdgenoten. Als brugklasser fietste ik elke vrijdagmiddag naar de weekmarkt in Reusel, waar ik mijn zakgeld en het inkomen van mijn folderwijk uitgaf aan goedkope CD’s van rock ‘n’ roll-pioniers als Carl Perkins, Chuck Berry, Jerry Lee Lewis en Gene Vincent en compilaties met zoete zwijmelliedjes als ‘Venus in Blue Jeans’, ‘Rhythm of the Rain’ en ‘Sealed with a Kiss’. Muziek die al antiek was toen ik geboren werd.

In 1994 had ik ongeveer zeventig CD’s. Een meer dan respectabele verzameling voor een jongen van vijftien. En ik koesterde die muziek. Ik luisterde er zo vaak naar, dat mijn huiswerk er heel ernstig onder leed. Ik hield lijstjes bij van alle liedjes die ik had. Ik was ook een enorme fan van de sitcom ‘Happy Days’ en de film ‘Back to the Future’. Die speelden zich niet geheel toevallig af in de jaren vijftig. Maar toch begon er iets te knagen.

Als ik van school naar huis fietste, dan hoorde ik de liedjes van mijn idolen in mijn hoofd. Maar daar begonnen ze steeds sneller, harder en feller te klinken. Sneller, harder en feller dan wanneer ik ze na thuiskomst beluisterde. Het was duidelijk: het was tijd voor iets nieuws. En het geluid dat ik ongeveer voor ogen had, diende zich aan op de radio. ‘Sabotage’ van de Beastie Boys. Het was een beest van een nummer. Adrock’s schelle geschreeuw ging door merg en been, evenals het gepiep en gekras van zijn gitaar. MCA rammelde op zijn zwaar vervormde bas alsof het een gitaar was. En intussen probeerden drummer Mike D. en percussionist Eric Bobo hun drum- en trommelvellen doormidden te hakken. Scratcher DJ Hurricane maakten de georganiseerde chaos compleet. Dit nummer moest ik hebben. Er was echt een probleempje. Op de markt kon je cd’s met oude rock ‘n’ roll kopen voor tien gulden per stuk, maar voor een nieuw album was je veertig gulden kwijt. En dat was voor mij wel heel veel geld.

Gelukkig was het bijna december en thuis vierden we nog altijd pakjesavond. En Sinterklaas was zo handig om aan mijn neef, van wie ik destijds gitaarles kreeg, even te vragen van wie die nieuwe muziek was waar ik de laatste tijd in geïnteresseerd was geraakt. En zodoende haalde ik op 5 december 1994 ‘Ill Communication’, het Beastie Boys-album waarop ‘Sabotage’ te vinden was, uit het Sinterklaaspapier. Ik hoopte dat het vol stond met liedjes à la ‘Sabotage’, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Er stond vooral veel funky en jazzy hip hop op, maar ook instrumentale jamsessies, new age-achtige dingen en hardcore punk. Maar ik was niet teleurgesteld. In tegendeel. Ik heb ‘Ill Communication’ meer dan een jaar lang letterlijk (en dan ook echt letterlijk) elke dag gedraaid.

De recente muziek waar mijn leeftijdsgenoten naar luisterden vond ik troep. 2 Unlimited, Snap!, Dr. Alban, 2 Brothers On The 4th Floor, het was totaal niet aan mij besteed. Maar ‘Ill Communication’ opende mijn ogen voor andere nieuwe muziek. In de alternatieve hoek bleken een hoop bands te zitten die ik wel erg goed vond. Nirvana, Rage Against The Machine, Red Hot Chili Peppers, Green Day, The Offspring. En via die laatste twee bands kwam ik uit bij de punkrock van onder meer NOFX, No Use For A Name en Lagwagon en de hardcore punk van bands als Gorilla Biscuits, Shelter en Minor Threat. Mijn cd’s met muziek uit de jaren vijftig en zestig verdwenen al snel in een doos onder mijn bed. Jarenlang luisterde ik alleen nog maar naar hardere muziek. En ik ging zelf ook in punk- en hardcorebandjes spelen.

Sinds ik 24 jaar geleden dat album van de Beastie Boys kreeg, heb ik ruim 5.000 andere platen en cd’s gekocht. Maar het is altijd één van mijn favorieten gebleven. Ik denk dat bijna iedereen die op jongere leeftijd zo’n ruk-aan-het-stuur-plaat had, altijd van dat album is blijven houden. Ik draai ‘Ill Communication’ natuurlijk allang niet meer dagelijks, maar hij komt zo af en toe nog wel eens voorbij. Afgelopen week heb ik er nog naar geluisterd in de auto.

Meer dan eens heb ik Sinterklaas bedankt de afgelopen weken. Vooral toen de kinderen ’s avonds netjes stil bleven, nadat we ze gezegd hadden dat er anders niets in hun schoentjes zou zitten. Maar ik zou hem ook willen bedanken voor die CD die ik kreeg op 5 december 1994.

Comments (1) »

Londen

Dinsdag 6 november 2018

Veertig jaar oud worden is best een beetje speciaal. En voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn vriendin Linda ook best een speciaal cadeau. Dat mag ik nu, een kleine maand later, uit gaan pakken. We vliegen met drie vrienden naar Londen en gaan daar vanavond de Champions League-wedstrijd Tottenham Hotspur – PSV bezoeken in het legendarische Wembley Stadium. En morgen hebben we met z’n tweetjes nog een hele dag om door Londen te struinen.

’s Ochtends brengen we eerst de kinderen naar mijn ouders in Reusel, daarna nemen we met Celina, Werner en Ruud in Eindhoven de trein naar Schiphol. Celina heeft daar afgesproken met ene Henk, die ze kent uit een PSV-app. Hij zit toevallig in hetzelfde hotel als wij, heeft ervaring met Uber-taxi’s (wij niet) en wil, om de kosten te drukken, er wel eentje met ons delen in Londen. Henk is een vijftiger met een duidelijk Amsterdams accent, maar is toch echt PSV-supporter. Al veertig jaar zelfs, vertelt hij met enige trots. Iets voor één uur zijn we op London Luton Airport, één van de maar liefst zes vliegvelden in de regio Londen. Het is vanaf daar wel nog vijftig kilometer naar het centrum van de stad. Henk heeft via Uber (een app waarmee je in contact kunt komen met privéchauffeurs die de rit aanbieden die jij zoekt) een taxi met plaats voor zes passagiers geregeld.

Na een rit door de, zeker met dit grijze weer, wat troosteloze buitenwijken van Londen worden we op Princes Square afgezet bij het Palace Court Hotel. De naam van het hotel en het adres klinken aanzienlijk chiquer dan het onderkomen daadwerkelijk is. We hebben een vijfpersoons kamer, maar dat is eigenlijk meer een tweepersoonskamer waar ze een extra bed in hebben gepropt, plus nog eens twee bedden op een vide die zo dicht tegen het plafond zit, dat je er niet rechtop kunt staan. En het toilet is zo krap, dat de deur de toiletpot raakt als je ‘m open of dicht doet. Maar we hoeven hier alleen een nachtje te slapen, het geeft dus niet. Kort na het inchecken gaan we naar het vlakbij gelegen metrostation Bayswater. Van Ruud krijgen we twee Oyster-passen, vergelijkbaar met OV-chipkaarten. Als je hier tien pond op zet, kun je een dag lang onbeperkt met de metro reizen in Londen.

20181106_153911

We gaan eerst naar het Cumberland Hotel, waar medewerkers van PSV in de Ocean Room zitten om de vouchers om te wisselen voor de wedstrijdkaartjes voor vanavond. Daarna nemen we de metro naar Covent Garden. Vanaf het spoor kun je op twee manieren naar boven: met de lift, of met de trap. Bij de trap staat op de muur aangegeven dat er 193 treden te beklimmen zijn, het equivalent van vijftien verdiepingen. We nemen de trap. Opmerkelijk is dat achteraf niemand weet wie van ons hiervoor gekozen heeft, laat staan waarom. Bovengronds staat een grote groep PSV-supporters op straat alvast feest te vieren. Een bal wordt hoog door de lucht overgegooid door de menigte. Na een tijdje krijgt een politieagent de bal te pakken, waarna hij er met een grote grijns op zijn gezicht snel mee vandoor gaat. Hij wordt getrakteerd op een fluitconcert, gevolgd door een in koor gezongen “Vriend van de joden, hij is een vriend van de joden” (voor de voetballeken: “de joden” zijn in dit geval natuurlijk PSV’s aartsrivaal Ajax). We waren naar Covent Garden gegaan om ons te voegen bij onze vrienden Koen en Kris, maar die blijken net op het punt te staan om zelf te vertrekken (het was leuk geweest als we dat 193 treden eerder al hadden geweten).

20181107_154637

We nemen meteen de metro richting Wembley Stadium. Dit is heilige grond voor zowel voetbal- als muziekliefhebbers. Voetballegende Pelé noemde het “de kathedraal van het voetbal”. Er werden een WK- en een EK-finale en verschillende Europa Cup-finales gespeeld en het is al sinds mensenheugenis het thuis van de Engelse nationale ploeg en de finale om de FA Cup. Verder vond hier in 1985 het door bijna twee miljard mensen op TV bekeken Live Aid-evenement plaats. Daarnaast werden er concerten gegeven door onder meer Madonna, Queen, The Rolling Stones, Guns N’ Roses, David Bowie, Johnny Cash, The Who, Pink Floyd, Elton John, U2 en Eagles. Helaas is het originele Wembley in 2003 gesloopt en daarna vervangen door een volledig nieuw stadion, dat met 90.000 plaatsen het op één na grootste van Europa is, na het Camp Nou in Barcelona. In 1996 heb ik tijdens een schoolreis met de middelbare school het oude Wembley bezocht en daar een rondleiding gekregen. Ik herinner me dat toen verteld werd, dat de iconische twee torens een de voorzijde van het stadion een beschermde status hadden. Wat er ook met het stadion zou gebeuren, de torens zouden altijd blijven staan. Slechts zeven jaar later lagen ze dus al tegen de vlakte. Overigens is Wembley normaal gesproken niet het stadion van Tottenham Hotspur. De club speelt er tijdelijk, omdat het eigen stadion, White Hart Lane, vorig jaar gesloopt is en het nieuwe Tottenham Hotspur Stadium volgend jaar pas klaar is. PSV is daardoor nu de tweede Nederlandse club die op Wembley mag spelen (en de eerste in het nieuwe Wembley). De vorige was Ajax, toen het in 1971 de Europa Cup I-finale speelde tegen Panathinaikos.

20181106_183505

Met het moderne, fel verlichte Wembley al in zicht gaan we eerst wat eten bij een McDonald’s, die goed vol zit met supporters van zowel PSV als Tottenham Hotspur. Daarna willen we nog wel even wat drinken. We komen bij een bar, maar die is al vol. De portier verwijst ons naar de buren. Aan de bar van een Braziliaans restaurant staat supporters van beide clubs rustig een biertje te drinken en nemen wij er ook een paar. Daarna is het tijd om naar het stadion te gaan. Uitsupporters worden meestal weggestopt in een hoekje hoog in het stadion, maar we zitten nu in vak C, op de eerste ring, achter één van de doelen. Het vak zit al goed vol, maar we zijn op tijd om nog best goede plekken te bemachtigen. Uiteindelijk zit het vak met vijfduizend PSV-supporters helemaal vol en de sfeer is uitstekend. Er wordt ruim voor de wedstrijd al bijna onophoudelijk gezongen.

20181106_210315

De wedstrijd in poule B van de Champions League begint voor PSV perfect. Al na één minuut kopt Luuk de Jong een corner van Gaston Pereiro binnen: 0-1. PSV weet daarna met hard werken, wat kunst en vliegwerk en een fantastisch keepende Jeroen Zoet nog lang op voorsprong te blijven tegen de duidelijk betere thuisploeg. Maar laat in de wedstrijd slaat Harry Kane namens de Engelsen twee keer toe, in de 78e en 89e minuut, waarna PSV met lege handen achterblijft. PSV heeft er echter hard voor gestreden en wordt door het uitpubliek na de wedstrijd getrakteerd op een ovationeel applaus. Opvallend is dat het erg tamme thuispubliek vandaag amper te horen was. Eigenlijk alleen bij de twee goals van Tottenham. Elke keer als de Londense supporters even een klein beetje geluid voortbrachten, werd dat door het PSV-publiek beloond met een cynisch applausje, dat zegt eigenlijk wel genoeg. Het Wembley Stadium was vandaag ook maar voor de helft gevuld, met “slechts” 46.000 toeschouwers.

20181106_210433

Na de wedstrijd lopen we langs een groepje stewards die blijkbaar wel zin hebben in een opstootje en een beetje provoceren. Achteraf blijkt sowieso dat de stewards van Wembley geen schoonheidsprijs hebben verdiend vandaag. Tientallen PSV-supporters die tussen het Tottenham-publiek zaten zijn zonder pardon het stadion uitgezet. Onder hen ook de bekende misdaadverslaggever John van den Heuvel, de vader van PSV-keeper Jeroen Zoet en een jongetje van tien. Buiten het stadion kopen we een paar half-en-half-wedstrijdsjaals, als souvenirs. Vóór de wedstrijd vroegen de straatventers nog tien pond per stuk, nu kunnen we er vijf krijgen voor twintig pond. Daarna nemen we de metro terug naar het hotel.

Woensdag 7 november 2018

’s Ochtends om half acht gaan Celina, Werner en Ruud op weg naar het vliegveld om terug naar huis te gaan. Linda en ik hadden aanvankelijk dezelfde vlucht geboekt, maar hebben later toch gekozen voor een extra dagje Londen. Als je er dan toch bent, is het eigenlijk zonde om niet even de stad in te gaan. Bij ons hotel zit het ontbijtbuffet bij de prijs inbegrepen, dus maken we daar eerst maar even gebruik van. In de sfeerloze kelder staan enkele tafeltjes en stoelen en een lange tafel met sneetjes brood, gekookte eieren, wat beleg, melk, jus d’orange en koffie. Na het ontbijt gaan we weer naar metrostation Bayswater. Wegens stakingen blijven twee Londense metrolijnen vandaag gesloten en wellicht daardoor is het nu heel erg druk in de metro. We staan als sardientjes in een blik, sommigen mensen die in willen stappen zien daar zelfs vanaf, omdat het amper nog kan.

20181107_103050

We stappen uit bij de de klokkentoren van het Palace Of Westminster, beter bekend als de Big Ben (één van de favoriete wist-u-datjes van menig betweter: Big Ben is de naam van de grootste klok, niet van de toren zelf). De toren staat nu echter dusdanig in de steigers, dat er helemaal niets van de zien is. Voor restauratiewerkzaamheden is de Big Ben in 2017 voorlopig voor het laatst geluid, waarschijnlijk zal hij over een jaar of drie pas weer te horen zijn. We lopen verder, naar het Parliament Square. Hierop staat twaalf standbeelden, van onder meer Abraham Lincoln, Nelson Mandela, Mahatma Gandhi en Winston Churchill (op een door hemzelf uitgekozen plek). Rondom het plein staan enkele van de typisch Britse rode telefooncellen.

20181107_104824

We komen langs Downing Street. Op nummer 10 bevindt zich al sinds 1732 de ambtswoning van de Britse minister-president. Downing Street was lange tijd gewoon toegankelijk voor het publiek, maar sinds 1989 is de straat afgesloten met flinke hekken en veel bewaking. En niet geheel zonder reden: in 1991 vuurde de IRA drie mortierraketten af op 10 Downing Street. We komen bij Trafalgar Square, één van de bekendste pleinen van Londen. Hier springt vooral Nelson’s Column in het oog, een vijftig meter hoge zuil waarop een standbeeld staat van Horatio Nelson, een admiraal die leefde van 1758 tot 1805. Even verderop ligt één van de andere wereldberoemde pleinen van Londen, Piccadilly Circus. Hier brengen we ook een kort bezoekje aan. Centraal op het plein staat een fontein van de Griekse god Anteros, maar wellicht herkenbaarder nog zijn de grote lichtreclames op het gebouw ten noordwesten van het plein.

20181107_113010

We nemen de metro naar de Tower of London, die we alleen van buitenaf bekijken. Het oudste gedeelte van dit kasteel aan de rivier de Thames stamt uit de elfde eeuw. Het uiteindelijke gebouwencomplex is door de eeuwen heen onder meer gebruikt als fort, paleis, gevangenis, executieplaats en arsenaal. Er ligt dus heel veel geschiedenis. En vandaag de dag worden de Britse kroonjuwelen nog hier bewaard. Vlakbij ligt de misschien wel beroemdste brug ter wereld, de Tower Bridge, met z’n twee 65 meter hoge torens. Deze brug dateert uit het einde van de negentiende eeuw en is dus nog niet eens zo heel oud, maar het is wel één van de voornaamste bezienswaardigheden van de stad.

20181107_123306

We gaan lunchen bij een Subway en nemen dan de metro naar Covent Garden. In het centrum van deze wijk zijn enkele oude markthallen te vinden, waarin tegenwoordig winkeltjes, bars en restaurantjes zitten. Het is er erg gezellig en in één van de hallen kopen we wat souvenirtjes voor onszelf en de kinderen. Ondanks dat het pas begin november is, zijn de kerstdecoraties al volop aanwezig. We gaan wat drinken in de pub Punch & Judy, die stamt uit 1787 en een balkon heeft vanwaar je een mooi uitzicht hebt over een plein waarop een straatartiest een groepje voorbijgangers probeert te vermaken (je moet auditie doen om hier dat werk te mogen doen, er staan dus zeker geen beunhazen). Een biertje is wel vrij prijzig, we betalen bijna zeven pond voor een halve liter. Maar zoals in Engeland gebruikelijk krijg je dan wel een tot de rand toe gevuld glas.

20181107_142347

Vervolgens nemen we de metro naar Baker Street. Baker Street is om meerdere redenen bekend. In 1835 werd hier ’s wereld eerste wassenbeeldenmuseum van Madame Tussauds geopend. Van 1967 tot 1968 hadden The Beatles hier een kledingzaak, de Apple Boutique. In 1971 vond in deze straat een spectaculaire bankoverval plaats, die in 2008 verfilmd werd als ‘The Bank Job’. De Schotse singer-songwriter Gerry Rafferty verbleef hier in de jaren zeventig enige tijd in het appartement van een vriend en schreef naar aanleiding daarvan het prachtige liedje ‘Baker Street’, dat in 1978 een wereldwijde hit werd. En in de verhalen van Sir Arthur Conan Doyle woonde de legendarische fictieve detective Sherlock Holmes op 221B Baker Street (destijds gingen de huisnummers hier nog niet tot 221). Bij de ingang van het metrostation Baker Street staat daarom een standbeeld van Holmes. Hier op een steenworp vandaan staat Hotel Somerset, aan Dorset Square, waar we vannacht zullen slapen. Voor de zeventig euro die we hier betalen, is de kamer wel erg pover.

20181107_160653

We nemen na het inchecken de metro naar St. John’s Wood. Vanaf hier is het nog een klein stukje lopen naar Abbey Road. Hier ligt het wereldberoemde zebrapad waarop The Beatles in 1969 de hoesfoto voor hun naar deze straat genoemde album maakten. Het is ongetwijfeld één van de meest iconische platenhoezen uit de popgeschiedenis. In de 49 jaar die verstreken zijn sinds het verschijnen van dat album, staan er voortdurend toeristen bij dat zebrapad om die foto te reproduceren. Wat best lastig is, omdat het toch gewoon een drukke weg is. En de toeristen willen natuurlijk geen auto’s op de foto, maar omdat je nou eenmaal bij een zebrapad staat, stoppen de auto’s steeds wel voor je. Linda poseert even op het zebrapad. Daarna lopen we lang de Abbey Road Studio’s. De gevel ervan ziet er eigenlijk teleurstellend gewoontjes uit. Best een gek idee dat toch een aardig deel van mijn muziekcollectie hier opgenomen is. Veel van mijn favoriete artiesten hebben hier gewerkt: The Alan Parsons Project, Elliott Smith, Foo Fighters, Green Day, Madness, The Shadows, Midlake, Red Hot Chili Peppers, Al Stewart, The Zombies… De band die uiteraard het meest nadrukkelijk geassocieerd wordt met deze studio’s, The Beatles, heeft hier zelfs het overgrote merendeel van z’n discografie opgenomen. De studio (die nog volop in gebruik is) kan niet bezocht worden, wel zit ernaast een souvenirshop. Ze hebben er allerlei prullen met het Abbey Road Studios-logo, van chocoladerepen (met de opdruk “I walked the crossing and then I ate some chocolate”) tot gummen en van onderzetters tot notitieblokjes, maar ook CD’s en LP’s van The Beatles en Pink Floyd. We lopen terug naar het metrostation, in dat station ontdekten we een klein koffiezaakje dat tevens een Beatles-souvenirshop is. Daar kopen we twee Beatles-T-shirts voor Sam en Anne.

20181107_170906

We nemen de metro naar Oxford Street, een grote en gezellige winkelstraat. Ik ga naar de HMV, een grote platenzaak, Linda gaat naar de Disney-winkel aan de overkant van de straat, om te kijken of ze al wat sinterklaascadeau’s kan vinden. Ik loop de HMV weer uit met negen cd’s, dit bezoekje is dus wel een succes te noemen. Overigens speelde ook deze winkel een belangrijke rol in de Beatles-geschiedenis. Hier gaf Beatles-manager Brian Epstein in 1962 een demo van de band aan een kennis uit de muziekindustrie, die genoeg onder de indruk was om contact op te nemen met George Martin, die niet lang daarna de vaste producer van The Beatles zou worden. Overigens bevindt deze HMV (His Master’s Voice) zich op de locatie waar in 1921 de allereerste vestiging werd geopend van deze keten, die in de jaren negentig nog 320 vestigingen telde. Daar zijn er nu nog 128 van over. We gaan pizza eten bij de Spaghetti House, in Woodstock Street, een zijstraatje van Oxford Street. Op de rekening staat 12,5 procent fooi voor het gemak al bij de prijs inbegrepen. We nemen de metro terug naar Baker Street, kopen wat drankjes bij een buurtsuper en zoeken alvast naar de bushalte die we morgen moeten nemen. Die blijkt echt pal tegenover ons hotel te staan.

20181107_195832

Donderdag 8 november 2018

Na een korte en onrustige nacht gaat om half drie de wekker. Maar dat is niet eens nodig, we zijn toch al wakker. Nadat we ons op hebben gefrist en de laatste spullen in hebben gepakt (veel hebben we sowieso niet bij ons, elk alleen een rugzak) steken we de straat over. Daar staan al meer mensen. Er staat ook een medewerker van Stansted Airport, die alvast de passagierslijst van de bus doorneemt. Om 3.15 uur stappen we in een touringcar (kosten: tien euro per persoon) die ons naar het vliegveld brengt voor de terugreis.

Terwijl we ons door de donkere buitenwijken van Londen begeven, zoek ik op mijn iPod nog maar even ‘Baker Street’ van Gerry Rafferty op.

Leave a comment »

Oss

Ik denk dat iedereen die gisteren het nieuws hoorde of las zich wel even in hen heeft verplaatst.

In de leidster van een kinderdagverblijf die de pech heeft dat haar stint met vijf kinderen erin op hol slaat. Met vervolgens de nog grotere pech dat dit pal voor een spoorwegovergang gebeurt. En de extreme pech dat er net een trein aankomt.

In de treinmachinist die z’n duizenden kilo’s metaal op volle vaart op een kar met kleine kinderen af ziet denderen en niets meer kan doen. En die misschien hun laatste, bange blikken nog ziet voordat hij uit een reflex wegkijkt.

In de ouders die achterblijven in een huis met jasjes die nooit meer gedragen zullen worden, bedjes die nooit meer beslapen zullen worden, beertjes die nooit meer geknuffeld zullen worden, speelgoed dat voortaan opgeborgen blijft. Ouders die nog wel eens terug zullen denken aan hoe het ze ooit irriteerde dat de vloer bezaaid lag met dat speelgoed. Ouders die alles op zouden offeren om dat weer terug te krijgen.

Het drama dat zich gisteren voltrok in Oss raakte een zenuw bij mij, als vader van jonge kinderen die ook naar een kinderdagverblijf gaan. Meer nog dan al het andere nare nieuws dat we vrijwel dagelijks tot ons krijgen. Ik wilde het niet, maar het was moeilijk om het niet op mezelf te projecteren.

Vandaag kwamen op Twitter nog altijd de te verwachte reacties in grote getalen voorbij. Verdriet, onbegrip, steunbetuigingen. Hier en daar een eikel die het de leidster verweet dat ze niet “gewoon” haar stuur om had gegooid. En ouders die schreven dat ze gisterenavond zomaar even hadden staan kijken terwijl hun eigen kinderen sliepen. En dat ze hun kinderen nog meer knuffels en kusjes hadden gegeven dan normaal. Dat vond ik mooi. Een deel van al die knuffels en kusjes die de omgekomen kinderen eigenlijk nog tegoed hadden, kwamen zo indirect toch nog goed terecht.

Ik herkende de emoties. Ik zat gisteren op mijn werk best in m’n maag met het nieuws en wilde eigenlijk niets liever dan meteen naar huis rijden, de kinderen ophalen van het kinderdagverblijf en ze knuffelen zo lang als dat van ze mocht.

Dat laatste is exact wat ik gisterenavond meer dan eens heb gedaan. Omdat het kon.

Leave a comment »